Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eerste week. Woensdag

3. GEBED EN APOSTOLAAT

-Het mensenhart is gericht op het beminnen van God. De Heer wil en zoekt de persoonlijke ontmoeting met elk van ons. -Geen gelegenheid tot apostolaat voorbij laten gaan. De apostolische hoop krachtig bewaren. -Gebed en apostolaat.

3.1 In het evangelie van de mis van vandaag vertelt sint Marcus wat Jezus deed nadat Hij de dag tevoren had doorgebracht met het genezen van zieken, prediken en te woord staan van de menigte die naar Hem was toegekomen. Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden. Simon en diens metgezellen kwamen Hem achterop en toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze: Iedereen zoekt U1.

Iedereen zoekt U. Ook in onze tijd «hongeren» de mensen naar God. Tot op de dag van vandaag gelden nog steeds de woorden van het begin van Augustinus' Belijdenissen: «Gij hebt ons gemaakt naar U, en rusteloos blijft ons hart totdat het zijn rust vindt in U.»2 Het menselijke hart is gemaakt om God te zoeken en Hem te be­minnen. En de Heer vergemakkelijkt dit verlangen, want Hij zoekt ook ieder van ons, door ontelbare genaden en een tedere, liefdevolle zorg. Als we iemand naast ons zien, over iemand vernemen via een krantebericht, radio of televisie, kunnen we altijd denken, zonder vrees dat we ons vergissen: deze mens wordt door Christus geroepen; hij heeft daadwerkelijke genaden van Hem gekregen. «Let goed op: er zijn op de wereld veel mannen en vrouwen, en de Meester roept ze állen, zonder uitzondering.

»Hij roept hen tot een christenleven, een heilig leven, een leven van uitverkiezing, een eeuwig leven.»3 Dit is het fundament van onze apostolische hoop. Op de een of andere manier blijft Christus iedereen roepen. Onze zending is -in opdracht van God- deze ontmoetingen met de genade te vergemakkelijken.

In een commentaar op deze passage uit het evangelie schrijft de heilige Augustinus: «Het menselijke geslacht is ernstig ziek, niet door een lichamelijke ziekte, maar door de zonden. Het ligt als een ernstig zieke man, overal op de aardbol, van Oost tot West. Om deze stervende te genezen daalde de almachtige Geneesheer af. Hij vernederde zich door zelfs het menselijk vlees aan te nemen, dat wil zeggen, door zelfs tot het ziekbed te naderen.4 Enkele weken geleden hebben wij Jezus aanschouwd in de grot van Bethlehem, arm en hulpeloos. Hij had onze menselijke natuur aangenomen om de mensen zeer nabij te zijn en ons te redden. Daarna mediteerden wij over zijn verborgen leven in Nazareth, waar Hij werkte zoals ieder ander, om ons te leren dat wij Hem moeten zoeken in het dagelijkse leven; om zich voor iedereen toegankelijk te maken en om ons door zijn heilige Mensheid in staat te stellen de allerheiligste Drieëenheid te bereiken. Zoals Petrus, gaan ook wíj Hem tegemoet in het gebed -in onze persoonlijke dialoog met Hem- en zeggen we tegen Hem: Iedereen zoekt U. Help ons, o Heer, om het onze familieleden, onze vrienden, onze collega's en iedereen die onze weg kruist, gemakkelijker te maken U te vinden. Ze hebben U nodig. Leer ons U bekend te maken door het voorbeeld van een vreugdevol leven, door goed werk te leveren, door een woord dat de harten raakt.

