Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierendertigste week. Woensdag

49. Geduldig in moeilijkheden

-Geduld, een onderdeel van de deugd van sterkte. -Geduld met onszelf, de ander en in de tegenslagen van het gewone leven. -Geduldig en standvastig in het apostolaat.

49.1 De teksten van de heilige Mis van vandaag, enkele dagen voor het einde van het liturgische jaar, nemen een deel van de toespraak op waarin de Heer verwijst naar de gebeurtenissen aan het einde van de geschiedenis. Deze lange rede is een mengeling van verscheidene met elkaar samenhangende zaken: de verwoesting van Jeruzalem -die veertig jaar later zou plaatshebben-, het einde van de wereld en de tweede komst van Christus, vol heerlijkheid en majesteit. Jezus kondigt ook de vervolgingen aan die de Kerk zal lijden evenals de verdrukking van zijn leerlingen. Deze passage wordt ons in het evangelie van de heilige Mis voorgehouden.1 Aan het einde hiervan spoort de Heer ons aan geduld te hebben, te volharden, ondanks alle hindernissen die zich kunnen voordoen: In patientia vestra possidebitis animas vestras, door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.

De apostelen zullen zich later deze vermaning van de Heer herinneren: Een dienaar staat niet boven zijn heer. Als ze Mij vervolgd hebben, zullen ze ook u vervolgen.2 Toch ontsnapt deze verdrukking niet aan de Goddelijke Voorzienigheid. God staat haar toe, omdat ze een gelegenheid biedt voor grotere weldaden. De Kerk werd verrijkt in de liefde tot God en kwam altijd als overwinnaar en versterkt uit al haar tegenslagen te voorschijn, zoals de Heer had aangekondigd: Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.3

Op de pelgrimstocht die het leven immers is, zullen we verschillende beproevingen te verduren krijgen; sommige lijken groot, andere van weinig betekenis, maar uit al die beproevingen moet de ziel, met de hulp van de genade, versterkt te voorschijn komen. Die tegenslagen zullen soms van buitenaf komen door rechtstreekse dan wel bedekte aanvallen, door hen die de christelijke roeping niet begrijpen, door een vijandige, heidens geworden omgeving of ook door hen die zich duidelijk verzetten tegen alles wat op God betrekking heeft. In andere gevallen zullen ze voortkomen uit de beperkingen van de menselijke natuur zelf, die zo vaak niet toelaten een doel te bereiken tenzij op basis van een voortdurende inzet, van opoffering, van tijd... Er kunnen financiële moeilijkheden ontstaan, problemen in het gezin...; we kunnen getroffen worden door ziekte, vermoeienis, wanhoop... Dan is geduld nodig om te volharden, om blijmoedig te zijn ondanks welke omstandigheid ook; en dat is mogelijk, omdat wij de blik op Christus gericht houden, die ons aanmoedigt voort te gaan, zonder al te zeer te letten op wat ons de vrede zou willen ontnemen. Wij weten dat in alle omstandigheden de overwinning aan ons zal zijn.

Geduld is, volgens de heilige Augustinus, «de deugd waardoor wij in alle gemoedsrust het kwaad verdragen». En hij voegde eraan toe: «tenzij wij door het verliezen van de kalmte van onze ziel het goede nalaten, dat ons nog meer en groter goed kan doen verwerven».4 Door deze deugd worden we ertoe gebracht om welgemoed, uit liefde tot God, zonder klagen het lichamelijke en morele lijden van het leven te dragen. Dikwijls zullen we haar moeten beoefenen in het alledaagse, wellicht in schijnbaar platvloerse zaken: een mankement dat we maar niet kunnen overwinnen, aanvaarden dat de dingen niet lopen zoals wij dat graag zouden willen, de onverwachte dingen die gebeuren, het karakter van iemand met wie we moeten samenwerken, welwillende mensen die echter niet veel begrip hebben, opstoppingen in het verkeer, vertragingen van het openbaar vervoer, onvoorziene telefoontjes waardoor we ons werk niet op tijd af krijgen, dingen die we vergeten... Het zijn allemaal kansen om onze nederigheid te bevestigen, om onze liefde te verfijnen.

49.2 De deugd van geduld is iets geheel anders dan louter passief staan tegenover het lijden; het is niet een «niet reageren» en ook niet eenvoudigweg verdragen: geduld maakt deel uit van de deugd van sterkte, en doet ons bedaard het lijden en de beproevingen van het leven aanvaarden, of ze nu groot of klein zijn, omdat we weten, dat zij van Gods liefde afkomstig zijn. Zo vereenzelvigen wij onze wil met die van de Heer, en dat stelt ons in staat trouw te blijven te midden van vervolgingen en beproevingen; het is het fundament van de grootheid van geest en van de blijmoedigheid van hem die er zeker van is, dat hij nog grotere weldaden in de toekomst zal ontvangen.5

De christen moet deze deugd op onderscheiden gebieden beoefenen. In de eerste plaats met zichzelf, want men kan makkelijk ontmoedigd raken bij het zien van de eigen gebreken die zich keer op keer herhalen en die we niet volledig weten te overwinnen. We moeten dan weten te wachten en volhardend te strijden, in de overtuiging dat we, zolang we de strijd volhouden, God beminnen. De overwinning op een gebrek of het verwerven van een deugd bereikt men gewoonlijk niet door hevige inspanningen maar door nederigheid, door vertrouwen op God, door te bidden om meer genade , door grotere gehoorzaamheid. De heilige Franciscus van Sales verzekerde, dat men geduldig moet zijn met iedereen maar in de eerste plaats met zichzelf.

