Zeventiende week. Maandag
22. Gist in het deeg
-Zoals zuurdesem in het deeg, zijn christenen geroepen de
wereld van binnen uit te hernieuwen. -Goed voorbeeld. -Eenheid met Christus
maakt ons apostelen.
22.1 De Heer leert ons in het evangelie van vandaag dat het Rijk der Hemelen gelijkt op
gist, die een vrouw in drie maten meel verwerkte, totdat deze in hun geheel
gegist waren.1 De mensen die naar de Heer luisterden, waren goed bekend met dit
verschijnsel. Zij hadden het thuis dikwijls gezien. Door een kleine hoeveelheid
gist te vermengen met het meel kreeg men vlug een goed deeg.
Bij het overwegen van deze vergelijking moeten we eerst
bedenken hoe weinig zuurdesem nodig is om de massa te laten rijzen. Ondanks de
uiterlijke schijn is het effect van de kleine portie gist verbazend groot. Deze
gedachte moet ons ertoe te brengen durf te hebben in het apostolaat, daar de
kracht van het christelijk gist niet gewoon menselijk is; het is de kracht van
de Heilige Geest die doorwerkt in de Kerk. Bovendien houdt de Heer rekening met
onze beperkingen en zwakheden. «Is gist van nature beter dan deeg? Nee. Maar
gist geeft de mogelijkheid op het deeg in te werken en het in eetbaar en gezond
voedsel om te zetten. Denken we eens, al is het maar in grove trekken, aan het
effect van gist bij het maken van brood: basisvoedsel, heel eenvoudig en binnen
ieders bereik. Hier en daar -misschien bent u er wel eens bij geweest- is het
ovenklaar maken van het deeg een hele plechtigheid die ons ten slotte een
verbazingwekkend, smakelijk resultaat voor ogen tovert. Men neemt goed meel, zo
mogelijk het beste. Men kneedt het deeg in de kom om de gist erdoorheen te
werken. Een langdurig karwei dat geduld vraagt. Dan een tijdje rust, dat nodig
is om het desem zijn werk te laten doen en het deeg te laten rijzen. Intussen
brandt in de oven het vuur, gestookt met hout dat verteerd wordt. En door de
werking van de hitte van de vlammen krijgen we een vers, luchtig brood van
grote klasse. Dat resultaat zouden we nooit bereikt hebben zonder de werking
van de gist -er is maar een beetje nodig- die in een doeltreffend, onzichtbaar
proces tussen de andere bestanddelen opgenomen en verdwenen is.»2 Zonder dit beetje gist zou de massa minder bruikbaar
en eetbaar zijn geweest. In de loop van ons leven kunnen wij de oorzaak zijn
van licht of duisternis, vreugde of droefheid, vrede of ongerustheid. Wij
kunnen een dode last zijn die mensen tegenhoudt, of dat rijsmiddel dat het meel
omvormt. Onze levensduur op aarde is niet iets onbetekenends. Wij kunnen anderen
dichter bij Christus brengen. We kunnen ook mensen van Hem wegjagen.
De Heer stuurt ons uit om zijn boodschap tot aan de uiteinden
van de aarde te verkondigen. Wij moeten die brengen naar degenen die Hem niet
persoonlijk kennen, vertrouwelijk, zoals de eerste christenen deden met hun
verwanten, hun collega's en hun buren. Om dit apostolaat te doen moeten we niet
opvallen. «En wanneer de mensen ons als gelijken zien, zullen zij zich
gedrongen voelen ons te vragen: Vanwaar deze vreugde van jullie? Waar halen
jullie de kracht vandaan om het egoïsme en de gemakzucht te overwinnen? Wie
leert jullie om tegenover anderen vol begrip te staan, om een eerlijke
samenleving tot stand te brengen, om overgave en dienstbaarheid te betonen? Dan
is het moment aangebroken om hun het goddelijk geheim te onthullen van het
christelijk bestaan; om hun over God te spreken, over Christus, de Heilige
Geest, Maria. Het is het moment om te trachten, door middel van onze armzalige
woorden die dwaasheid van onze liefde tot God, die de genade in onze harten
heeft ingestort, door te geven.»3
Zijn wij zuurdesem in ons gezin, op onze werk- of studieplaats?
Laten wij door onze geest van vrede en vreugde zien dat Christus leeft?
22.2 Wij moeten ook bedenken dat het zuurdesem alleen effect heeft als het
met het meel is vermengd. Van binnenin werkend, doet de gist zijn werk van
omvorming. «De vrouw voegt de zuurdesem niet alleen toe, maar verwerkt ze in de
massa. Op dezelfde manier moet jij je onder andere mensen mengen en met hen
worden vereenzelvigd... Precies zoals het zuurdesem verwerkt is maar niet
verdwijnt, aldus, beetje bij beetje, wordt de hele massa in de juiste mate
omgevormd.»4 Slechts midden in de wereld kunnen
wij alle dingen ertoe brengen door God te worden hernieuwd. Het is voor deze
opdracht dat wij door goddelijke roeping zijn aangewezen.
De eerste christenen handelden als rijsmiddel gist in een
wereld die in verval was. In korte tijd slaagden zij erin het geloof te
verspreiden naar hun families, naar de senaat, naar het leger en zelfs naar het
keizerlijk paleis zelf. «We zijn nog maar pas begonnen en nu zitten we al
overal in: huizen, steden, eilanden, dorpen, vergaderingen, zelfs de barakken
van het leger, groepen en klassen, de paleizen, de senaat, het forum.»5
Zonder buitenissigheden, als gewone gelovigen, kunnen wij
laten zien wat het betekent Christus van nabij te volgen. We moeten bekend
staan als trouw, eerlijk, opgewekt en hardwerkend. We moeten ons op een
voorbeeldige manier gedragen in gezins- en maatschappelijk leven, onze plichten
vervullen met een kalme waardigheid zoals zonen en dochters van God betaamt.