3.2 «In een kerk in een Duits dorpje, dat tijdens de Twee­de Wereldoorlog nagenoeg volledig verwoest werd, bevond zich een heel oud kruisbeeld, waarvoor de plaatselijke bevolking een grote devotie koesterde. Toen men met de wederopbouw van de kerk wilde beginnen, vonden de dorpsbewoners tussen de ruïnes het prachtige houtsnijwerk van de gekruisigde Jezus, zonder armen. Ze wisten niet wat ze moesten doen. Sommigen wilden hetzelfde kruisbeeld, na restauratie, met nieuwe armen, in de kerk ophangen. Anderen vonden het beter om een replica van het originele kruisbeeld te laten maken. Uiteindelijk, na veel overleg, besloten ze om het houtsnijwerk, dat altijd vooraan in de kerk had gestaan, terug te zetten zoals het gevonden was, maar met de inscriptie: 'U bent mijn armen...' Zó hangt het nu boven het altaar.»5

Wij zijn Gods armen in de wereld, omdat Hij zich van mensen heeft willen bedienen. God zendt ons uit, opdat Hij dichter bij deze geschonden wereld kan komen, die zo vaak de Geneesheer niet weet te vinden die de mensen gezond kan maken. We moeten met veel mensen over God spreken, met de vaste hoop dat Christus iedereen kent en dat alleen bij Hem redding en woorden van eeuwig leven te vinden zijn. Daarom mogen we -uit luiheid, gemakzucht, vermoeidheid of menselijk opzicht- geen enkele gelegenheid voorbij laten gaan: normale dagelijkse gebeurtenissen, het commentaar op een krantebericht, een kleine dienst die wij bewijzen of die ons bewezen wordt..., maar ook uitzonderlijke gebeurtenissen zoals ziekte of het overlijden van een familielid... «Wie omwille van internationale betrekkingen, voor zaken ofwel voor een vakantie op reis gaan, moeten wel bedenken, dat zij overal ook reizende verkondigers van Christus zijn en zich ook werkelijk als zodanig moeten gedragen.»6 Paus Johannes Paulus i spoorde in zijn eerste boodschap de gelovigen aan om alle wegen, alle mogelijkheden te bestu­deren, en alle middelen te benutten om te pas en te onpas7 aan alle mensen het heil te verkondigen. «Als alle zonen van de Kerk -zo zei de paus- onvermoeibare zendelingen van het evangelie zouden zijn, dan zou er een nieuwe opbloei van heiligheid en van vernieuwing plaatsvinden in deze wereld die smacht naar liefde en waarheid.»8

Laten we krachtig de hoop in het apostolaat bewaren, zelfs al lijkt het moeilijk in onze omgeving. De wegen van de genade zijn inderdaad onnaspeurlijk. Maar God heeft op ons willen rekenen bij de redding van de zielen. Wat jammer, als door het verzuim van christenen veel mensen nooit dichter bij God komen. Daarom moeten wij ons persoonlijk verantwoordelijk ervoor voelen, dat geen enkele vriend, bekende of buurman met wie we enigermate omgaan, tot de Heer zou kunnen zeggen: hominem non habeo9: ik heb niemand gevonden die mij over U gesproken heeft, niemand heeft mij de weg gewezen. Soms zal onze omgang enkel het begin zijn van de weg die naar Jezus leidt: een goed gekozen opmerking, een boek om het geloof opnieuw te bevestigen, een betrouwbaar advies, een bemoedigend woord... en altijd de achting en het voorbeeld van een oprecht gedrag.

«Het christendom bezit de grote gave de enige diepe wonde van de menselijke natuur uit te wassen en te helen. En het succes van het christendom hebben we meer aan die genezende kracht te danken dan aan heel een encyclopedie vol wetenschappelijke kennis en heel een bibliotheek van polemieken. Daarom zal het christendom blijven bestaan zolang de mensheid bestaat.»10 Laten we ons vandaag afvragen: hoeveel mensen heb ik de zojuist voorbije kersttijd op een christelijke manier helpen beleven? Laten we bidden voor onze vrienden, die we willen aanmoedigen om te gaan biechten of de middelen aan te wenden om hun vorming en kennis van de leer van de Heer te verbeteren.