Geduldig zijn ook jegens hen met wie we hechter zijn verbonden, en vooral wanneer we hen om welke reden dan ook moeten helpen in hun vorming, in hun ziekte... We moeten rekening houden met de gebreken van de mensen met wie we omgaan -vaak zijn ze in een fors gevecht verwikkeld om die gebreken te overwinnen-, misschien met hun kwade aanleg, gebrek aan goede manieren, argwaan... Vooral wanneer dit alles zich herhaaldelijk voordoet, kan onze liefde erdoor in gebreke raken, kunnen we de omgang verbreken of kan onze interesse om hen te steunen zijn kracht verliezen. De liefde zal ons helpen geduldig te zijn, maar ook om hen te verbeteren op het meest aangewezen en gepaste ogenblik. Een tijdje wachten, glimlachen, een goed antwoord geven op een onbetamelijke opmerking kan bewerkstelligen, dat onze woorden tot het hart van die mensen doordringen; en zij bereiken altijd het Hart van de Heer, die ons met bijzondere waardering en vriendschap zal gadeslaan.

Geduld bij de gebeurtenissen die komen en ons vijandig gezind zijn: ziekte, armoede, extreme hitte of kou..., de verscheidene tegenslagen die op een doorsnee-dag voorkomen: de telefoon die niet werkt of geen verbinding geeft, grote verkeersdrukte, waardoor we te laat komen voor een belangrijke afspraak, het vergeten van ons werkmateriaal, bezoek dat zich op een minder gelegen moment aandient... Het zijn tegenslagen, misschien van niet al te grote betekenis, die ons wellicht doen reageren op een manier waaruit gebrek aan vrede blijkt. Daar nu wacht de Heer op ons; in die kleine voorvallen moeten we geduld betrachten, als uiting van de sterke geest van een christen die geleerd heeft alle kleine gebeurtenissen van elke willekeurige dag te heiligen.

49.3 Caritas patiens est 7, de liefde is geduldig. En tegelijkertijd is deze deugd de grote steunpilaar van de liefde, zonder welke zij niet zou kunnen voortbestaan.8 Voor het apostolaat, een bijzondere uiting van de liefde, is geduld absoluut onontbeerlijk. De Heer wil dat wij de rust bezitten van de zaaier, die het zaad uitstrooit over de akker die hij tevoren heeft bereid en de ritmen van de seizoenen volgt, wachtend op het geschikte moment, zonder enige wanhoop, in het vertrouwen dat die kleine halm die zojuist boven de grond is verschenen, op een goede dag een volgroeide korenaar zal worden.

De Heer heeft ons een voorbeeld van onuitsprekelijk geduld gegeven. Van de menigten die tot Hem naderen, zegt Hij soms, dat zij ofschoon zij ogen hebben, niet zien en ofschoon zij oren hebben, niet horen of begrijpen.9 Desondanks zien we hoe Hij onvermoeibaar voortgaat met prediken en zich aan de mensen te wijden, altijd op tocht over de wegen van Palestina. Zelfs de Twaalf die Hem vergezellen, geven er niet altijd blijk van veel vorderingen gemaakt te hebben: Nog veel heb Ik u te zeggen -zegt Jezus hun aan de vooravond van zijn heengaan- maar gij kunt het nu niet verdragen.10 De Heer hield rekening met hun gebreken, met hun manier van zijn, en Hij laat zich niet ontmoedigen. Later zal ieder van hen op zijn eigen wijze een trouwe getuige van Christus en het evangelie zijn.

Geduld en volharding zijn onmisbaar in deze taak die wij, in samenwerking met de Heilige Geest, ten uitvoer dienen te brengen in onze eigen ziel en in die van onze vrienden en familieleden die we tot de Heer willen doen naderen. Geduld gaat hand in hand met nederigheid, past zich aan bij het wezen van de dingen en eerbiedigt hun tijd en ogenblik zonder ermee te breken; ze houdt rekening met eigen en andermans beperkingen. «Een christen die de krachtige deugd van het geduld beleeft, raakt niet in verwarring als hij bemerkt, dat zijn omgeving tekenen vertoont van onverschilligheid voor Gods zaken. Wij weten dat er mensen zijn die in hun onderaardse gewelven -net zoals goede wijnen in de kelders- onhoudbare verlangens naar God koesteren; het is onze plicht die op te diepen. Het komt echter voor, dat de zielen -ook de onze- hun ritmen van tijd hebben, hun uur, waaraan we ons moeten aanpassen, zoals de landbouwer zich moet aanpassen aan de seizoenen en de akker. Heeft de Meester niet gezegd, dat het Rijk Gods gelijkt op een eigenaar die op verschillende uren van de dag uittrekt om arbeiders voor zijn wijngaard te huren (Mt 20,1-7)?»11 Zullen wij dan niet geduld betrachten jegens de ander, als de Heer zoveel geduld met ons heeft gehad en nog altijd heeft? Caritas omnia suffert, omnia credit, omnia sperat, omnia sustinet12, de liefde verdraagt alles, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij, heeft Paulus onderricht. En dat heeft hij ook voor ons geschreven. Als we geduld hebben, zullen we trouw blijven, zullen we onze zielen redden evenals die van vele anderen, die de Maagd, onze Moeder, voortdurend op onze weg plaatst.

-1. Lc 21,12-19 -2. Joh 15,20. -3. Joh 16,33. -4. H. Augustinus, Over het geduld, 2. -5. Vgl. H. Thomas van Aquino, Commentaar op de Brief aan de Hebreeën, 10,35. -6. Vgl. H. Franciscus van Sales, Brieven, 139. -7. 1 Kor 13,4. -8. H. Cyprianus, De bono patientiae. -9. Mt 13,13. -10. Joh 16,12. -11. J.L.R. Sánchez de Alva, El Evangelio de San Juan, Madrid 19873, noot 4,1-44. -12. 1 Kor 13,7.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012