Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierde week. Dinsdag

28. GEDULD in de STRIJD TEGEN onze 
      TEKORTKOMINGEN

-De lamme van Betesda. Standvastigheid in de strijd. -Geduldig zijn in de innerlijke strijd. Terugkeer naar de Heer, zo vaak als nodig is. -Geduldig, ook met anderen. Standvastig in het apostolaat.

28.1 Het evangelie van de Mis van vandaag1 confronteert ons met een man die achtendertig jaar ziek was en die hoopt op een wonderbare genezing in het water van de badinrichting van Betesda. Jezus zag hem liggen en omdat Hij wist, dat hij reeds lang zo lag, zei Hij tot hem: wilt ge gezond worden? De zieke spreekt tot Hem in alle eenvoud: Heer -zegt hij- ik heb niemand om mij in het bad te brengen wanneer het water bewogen wordt en terwijl ik ga, daalt een ander vóór mij erin af. Daarop zei Jezus hem: sta op, neem uw bed op en loop. De lamme gehoorzaamt en op slag werd de man gezond. Hij nam zijn bed op en liep.

De Heer staat altijd klaar om naar ons te luisteren en ons in welke situatie dan ook te geven wat we nodig hebben. Zijn goedheid overtreft altijd onze verwachtingen. Dat vereist echter wel onze persoonlijke medewerking, onze wil uit die situatie te geraken; dat vereist dat we het niet op een akkoordje gooien met onze gebreken en fouten en dat we moeite doen die eronder te krijgen. Wij kunnen ons nooit 'conformeren' aan de tekortkomingen en zwakten die ons scheiden van God en de anderen. We kunnen ons er niet op beroepen dat ze deel uitmaken van onze wijze van zijn of dat we al zo vaak geprobeerd hebben die tekortkomingen te bestrijden, maar zonder effect.

De vasten zet ons juist aan verbetering te brengen in onze innerlijke gesteldheid door middel van de bekering van het hart tot God en door werken van boetvaardigheid. Deze maken de ziel geschikt de genade te ontvangen die de Heer ons wil geven. Jezus vraagt van ons de volharding om te strijden en telkens als het nodig is opnieuw te beginnen, wetend dat die strijd een uiting is van liefde. «De Heer stelde de lamme geen vraag om iets te weten te komen -dat zou overbodig zijn- maar om het geduld van die man te laten zien. Achtendertig jaar had hij, zonder ophouden, gehoopt zich bevrijd te zien van zijn ziekte.»2 

Onze liefde voor Christus zal blijken uit onze beslissing, en het uitvoeren daarvan, zo snel mogelijk ons grootste gebrek uit te roeien of ons die deugd eigen te maken, die het moeilijkst te verwerven is. En zij blijkt ook uit het geduld dat we in de innerlijke strijd moeten bewaren. Het is nodig dat de Heer ons een lange periode van strijd vraagt, misschien achtendertig jaar, om te groeien in een bepaalde deugd, of om een of ander negatief aspect in ons innerlijk leven te overwinnen.

Een bekend geestelijk schrijver geeft aan hoe belangrijk het is je geduld te kunnen bewaren met je eigen gebreken: het verstaan van «de kunst onze fouten te benutten.»3 We moeten niet verbaasd staan -of van de wijs raken- als we, na alle middelen die ons redelijkerwijs ter beschikking staan, te hebben toegepast, er uiteindelijk niet in slagen dat geestelijke doel te bereiken dat we ons gesteld hadden. We moeten ons daar niet aan 'gewennen', maar we kunnen onze fouten benutten om te groeien in echte nederigheid, ervaring, bezonnen oordelen...

Die man uit het evangelie was achtendertig jaar lang standvastig, en we mogen veronderstellen dat hij het gebleven zou zijn tot het eind van zijn dagen. De beloning voor zijn standvastigheid was, meer dan iets anders, zijn ontmoeting met Jezus.

28.2 Hebt dus geduld, broeders, tot de komst van de Heer. De boer die uitziet naar de kostelijke vrucht van zijn land, kan alleen maar rustig wachten tot de winter- en voorjaarsregens gevallen zijn.4 

Het is noodzakelijk te kunnen wachten en met geduldige volharding te strijden in de overtuiging, dat we God behagen met wat ons tot voordeel strekt. «We moeten met geduld -zegt de heilige Franciscus van Sales- de vertragingen in onze vervolmaking ondergaan, door altijd goedgehumeurd te doen wat we kunnen om vooruit te gaan. Laten we met geduld afwachten en ons tegelijkertijd er zorgen over maken dat we in het verleden zo weinig gedaan hebben. Laten we zorgen erop te letten in de toekomst meer te doen.»5 

En verder laat een deugd zich gewoonlijk niet verwerven door hevige, maar sporadische pogingen, zonder vasthoudendheid in de strijd, zonder de standvastigheid zich elke dag op die deugd te richten, elke week, met de hulp van de genade. «In de gevechten van de ziel is strategie vaak een kwestie van tijd, van het toepassen van het juiste hulpmiddel, met geduld, koppig. Vermeerder uw akten van hoop.

