Zestiende week. Maandag
13. Geloof en wonderen
-De noodzaak van een goede gesteldheid om Christus'
boodschap te ontvangen. -De waarheid willen kennen. -Het hart zuiveren om
helder te kunnen zien. Ons laten leiden in ogenblikken van duisternis.
13.1 Wij lezen in het evangelie van vandaag dat bepaalde Schriftgeleerden en
Farizeeën Jezus vroegen een wonder te verrichten om zo te bewijzen dat Hij de
langverwachte Messias was.1 Zij wilden dat Jezus
met een dramatische vertoning zou bevestigen wat Hij met eenvoud predikte. De
Heer echter vertelt zijn critici dat zij hun bewijs zullen krijgen door zijn
dood en verrijzenis. Hij gebruikt de geschiedenis van Jona en stelt dat een slecht en overspelig
geslacht een teken verlangt, maar geen ander teken hun gegeven zal worden dan
dat van de profeet Jona. Met deze verwijzing naar
de drie dagen die Jona in de buik van de walvis doorbracht, maakt Christus
duidelijk dat het definitieve bewijs van zijn goddelijk Zoonschap zal gebeuren
door zijn glorierijke Verrijzenis op de derde dag.2
Jona was door God gezonden om de stad Ninive te bekeren.
Geraakt door de prediking van de profeet deden de inwoners van de stad boete
voor hun zonden.3 En toch, toen Jezus probeerde
Jeruzalem te bekeren, wilde de stad zijn boodschap niet aanvaarden. Jezus
herinnert eraan hoe, toen de koningin van Sheba koning Salomo bezocht, zij
verbaasd stond over zijn wijsheid. Evenals Jona is Salomo ook een
voorafbeelding van Christus. Door te zinspelen op het voorbeeld van deze
heidenen die bekeerd waren, maakt Christus zijn berisping des te krachtiger: Hier is méér dan Jona... hier is
méér dan Salomo. Dit méér is in feite oneindig méér, maar Jezus
schijnt zijn bewering op gematigde wijze te willen brengen.4
Voorlopig wil Jezus zijn critici geen enkel teken of wonder
meer laten zien. Deze mensen zijn niet bereid te geloven; het maakt niet uit
hoeveel preken of tekenen zij van Gods Zoon krijgen. Niettegenstaande de
belangrijke lessen die de wonderen inhouden, is het mogelijk dat die wonderen
verkeerd begrepen worden als mensen de goede instelling missen. Zoals het oude
spreekwoord luidt, worden lessen ontvangen 'ad modum recipientis', naargelang
de aard van de ontvanger. In zijn evangelie leert de heilige Johannes ons dat ofschoon Jezus zulke grote
tekenen in hun tegenwoordigheid had verricht, zij toch niet in Hem geloofden.5 Wonderen kunnen ons menselijk verstand helpen te
geloven. Maar als iemand de goede instelling mist en vol vooroordelen zit, dan
zal die mens alleen maar duisternis zien.
Wij vragen Jezus in ons gebed ons een zuiver hart te geven
zodat wij Hem mogen ontmoeten te midden van onze dagelijkse beslommeringen. Wij
vragen Hem om een heldere geest, vrij van vooroordeel, zodat wij andere mensen
beter kunnen begrijpen, steeds een negatief oordeel vermijdend.
13.2 Om het woord van Christus te horen moet men naar Hem luisteren. Men
moet Hem met onbevangen geest en hart benaderen, geheel open voor Gods
boodschap. Een voorbeeld van slechte gesteldheid is het geval van de Farizeeën
die de blindgeboren man ondervroegen nadat Jezus hem op wonderbare wijze had
genezen. Wat heeft
Hij met u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend? De
man, blind vanaf zijn geboorte, ziet dat zijn ondervragers doof zijn voor zijn
uitleg. Dat heb ik
al verteld, maar gij hebt niet geluisterd. Waarom wilt gij het opnieuw horen? 6
Hetzelfde gebeurde met Pilatus. Jezus zegt tegen hem: Hiertoe ben Ik geboren en
hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid.
Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem. De Romeinse
procurator stelt dan zijn beroemde vraag: Wat is waarheid? Daarna bekommert hij zich
niet om een antwoord: Na
die woorden ging hij weer naar buiten tot de joden.7 Hij keert het antwoord op zijn vraag de rug toe. Hij
keert zijn rug naar de Waarheid. Zonder twijfel had Pilatus geen interesse in
een antwoord omdat hij geen interesse had in de waarheid; hij is alleen
geïnteresseerd in zijn eigen belang, het beste te maken van een slechte
situatie.
Als wij een goede instelling hebben, zal de Heer ons
overvloedig licht geven om ons te helpen vol te houden op onze tocht naar Hem.
We zullen de vreugde kennen Hem te ontwaren in de geschapen dingen rondom ons.
Dáárin heeft Hij zijn handtekening als Schepper achtergelaten. We zullen Hem
ontmoeten in ons werk, in vreugde en ziekte... De geschiedenis van iedere mens
is vol van die tekens. Wij zullen dikwijls de genade ontvangen Hem in de
intimiteit van ons gebed te ontmoeten. Op andere momenten zullen we Hem
ontmoeten door middel van onze geestelijke leidsman.
