Vijftiende week. Woensdag
6. God, Onze Vader
-God is altijd bij ons. -Christus navolgen is de manier om
echte kinderen van God de Vader te zijn. -Eenheid met Christus, een gevolg van
goddelijk kindschap.
6.1 Toen Mozes de kudde van zijn schoonvader Jethro weidde bij de berg
Horeb, de heilige berg, verscheen God aan hem in een brandende doornstruik.
Daar werd Mozes de buitengewone taak gegeven -zijn levenswerk- het uitverkoren
volk uit de slavernij van Egypte naar het Beloofde Land te leiden. God bevestigde
hem in zijn opdracht met deze woorden: Ik zal u bijstaan.1 Mozes kon zich
amper voorstellen van hoe dichtbij God hem en het volk zou begeleiden te midden
van de beproevingen en het onheil dat hun wachtten.
Ook in ons leven is de tegenwoordigheid van God op elk
ogenblik iets dat wij nauwelijks kunnen doorgronden. Dit wordt zelfs nog
duidelijker wanneer God voor ons zorgt op de weg naar de heiligheid. Hij is als
een vader die voor een peuter zorgt. Jezus Christus, waarachtig God en
waarachtig Mens, herinnert ons in het evangelie voortdurend aan Gods vaderlijke
zorgzaamheid. Alleen Hij kan dit doen, daar niemand de Vader kent tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon
het wil openbaren2, zoals Hij het
ons in het evangelie van vandaag vertelt. De Zoon kent de Vader juist met die
kennis waarmee de Vader Hem kent. Er is geen grotere innige verbondenheid dan
die. Deze volkomen gelijkheid van kennen en kennis getuigt van de eenheid van
de goddelijke natuur. Door er aanspraak op te maken openbaarde Jezus dat Hij
God was.
Als de Zoon, één in wezen met de Vader, is Hij ook in staat
de verhouding van de Vader met ons en zijn houding tegenover ons te openbaren,
in het bijzonder zijn goedheid om ons de gave van de Heilige Geest toe te
kennen. Het geheim van de Heilige Drieëenheid is de kern van wat Hij ons moest
openbaren, en daarmee en daarin ontdekken we het wonder van het vaderschap van
God. Gedurende die laatste avond in de bovenzaal, toen Hij die jaren van
overgave en vertrouwvolle openbaring scheen op te sommen, zei Hij: Ik heb uw Naam geopenbaard aan
de mensen uit de wereld die Gij Mij gegeven hebt.3
Iemands naam bekend maken betekende in werkelijkheid: zijn
wezen bekendmaken. De Heer heeft aan ons de diepten van het
Drievuldigheidsgeheim geopenbaard: het feit dat God een Vader is, zo vlakbij
ons, mensen. Jezus gebruikt altijd de titel 'Vader', zowel in vertrouwelijke
gesprekken als in zijn preken. Hij staat stil bij de goedheid van de Vader, die
onze geringste daad beloont en onze goede daden erkent, zelfs die niemand ziet4; die zijn gulheid verleent aan rechtvaardigen en
onrechtvaardigen5, en die zich altijd bewust is
van, en bezorgd is over wat wij nodig hebben.6
Het woord 'Vader' is als een voortdurend refrein op de lippen van Jezus. Deze
Vader is nooit ver weg, niet meer dan een vader zou zijn die zijn kleine peuter
alleen en in gevaar ziet. Als wij proberen Hem te behagen zullen wij Hem aan
onze zijde vinden.7
6.2 God schiep ons niet zomaar en liet ons dan achter, zoals een schilder
zijn schilderij. Hij is een Vader voor ons, en Hij heeft ons zelfs verheven tot
het deelhebben aan
de goddelijke natuur.8 De wens van de Vader was dat wij kinderen van God zouden worden genoemd; en wij zijn
het ook.9 Kinderen van God zijn is niet iets wat wij zelf op eigen kracht tot
stand kunnen brengen; het is een cadeau van God. Als we dit overwegen zal het
ons ertoe brengen Hem dikwijls te bedanken. Het besef van ons goddelijk
kindschap zal aan de basis liggen van onze vreugde en van ons vertrouwen om de
opdracht die God ons heeft gegeven te volbrengen. In het zicht van
moeilijkheden en angst krijgen we er vertrouwen door. We zullen ontdekken dat
we zeggen, Vader, mijn Vader, met smaak proevend van dat edele maar sterke
woord 'Vader', zowel ten tijde van vreugde als van gevaar.10
Het komt door Christus dat wij aan dit goddelijk kindschap
kunnen deelnemen als wij proberen op Hem te gelijken, de Eerstgeborene onder
vele broeders en de Eerstgeborene van de Vader. Hoe meer wij als Jezus worden,
des te meer zal God de Vader ons als zijn kinderen beschouwen, als wij proberen
te werken zoals Hij deed, als ook wij medelijden hebben met de mensen die we
elke dag tegenkomen, als wij eerherstel geven voor de zonde en dankbaarheid
tonen zoals Jezus dat deed. Maar we slagen hierin vooral door het navolgen van
Christus' gebed tot zijn Vader. Dit betekent over te lopen van lof en dank voor
de vele bewijzen van Gods liefde die we ervaren. Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
lezen wij in het evangelie van vandaag.11 Dank
U, zullen wij zeggen, door die vriend van mij terug te brengen naar de
sacramenten, door mij met mijn gezin te helpen, voor de kans die ik krijg om
mijn hart te openen in geestelijke leiding, dank U echt voor alles. Onze geest
en hart zullen zich dikwijls tot God keren, op goede en op slechte dagen, om
als goede zonen en dochters van God te zeggen: Loof, mijn ziel, de Heer, heel mijn hart zijn
heilige naam. Loof, mijn ziel, de Heer, vergeet nimmer al wat Hij gedaan heeft.
