Drieëntwintigste zondag door het jaar (C)
12. gewetensonderzoek
-Christus volgen en zelfkennis. Het gewetensonderzoek. -De
geest van onderzoek. Nederigheid. Luiheid overwinnen door deze oefening van
vroomheid te beoefenen. -Methode en voorbereidingen. Berouw. Voornemens.
12.1 In
het evangelie van vandaag spreekt de Heer tot ons over wat we moeten doen, als
we Hem willen volgen, en omdat Hij ieder van ons geroepen heeft, moeten we
aandachtig zijn. Hij geeft ons een waarschuwing: Als iemand van u een toren wil bouwen, zal hij dan niet
eerst ervoor gaan zitten om een begroting te maken of hij wel genoeg bezit om
hem te voltooien? Anders zou het hem kunnen overkomen -als hij de fundering
heeft gelegd en niet in staat is het werk te voltooien- dat allen die het zien
hem gaan bespotten [...] Of welke koning zal -als hij tegen een andere koning ten
strijde wil trekken- niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is om met
tienduizend man het hoofd te bieden aan iemand die met twintigduizend man tegen
hem optrekt?1 Als iemand een grote
onderneming op zich neemt, moet hij de hele situatie goed inschatten. Hij moet
verschillende mogelijkheden bezien en het juiste middel zoeken om het werk tot
een succesvol einde te brengen. De hoogste onderneming waartoe wij als
volgelingen van Christus zijn geroepen, is Hem te midden van onze dagelijkse
activiteiten trouw te volgen. Om dit te doen en om het goed te doen, moeten we
weten welke middelen tot onze beschikking staan en ook hoe we ze moeten
gebruiken. We moeten ons bewust zijn van wat er nog ontbreekt, om het dan de
Heer met vertrouwen te vragen. We moeten ons ook inspannen om hindernissen uit
de weg te ruimen. Dit is het doel van het gewetensonderzoek. Als we dat goed
doen, diepgaand, zal het ons helpen de waarheid met betrekking tot ons leven te
kennen. «Zelfkennis is de eerste stap die de ziel moet zetten om tot kennis van
God te komen».2
Goede zakenlieden zijn gewoon dagelijks de stand van zaken op
te maken. Ze controleren winst en verlies en willen graag weten waar
verbeteringen mogelijk zijn. Ze proberen snel op te sporen wat schadelijk is en
in te grijpen voordat hun onderneming misschien grotere schade oploopt. Onze
grote zaak, een dagelijkse zaak, is antwoorden op de oproep van de Heer. Niets
is belangrijker voor ons of meer voor onze bestwil dan dichter bij Christus te
komen.
In het gewetensonderzoek onderzoeken we ons gedrag, ons
dagelijks antwoord op zijn oproep, terwijl we ons de vraag stellen wat God van
ons wil. We worden ertoe gebracht vergeving te vragen en regelmatig opnieuw te
beginnen. «Het gewetensonderzoek is de voorbereidende stap en het dagelijks
vertrekpunt dat ons in staat stelt meer te ontvlammen in liefde voor God, wat
tot uitdrukking komt in daden van zelfgave.»3
Door de inspanning te verrichten van een diepgaand gewetensonderzoek «zullen de
kiemen van de lauwheid moeite hebben wortel te schieten in onze ziel, en zal
het gemakkelijker worden afstand te houden van gelegenheden tot zonde.
»Als we echt zuiverheid van hart willen bereiken, een
zuiverheid die ons ertoe zal brengen in alles God te zien, moeten we dit
dagelijks onderzoek van onze ziel zeer serieus nemen. Wie zich beperkt tot
routine en een oppervlakkige blik, zal uiteindelijk achteruit glijden langs een
hellend vlak van onverschilligheid en geestelijke luiheid, dat hem voert naar
de lauwheid, die kortzichtigheid van de ziel die geen onderscheid maakt tussen
goed en kwaad, tussen wat van God komt en wat van onze eigen hartstochten of
van de duivel komt.»4
Liefde zet ons aan het gewetensonderzoek te doen en geeft
onze ziel een bijzondere scherpte om die aspecten van ons gedrag op te sporen
die God niet behagen. Laten we het voornemen maken -een voornemen waaraan we ons elke dag van ons leven zullen proberen te
houden- om «het gewetensonderzoek gewetensvol te doen».5 We zullen misschien heel snel merken wat een grote
hulp het voor ons zal zijn om de weg te gaan die naar Christus voert.
