De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

6 augustus. Feest

13. GEDAANTEVERANDERING VAN DE HEER

Vanouds werd dit feest van de Heer, op deze dag, op vele plaatsen in het Oosten en Westen gevierd. In de vijftiende eeuw verbreidde paus Callixtus iii het over de gehele Kerk. De liturgie herinnert ons tweemaal per jaar aan het wonder van de gedaanteverandering: op de tweede zondag van de Veertigdagentijd -om de godheid van Christus te bevestigen bij het naderen van zijn Lijden- en vandaag -om de verheffing van Christus in zijn heerlijkheid te vieren-. De gedaanteverandering van de Heer is bovendien een voorproef op de heerlijkheid van de hemel, waar wij God van aangezicht tot aangezicht zullen aanschouwen. Dank zij de genade delen wij reeds in deze belofte van het eeuwige leven.

-De Heer sterkt zijn leerlingen in het zicht van zijn aanstaande lijden en dood. -God zelf zal onze beloning zijn. -De Heer staat ons terzijde om ons te helpen het hardste en zwaarste te dragen.

13.1 Wanneer Christus zich openbaart, zullen wij aan Hem gelijk zijn, omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is.1

Jezus had de zijnen zijn lijden, dat aanstaande was, aangekondigd, evenals de smarten die Hij zou moeten ondergaan door toedoen van de joden en heidenen. En Hij spoorde hen aan Hem te volgen op de weg van het kruis en het offer.2 Enkele dagen na deze gebeurtenissen, die zich voltrokken in de streek van Caesarea van Filippus, wilde Hij hun geloof versterken, want -zoals de heilige Thomas leert- om rechtdoor een weg te kunnen volgen, moet men eerst op een of andere manier het doel waar men zich naar toe begeeft kennen: «zoals de boogschutter niet succesvol de pijl kan afschieten, als hij niet eerst kijkt naar het doel waarop hij hem richt. En dat is vooral nodig, wanneer de route ruw en moeilijk is en de weg moeizaam... Daarom was het passend, dat Hij zijn leerlingen de heerlijkheid van zijn glorie openbaarde -dat is hetzelfde als van gedaante veranderen-, want in die helderheid zal Hij voor de zijnen van aanschijn veranderen.»3

Ons leven is een weg naar de hemel. Maar het is een weg die vaak via het kruis en het offer loopt. Tot het laatste ogenblik toe zullen we tegen de stroom in moeten strijden, en het is mogelijk dat ook wij in de bekoring komen om de overgave die de Heer van ons vraagt te doen samengaan met een gemakkelijk, wellicht kleinburgerlijk leven, zoals dat van zovelen die hun gedachten uitsluitend gericht houden op materiële zaken. «Hebben wij niet vaak de bekoring gevoeld te geloven, dat het moment gekomen is om het christendom te veranderen in iets gemakkelijks, om het comfortabel te maken, zonder enige opoffering; om het in overeenstemming te brengen met de gemakzuchtige, elegante en gebruikelijke levensvormen van de anderen en de wereldse levenswijze? Maar zo is het niet!... Het christendom kan niet zonder het kruis: het christelijke leven is niet mogelijk zonder de zware en grote last van de plicht... Als wij die uit ons leven zouden trachten te bannen, zouden we onszelf illusies scheppen en het christendom verzwakken; we zouden het hebben omgevormd in een weke en gemakzuchtige levensinterpretatie.»4 Dit is niet het pad dat de Heer aangeeft.

De leerlingen waren blijkbaar diep ontredderd, toen zij de gebeurtenissen van het Lijden meemaakten. Daarom nam de Heer drie van hen, juist degenen die Hem zouden vergezellen in zijn doodsstrijd in Getsemani, met zich mee naar de top van de berg Tabor om daar zijn heerlijkheid te aanschouwen. Daar toonde Hij zich «in de souvereine helderheid die Hij voor deze mannen zichtbaar wilde maken, door het geestelijke te weerspiegelen op een voor de menselijke natuur aangepaste wijze. Want, nog omgeven door het sterfelijk vlees, zouden zij onmogelijk dat onuitsprekelijke en ontoegankelijke visioen kunnen zien en aanschouwen, dat in het eeuwige leven is weggelegd voor de zuiveren van hart»5, dat ons te wachten staat, als wij dagelijks trouw proberen te zijn.

Ook ons wil de Heer sterken met de hoop op de hemel die ons wacht, met name wanneer de weg soms moeilijk wordt en ontmoediging opdoemt. Wanneer wij dan denken aan wat ons te wachten staat, zullen we steun vinden om sterk te zijn en vol te houden. Laten we altijd de plaats voor ogen houden die God onze Vader voor ons bereid heeft en waarheen we onderweg zijn. Iedere dag brengt ons weer een stapje dichterbij. Het voorbijgaan van de tijd is voor de christen geenszins een tragedie; integendeel, het verkort de weg die we moeten afleggen naar de uiteindelijke omhelzing met God: de zo lang verwachte ontmoeting.

