Dertiende week door het jaar. Woensdag
51. Gemiste kansen
-De Heer vertoont zich soms aan ons op een manier anders als
we hadden verwacht. -Onthechting als wij Jezus willen ontmoeten en zijn wil
doen, ook als die niet samenvalt met de onze. -Met ogen vol geloof kijken naar,
menselijk gezien, ongunstige omstandigheden, en God daarin vinden.
51.1 Jezus kwam aan bij de andere
kant van het meer, het land der Gadarenen, land van
heidenen.1 Hij zocht misschien een rustige plek
om een poosje met zijn leerlingen uit te rusten. Het was daar dat de Heer twee
bezetenen genas, die Hem tegemoet kwamen. Er was een kudde zwijnen in de buurt
aan het grazen; de duivels smeekten Hem, indien Hij ze uit die gekwelde mensen
dreef, hen in de kudde zwijnen te sturen. De Heer stond dat toe. En zij verlieten hen. Nauwelijks hadden zij bezit genomen van de
zwijnen, of de hele kudde stortte zich van de steile oever in het meer, en
verdronk in het water. De zwijnenhoeders namen de vlucht, en in de stad gekomen
vertelden zij alles, ook wat er met de bezetenen gebeurd was. Daarop liep de
hele stad uit, Jezus tegemoet; en toen zij Hem zagen, verzochten zij Hem hun
streek te verlaten.
Zij verzochten Hem hun streek te
verlaten. Het was een grote kans die die mensen misten; zij hadden God
zelf onder hen en waren niet bekwaam Hem te herkennen. Wellicht kwam Hij nooit
meer door die streek. Zij hadden Hem zo dichtbij! En zij vroegen Hem, de Enige
die hun alles kon geven wat goed was, hen te verlaten! Hoe weinig gastvrij is
de wereld soms ten opzichte van zijn God! Voor veel mensen is het slechts
materieel bezit wat telt. Het is niet ongewoon op te merken hoe zulke mensen
een maatschappij trachten op te bouwen, waarin wat hun betreft, God niet
aanwezig is. Zij maken geen plaats voor Hem. «Het is alsof God geen enkele
aandacht behoeft in het kader van het menselijk project voor de opbouw van een
eensgezinde gemeenschap.»2 De waarachtig Enige die aan alles betekenis geeft,
wordt uitgesloten. Het is God die licht werpt op de betekenis van pijn, vreugde,
leven, dood, werk. Zonder Hem is niets de moeite waard. «Uitsluiting van God,
breuk met God, ongehoorzaamheid aan God: in heel de mensengeschiedenis was dit
en is dit nog steeds de zonde onder al haar verschillende vormen. De zonde die
kan gaan tot het negeren van God en Zijn bestaan: dit is het fenomeen dat men
atheïsme noemt.»3 Aan de basis van zienswijzen
die mensen ertoe brengen de bovennatuurlijke waarheid te ontkennen en uit te
sluiten, ligt een radicaal en praktisch materialisme, waarbij de goederen van
deze wereld boven alles gewaardeerd worden. Dit is wat ons verhindert Gods
handelen te zien rondom ons.
Zeggen wij aan Jezus dat we Hem op de top van alle menselijke
activiteiten willen plaatsen door ons werk elke dag gewetensvol te doen. We
willen dat Hij volledig in ons leven en dat van onze gezinnen doordringt. Wij
willen dat Hij zin geeft aan wat we zijn en aan wat we hebben: aan onze
intelligentie, aan de liefde van onze harten, aan onze vriendschappen, aan de
zuivere liefde van ieder in overeenstemming met zijn roeping. We vertellen Hem
dat wij altijd waakzaam willen zijn zoals een schildwacht, zodat Hij bij ons
kan binnenkomen, zelfs als Hij zich aan ons laat zien op een wijze die wij niet
verwacht hadden.
51.2 Niettegenstaande het wonder
dat zij van de zwijnenhoeders hadden gehoord en het zien van de twee die
bevrijd en gered waren van de duivels, weigerden de Gerasenen toch om Jezus
welkom te heten. We kunnen ons indenken wat een goeds hun huizen zou hebben gevuld
en nog meer in het bijzonder hun zielen! Maar zij waren blind voor geestelijke
goederen. Met zovelen is het op de dag van vandaag hetzelfde.
