Veertiende week door het jaar. Woensdag
60. Ga naar Jozef
-Jakobs zoon: een beeld van de H. Jozef. -Het
beschermheerschap van St. Jozef over de universele Kerk en over ieder van ons.
Wij moeten bij elke nood ons tot hem wenden. -Ite ad Joseph... Ga naar Jozef.
60.1 Vele christenen, bewust van
de uitzonderlijke zending van de heilige Jozef in het leven van Jezus en Maria,
hebben door de eeuwen heen getracht in de geschiedenis van het Hebreeuwse volk,
daar het Oude Testament de voorloper is van het Nieuwe Testament, daden en
beelden te vinden die de man voorafbeelden die de maagdelijke echtgenoot van
Maria moest zijn. Vele kerkvaders hebben in de persoon van dezelfde naam,
Jozef, zoon van Jakob de aartsvader, een profetische aankondiging gezien. Toen
paus Pius ix de heilige Jozef uitriep tot patroon
van de universele Kerk, bracht hij die inzichten uit de oudheid bijeen. De
liturgie getuigt ook van dezelfde gelijkwaardigheid. Niet alleen hadden deze
twee mensen dezelfde naam, maar er zijn ook in hun levens bepaalde deugden en
houdingen te vinden, in beide gevallen dooreen geweven met beproevingen en
vreugden, die gelijkvormig zijn en in veel gevallen overeenstemmen.
Jozef de zoon van Jakob en Jozef de maagdelijke echtgenoot
van Maria gingen beiden naar Egypte als het gevolg van een reeks door de
Voorzienigheid beschikte omstandigheden. De eerste Jozef ging daarheen omdat
hij door zijn broers achtervolgd was en aan vreemdelingen overgeleverd uit
afgunst, omstandigheden die het verraad dat Christus zou moeten ondergaan,
voorafbeelden. De tweede Jozef ging naar Egypte na voor Herodes te zijn
gevlucht om het Kind te redden dat de redding voor de wereld moest brengen.1
Jozef de zoon van Jakob kreeg van God de gave de dromen van
de farao te kunnen uitleggen, en was dus zelf gewaarschuwd over wat later moest
gebeuren. De andere en grotere Jozef kreeg Gods boodschappen ook in dromen. De
heilige Bernardus merkt op dat het de eerstgenoemde Jozef gegeven was de
geheimen van dromen te begrijpen; de laatstgenoemde was waardig de meest
verheven geheimen te kennen en erin te delen.2
Het ziet ernaar uit alsof de dromen van de eerste Jozef, ofschoon
in zijn persoon ervaren, in feite werden vervuld in de tweede Jozef. Eens had Jozef een droom, en toen hij die aan zijn broers
vertelde zei hij tot hen kijk, wij waren aan het schoven binden op het veld, en
zie, mijn schoof kwam overeind en bleef rechtop staan, en kijk, jullie schoven
kwamen eromheen staan en bogen voor mijn schoof. Dan had hij nog een andere
droom, en vertelde die aan zijn broers, zeggende; Ik zag dat de zon, de maan en
elf sterren zich voor mij neerbogen.3
Deze dromen werden werkelijkheid toen zijn vader Jakob met de hele familie naar
Egypte ging en inderdaad voor Jozef knielde, die in die tijd bestuurder van dat
land was. Maar tegelijkertijd kunnen we zijn droom zien als een voorafbeelding
van het mysterie van de Heilige Familie in Nazaret, dat mysterie waarin Jezus,
de Zon van Gerechtigheid, en Maria, in de liturgie
geprezen als stralende Maan, geheel helder en mooi, beiden onderworpen zijn aan
het gezag van het hoofd van het gezin. Wij kunnen eraan denken als een voorafbeelding
van de vele vrome christenen die zich tot deze grote heilige wenden en op
zovele manieren om zijn hulp vragen.
De eerste Jozef won het vertrouwen en de gunst van de farao
en werd opzichter van de graanschuren van Egypte. Toen honger de landen van de
naburige volkeren teisterden gingen zij naar de farao en smeekten om koren om
in leven te blijven. Hij zei tot hen: Ga maar naar Jozef en
doe wat hij u zeggen zal.4 Toen er honger
was in de hele streek, stelde Jozef de hele voorraad koren
ter beschikking en verkocht het aan de Egyptenaren. [...] Uit alle landen kwam
men naar Egypte om bij Jozef graan te kopen; want de hongersnood woedde hevig
in de wereld.
