Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierentwintigste week. Zaterdag

27. Goede grond

-Harten die bij gebrek aan berouw versteend zijn, zijn niet in staat het goddelijke woord te ontvangen. -De noodzaak van gebed en offer om de genade in de ziel vrucht te doen voortbrengen. -Geduld en volharding: opnieuw beginnen met nederigheid.

27.1 Een grote menigte verzamelde zich en de mensen stroomden uit de steden naar Jezus toe.1 Jezus maakte gebruik van deze gelegenheid om de mensen te onderrichten over de geheimzinnige inwerking van de genade in de ziel. Daar zijn gehoor grotendeels uit boeren bestond, gebruikte Jezus een parabel uit het boerenbestaan. Een zaaier ging uit om zaad te zaaien... De zaaier is Christus zelf. Hij werkt voortdurend om zijn Koninkrijk van vrede en liefde onder de mensen te verbreiden. Bij deze poging is Hij afhankelijk van de vrijheid en het persoonlijk antwoord van iedere persoon. God kan men vinden in mensen in de meest verschillende omstandigheden, even verschillend als de soorten grond op een boerderij. En bij het zaaien viel een gedeelte op de weg; het werd vertrapt en de vogels uit de lucht aten het op. Het zaad ging volkomen verloren zonder dat het vrucht gedragen had. Later legde Jezus de parabel aan zijn leerlingen uit, alsook de reden voor het teloor gaan: Maar dan komt de duivel en rooft het woord uit hun hart weg. Harten die versteend zijn door gebrek aan berouw over de eigen zonden, zijn niet in staat het goddelijk woord te ontvangen. Deze slechte grond staat voor het «hart dat gewend is aan verkeerde gedachten, het is zo 'verdord' dat het geen zaad kan ontvangen en doen groeien.»2 De duivel vindt in deze soort zielen een bron van weerstand tegen Gods reddende genade.

Een persoon daarentegen die reageert op onvolmaaktheden en zwaktes met oprecht berouw, trekt goddelijk medelijden naar zich toe. Echte nederigheid staat God toe zijn zaad te zaaien en het overvloedig vrucht te laten dragen. Daarom moeten wij deze parabel gebruiken om ons geweten te onderzoeken omtrent de dagelijkse zonden, zelfs in de minst ernstige zaken. Gaan we regelmatig biechten met een oprecht verlangen naar goddelijke hulp?

Laten wij Jezus vragen ons te helpen de zonde te vermijden en afstand te bewaren tot alles wat ons van zijn vriendschap kan scheiden. «Jij bent op voet van grote intimiteit gekomen met deze, onze God die zo dicht bij jou is, zo binnen in je ziel..., maar zorg jij, dat die intimiteit vermeerdert, inniger wordt? Vermijd jij, dat zij overspoeld wordt door onbeduidendheden die die vriendschap kunnen vertroebelen? -Wees dapper. Aarzel niet korte metten te maken met alles wat, al was het maar lichtelijk, Hem die zoveel van je houdt, zou bedroeven.»3

27.2 Een ander gedeelte viel op de rotsgrond; het schoot wel op maar droogde uit, omdat het geen vocht had. Dit duidt op degenen die, als zij het woord horen, het met vreugde ontvangen; maar zij hebben geen wortels, ze geloven voor enige tijd maar haken af in een tijd van beproeving. Op het uur der waarheid bezwijken zij omdat hun loyaliteit aan Christus slechts wortelt in gevoel en niet in gebed. Daardoor zijn zij niet in staat zonder schade door moeilijke tijden heen te komen of in de beproevingen van het leven en in perioden van geestelijke dorheid stand te houden. «Veel mensen zijn blij met wat zij horen en besluiten oprecht het goede na te streven. Maar wanneer tegenslag en lijden komen, worden zij snel ontrouw aan hun goede inzet.»4 Hoeveel goede besluiten zijn de grond in geboord, toen de weg van het innerlijk leven niet meer vlak en makkelijk begaanbaar was. Deze mensen waren meer op zoek naar zichzelf dan naar God. Zoals de heilige Augustinus onder de aandacht bracht: «Sommigen handelen om de ene reden. Anderen om een andere. Feit is dat weinigen Jezus zoeken om Jezus zelf.»5 Jezus zoeken is: zijn voetstappen volgen waarheen zij ook voeren, ongeacht of het pad vlak en gemakkelijk is of steil en moeilijk. Het belangrijkste is het hebben van een vastberaden verlangen bij Christus te komen, Jezus zoeken om Jezus zelf. We kunnen dit alleen volbrengen als we trouw zijn in ons dagelijks gebed, of dit ons nu makkelijk afgaat of eerder een offer is.