12.2
Als we gedurende de dag een geest van onderzoek proberen te bewaren, zal dit
een grote hulp blijken voor het opmaken van de balans aan het eind van de dag,
zoals «de goede bankier die dagelijks, tegen de avond, zijn schulden en
vorderingen vaststelt. Maar dit kan enkel gedetailleerd gebeuren als hij zijn
transacties voortdurend vastlegt. Een blik op zijn grootboek toont de situatie
van de gehele dag.»6
Om de toren te bouwen die God van ons vraagt en om de strijd
tegen de vijanden van de ziel het hoofd te bieden, moeten we voor ogen houden
de middelen waarop we kunnen rekenen om het voorbeeld van Jezus na te volgen.
We moeten denken aan de muren waarin we nog niet genoeg verdedigingswerken
geplaatst hebben, of de flanken die nog onbeschermd zijn en uitgeleverd aan de
genade van de vijand -alle tekortkomingen dus die ons bekend zijn en die we
moeten verbeteren. We moeten ook alert zijn voor influisteringen voor goede
ondernemingen en grotere dienstbaarheid aan anderen. Het kan zijn dat we een
periode van geestelijke middelmatigheid hebben doorgemaakt, doordat we niet
royaal geantwoord hebben in zaken die kleine persoonlijke offers vereisen.
Misschien hechten we te groot belang aan stoffelijke zaken of laten we ons
beheersen door een geest van gemakzucht of volbrengen we dingen die met God te
maken hebben halfslachtig.
Zelfkennis is niet
makkelijk en we moeten op onze hoede zijn voor «de stomme duivel».7 Hij zal proberen de deur naar de waarheid te
sluiten, zodat we de onvolkomenheden en zwakheden die in onze ziel wortelen,
niet zien. Hij zal proberen te bereiken, dat wij in onszelf zoeken naar excuses voor het tekortschieten in liefde tot God,
voor onze zonden en onvolkomenheden, en ons aanmoedigen deze te
beschouwen als dingetjes van weinig belang of de oorzaak te zoeken in
omstandigheden van buiten. Om een diepere en eerlijkere zelfkennis te krijgen
is het zinvol ons regelmatig af te vragen: Waardoor wordt mijn hart meestal
aangetrokken? Misschien door mijzelf... mijn verdriet, mijn succes, mijn mogelijk
falen, mijn werk -wat eigenlijk een offer aan God zou moeten zijn? Hoe dikwijls
wend ik mij tot God gedurende de dag, hetzij om zijn vergeving te vragen dan
wel om Hem dank te zeggen of zijn hulp te vragen? Met welke motieven doe ik
mijn dagelijkse bezigheden? Waar zit ik meestal met mijn gedachten? Heb ik deze
dag voor mijzelf of voor God geleefd? Heb ik Hem gezocht, of heb ik mijzelf
gezocht?
Om onszelf echt te leren kennen en om onze krachten op juiste
waarde te schatten, moeten we vragen om nederigheid, want zonder deze deugd
blijven we in het duister. Nederigheid brengt ons ertoe ons gewetensonderzoek te
beginnen met het diepe besef dat we zondaars zijn.
Een andere vijand van het gewetensonderzoek is de luiheid,
die, als ze betrekking heeft op onze omgang met God, lauwheid heet. Een van de
eerste uitingen ervan is nu net de schrale inspanning die we over hebben voor
het gewetensonderzoek. Wat er dan gebeurt in de ziel, lijkt op wat er gebeurt
als een boer zijn land geploegd heeft maar het dan niet bezaait en er verder
niet meer naar omziet. Spoedig zullen er in
de ziel distels van gebreken en doornen van ongeordende hartstochten
verschijnen die het zaad van de genade zullen verstikken. Ik kwam langs de akker van een luiaard en langs de wijngaard
van iemand zonder verstand. En jawel! Er groeiden alleen maar distels en onkruid bedekte de grond; zijn stenen muur was
ingestort.8
Door een ijverig, diepgaand en nederig gewetensonderzoek
ontdekken we de wortels van onze fouten op het gebied van naastenliefde, werk,
vreugde en vroomheid. Het kan zijn dat we erg vaak vallen. Als we dit erkennen,
zijn we in staat te strijden en met de hulp van de genade te overwinnen.