3.3 De Heer wil ons tot zijn instrumenten maken om zo zijn verlossingswerk tegenwoordig te stellen in de aardse bezigheden, in het gewone leven van alledag. Maar hoe kunnen we goede instrumenten van God zijn, als we zélf ons gebedsleven niet verzorgen, als we in het gebed weinig of geen persoonlijke omgang met Christus hebben? Kan soms de ene blinde de andere leiden? Vallen dan niet beiden in de kuil?11 Het apostolaat is de vrucht van de liefde voor Christus. Hij is het licht waarmee we moeten verlichten, de waarheid die we moeten onderrichten, het leven dat we willen doorgeven. En dit zal alleen mogelijk zijn, als we mannen en vrouwen zijn die door het gebed met God verenigd blijven. Het is ontroerend te zien hoe de Heer, bij al zijn apostolische activiteiten, heel vroeg, nog diep in de nacht, opstaat om met God zijn Vader te spreken en de nieuwe dag aan Hem toe te vertrouwen, een dag die wederom vervuld zal zijn van aandacht voor de zielen.

We moeten Hem navolgen. In het gebed, door de omgang met Jezus zullen we leren begrip te hebben voor anderen, de vreugde te bewaren, de mensen die God op onze weg plaatst, met hartelijkheid en respect te bejegenen. Zonder gebed zou de christen als een plant zonder wortels zijn: zij droogt in korte tijd uit en kan geen vruchten voortbrengen. In de loop van de dag kunnen en moeten we zeer veel met God spreken. Hij is niet ver weg: Hij is dicht bij ons, Hij staat naast ons. Hij aanhoort ons altijd, maar in het bijzonder op momenten zoals nu, waarin we ons nadrukkelijk erop toeleggen om met Hem te spreken, zonder anoniem te blijven, in een vertrouwelijke dialoog. Naarmate we ons openstellen voor wat God van ons verlangt, zal onze dag goddelijk effectief zijn en zal het gemakkelijker blijken de dialoog met Jezus niet te onderbreken. Ons apostolisch leven is daadwerkelijk waard wat ons gebed waard is.12

Bidden is altijd vruchtbaar en is in staat ons hele leven te ondersteunen. Uit het gebed putten we de kracht om de moeilijkheden met de zwier van de kinderen Gods aan te pakken. En de kracht tot volharding -trouw in de omgang met onze vrienden- die zo noodzakelijk is in alle apostolaatswerk. Om die reden moet onze vriendschap met Christus elke dag dieper en oprechter worden. Daarom moeten we ons ernstig erop toeleggen om elke opzettelijke zonde te vermijden, ons hart alleen voor God vrij te houden, nutteloze gedachten uit te roeien, die vaak de oorzaak zijn van fouten en zonden. We moeten regelmatig onze meningen zuiveren en ons hele bestaan en al onze daden op God richten... Soms moeten we strijden tegen de moedeloosheid die kan ontstaan uit de gedachte, dat we geen vooruitgang maken in ons persoonlijk gebed. Als dit zou gebeuren, maken we het de duivel gemakkelijk om ons te verleiden het bidden op te geven. We mogen het gebed nooit opgeven: niet als we moe zijn en de aandacht er niet helemaal bij kunnen houden, niet als we geen 'gevoelens' in het gebed hebben, niet als we -ongewild- verstrooid raken. Het gebed is de steunpilaar van ons leven en de onvervangbare voorwaarde voor elk apostolaat.

Aan het einde van deze tijd van gebed willen we de machtige voorspraak van sint Jozef inroepen, die schitterende leraar voor ons innerlijke leven. We vragen hem -die zo lang aan de zijde van Jezus leefde- ons te leren Hem lief te hebben en elke dag van ons leven vertrouwelijk met Hem om te gaan, zelfs op die dagen dat we het zo druk lijken te hebben dat we het moeilijker vinden om de gebruikelijke tijd vrij te maken voor een gesprek met Hem. Onze moeder Maria zal, samen met de heilige Aartsvader, onze voorspreekster zijn.

-1. Mc 1,29-39. -2. H. Augustinus, Belijdenissen, 1,1,1. -3. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 13. -4. H. Augustinus, Preek 87,13. -5. Vgl. F. Fernández Carvajal, Lukewarmness. The Devil in Disguise, bl. 163. -6. Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem, 14. -7. 2 Tim 4,2. -8. Johannes Paulus i, Toespraak, 27 augustus 1978. -9. Joh 5,7. -10. Kard. J.H. Newman, The Religiouse Sense. -11. Lc 6,39. -12. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 108.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012