Wat betreft degenen die Hem niet willen ontmoeten, de
meerderheid van de Farizeeën, weten wij dat zij niet veranderden. Zij bekeerden
zich niet tot de Messias ondanks dat zij bij zoveel wonderen ooggetuigen waren
geweest. Hun hoogmoed maakte hen blind voor wat het meest wezenlijke is. Zij
gingen zover te beweren dat Hij duivels uitdreef door Beëlzebub.
In de wereld van vandaag zijn veel mensen blind voor het
bovennatuurlijke door hoogmoed, vooroordeel, gehechtheid aan aardse zaken, door
een ongeordend verlangen naar gemak en zekerheid, door genotzucht en zinnelijke
begeerte. «Ik hoorde een paar kennissen praten over hun radio's. Zonder erbij
na te denken vertaalde ik het naar het geestelijk vlak: wij hebben een groot,
te groot contact gemaakt met de aarde, en wij zijn de antenne voor het
innerlijk leven vergeten... -Dat is er de oorzaak van, dat er zo weinig zielen
de omgang met God onderhouden: ik hoop maar, dat onze antenne voor het bovennatuurlijke
nooit te kort zal schieten.»8
13.3 Hier is méér dan Jona... hier is
méér dan Salomo. Christus zelf is bij ons! Hij
wenkt naar de mens niet als een vreemdeling, maar als een vriend die er erg
naar verlangt zijn gedachten, zelfs zijn leven te delen. Hij wil ons de
goddelijke oplossing geven voor de problemen die ons zorg geven en soms beangstigen.
Toch, net zoals geruis een goede ontvangst kan storen, is het
ook zo met hindernissen in ons geloofsleven. Die belemmeringen kunnen zelfs hen
beïnvloeden die vele jaren hebben doorgebracht in dienst van Christus, zó dat
zij van hun stuk worden gebracht en de richting kwijtraken, niet in staat de
schoonheid te zien van hun overgave. Hier zijn een paar vragen voor het
gewetensonderzoek van iemand in deze toestand: Wil ik echt inzien? Ben ik echt
genegen om te begrijpen, op zijn minst om te erkennen, dat de aanwezigheid van
God in de omstandigheden van mijn leven kan worden opgemerkt? Ben ik bereid mij
te laten helpen? Leg ik mijn toestand duidelijk uit? Geef ik mijn diepste
zonder aarzeling bloot?
Hoogmoed is de voornaamste hindernis in onze strijd. Maar er
zijn andere hindernissen, zoals een omgeving die naar gemak zoekt, met een
instinctieve afkeer van opoffering en Kruis. Dit milieu brengt nauwelijks
merkbare verleidelijke banden met zich mee die veel menselijke redenen
verschaffen om Gods wil niet te doen. Het volgen van Gods wil is een
vreugdevolle weg, maar het eist ook voortdurend inspanning en overgave. Het
betekent 'bloedernstig' te zijn in de geestelijke leiding. Het betekent ons
hart op slot en een rem op onze wil te houden. We moeten ons hart ontdoen van
zijn grillige neigingen zodat het gevuld kan worden met de echte liefde van
Christus. Het is inderdaad moeilijk licht naar waarde te schatten, wanneer
iemands gezichtsveld verduisterd is.
Luiheid en gemakzucht zijn twee andere hinderpalen die onze
strijd kunnen beïnvloeden. Zoals dat het geval is bij iedere ware liefde,
brengt een persoonlijke betrekking tot het geloof of een roeping een volledige
overgave met zich mee. Luiheid en gemakzucht leiden tot compromissen en
verzwakken de liefde.
We kunnen tijden meemaken dat de Heer voor ons verborgen
lijkt. Waarschijnlijk wil Hij dat wij met een grotere liefde naar Hem zoeken,
met grotere nederigheid, met grotere overgave aan de raadgevingen van onze
geestelijke leidsman. Als we de vereiste inspanningen doen, zullen we altijd
het beminnenswaardige aangezicht van Christus ontdekken.
Het woord 'geloof' houdt in dat iemand beseft dat hij zich
onder de zorgen van een ander, die sterker is, moet stellen. Wij stellen onze
hoop op God. Maar Hij wil dat wij steunen op diegenen die Hij aan onze zijde
heeft gesteld en die ons helpen om te zien. God geeft vaak inzicht via de
ander.
De Heer komt zo dicht bij ons voorbij dat we in staat moeten
zijn Hem te ontdekken en Hem te volgen. Veelvuldige toevlucht tot het sacrament
van de boete is een uitstekende manier om te verzekeren dat wij God duidelijker
zien in onszelf en in degenen rondom ons. Wij vragen de heilige Maagd ons te
helpen onze geest en ons hart te zuiveren, zodat we God in de gebeurtenissen
van elke dag kunnen ontdekken.
Heer, ik
geloof, maar laat mijn geloof sterker zijn; ik hoop, maar laat mijn hoop
zekerder zijn; ik bemin, maar laat mijn liefde vuriger zijn.9
-1. Mt 12,38-42. -2. Vgl. The Navarre Bible, in loc. -3. Joh 3,6-9. -4. Vgl. The Navarre Bible, in loc.
-5. Joh
12,17. -6. Joh
9,26-27. -7. Joh
18,38. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 510.
-9. Altaarmissaal,
bl. 1366. Alomvattend gebed, toegeschreven aan paus Clemens xi.
|