Zoveel mensen hebben hun eigen plannen voor hun eigen welzijn
dat zij God maar al te vaak eenvoudig beschouwen als Iemand die hen moet helpen
deze plannen te volbrengen. «De ware stand van zaken is precies het
tegenovergestelde. God heeft zijn plannen met ons geluk, en Hij verwacht van
ons dat wij Hem helpen deze ten uitvoer te brengen. Laten we heel duidelijk
zijn: wij kunnen Gods plannen niet verbeteren.»4
Sommige christenen vragen Jezus min of meer uit hun leven te
verdwijnen, omdat zij buitensporig gehecht zijn aan hun eigen ideeën en
grillen. Zij doen dit juist op die momenten wanneer Hij het dichtst bij hen is,
en wanneer zij Hem het meest nodig hebben. Zij doen dit wanneer zij overvallen
worden door een ziekte of teleurgesteld zijn door tegenvallers; wanneer zij
bepaalde materiële zaken hebben verloren die zij waarschijnlijk moesten verliezen
om voorbereid te zijn om het Opperste Goed te ontvangen. Hij komt dan zeer vaak
langs wegen heel anders als die zij verwachtten. Misschien hoopten zij dat Hij
in triomf zou komen, en in plaats daarvan vertoont Hij zich aan hen in stilte,
te midden van pech en mislukking. Het zal niet het soort van mislukking zijn
van wie zich de nodige inspanning niet wilde getroosten of de juiste middelen
niet wilde gebruiken. Dan zou men een oefening van berouw moeten bidden en
opnieuw beginnen. Het is eerder het soort van mislukking dat we ondervinden wanneer
wij, zover als we kunnen nagaan, juist alle menselijke en bovennatuurlijke
middelen hebben gebruikt om dat goed te doen. Hij komt soms langs op totaal
onverwachte wegen. Hoe vaak stemt de logica van God niet overeen met de logica
van de mens! Dat is voor ons het ogenblik om zijn heilige wil te omarmen: «Akte
van eenwording met de wil van God: Wilt U het, Heer? Dan wil ik het ook!»5 Keer op keer hebben we dit tot ons gebed gemaakt als
we met een onverwachte tegenslag werden geconfronteerd, en op wel duizend
verschillende manieren herhaald!
Voor elke mens heeft God een plan. Wellicht zou het verlies
van levende have, en de onthechting die zo'n materieel verlies vroeg, het begin
hebben kunnen zijn van de bekering van die heidenen; misschien zouden zij de
allereerste heidenen geweest zijn om het doopsel te ontvangen na de
verstrooiing veroorzaakt door de eerste vervolging in Judea. Op het einde van
ons leven, en soms lang daarvoor, zullen ook wij inzien hoe afzonderlijke
gebeurtenissen en omstandigheden, die ons eens niet meer dan als
onsamenhangende zaken zonder een bepaalde betekenis toeschenen, met elkaar
verbonden zijn. God bevordert in alles het heil van die Hem
liefhebben.6
Indien wij de wil van God willen ontdekken in alles wat in
het leven gebeurt, zelfs in de minst plezierige dingen, zoals in zaken die ons
hebben gekwetst of geërgerd; als wij Christus volgen wat ook de omstandigheden
mogen zijn, «zullen we ons in ernst moeten onthechten van het eigen ik:
onthechting van verstandelijke vermogens, van gezondheid, van aanzien, van
nobele ambities, van overwinningen en succes.
»Hierbij doel ik ook [...] op die verheven idealen waardoor
we enkel en alleen de eer en lof van God nastreven. We moeten onze wil dan
ijken op de volgende heldere en nauwkeurige maat: Heer, ik zou dit of dat
willen doen, maar alleen als het U behaagt, want waarom zou ik me ermee
bezighouden als het U niet behaagt! Zo brengen we de doodsteek toe aan het
egoïsme en de ijdelheid die in ieders geweten binnensluipen. En zo verkrijgen
we tegelijkertijd de ware vrede van de ziel, met een onthechting die uitloopt
op het volledige bezit van God, steeds intiemer, steeds intenser.»7
Wij moeten onze harten zuiveren van elke wanordelijke liefde
als we meer vertrouwen in God onze Vader willen hebben; van wanordelijke
eigenliefde en overdreven gehechtheid aan dingen die we hebben of zouden willen
hebben, eigen ideeën en meningen, plannen die we voor ons eigen geluk hebben
gemaakt. Dan zullen we in staat zijn de zaken helder te zien en de dingen die
ons overkomen correct te interpreteren en altijd God te vinden.