Nu ook is de hele wereld geteisterd door honger, een honger
naar doctrine, naar vroomheid en liefde. De Kerk gebiedt ons: Ga naar Jozef. Ten aanzien van al de noden die wij
persoonlijk lijden, zegt zij tot ons: Ga naar de heilige Patriarch van Nazaret.
Er zijn in ons leven ogenblikken van grote besluiteloosheid,
momenten van onzekerheid en dringende nood. Ga naar Jozef,
zegt Jezus tegen ons. Hij aan wie gedurende zijn leven de grote opdracht was
toevertrouwd voor Mij en mijn Moeder te zorgen voor onze lijfelijke noden, hij
die op zo vele ogenblikken van crisis onze levens behoedde, hij zal voortgaan
voor Mij te zorgen in mijn ledematen, dat zijn allen die lijden en enigerlei
nood hebben. Ga naar Jozef; hij zal je geven wat je
ook nodig hebt.
60.2 Hij is
de voorzichtige en trouwe beheerder die de Heer over zijn dienstvolk heeft
aangesteld. 5 De Liturgie past die
woorden toe op de heilige Jozef, een getrouwe en wijze vader, die dadelijk
zorgt voor de noden van de Kerk, die grote familie van de Heer. Het is zeer
aangenaam voor Jezus dat we Jozef zouden leren kennen en om zijn hulp vragen.
Hij is degene die Jezus zo beminde terwijl Hij op aarde was en nu zozeer bemint
in de hemel. Hij is het van wie Hij zoveel leerde en met wie Hij sprak vanaf
het moment dat Hij zijn eerste woorden kon babbelen.
Jozef bestuurde het huis te Nazaret met vaderlijk gezag. De
heilige Familie was niet alleen een symbool van de Kerk, maar bevatte op een
bepaalde manier de Kerk in zich zoals een zaadje de boom inhoudt, en een bron
de rivier. Het heilige huis te Nazaret bevatte het fundament van de ontluikende
Kerk. Daarom beschouwt de heilige Patriarch «als heel bijzonder aan hem toevertrouwd
de menigten van christenen die de Kerk gaan opbouwen, dat wil zeggen, heel die
ontzaglijk grote familie, over geheel de aarde verspreid, waarover hij, als
Bruidegom van Maria en Vader van Jezus Christus, om zo te zeggen het vaderlijk
gezag bezit. Daarom is het heel logisch en hem waardig, dat de heilige Jozef,
zoals hij eens in alle noden van het gezin van Nazaret heeft geholpen en het op
heilige wijze met zijn bescherming heeft omringd, thans de Kerk van Jezus
Christus met zijn hemelse bescherming en verdediging omgeeft.»6
Dit beschermheerschap van de heilige Patriarch over de universele
Kerk is hoofdzakelijk van geestelijke aard; maar het strekt zich ook uit tot de
wereldlijke orde, zoals het was met die andere Jozef, zoon van Jakob, die door
de koningen van Egypte redder van de wereld werd
genoemd.
Heiligen en goede christenen van alle eeuwen hebben hun toevlucht
tot hem genomen. De heilige Theresia vertelt over de grote toewijding die zij
tot sint Jozef had, en over haar eigen ervaring met zijn bescherming: «Ik
herinner mij niet, hem tot heden iets gevraagd te hebben, dat hij me niet heeft
gegeven. Het is verwonderlijk welke grote gunsten God mij door de tussenkomst
van deze verheven heilige heeft verleend, uit hoeveel gevaren zowel naar
lichaam als naar ziel hij mij gered heeft. Aan andere heiligen schijnt God de
gunst te hebben geschonken, in een bepaalde nood te hulp te komen, maar van
deze glorievolle heilige weet ik bij ondervinding, dat hij in alle
aangelegenheden zijn hulp verleent, en ook dat de Heer ons daarmee te kennen
wil geven, dat, zoals Hij hem onderworpen was op aarde, waar hij zijn vader heette
en als gezinshoofd Hem kon bevelen, Hij zo ook in de hemel doet wat hij vraagt
[...].
»Als mijn schrijven gezag had, zou ik graag hierover nog verder
uitweiden en in bijzonderheden mededelen welke gunsten deze heilige mij en
anderen heeft bewezen [...]. Maar ik vraag slechts ter liefde Gods, dat wie mij
niet gelooft, de proef neemt van wat ik zeg, en de ondervinding zal hem doen
zien hoe goed het is de roemrijke Patriarch te vereren en zich in zijn
voorspraak aan te bevelen en devotie tot hem te koesteren. Vooral mensen die
zich aan het gebed wijden, moeten een bijzondere genegenheid tot hem koesteren.
