Twaalfde week door het jaar. Woensdag
42. Ge zult hen aan hun vruchten kennen
-Een gezonde boom brengt goede vruchten voort. Valse leraren
en hun slechte leer. -De omgang met God en het werken van Christus. -De bittere
vruchten van de secularisatie. De werkzaamheden van de christenen in de wereld;
alles tot Christus leiden.
42.1 De Heer wijst herhaaldelijk
en nadrukkelijk op het gevaar van de valse profeten die velen tot geestelijke
ondergang zullen leiden.1 In het Oude Testament
zijn er verwijzingen naar deze slechte herders die verwoesting veroorzaken
onder het volk van God. De profeet Jeremia, bijvoorbeeld, klaagt over de
goddeloosheid van de valse profeten: Zij traden op als
profeten van Baäl en misleidden mijn volk Israël. [...] Ze vertellen mijn volk
hun dromen en menen dat het daardoor mijn naam zal vergeten, zoals hun
voorvaderen. [...] Ik heb hen niet gezonden, Ik heb hun geen opdracht gegeven.
Ze zijn voor dit volk van geen enkel nut -
godsspraak van Jahwe.2 Zulke onbetrouwbare
leraren verschenen al spoedig in de boezem van de Kerk... De heilige Paulus
noemt hen valse broeders en valse apostelen3 en waarschuwt de eerste christenen op hun hoede voor
hen te zijn. Sint Petrus noemt hen valse leraars.4
Ook in onze tijd zijn er ongetwijfeld vele dwaalleraren. Ze hebben overvloedig
het slechte zaad gezaaid en zijn de oorzaak geweest van verwarring en ondergang
voor velen.
De Heer waarschuwt in het evangelie van de mis5 van vandaag: Wacht u voor de
valse profeten, die tot u komen in schaapskleren, maar van binnen roofzuchtige
wolven zijn. Ze brengen grote schade aan zielen toe. Zij die naar hen
toe gaan om licht, vinden duisternis. Ze zoeken kracht, maar in plaats daarvan
vinden ze twijfel en zwakheid. De Heer geeft aan dat zowel de ware als de valse
boodschappers van God aan hun vruchten herkend kunnen worden. Men kan hen als
volgt onderscheiden. De predikers van de valse hervorming en leer brengen niets
dan verwijdering van de levengevende wijnstok van de Kerk, verbijstering en
verderf van de zielen. Jezus vertelt ons: Aan hun vruchten
zult gij ze herkennen. Plukt men soms druiven van doornen of vijgen van
distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de zieke boom
brengt slechte vruchten voort. In deze passage uit het evangelie
waarschuwt de Heer ons voorzichtig om op onze hoede te zijn voor deze
drogleraren en hun misleidende leer. Het is niet altijd gemakkelijk hen te
betrappen, want soms presenteert de slechte leer zich als iets dat schijnbaar
goed is.
42.2 Gezonde bomen geven goede
vruchten. De boom is gezond als er goede sappen doorheen stromen. Voor de
christen is dit het leven van Christus zelf, persoonlijke heiligheid, en niets
anders kan daarvoor in de plaats gesteld worden. We mogen ons nooit van Hem
scheiden. Wie in Mij blijft zoals Ik in hem, die draagt
veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets.6
Als we dicht bij Jezus zijn, worden we werkzaam. We leren vreugdevol te zijn,
te begrijpen en te beminnen. Kortom, we leren hoe we goede christenen kunnen
zijn.