51.3 Als het verdrinken van de
zwijnen niet had plaatsgehad, zouden de zwijnenhoeders waarschijnlijk niet naar
de stad gegaan zijn en haar inwoners zouden niet gehoord hebben dat Jezus daar
was, zo dicht bij hen. Als de vrouw die de Meester tegenkwam in Kafarnaüm niet
gedurende zo'n lange tijd ziek was geweest en niet al haar geld aan dokters had
besteed, zou zij de Meester misschien nooit hebben benaderd om de zoom van zijn
mantel aan te raken, en zou zij nooit Jezus' troostende woorden hebben gehoord
-de meest belangrijke woorden die ze in haar leven zou horen- die veel meer
waard waren dan al haar lijden en haar nutteloze uitgaven. Wat ons een ongeluk
toeschijnt, is misschien niet zo vreselijk -zonde is het enige absolute kwaad-
en wij kunnen er met liefde, met nederigheid en met berouw, de meest
zoetsmakende gevolgen van een nieuwe ontmoeting met Christus aan ontlokken8, een ontmoeting waarin de ziel wordt verjongd.
Achter deze ogenschijnlijke rampen zoals ziekte, uitputting,
pijn en geldelijk verlies, treffen we altijd Jezus aan, naar ons glimlachend en
zijn hand uitstrekkend om ons te helpen die toestand te verdragen en innerlijk
te groeien. Hoe dankbaar moet de melaatse zijn geweest om de droeve last van
zijn ziekte te hebben geleden, want dat was het wat hem naar Christus had
gebracht! De ongelukken in dit leven zijn een voortdurende oproep aan ons hart,
dat tegen ons zegt: De Meester is er en vraagt naar je!9 Maar als we meer gehecht zijn aan onze eigen plannen,
gezondheid en leven, dan aan de wil van God -in het begin soms voor ons
mysterieus en onbegrijpelijk- dan zullen we een mislukking gaan beschouwen als
het verlies van iets dat we als absoluut en definitief hebben bejegend terwijl
het slechts gedeeltelijk en relatief goed was. Wat een grote vergissing zouden
we maken als we niet inzagen dat Jezus ons juist op die ogenblikken bezocht!
God schikt gebeurtenissen met een logica geheel verschillend
van de onze, op zo'n wijze dat we ons behoren te onthechten van al het andere,
soms met verdriet en dan weer met verrukking, zodat Hij ons gehele bestaan kan
vullen. Wij behoren vaak na te denken over de werking van God in ons. Hij
regelt zelfs de geringste gebeurtenis om ons gelukkig te maken. Hij brengt
alles op zo'n manier tot stand dat verloochening van onszelf en van onze plannen
gemakkelijk wordt, opdat we heiligen worden. In Gods ogen «is een enkele ziel
van grotere waarde dan heel het heelal, en de wonderen die God in het
verborgene van ons leven bewerkt zijn verreweg buitengewoner dan al de
prachtige wonderen van het materiële heelal.»10 Als die heidenen begrepen hadden Wie in hun midden
was, als zij het wonder, bewerkt in die twee mensen die van de duivel bevrijd
waren, hadden onderkend! Wat zou hun financieel verlies hebben betekend als zij
daardoor ertoe waren gekomen Jezus te herkennen? Zij zouden zo dankbaar geweest
zijn, en zouden Jezus in hun huizen uitgenodigd hebben en een groot feestmaal
hebben aangericht, omdat de Meester bij hen was en omdat twee mensen aan hen
waren teruggegeven.
Als wij naar de kleinere of grotere mislukkingen in dit leven
kijken met ogen van geloof, zullen we er altijd toe komen ervoor te danken.
Voor die ziekte, voor die vernedering die we moesten ondergaan toen we er het
minst behoefte aan hadden, voor honger, voor dorst, voor het verlies van een
betrekking, zullen we 'Dank U, Heer' tegen Hem zeggen uit het diepst van ons
hart, 'want U heeft Uzelf aan mij laten laten zien waar ik het 't minst verwachtte!'
Laten wij Onze Lieve Vrouw, die zoveel ontberingen, zoveel
smart, zoveel verdriet ervoer, vragen ons te leren geen kansen te verzuimen om
Christus te ontmoeten, ook te midden van de, menselijkerwijze gesproken, meest
ongunstige omstandigheden.
-1. Mt 8,28-34. -2. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Reconciliatio et poenitentia, 2 december 1984,14. -3. Idem. -4. E. Boylan,
This tremendous lover bl. 192. -5. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 762. -6. Rom 8,28. -7. H.
Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 114. -8. Vgl. H. Bernardus, Over de valsheid en kortheid van het leven, 6. -9. Joh. 11,28. -10. M.M. Philipon,
Les dons du Saint-Esprit.
|