Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierendertigste week. Vrijdag

51. Eeuwig woord

-Lezen van het evangelie. -God spreekt tot ons in de Heilige Schrift. -Om daaruit vruchten te plukken.

51.1 Nu we op het punt staan het liturgisch jaar af te sluiten, lezen wij in het evangelie van deze heilige Mis de woorden van de Heer: Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.1 Het zijn eeuwige woorden van Jezus, die ons de intimiteit van de Vader leren kennen evenals de weg die we moeten volgen om bij Hem te komen. Zij zijn blijvend, omdat zij door God uitgesproken worden tot elke man, elke vrouw die op deze wereld komt. Nadat God eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde der tijden, tot ons gesproken door de Zoon.2 Dat «nu» geldt ook voor onze dagen. Jezus Christus spreekt nog altijd en zijn woorden zijn nog altijd actueel, omdat het goddelijke woorden zijn.

Heel de Schrift, voorafgaand aan Christus, verkrijgt haar juiste betekenis in het licht van de gestalte en de prediking van de Heer. Met een krachtige uitdrukking schrijft de heilige Augustinus, dat «de Wet zwanger was van Christus».3 En op een andere plaats zegt deze kerkvader: «Leest de profetische boeken eens zonder daarin Christus te zien: er is niets zo zoutloos, niets zo eentonig. Maar ontdekt daarin Christus, dan wordt alles wat ge leest niet alleen smakelijk, maar zelfs bedwelmend.»4 Christus ontvouwt de diepe betekenis die in de vroegere openbaring ligt vervat: Toen maakte Hij hun geest ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften.5 De joden die het evangelie weigerden te aanvaarden, bleven als het ware achter met een koffer met een grote schat erin, maar zonder de sleutel om deze te openen. De heilige Paulus schrijft: Hun denken raakte verstard. Ja, tot op de huidige dag is diezelfde sluier gebleven, als zij lezen in de boeken van het Oude Testament. Hij wordt niet weggenomen, want alleen Christus doet hem verdwijnen6, want «de bedeling van het Oude Testament was er vooral voor beschikt om de komst van Christus, de Verlosser van allen, en van het messiaansse rijk voor te bereiden [...]. God, die de ingever en auteur is van de boeken van beide testamenten, heeft het in zijn wijsheid zo beschikt, dat het Nieuwe Testament in het Oude Testament verborgen lag en in het Nieuwe Testament het Oude Testament werd ontsloten.»7 In deze zin is het gesprek tussen de apostel Filippus en de Ethiopiër ontroerend, een hoveling van Kándake, die de profeet Jesaja las. Begrijpt ge wat ge leest?, vroeg Filippus hem. Hoe zou ik dat kunnen, als niemand mij daarin behulpzaam is? Toen, uitgaande van deze tekst, verkondigde hij hem Jezus.8 Jezus was het kernpunt om het te kunnen begrijpen.

De heilige Johannes Chrysostomus legt deze passage uit de Handelingen der Apostelen als volgt uit: «Overweeg hoe voornaam het is de lezing van de Schrift niet te verwaarlozen, zelfs niet als u op reis bent [...]. Laten zij daaraan denken, die zelfs thuis de Schriften niet lezen en die, omdat zij bij hun vrouw moeten zijn of dienst doen in het leger of zorgen hebben over hun bloedverwanten of druk bezig zijn met andere dingen, menen dat het hun niet past zich de moeite te geven om de goddelijke Schriften te lezen [...]. Deze Ethiopische vreemdeling is een voorbeeld voor ons: voor hen die een privé-leven leiden, voor hen die in het leger dienen, voor de gezagsdragers en ook voor de vrouwen -meer nog voor hen die altijd thuis zijn- en voor hen die het monastieke leven hebben gekozen. Laten zij allen leren, dat geen enkele omstandigheid een beletsel vormt voor de goddelijke lezing, die men niet alleen thuis kan houden maar ook op de pleinen, tijdens een reis, in gezelschap van velen of wanneer men met iets doende is. Laten we, zo smeek ik u, de lezing van de Schriften niet verwaarlozen.»9

Van oudsher heeft de Kerk de lezing en overweging van de Heilige Schrift aanbevolen, met name van het Nieuwe Testament, waarin wij altijd God ontmoeten die ons tegemoet treedt. Een paar minuten per dag helpen ons om Jezus Christus beter te leren kennen, Hem meer lief te hebben want men houdt alleen maar van wat men goed kent.