»Denk eraan dat u nederlagen zult lijden of in uw innerlijk leven -God geve dat het onzichtbaar blijft- ups en downs zult ondergaan, want niemand blijft tegen dergelijke tegenvallers gevrijwaard. Maar de Heer, die almachtig en barmhartig is, heeft ons de juiste middelen ter beschikking gesteld om te overwinnen. We hoeven ze alleen maar toe te passen [...] met de vaste bedoeling te beginnen en elk moment als het nodig is opnieuw te beginnen.»6 

De ziel van vastberadenheid is de bovennatuurlijke liefde, en alleen uit liefde kunnen we geduldig zijn7 en strijden zonder ons bij onze gebreken en feilen als onontkoombaar en onoplosbaar neer te leggen. Wij moeten niet zijn als die christenen die na veel vechten en strijden merken dat «hun krachten zijn uitgeput en de moed hun ontzinkt» wanneer ze nog maar «twee passen verwijderd waren van de bron van het levend water.»8 

Om bij het uitroeien van slechte trekken en tekortkomingen van het karakter met zichzelf geduld te hebben, is het van belang het conformisme te ontvluchten. En tegelijkertijd moeten we dan aanvaarden dat men zich vaak voor God zal moeten opstellen als die dienaar die niets had om te betalen9, en met nederigheid om nieuwe genade vragen. Bij onze tocht naar de Heer zullen we een overvloed aan blunders te verduren krijgen. Een heleboel zijn niet van belang. Andere wel, maar berouw en voldoening brengen ons ons leven lang dichter bij de Heer. Die droefheid en spijt om onze zonden en tekortkomingen doen geen pijn want het zijn pijn, en tranen uit liefde. Het is de last de Heer niet zoveel liefde bewezen te hebben als Hij verdiende, de pijn goed met kwaad vergolden te hebben bij wie zoveel van ons houdt.

28.3 Naast geduldig te zijn met onszelf moeten we die deugd toepassen op hen met wie we het meest te maken hebben en zeker als op ons de plicht rust hen te helpen bij hun vorming, bij een ziekte enzovoort. We hebben rekening te houden met de tekortkomingen van de mensen om ons heen. Begrip en sterkte zullen ons helpen kalm te blijven zonder te vergeten corrigerend op te treden als zich een gunstig en gelegen moment voordoet. Een beetje wachten met corrigeren, een goed antwoord geven, glimlachen... zorgen er misschien voor dat onze woorden het hart van die mensen bereiken dat op een andere manier gesloten zou blijven. Zo kunnen we hen met meer effect helpen.

Ongeduld maakt het samenleven moeilijk en maakt ook mogelijke hulp en terechtwijzing weinig werkzaam. «Ga verder met dezelfde aansporingen -is de raad van de heilige Johannes Chrysostomus- en nooit lusteloos. Handel altijd met vriendelijkheid en zwier. Zie je niet met hoeveel zorg schilders meer dan eens hun penseelstreken uitwissen of bijwerken als ze bezig zijn een mooi portret te maken? Laat je niet overtreffen door die schilders. Als zij al zoveel zorg besteden aan een materieel beeld, met hoeveel meer reden moeten wij dan bezig blijven met het vormen van het beeld van een ziel. We mogen de steen niet met rust laten opdat het beeld uiteindelijk volmaakt is.»10 

In het apostolaat moeten we bijzonder standvastig en geduldig zijn. Mensen hebben tijd nodig en God is geduldig. Elk moment geeft Hij zijn genade, schenkt Hij vergiffenis en spoort Hij aan verder vooruit te gaan. Hij had en zal altijd een eindeloos geduld met ons hebben. En wij moeten geduld hebben met vrienden die we naar de Heer willen brengen, ook al lijkt het wel eens dat ze niet luisteren, dat ze geen belang stellen in de zaken van God. Laat hen daarom niet in de steek. In die gevallen moeten gebed en versterving opgevoerd worden en ook onze liefde en oprechte vriendschap.

Geen enkele vriend van ons zou op enig moment van zijn leven de gelegenheid mogen hebben de Heer te antwoorden met de woorden van die lamme: «ik heb niemand om mij te helpen». Want «dat kunnen helaas veel mensen zeggen die zwak en verlamd zijn in hun geest, maar die dienstbaar zouden kunnen... en zouden móeten zijn. Heer, laat me nooit onverschillig zijn tegenover de zielen.»11 Laten we dat voor onszelf vragen. Onderzoeken we nu bij ons gebed of wij ons bezighouden met de mensen die ons op ons levenspad begeleiden; of we ons om hun vorming zorgen maken, of dat we juist gewend geraakt zijn aan hun gebreken alsof die niet verbeterd zouden kunnen worden. Laten we tegelijkertijd bezien of we geduldig zijn.

Verder is het goed in deze vastentijd niet te vergeten dat wij door versterving ook de zonden van de anderen kunnen uitboeten en voor hen op een of andere manier de genade van het geloof, hun bekering en een grotere overgave aan God kunnen verdienen. In Jezus Christus ligt het geneesmiddel voor alle kwalen die de mensheid leed berokkenen. In Hem kunnen allen het heil en het leven ontmoeten. Hij is de bron van de wateren die alles levend maken. De profeet Micha zegt het ons in de eerste lezing van de Mis als volgt: Dit water stroomt door het oostelijk deel van het land naar de Araba, mondt uit in de Zoutzee en maakt het water van de zee gezond. De rivier brengt leven overal waar hij stroomt, het wemelt er van de dieren. De zee zit vol vis, want de rivier die erin uitmondt, maakt het water gezond. Overal waar hij stroomt is volop leven.12 Christus maakt levend wat tevoren dood was. Hij doet tekortkoming en fout omslaan in deugd.

-1.Communie, Joh 5,1-3a.5-16. -2. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Johannes, 36. -3. J. Tissot, De kunst onze fouten te benutten. -4. Jak 5,7. -5. J. Tissot, o.c. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 219. -7. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiæ, II-II, q136, a3, ad3. -8. H. Theresia van Avila, De weg der volmaaktheid, 19,3 en 4. -9. Vgl. Mt 18,23 e. v. -10. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 30. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 212. -12. Ez 47,8-9.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 18 mei 2012