De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zestiende week. Maandag

13. Geloof en wonderen

-De noodzaak van een goede gesteldheid om Christus' boodschap te ontvangen. -De waarheid willen kennen. -Het hart zuiveren om helder te kunnen zien. Ons laten leiden in ogenblikken van duisternis.

13.1 Wij lezen in het evangelie van vandaag dat bepaalde Schriftgeleerden en Farizeeën Jezus vroegen een wonder te verrichten om zo te bewijzen dat Hij de langverwachte Messias was.1 Zij wilden dat Jezus met een dramatische vertoning zou bevestigen wat Hij met eenvoud predikte. De Heer echter vertelt zijn critici dat zij hun bewijs zullen krijgen door zijn dood en verrijzenis. Hij gebruikt de geschiedenis van Jona en stelt dat een slecht en overspelig geslacht een teken verlangt, maar geen ander teken hun gegeven zal worden dan dat van de profeet Jona. Met deze verwijzing naar de drie dagen die Jona in de buik van de walvis doorbracht, maakt Christus duidelijk dat het definitieve bewijs van zijn goddelijk Zoonschap zal gebeuren door zijn glorierijke Verrijzenis op de derde dag.2

Jona was door God gezonden om de stad Ninive te bekeren. Geraakt door de prediking van de profeet deden de inwoners van de stad boete voor hun zonden.3 En toch, toen Jezus probeerde Jeruzalem te bekeren, wilde de stad zijn boodschap niet aanvaarden. Jezus herinnert eraan hoe, toen de koningin van Sheba koning Salomo bezocht, zij verbaasd stond over zijn wijsheid. Evenals Jona is Salomo ook een voorafbeelding van Christus. Door te zinspelen op het voorbeeld van deze heidenen die bekeerd waren, maakt Christus zijn berisping des te krachtiger: Hier is méér dan Jona... hier is méér dan Salomo. Dit méér is in feite oneindig méér, maar Jezus schijnt zijn bewering op gematigde wijze te willen brengen.4

Voorlopig wil Jezus zijn critici geen enkel teken of wonder meer laten zien. Deze mensen zijn niet bereid te geloven; het maakt niet uit hoeveel preken of tekenen zij van Gods Zoon krijgen. Niettegenstaande de belangrijke lessen die de wonderen inhouden, is het mogelijk dat die wonderen verkeerd begrepen worden als mensen de goede instelling missen. Zoals het oude spreekwoord luidt, worden lessen ontvangen 'ad modum recipientis', naargelang de aard van de ontvanger. In zijn evangelie leert de heilige Johannes ons dat ofschoon Jezus zulke grote tekenen in hun tegenwoordigheid had verricht, zij toch niet in Hem geloofden.5 Wonderen kunnen ons menselijk verstand helpen te geloven. Maar als iemand de goede instelling mist en vol vooroordelen zit, dan zal die mens alleen maar duisternis zien.

Wij vragen Jezus in ons gebed ons een zuiver hart te geven zodat wij Hem mogen ontmoeten te midden van onze dagelijkse beslommeringen. Wij vragen Hem om een heldere geest, vrij van vooroordeel, zodat wij andere mensen beter kunnen begrijpen, steeds een negatief oordeel vermijdend.

13.2 Om het woord van Christus te horen moet men naar Hem luisteren. Men moet Hem met onbevangen geest en hart benaderen, geheel open voor Gods boodschap. Een voorbeeld van slechte gesteldheid is het geval van de Farizeeën die de blindgeboren man ondervroegen nadat Jezus hem op wonderbare wijze had genezen. Wat heeft Hij met u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend? De man, blind vanaf zijn geboorte, ziet dat zijn ondervragers doof zijn voor zijn uitleg. Dat heb ik al verteld, maar gij hebt niet geluisterd. Waarom wilt gij het opnieuw horen? 6

Hetzelfde gebeurde met Pilatus. Jezus zegt tegen hem: Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem. De Romeinse procurator stelt dan zijn beroemde vraag: Wat is waarheid? Daarna bekommert hij zich niet om een antwoord: Na die woorden ging hij weer naar buiten tot de joden.7 Hij keert het antwoord op zijn vraag de rug toe. Hij keert zijn rug naar de Waarheid. Zonder twijfel had Pilatus geen interesse in een antwoord omdat hij geen interesse had in de waarheid; hij is alleen geïnteresseerd in zijn eigen belang, het beste te maken van een slechte situatie.

Als wij een goede instelling hebben, zal de Heer ons overvloedig licht geven om ons te helpen vol te houden op onze tocht naar Hem. We zullen de vreugde kennen Hem te ontwaren in de geschapen dingen rondom ons. Dáárin heeft Hij zijn handtekening als Schepper achtergelaten. We zullen Hem ontmoeten in ons werk, in vreugde en ziekte... De geschiedenis van iedere mens is vol van die tekens. Wij zullen dikwijls de genade ontvangen Hem in de intimiteit van ons gebed te ontmoeten. Op andere momenten zullen we Hem ontmoeten door middel van onze geestelijke leidsman.