51.2 Alle Schriften hadden de weg geschetst die Christus zou afleggen10, alle waren in zekere zin aankondigers van de Messias. De profeten hadden deze dag beschreven en ernaar verlangd hem te zien.11 De leerlingen zullen in Christus degene herkennen, die zo vaak en op zovele wijzen was voorzegd en aangekondigd.12 Wanneer Paulus zich moet verdedigen tegen de bedreigingen van koning Agrippa, zal hij eenvoudigweg aanvoeren dat hij niets anders doet dan de vervulling aankondigen van wat reeds door de profeten was voorzegd.13 Toch beziet en gehoorzaamt Christus niet de profeten en Mozes. Zíj onderwierpen zich in hun beschrijvingen, krachtens goddelijke ingeving, aan hetgeen het bestaan op aarde van Gods Zoon zou zijn. Mozes heeft over Hem geschreven.14 En Abraham, uw vader, juichte van vreugde bij de gedachte dat hij die dag zou zien; hij heeft hem gezien en zich verheugd.15

Jezus past de oude voorafbeeldingen op zichzelf toe: de tempel16, het manna17, de rots18, de bronzen slang.19 Daarom zal Hij op een keer zeggen: Gij onderzoekt de Schriften [...] maar juist dezen getuigen van Mij.20 Wanneer wij vandaag in het evangelie lezen, dat hemel en aarde voorbij zullen gaan maar dat zijn woorden niet voorbijgaan, dan wijst Hij er in zekere zin op, dat daarin heel de openbaring van God aan de mensen vervat ligt: de openbaring voor zijn komst, omdat die van waarde is voor zover zij naar Hem verwijst die haar vervult en verheldert; en het nieuwe dat Hij de mensen brengt, door hun helder de weg te duiden die zij moeten volgen. Jezus Christus is de volheid van Gods openbaring aan de mensen. «Door ons -zoals Hij gedaan heeft- zijn Zoon te geven die zijn Woord is zoals er geen ander woord is, heeft Hij alles voor eens en altijd tot ons gesproken in dit ene Woord en heeft Hij ons verder niets te zeggen.»21

De Brief aan de Hebreeën22 leert, dat het woord van God levend en krachtig is. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard en dringt door tot het raakpunt van ziel en geest, van gewrichten en merg. Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van de mens.

Het is elke dag nieuw en uitdrukkelijk gericht tot ieder van ons, als we het met geloof weten te lezen. «Want in de heilige boeken treedt de Vader die in de hemel is, liefdevol zijn kinderen tegemoet en spreekt met hen. Zo groot is de macht en kracht van het woord van God, dat het voor de Kerk het steunpunt en de levenskracht is en voor de kinderen van de Kerk de kern van hun geloof, de spijs voor hun ziel en de zuivere en bestendige bron van hun geestelijk leven.»23

Op enigerlei wijze blijven nog altijd het vertrek en de terugkeer van de verloren zoon actueel, de noodzaak van het zuurdesem om het deeg van de wereld om te vormen, de melaatsen die genezen worden door hun ontmoeting met Jezus. Hoe vaak hebben wij Jezus niet gevraagd om licht voor ons leven met de woorden van Bartimeüs: ut videam, dat ik zien kan; of hebben wij een beroep gedaan op zijn erbarming met de woorden van de tollenaar: God, ontferm U over mij, want ik ben een zondaar! Wat gaan we gesterkt en getroost heen na zo'n dagelijkse ontmoeting met Jezus in het evangelie!