12.3 Het
gewetensonderzoek is niet eenvoudigweg een moment van terugblikken op het eigen
gedrag. Het is een tweegesprek tussen de ziel en God. Daarom moeten we ons
eerst in de tegenwoordigheid van de Heer stellen, net zoals wanneer we een
nieuw moment van gebed beginnen. Soms zal het voldoende zijn een schietgebed of
een kort gebed te zeggen. Misschien helpen ons de woorden van die blinde man
uit Jericho, Bartimeüs, die Jezus om licht vroeg voor zijn ogen die niet konden
zien: Domine, ut videam!, Heer,
maak dat ik zien kan!9 Geef licht
aan mijn ziel, zodat ik mag beseffen wat het is dat mij nog steeds van U
scheidt en zien wat ik met wortel en al moet uitrukken en wegwerpen. Help me te
zien waarin ik mij moet beteren, of het nu in mijn werk is, mijn karakter, of
mijn aanwezig zijn bij God,
mijn vreugde, mijn optimisme, mijn apostolaat, of mijn zorg om het leven van
degenen met wie ik leef aangenamer te maken.
Als we het gewetensonderzoek eenmaal begonnen zijn, kan het
helpen te overwegen hoe onze dag er in de ogen van de Heer uitgezien zal
hebben. Met de hulp van onze engelbewaarder kunnen we proberen de dag in God
gereflecteerd te zien, zoals in een spiegel, want «we zullen onszelf nooit
kennen als we niet proberen God te kennen».10
Daarna moeten we ons gedrag tegenover God, onze naaste en onszelf meer
gedetailleerd bezien. Dit kan men doen door de dag kort de revue te laten
passeren, hetzij van uur tot uur, hetzij langs de verschillende bezigheden die
onze dag vormen. We moeten bijzondere aandacht schenken aan het uitvoeren van
het plan dat we voor ons geestelijk leven gemaakt hadden, aan de voornemens ons
te beteren die we de vorige dag gemaakt hadden en aan de raad die we in
geestelijke leiding gekregen hebben. Deze oefening van vroomheid is duidelijk
persoonlijk. Toch kunnen we door geestelijke leiding erg geholpen worden bij
het verhogen van de effectiviteit van het gewetensonderzoek.
Berouw is het belangrijkste deel van het gewetensonderzoek,
dat meestal kort zal zijn, maar een paar minuten. Als we oprecht berouw hebben,
komen daar gewoonlijk enkele goede voornemens uit voort. Dat hoeven er niet
veel te zijn, soms is het maar één voldoende. We zouden bijvoorbeeld kunnen
concluderen dat we een manier moeten vinden om ons vaker tot onze
engelbewaarder te wenden of ons werk op tijd te beginnen. We kunnen opmerken
dat het goed is te glimlachen, ook als we moe zijn of ons niet zo goed voelen,
of dat we wat vriendelijker en zorgzamer moeten zijn. Misschien moeten we ons
meer inspannen om ons stille gebed aandachtig te doen. Wellicht zien we de
noodzaak om vaker onze toevlucht te nemen tot de maagd Maria of de heilige
Jozef, of tot Jezus, aanwezig in het Allerheiligste. Misschien willen we een
speciale taak goed afmaken zonder toe te geven aan de neiging om het hier en
daar wat af te raffelen. We zouden kunnen zien hoe we een van onze kleine
verstervingen beter kunnen uitvoeren, of hoe we er een aan kunnen toevoegen,
bij het eten of wat betreft onze ordelijkheid. We kunnen besluiten om niet nog
een dag voorbij te laten gaan zonder bepaalde vrienden uitgenodigd te hebben om
een bezinning bij te wonen... We moeten diep in ons hart verdriet voelen, ook al
is de fout klein, en dan moeten we God vragen ons te helpen ons aan deze
voornemens te houden. Anders zullen we zelfs in de kleinste voornemens niet
slagen.
We zien ook de goede daden van onze dag en daarvoor zullen
wij de Heer dankbaar zijn. Als we dit voor ogen houden, kunnen we vol vrede en
blijdschap in slaap vallen, ons erop verheugend de volgende dag weer deze weg
van liefde tot God en de naaste te gaan.
-1. Lc
14,28-32. -2. H. Johannes van het Kruis, Geestelijk Hooglied, 4,1.
-3. A. del Portillo, Pastorale brief, 8
december 1976, 8. -4. Ibidem. -5.
Ibidem. -6. H. Johannes Climacus, Paradijsladder, 4. -7. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 236. -8. Spr 24,30-31. -9. Vgl. Mc 10,51. -10. H. Theresia
van Ávila, De
geestelijke Burcht, 1,2,9.
|