13.2 Jezus nam Petrus, Jakobus en diens broeder Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, die zich met Hem onderhielden.6 Dit visioen bracht de apostelen in een toestand van onstuitbaar geluk; Petrus drukt het als volgt uit: Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.7 Hij was zo verheugd, dat hij niet eens aan zichzelf dacht, noch aan Jakobus of Johannes die bij hem waren. Marcus die het onderricht van Petrus zelf opneemt, voegt eraan toe, dat hij niet goed wist wat hij zei.8 Nog had hij niet uitgesproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit de hemel klonk een stem: Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem.9

De herinnering aan die ogenblikken bij de Heer op de Tabor waren ongetwijfeld een grote steun in zovele moeilijke en pijnlijke omstandigheden van het leven van de drie leerlingen. De heilige Petrus zal het zich tot het einde van zijn dagen herinneren. In een van zijn Brieven, gericht tot de eerste christenen om hen te bemoedigen in een periode van harde vervolging, bevestigt hij dat zij, de apostelen, Jezus Christus niet met vernuftig bedachte mythen bekend hebben gemaakt, maar omdat wij als ooggetuigen van zijn luister spraken. Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven Majesteit dit woord tot Hem gericht werd: Deze is mijn geliefde Zoon in wie Ik mijn welbehagen heb. En deze stem hebben wijzelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem waren op de heilige berg.10 De Heer liet voor één moment een glimp van zijn goddelijkheid zien, en de leerlingen waren buiten zichzelf, vervuld van een onmetelijk geluk, dat zij heel hun leven in hun ziel zouden meedragen. «De gedaanteverandering openbaart hun een Christus die men niet in het leven van alledag ontdekt. Hij staat daar vóór hen als Iemand in wie het Oude Verbond vervuld wordt, en vooral als de uitverkoren Zoon van de eeuwige Vader, aan wie men absoluut geloof en volledige gehoorzaamheid moet geven»11, die wij alle dagen van ons bestaan hier op aarde moeten zoeken.

Hoe zal de hemel zijn die ons te wachten staat, waar we, als we trouw zijn, de verheerlijkte Christus zullen aanschouwen, niet voor één ogenblik, maar voor altijd, voor eeuwig? «Mijn God, wanneer zal ik van U houden omwille van U? Alles wel beschouwd, Heer, is het verlangen naar het duurzame ereloon, verlangen naar U, die U zelf geeft als beloning.»12

13.3 Nog had hij niet uitgesproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit de hemel klonk een stem: Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem.13 Hoe vaak hebben wij Hem niet gehoord in het binnenste van ons hart!

Het mysterie dat wij vandaag vieren was niet slechts een teken en voorproef van de verheerlijking van Christus, maar ook van de onze, want, zoals de heilige Paulus ons leert, de Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest, dat wij kinderen zijn van God. Maar als wij kinderen zijn, dan ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, te zamen met Christus, daar wij delen in zijn lijden, om ook te delen in zijn verheerlijking.14 En de apostel voegt eraan toe: Ik ben er zelfs van overtuigd, dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat.15 Elk klein of groter lijden dat wij om Christus' wil ondergaan, is niets wanneer men het afmeet tegen datgene wat ons te wachten staat. De Heer zegent met het kruis, en vooral wanneer Hij beschikt heeft heel grote weldaden te verlenen. Als Hij ons ooit intenser zijn kruis laat proeven, dan is dat een teken, dat Hij ons als uitverkoren kinderen beschouwt. Ons kunnen lichamelijk lijden bereiken, vernederingen, mislukkingen, tegenslagen in het gezin... Dat is dan niet het moment om bedroefd te worden, maar tot de Heer te gaan en zijn vaderlijke liefde en troost te ervaren. Nooit zal ons zijn hulp ontbreken om dit schijnbare kwaad te veranderen in grote weldaden voor onze ziel en voor heel de Kerk. «Er wordt dan niet zomaar een kruis gedragen, men ontdekt het kruis van Christus en daarbij de troost te ontdekken dat de Verlosser de last ervan draagt.»16 Hij is, als onafscheidelijke Vriend, degene die het harde en moeilijke draagt. Zonder Hem drukt elke last ons terneer.

Als wij altijd dicht bij Jezus in de buurt blijven, zullen we werkelijk van niets schade ondervinden: noch financiële ondergang, noch de gevangenis, zelfs niet ernstige ziekte..., en nog veel minder de kleine dagelijkse tegenslagen die ons onze vrede proberen te ontnemen, als we niet op onze hoede zijn. Sint Petrus zelf bracht dit de eerste christenen in herinnering: Wie zal u kwaad doen, als gij ijvert voor het goede? Maar ook al moet gij lijden om de gerechtigheid, toch zijt gij zalig.17

Laten wij tot Onze Lieve Vrouw bidden, dat wij in vrede de pijn en de vermoeienis die elke dag met zich meebrengt weten aan te bieden, onze gedachten gericht op Jezus die ons in dit leven vergezelt en op ons wacht, verheerlijkt, aan het einde van de weg. «En wanneer het uur zal komen / waarin mijn mensenogen zich sluiten, / open dan, Heer, andere, grotere voor mij / /om uw onmetelijke aangezicht te aanschouwen. / Moge de dood een grotere geboorte zijn!»18, het begin van een leven zonder einde.

-1. Communio. 1 Joh 3,2. -2. Vgl. Mt 16,24 vv. -3. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q45, a1, c. -4. Paulus vi, Toespraak 8-IV-1966. -5. H. Leo de Grote, Homilie over de Gedaanteverandering, 3. -6. Mt 17,1-3. -7. Mt 17,3. -8. Vgl. Mc 9,6. -9. Mt 17,5. -10. Tweede lezing. 2 Pe 1,16-18. -11. Johannes Paulus ii, Homilie 27-II-1983; vgl. Algemene audiëntie 27-V-1987. -12. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 1030. -13. Mt 17,5. -14. Rom 8,16-17. -15. Rom 8,18. -16. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 132. -17. 1 Pe 3,13-14. -18. J. Maragall, Canto espiritual, in Antología poética, Alianza, Madrid 1985, bl. 185.



Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009