51.3 Hoe kostelijk uw woorden te proeven, bij het zeggen zoeter dan honing!24

Soms -zo vertelt Ronald Knox25- wanneer enige mensen aan het zingen zijn zonder instrumentale begeleiding, bestaat in de groep de neiging steeds lager te gaan zingen; de stem gaat steeds meer naar beneden. Daarom heeft de leider, als het koor niet gewend is te zingen zonder muzikale begeleiding, gewoonlijk ergens een stemvork verborgen liggen waarmee hij zo nu en dan een klein teken geeft om allen te herinneren aan de hogere noot die zij moeten aanslaan.

Wanneer de toon van het christelijk leven begint te dalen, te verkwijnen, dan is er ook een stemvork nodig die een hogere toon aangeeft. Hoe dikwijls is de overweging van een passage uit het evangelie, vooral van het lijden en sterven van de Heer, niet als het ware een krachtige oproep geweest om uit dat minder heldhaftige leven te vluchten waartoe we werden gedreven door een overdreven zorg voor de gezondheid, een minder trillende toon...! We mogen de bladzijden van het heilig evangelie niet omslaan alsof die zomaar uit een willekeurig boek stammen! Met hoeveel liefde werd het al die eeuwen lang niet bewaard, toen alleen maar enkele christengemeenten het voorrecht hadden een afschrift of maar enkele pagina's ervan te bezitten! Hoe godvruchtig en eerbiedig werd het gelezen! De lezing van het evangelie is -zo leert de heilige Cyprianus met betrekking tot het gebed- het fundament waarop we de hoop moeten bouwen, het middel om het geloof te versterken, het voedsel van de liefde, de gids die de weg wijst...26 De heilige Augustinus wijst erop dat de lessen die we eruit kunnen trekken, als «lampen op een donkere plek» zijn27 die altijd ons leven verlichten. Om vruchten te plukken van de lezing en overweging «bedenk dan, dat wat daar verteld wordt -werken en woorden van Christus- niet alleen waard is om te weten maar om na te leven. Alles, elk punt dat verhaald wordt, is detail voor detail daar bijeengebracht, opdat het levende werkelijkheid wordt in de concrete omstandigheden van jouw bestaan.

»De Heer heeft ons, katholieken, geroepen Hem van nabij te volgen, en in deze gewijde tekst ervaar je het Leven van Christus; maar daarna moet jij je eigen leven ontdekken.

»Jij, ook jij zult, net als de Apostel, leren vol liefde te vragen: Wat wilt Gij, dat ik doe? -De Wil van God, hoor je in je ziel op beslissende wijze.

»Neem dan elke dag het evangelie, lees het en beleef het als een concrete gedragslijn. -Zo zijn de heiligen te werk gegaan.»28

Dan zullen wij met de psalmist kunnen zeggen: Een lamp voor mijn voet is uw woord, een schijnend beeld op mijn pad.29

-1. Lc 21,33. -2. Heb 1,1. -3. H. Augustinus, Preek 196, 1. -4. Idem, Commentaar op het evangelie van Johannes, 9,3. -5. Lc 24,45. -6. 2 Kor 3,14. -7. Vaticanum ii, Dogm. const. Dei Verbum, 15 e.v. -8. Vgl. Hnd 8,27-35. -9. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Genesis, 35. -10. Vgl. Lc 22,37. -11. Vgl. Lc 10,24. -12. Vgl. Joh 1,41-45. -13. Vgl. Hnd 26,2. -14. Joh 5,46. -15. Joh 8,56. -16. Joh 2,19. -17. Vgl. Joh 6,32. -18. Vgl. Joh 7,8. -19. Vgl. Joh 3,14. -20. Joh 5,39. -21. H. Johannes van het Kruis, Bestijging van de berg Karmel, II,22. -22. Heb 4,12. -23. Vaticanum ii, Dogm.c onst. Dei Verbum, 21. -24. Ps 118,103. -25. R.A. Knox, A Retreat for Lay People. -26. Vgl. H. Cyprianus, Tractaat over het gebed. -27. H. Augustinus, Commentaren op de Psalmen, 128. -28. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 754. -29. Ps 118,105.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012