Wat betreft degenen die Hem niet willen ontmoeten, de meerderheid van de Farizeeën, weten wij dat zij niet veranderden. Zij bekeerden zich niet tot de Messias ondanks dat zij bij zoveel wonderen ooggetuigen waren geweest. Hun hoogmoed maakte hen blind voor wat het meest wezenlijke is. Zij gingen zover te beweren dat Hij duivels uitdreef door Beëlzebub.

In de wereld van vandaag zijn veel mensen blind voor het bovennatuurlijke door hoogmoed, vooroordeel, gehechtheid aan aardse zaken, door een ongeordend verlangen naar gemak en zekerheid, door genotzucht en zinnelijke begeerte. «Ik hoorde een paar kennissen praten over hun radio's. Zonder erbij na te denken vertaalde ik het naar het geestelijk vlak: wij hebben een groot, te groot contact gemaakt met de aarde, en wij zijn de antenne voor het innerlijk leven vergeten... -Dat is er de oorzaak van, dat er zo weinig zielen de omgang met God onderhouden: ik hoop maar, dat onze antenne voor het bovennatuurlijke nooit te kort zal schieten.»8

13.3 Hier is méér dan Jona... hier is méér dan Salomo. Christus zelf is bij ons! Hij wenkt naar de mens niet als een vreemdeling, maar als een vriend die er erg naar verlangt zijn gedachten, zelfs zijn leven te delen. Hij wil ons de goddelijke oplossing geven voor de problemen die ons zorg geven en soms beangstigen.

Toch, net zoals geruis een goede ontvangst kan storen, is het ook zo met hindernissen in ons geloofsleven. Die belemmeringen kunnen zelfs hen beïnvloeden die vele jaren hebben doorgebracht in dienst van Christus, zó dat zij van hun stuk worden gebracht en de richting kwijtraken, niet in staat de schoonheid te zien van hun overgave. Hier zijn een paar vragen voor het gewetensonderzoek van iemand in deze toestand: Wil ik echt inzien? Ben ik echt genegen om te begrijpen, op zijn minst om te erkennen, dat de aanwezigheid van God in de omstandigheden van mijn leven kan worden opgemerkt? Ben ik bereid mij te laten helpen? Leg ik mijn toestand duidelijk uit? Geef ik mijn diepste zonder aarzeling bloot?

Hoogmoed is de voornaamste hindernis in onze strijd. Maar er zijn andere hindernissen, zoals een omgeving die naar gemak zoekt, met een instinctieve afkeer van opoffering en Kruis. Dit milieu brengt nauwelijks merkbare verleidelijke banden met zich mee die veel menselijke redenen verschaffen om Gods wil niet te doen. Het volgen van Gods wil is een vreugdevolle weg, maar het eist ook voortdurend inspanning en overgave. Het betekent 'bloedernstig' te zijn in de geestelijke leiding. Het betekent ons hart op slot en een rem op onze wil te houden. We moeten ons hart ontdoen van zijn grillige neigingen zodat het gevuld kan worden met de echte liefde van Christus. Het is inderdaad moeilijk licht naar waarde te schatten, wanneer iemands gezichtsveld verduisterd is.

Luiheid en gemakzucht zijn twee andere hinderpalen die onze strijd kunnen beïnvloeden. Zoals dat het geval is bij iedere ware liefde, brengt een persoonlijke betrekking tot het geloof of een roeping een volledige overgave met zich mee. Luiheid en gemakzucht leiden tot compromissen en verzwakken de liefde.

We kunnen tijden meemaken dat de Heer voor ons verborgen lijkt. Waarschijnlijk wil Hij dat wij met een grotere liefde naar Hem zoeken, met grotere nederigheid, met grotere overgave aan de raadgevingen van onze geestelijke leidsman. Als we de vereiste inspanningen doen, zullen we altijd het beminnenswaardige aangezicht van Christus ontdekken.

Het woord 'geloof' houdt in dat iemand beseft dat hij zich onder de zorgen van een ander, die sterker is, moet stellen. Wij stellen onze hoop op God. Maar Hij wil dat wij steunen op diegenen die Hij aan onze zijde heeft gesteld en die ons helpen om te zien. God geeft vaak inzicht via de ander.

De Heer komt zo dicht bij ons voorbij dat we in staat moeten zijn Hem te ontdekken en Hem te volgen. Veelvuldige toevlucht tot het sacrament van de boete is een uitstekende manier om te verzekeren dat wij God duidelijker zien in onszelf en in degenen rondom ons. Wij vragen de heilige Maagd ons te helpen onze geest en ons hart te zuiveren, zodat we God in de gebeurtenissen van elke dag kunnen ontdekken.

Heer, ik geloof, maar laat mijn geloof sterker zijn; ik hoop, maar laat mijn hoop zekerder zijn; ik bemin, maar laat mijn liefde vuriger zijn.9

-1. Mt 12,38-42. -2. Vgl. The Navarre Bible, in loc. -3. Joh 3,6-9. -4. Vgl. The Navarre Bible, in loc. -5. Joh 12,17. -6. Joh 9,26-27. -7. Joh 18,38. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 510. -9. Altaarmissaal, bl. 1366. Alomvattend gebed, toegeschreven aan paus Clemens xi.



Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009