Het leven in vereniging met Christus betekent noodzakelijkerwijs
een overstijging van het beperkte terrein van het individu; en dit tot welzijn
van anderen. Dit is de bron van apostolische vruchtbaarheid: «het apostolaat,
welk apostolaat dan ook, is niets anders als het overstromen van het innerlijk
leven»7, van een leven-gevende vereniging met de
Heer. «Dit leven van intieme vereniging met Christus in de Kerk wordt gevoed
door de geestelijke hulpmiddelen die alle gelovigen gemeenschappelijk bezitten,
en vooral verworven door actief deel te nemen aan de liturgie. Leken moeten
gebruik maken van deze hulpmiddelen, opdat ze bij het nakomen van hun
verplichtingen in het gewone dagelijkse leven hun vereniging met God niet
verbreken maar door het stipt vervullen van hun dagelijkse verplichtingen
-hetgeen voor hen Gods wil betekent- de groei van hun vereniging met Hem bevorderen.»8 Omgang met Christus, in de heilige communie, in de
mis -het ware middelpunt van het christelijk leven-, in persoonlijk gebed en
versterving, die dit contact met God bewerkstelligen, zal vanzelf blijken uit
de bijzondere wijze, waarop wij ons dagelijkse werk verrichten, in het omgaan
met anderen, gelovigen of niet, en op de manier waarop we onze burgerlijke en
maatschappelijke plichten vervullen. Het sap is niet te zien maar de vruchten
zeker wel. In ons moet men Christus zien, door de manier waarop we ons
gedragen, in onze vreugde en in de rust tegenover zorgen en moeilijkheden, in
onze bereidheid anderen te vergeven. Christus wordt gezien in de veeleisendheid
waarmee we onze plichten vervullen, in onze voorbeeldige soberheid in het
gebruik maken van materiële goederen; in onze oprechte dankbaarheid voor
ontvangen hulp in de kleine dingen van het alledaagse leven.
Als we deze intieme vereniging met God verwaarlozen, zal onze
apostolische werkzaamheid tot nul worden teruggebracht in het leven van de
mensen met wie we gewoonlijk in contact komen. De vruchten zullen bitter worden
en onwaardig om voor God neergelegd te worden. De heilige Pius x verklaart: «Maar onder hen die weigeren 'te
overwegen in hun hart' of die dit verwaarlozen (Jer 12,11) zijn er enigen die
de daaruit voortkomende onvruchtbaarheid van hun zielen niet verborgen kunnen
houden, maar zich verontschuldigen en als reden hiervoor opgeven, dat ze zich
geheel geven aan de zorgen van hun ambt, aan het veelvoudig voordeel van
anderen. Ze zijn afschuwelijk misleid. Want, niet gewend om met God te spreken,
het ontbreekt hun aan het goddelijke vuur als ze met mensen over Hem spreken,
of hun de beginselen van het christelijk leven mededelen, zodat de boodschap
van het evangelie levenloos in hen schijnt te zijn.»9
In het gunstigste geval is het dan niet ongebruikelijk dat hun raad enkel op
gezond verstand gebaseerd is, zonder bovennatuurlijke inhoud. Ze geven hun
eigen leer in plaats van het evangelie. Als we de persoonlijke vroomheid
verwaarlozen, de echte intimiteit met God, zullen we niet die daden verrichten
die God van elke christen verwacht. Want de mond spreekt waar het hart vol van
is.10 Als ons hart niet in God is, hoe kunnen we
dan de woorden en het leven die van Hem komen doorgeven? Laten we eens kijken
naar ons bidden. Hebben we er tijd voor gereserveerd en zijn we punctueel?
Proberen we echt afleiding te vermijden? Bidden we op de meest geschikte
plaats? Vragen we onze Moeder Maria, sint Jozef en onze engelbewaarder ons te
helpen om een levendige, persoonlijke dialoog met God in stand te houden? Maken
we op zijn minst elke dag een klein voornemen?
We kunnen ook onze inspanningen onderzoeken om Gods
aanwezigheid te bewaren, als we over straat lopen, op ons werk of thuis... en
we kunnen nagaan wat in ons dagelijks leven rechtgezet of verbeterd moet
worden. Laten we zo'n voornemen maken. Het geeft niet of het een bescheiden
voornemen is, maar het moet wel een concreet voornemen zijn.
42.3 Net zoals de mens die God
uit zijn leven uitsluit, tot een zieke boom wordt die slechte vruchten
voortbrengt, zo zal een maatschappij die God wil uitsluiten in zijn gewoonten
en wetgeving ontelbaar veel kwaad veroorzaken en het grootste onheil over haar
burgers afroepen. «Een land waar de staat de godsdienst heeft uitgebannen, kan
nooit goed geordend zijn.»11 Het laïcisme wil
God en de godsdienst uit het openbare leven verdringen en de op transcendente
principes gebaseerde moraal wordt vervangen door louter menselijke idealen en
gedragsnormen, die niet zelden tot het onmenselijke leiden. God en de Kerk
worden zaken van het persoonlijk geweten, maar de Kerk en de paus worden
voorwerp van agressieve aanvallen, direct of indirect, op personen of
instellingen die trouw willen zijn aan het leergezag.