Weer een ander gedeelte viel tussen de distels, maar tegelijkertijd schoten de distels op en verstikten het. Dit staat voor de mensen die, nadat ze het woord van God gehoord hebben, verstikt worden door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven. Het is onmogelijk Christus te volgen, tenzij wij een leven van versterving leiden. Als wij dit niet doen, zal de aantrekkingskracht van de wereld geleidelijk aan de zaken van God overwinnen. Uiteindelijk geeft de ziel de geestelijke strijd op ten gunste van wereldse zaken. De heilige Basilius schreef: «Wees niet verbaasd dat Jezus de wereldse genoegens 'doornen' noemt. Waar de doornen ons ook maar raken, zij maken onze handen altijd aan het bloeden. Evenzo beschadigen de wereldse genoegens de voeten, de handen, hoofd en ogen... Wanneer iemand zijn zinnen gezet heeft op tijdelijke zaken, verdooft hij de scherpte van zijn waarneming en verzwakt hij de rede...»6

Gebed en versterving bereiden de ziel voor om het goddelijke zaad te ontvangen en dan vrucht te dragen. Zonder deze middelen blijft het leven onvruchtbaar. «Het systeem, de methode, het proces, de enige methode waarbij wij het leven -een overvloedig leven, rijk aan bovennatuurlijk vruchten- behouden, is het volgen van de raad van de Heilige Geest die ons bereikt middels de Handelingen van de Apostelen: omnes erant perseverantes unanimiter in oratione -allen volhardden eensgezind in gebed. -Zonder gebed, niets!»7 Alle wegen die leiden tot God, gaan via gebed en onthechting.

27.3 «Jezus beschrijft eerst de omstandigheden die tot mislukking leiden voordat Hij verder gaat met de belofte van de goede grond. Hij staat zichzelf niet toe, hoe dan ook, teleurgesteld te zijn, maar koestert de hoop dat iedereen ooit goede grond mag worden.»8 En een gedeelte viel op goede aarde en schoot op en bracht honderdvoudige vruchten voort... Dit zijn zij die het woord dat zij hoorden, in een goed en eerlijk hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.

Iedereen is in staat overvloedige vruchten aan de Heer te geven, ongeacht zijn verleden. God zaait altijd het zaad van zijn genade. «Het belangrijkste is niet te worden als een plat getreden pad, als rotsige bodem, als doornen... We moeten vruchtbare bodem worden... Het hart mag geen makkelijke prooi zijn voor vogels en voorbijgangers. Het moet genoeg aarde beschikbaar hebben om het zaad te laten wortelen. De zon van menselijke hartstocht en een losbandig leven mogen de zaailingen van goddelijke belofte niet verschroeien.»9

Er zijn drie voorwaarden die vervuld moeten zijn om goede grond te worden: luisteren met een rouwmoedig hart, ijverig zijn in gebed en versterving en tenslotte bereid zijn telkens weer opnieuw te beginnen en vol te houden met de innerlijke strijd. We moeten ons niet laten ontmoedigen als de vruchten van onze strijd niet meteen duidelijk zijn, zelfs na heel wat jaren van inspanning.

Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u uitstorten; Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees geven.10 Deze zin komt uit het getijdengebed van vandaag. Wanneer wij bereid zijn onze levenswandel te veranderen, is de Heer meer dan bereid ons te veranderen in goede grond. Hij zal dit bewerken in de meest verborgen plaatsen van ons wezen. De genade van God is almachtig. Van doorslaggevende betekenis is het om zich telkens weer naar God te wenden. De heilige Augustinus leert ons: «God is een landbouwer, en als Hij de mens verlaat, wordt de mens een woestijn. De mens is ook een landbouwer en als hij God verlaat, verandert hij zichzelf eveneens in een woestijn.»11 Laten wij besluiten ons nooit van de Heer af te wenden. We moeten gedurende de dag vele malen tot zijn liefdevol Hart onze toevlucht nemen.

-1. Lc 8,4-15. -2. H. Gregorius de Grote, Preken over de evangeliën, in loc. -3. Zalige Josemaría Escriva, De Smidse, 417. -4. H. Gregorius de Grote, o.c., 15,2. -5. H. Augustinus, Commentaren op het evangelie van Johannes, 25,10. -6. H. Basilius, Homilieën op het Lucasevangelie, 3,12. -7. Zalige Josemaría Escriva, o.c., 297. -8. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteus, 44. -9. H. Augustinus, Preek 101, 3. -10. Getijdenboek, Lauden, Ez 36,26. -11. H. Augustinus, Commentaar op de Psalmen 145,11.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012