Ik zou niet weten hoe men zich de Koningin van de Engelen in de lange tijd, met
het Kindje Jezus doorgebracht, zou kunnen voorstellen, zonder de heilige Jozef
te danken voor het goede dat hij door zijn hulp heeft bewezen.»7
60.3 Wij moeten ons tot Jozef
wenden en hem vragen de Kerk te behoeden en te beschermen, omdat hij haar
verdediger en beschermer is. We moeten hem vragen onze gezinnen te helpen in
hun noden, en ons te helpen in onze eigen geestelijke en materiële noden: Sancte Joseph, ora pro eis, ora pro me. Bid voor hen, bid
voor mij.
Voor de mannen en de vrouwen van vandaag, juist zoals voor
die van welke andere tijd ook, vertegenwoordigt de heilige Jozef een innig
geliefde en eerbiedwaardige persoon wiens roeping en waardigheid wij allen bewonderen,
en voor wiens getrouwheid in de dienst van Jezus en Maria wij hem danken. «Door
de heilige Jozef gaan we recht op Maria af, en door Maria op de bron van alle
heiligheid, Jezus Christus.»8
Hij onderricht ons tot Jezus te spreken met vroomheid,
eerbied en liefde: Jozef, gezegende en gelukkige man -zeggen
wij tot hem met de woorden van een zeer oud gebed van de Kerk- u werd toegestaan de God te zien en te horen die vele koningen
tevergeefs verlangden te zien en te horen, en niet alleen Hem te zien en te
horen, maar Hem in uw armen te dragen, Hem te kussen, Hem aan te kleden en voor
Hem te zorgen, leer ons Hem met liefde en diepe eerbied in de heilige
communie te ontvangen; geef onze ziel een grotere gevoeligheid en groter
onderscheidingsvermogen. «Heilige Jozef, onze Vader en Heer: allerkuiste,
allerreinste [...]. U werd waardig bevonden het Kindje Jezus in uw armen te
dragen, Hem te wassen, Hem te omhelzen. Leer ons hoe wij God leren kennen, en
hoe wij zuiver kunnen zijn, waardig om, ieder van ons, een andere Christus te
zijn.
»En help ons te handelen en te leren zoals Christus heeft gedaan.
Help ons de goddelijke paden van de wereld open te leggen, die verborgen en
tegelijkertijd helder zijn; en help ons deze aan de mensheid te laten zien,
door onze medemensen te vertellen, dat hun eigen leven op aarde van een
buitengewone en voortdurend bovennatuurlijke doeltreffendheid kan zijn.»9
Bovendien verschaft de heilige Jozef ons een model van
zwijgzaam onderricht dat wij moeten trachten na te volgen. «Jozef is in het
menselijke de meester van Jezus geweest. Hij is dagelijks met Hem omgegaan, met
een fijngevoelige genegenheid, en hij heeft Hem verzorgd met een vreugdevolle
zelfverloochening. Zou dit niet een goede reden zijn deze rechtvaardige man,
deze heilige Patriarch in wie het geloof van het Oude Verbond zijn hoogtepunt
bereikt, als Meester van het innerlijk leven te beschouwen? Het innerlijke
leven is niets anders als de voortdurende en intieme omgang met Christus,
waardoor we één met Hem worden. En Jozef zal ons zoveel over Jezus kunnen
zeggen. Laat daarom zijn verering nooit achterwege. Ite ad
Joseph, ga tot Jozef, zoals de christelijke traditie heeft gezegd met
een zin genomen uit het Oude Testament.
»Meester van het innerlijk leven, arbeider die zich inzet
voor zijn werk, trouwe dienaar van God in voortdurende omgang met Jezus: dat is
Jozef. Ite ad Joseph, ga tot Jozef. Van de heilige
Jozef leert de christen wat het is geheel voor God te zijn, volledig midden
tussen de mensen te staan en zo de wereld te heiligen. Leef met Jozef en u zult
Maria vinden, die de aanvallige werkplaats van Nazaret steeds met vrede vervulde.»10
-1. Vgl. M. Gasnier,
Trente visites à Joseph le silencieux. -2. Vgl. H. Bernardus, Preek over de Moeder
Maagd, 2. -3. Vgl. Gn 37,5-10. -4. Eerste lezing, Jaar I, Gn
41,55. -5. Lc 12,42. -6. Leo xiii,
Enc. Quamquam pluries, 15 augustus 1889. -7. H. Theresia van Ávila, Het boek
van haar leven, 6. -8. Benedictus xv, Motu
proprio Bonum sane et salutare, 25 juli 1920. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 553. -10. Idem, Als Christus nu langs komt,
56.
|