Ons leven, met al zijn zwakheden, moet een teken zijn dat mensen naar Christus
brengt. Door ons voorbeeld moet men zeggen: Dat is de manier om tot God te komen.
Gewone gebruiken en beleefdheden bijvoorbeeld, kunnen voor
vele mensen de eerste stap zijn naar vriendschap met God. Deze gebruiken maken
het leven in de maatschappij meer meegaand, alhoewel zij vaak slechts de
uiterlijke schijn van vriendschap vertegenwoordigen. Christenen moeten deze
gewoontes in praktijk brengen als de vrucht van echte liefde, als uitingen van
een diepgaande zorg voor het welzijn van anderen. Zij moeten de uiterlijke
weerkaatsing zijn van een innige verbondenheid met God.
Eén van de overtuigendste en aantrekkelijkste kanten van het
leven van een christen is te vinden in de gewoonte van matigheid. Om het even
waar wij ons bevinden, moeten wij altijd een goed voorbeeld van deze deugd
geven. Onze matigheid moet duidelijk zijn bij de maaltijden, in de manier
waarop wij ons geld besteden, in onze keuze van ontspanning en vermaak.
«Christus heeft ons op aarde geplaatst om als bakens te zijn die licht geven,
als leraren die onderwijzen, om onze plicht als zuurdesem te vervullen [...].
Het zou zeker niet nodig zijn te preken als ons leven zo stralend was, noch zou
het nodig zijn zijn toevlucht te nemen tot vele woorden als onze daden getuigenis
gaven. Er zou geen enkele heiden zijn als wij ons als echte christenen
gedroegen.»6
Met deze nadruk op ons goede voorbeeld van vrede en vreugde,
van kleine maar geregelde daden van dienstbaarheid, van goed verricht werk, zal
het gemakkelijker zijn degenen die rondom ons leven en werken naar de Heer te
brengen.
Dit is in het bijzonder waar met betrekking tot ons
apostolaat van de biecht, waarvan de Kerk zegt dat het in deze tijd zo dringend
nodig is. «Alle zorgen en inspanningen zijn van weinig waarde vergeleken met
het heil van één enkele ziel. Hij die een verloren schaap terugbrengt naar de
kudde heeft voor zichzelf een machtige voorspreker bij God gewonnen.»7 Wij moeten proberen veel van die machtige
voorsprekers te winnen door middel van onze geduldige en voortdurende
inspanningen.
22.3 Om actief te zijn en als desem te dienen, moeten wij met Christus verbonden
zijn. Wij kunnen ons niet veroorloven onze liefde voor de Heer te laten
verslappen, daar het de innerlijke sterkte is waar ons apostolaat op drijft.
Zonder die verbondenheid zal al ons werk en inspanning vruchteloos zijn. Er
zijn er altijd geweest die geloofden dat zij de wereld op eigen kracht konden
veranderen. Hoe snel is hun hoop de grond in geboord! Alsof de woorden van de
Heer in vervulling gingen: Los van Mij kunt gij niets.8
«Als de desem niet gist, gaat hij verloren. Hij kan verdwijnen
zonder het deeg te laten rijzen, maar hij kan ook verspild worden in
nutteloosheid en egoïsme.»9 De christen kwijnt
weg wanneer hij toegeeft aan lauwheid, dat is afkeer van de zaken van God en
vooringenomenheid met zichzelf. Een christen werkt als zuurdesem als zijn
geloof door daden wordt bewezen. Liefde voor Christus is de bron van alle
apostolaat; dat is het wat de christen tot zuurdesem maakt. Wij moeten deze
liefde voortdurend koesteren door persoonlijk gebed en het geregeld ontvangen
van de sacramenten. «Het is nodig, dat je een 'mens van God' bent, een mens van
innerlijk leven, een mens van gebed en offer. -Jouw apostolaat moet zijn als
het overvloeien van je leven 'van binnen'.»10
Wij kunnen onze liefde voor God afmeten aan de grootte van de
moeite die wij besteden aan het beïnvloeden van anderen op het werk, thuis, en
overal rondom ons.
Als wij moedig willen zijn in ons gewone werk hoeven we
alleen maar naar Onze Lieve Vrouw te kijken. «Het volmaakte voorbeeld van zo'n
geestelijk en apostolisch leven is de heilige maagd Maria, de koningin van de
apostelen. Op aarde leidde zij een leven zoals iedereen, vol zorg en werk voor
haar gezin; tegelijk bleef zij steeds innig met haar Zoon verbonden en werkte
zij op een geheel unieke wijze aan het werk van de Verlosser mee.»11
-1. Mt
13,31-35. -2. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 257. -3. Idem, Als Christus nu langs komt, 148. -4. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 46,2. -5. Tertullianus, Apologeticum, 37.
-6. H. Johannes Chrysostomus, Homilie over
het eerste epistel aan Timoteüs. -7. H.
Thomas van Villanueva, Homilie op zondag 'in albis' 1, c. -8.
Joh 15,5. -9. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God,
258. -10 Idem, De Weg, 961. -11. Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem,
4.
|