Niet zelden worden als gevolg van deze secularisatie «de individuele
burger, het gezinsleven en de gemeenschap als geheel onttrokken aan de
weldadige en gezondmakende invloed van God en van zijn Kerk. Dan worden, iedere
dag meer, de symbolen en symptomen van die dwalingen, waardoor de oude heidenen
al misleid werden, steeds duidelijker en betreurenswaardiger. En dit alles in
delen van de wereld waar het licht van de christelijke beschaving eeuwenlang
heeft geschenen.»12 De tekenen van deze
secularisatie kunnen in veel landen waargenomen worden. Zelfs in die gebieden
met een lange christelijke traditie rukt het proces van secularisatie op; het
verval is klaarblijkelijk onveranderlijk, de symptomen al te duidelijk:
echtscheiding, abortus, een alarmerende toename van het drugsgebruik, zelfs
door kinderen en jonge mensen, geweld, verachting van de openbare moraal... Als
God niet aanvaard wordt als een liefhebbende Vader, dan zullen mens en
maatschappij onvermijdelijk ontmenselijkt worden. De wetten werden gemaakt ter
bescherming en instandhouding van de menselijke natuur, door middel waarvan elk
individu zijn persoonlijke waardigheid kan vinden en het doel kan bereiken
waartoe hij geschapen is.
Met het bewijs van deze bittere vruchten voor ogen, moeten
wij christenen edelmoedig antwoorden op de oproep die we van God ontvangen
hebben om zout en licht te zijn, waar we ook zijn, hoe beperkt het werkgebied
waarin we leven ook mag lijken. We moeten door onze daden laten zien dat de wereld
menselijker, vriendelijker, eerlijker, schoner wordt, hoe dichter zij bij God
is. Leven is des te meer waard geleefd te worden hoe dieper het doordrongen
wordt door het licht van Christus.
Jezus vraagt steeds dringend van ons niet werkeloos te
blijven toezien, om zelfs de kleinste gelegenheid niet onbenut te laten om een
meer christelijke oriëntatie te geven aan de mensen om ons heen, aan de
omgeving waar we leven. Als we ons gebed van vandaag beëindigen, kunnen we
onszelf afvragen: Wat kan ik doen om in mijn gezin, op school, op de
universiteit of op kantoor... om God daar méér werkzaam aanwezig te doen zijn?
We vragen de heilige Jozef om sterkte van geest om Christus in al deze menselijke
activiteiten aanwezig te doen zijn. Met geloof kijken we naar het voorbeeld van
zijn leven, dat ons een beeld van Jozef geeft als «een opmerkelijk krachtdadige
man, die geenszins angstig of bedeesd tegenover het leven stond. Integendeel,
hij wist de problemen het hoofd te bieden, hij wist hoe hij uit moeilijke
situaties moest geraken en toonde verantwoordelijkheid en initiatief in alles
wat hem gevraagd werd te doen.»13
Met Gods zegen en door de tussenkomst van de heilige Patriarch
zullen we ons voortdurend inspannen om overvloedige vruchten voort te brengen
op de plaats waar God ons neergezet heeft.
-1. Vgl. Mt 24,11; Mt 13,22; Joh 10,12. -2. Vgl Jer 23,9-40. -3. Vgl. Gal 2,4; 2 Kor 11,26; 1 Kor 11,13.
-4. 2 Pe 2,1. -5. Mt
7,15-20. -6. Joh 15,5. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 239. -8. Vaticanum ii,
Decr. Apostolicam actuositatem, 4. -9. H. Pius x, Enc. Haerent animo,
4 augustus 1908 -10. Vgl. Lc 6,45 -11. Leo xiii, Enc. Inmortale Dei,
1 november 1885,15. -12. Pius xii, Enc. Summi Pontificatus, 20 oktober 1939,23 -13. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt,
40.
|