Hij die vergeeft wat gij hebt misdreven, Hij die geneest al waar gij aan krank
gaat, Hij die verlost van de groeve uw leven, Hij die u kroont met genade en
erbarmen.12
Laat ons trachten de mensen te zien zoals Christus ze zag. De
wereld ziet er zo anders uit door zijn ogen! Het is de Heilige Geest die ons
vormt naar de Meester. Allen
die zich laten leiden door de Geest van God, zijn kinderen van God.13 De heilige Johannes Chrysostomus verklaart dat het
is «door de geest dat wij tot Christus behoren, Hem bezitten, en met de engelen
wedijveren. Door de geest versterven we het vlees, proeven we de vreugde van eeuwig
leven, bezitten we de belofte van de verrijzenis en gaan we onbetwistbaar
vooruit op de weg van de deugd.»14 Goddelijk
kindschap is de gemakkelijkste weg om de Heilige Drievuldigheid te bereiken.
6.3 Hoe vaak hebben wij nagedacht over de barmhartigheid van God, hoe Hij
besloten heeft mens te worden zodat de mens, in zekere zin, God kon worden,
deelnemend aan Gods eigen leven.15 De
heiligmakende genade die wij in de sacramenten ontvangen ook als beloning voor
onze goede werken, maken ons één met Christus en doen ons 'zonen in de Zoon
zijn', daar God de Vader slechts één Zoon heeft en het is alleen 'in Christus'
dat wij dit goddelijk kindschap kunnen verwerven. Wij worden verenigd en
vereenzelvigd met Hem, als leden van zijn Mystiek Lichaam, zoals de heilige
Paulus schreef aan de Galaten: Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij.16
Dus als wij ons naar de Vader keren, is het in werkelijkheid
Christus die in ons bidt. Als wij ons iets voor Hem ontzeggen, is Hij het die
deze onthechting opwekte. Als wij iemand proberen terug te brengen naar de
sacramenten, is onze apostolische geest een weerspiegeling van de ijver van
Jezus voor de zielen. Ons werk en ons lijden vullen de werken en het lijden aan
die de Heer op zich nam voor zijn Mystiek Lichaam, de Kerk. Denk aan de waarde
die ons dagelijks werk en ons leed in dit licht verkrijgen.
De innerlijke strijd die ons ertoe brengt, met de hulp van de
genade, gelijkvormig te worden aan Christus, beweegt ons ook om die gezindheid onder ons te doen
heersen welke Jezus Christus bezielde17;
en dit, op zijn beurt, maakt ons 'meer' kind van God. Normaal gezien kan men niet
min of meer de zoon van zijn vader zijn, wel een betere of een slechtere. Op
bovennatuurlijk vlak is men des te beter een zoon of dochter van God des te
heiliger men is. Dit is het werkelijke doel van het christelijke leven: een
voortdurende groei in goddelijk kindschap.
Onze Moeder Maria is het volmaakte voorbeeld van wat
goddelijke genade bereiken kan wanneer zij ten volle wordt benut. Niemand,
uitgezonderd de heilige Mensheid van Jezus, was ooit dichter bij God, en geen
enkel geschapen wezen kon ooit de Dochter worden van God de Vader, die zij was.
Laten wij haar vragen dat wij de raad van de Heilige Geest zullen zoeken die
ons Jezus zal doen navolgen. Onder zijn invloed zullen we de dringende noodzakelijkheid
aanvoelen om ons te allen tijde tot de Vader te keren, in het bijzonder in de
mis, als wij Hem aanspreken als algoede Vader.18
We zullen Hem Abba
noemen, gezalfd als wij zijn door de Geest van zijn Zoon die roept Abba, Vader.19 Hij zal ons ook de honger en dorst naar God en naar
zijn glorie laten ervaren, die zich zo duidelijk manifesteerden in zijn
Mensgeworden Zoon. De Vader krijgt ook eer door onze toenemende gelijkenis op
zijn Eniggeboren Zoon, die,
door de kracht welke in ons werkt, bij machte is oneindig meer te volbrengen
dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden.20
-1. Eerste
lezing, Jaar I, Ex 3,1-6,9-12. -2. Mt 11,027. -3. Joh 17,6. -4. Vgl. Mt 6,3-4,17-18.
-5. Vgl. Mt
5,44-46. -6. Mt
7,7-8; 6,25-33. -7. H. Jozefmaria Escrivá,
De Smidse,
240. -8. 2 Pe
1,4. -9. 1 Joh
3,1. -10. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God,
150. -11. Mt
11,25. -12. Tussenzang,
Jaar I, Ps 102,1-4.
-13. Rom
8,14. -14. H. Johannes Chrysostomus, Preken over de Romeinen,
13. -15. Vgl. H. Ireneüs, Tegen ketterijen,
5, Voorwoord. -16. Gal
2,20. -17. Fil
2,5. -18. Romeins Missaal,
Eucharistisch Gebed I. -19. Gal 4,6. -20. Ef 3,20.
|