Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierentwintigste zondag door het jaar (A)

19. GRENZELOZE VERGIFFENIS

-Altijd vergeven, direct en van ganser harte. -Als we echt leren hoe we anderen moeten vergeven, zullen we bijna niet anders kunnen, omdat we ons niet meer gekrenkt zullen voelen. -Het sacrament van de vergeving helpt ons vergevingsgezind te zijn jegens de anderen.

19.1 God vergeeft degene die vergeeft. De barmhartigheid die wij anderen betonen, is dezelfde barmhartigheid die ons gegeven zal worden. Dit is de boodschap die wij vinden in de lezingen van vandaag. De eerste lezing zegt: Wie wraak neemt, zal de wraak van de Heer voelen: de Heer zal zijn zonden nooit uit het oog verliezen. Vergeef uw naaste zijn onrecht: dan worden, wanneer gij erom bidt, uw eigen zonden kwijtgescholden. Kan een mens, die tegenover een medemens in zijn gramschap volhardt, bij de Heer zijn heil komen zoeken?1

De Heer heeft dit gebod vervolmaakt door het uit te breiden tot iedereen en tot elke zonde. Door zijn dood aan het kruis heeft Christus alle mensen tot broeders gemaakt in een nieuwe schepping. De heilige Petrus vroeg zich hardop af of deze leer niet te streng was, toen hij Jezus vroeg hoe vaak we elkaar moeten vergeven. De Heer antwoordde: Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe, maar zeventigmaal zevenmaal.2 Dit betekent 'altijd'. Het is geen kwestie van wiskundig rekenen. Christus wil, dat wij ontdekken hoe wij het kwaad moeten overwinnen door de kracht van zijn oneindige liefde. In het Onze Vader heeft Christus ons geleerd te bidden: Vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. Het getijdengebed van vandaag zegt, dat wanneer we het Onze Vader bidden, wij «verenigd moeten zijn met elkaar en met Jezus Christus, welwillend en open om elkaar te vergeven.»3 Dit is de enige manier waarop we de grenzeloze genade van God kunnen verkrijgen.

Vergiffenis vanuit het hart vereist dikwijls oprecht geloof. Door de diepte van hun geloof zien heiligen, die hun leven in navolging van Christus hebben geleefd, vaak de noodzaak niet in om te vergeven, omdat ze zich niet beledigd voelen. Zij beseffen, dat de zonde het enige echte kwaad is. Beledigingen en laster konden hen niet raken.

Laten wij vandaag ons geweten onderzoeken om te zien of we vasthouden aan enige wrok, hetzij echt of denkbeeldig. Kwam onze vergiffenis prompt, oprecht, van ganser harte en zonder terughoudendheid? «Als men u vijftigduizendmaal ergert, zo dikwijls moet u hem vergeven... uw geduld moet de overhand hebben en de wrok doen wegslijten, voordat zij meer kwaad kan uitlokken.»4

19.2 Dikwijls kunnen we gekrenkt worden door de meest onbenullige dingen: misschien een gebrek aan dankbaarheid, een scherpe opmerking op een moment van zwakte of gewoon een keer pech hebben. Een andere keer kunnen we verstoord zijn door ernstige oorzaken, zoals kwaadspre­kerij en een verdraaide uitleg van wat wij hebben gedaan vanuit een oprecht geweten. Hoe dan ook, als we meteen vergeven, en alles vergeven, moeten we ons hart naar God gericht hebben. Deze grootmoedigheid zal ons ertoe brengen om te bidden voor de mensen die ons kwaad doen. Een klassiek werk in de geestelijke literatuur heeft het probleem aldus gesteld: «Is het niet gebruikelijk dat de zieken met meer liefde behandeld worden dan de gezonden? Wees dan de dokter voor je vijanden. Het goede dat je voor hen doet, kan gedachten van liefde opwekken (Kol 3,13). Denk aan de mogelijkheden tot volmaaktheid die je vijanden je geven... Bedenk eens dat de haat van Herodes de onnozele kinderen tot heiligen maakte, niet de liefde die zij van hun ouders kregen.»5

De wijze waarop wij vergeven of, indien nodig, terecht en in alle rust opkomen voor onze eigen rechten of de rechten van hen die aan ons toevertrouwd zijn, kan van belang zijn om degenen die onrecht begaan hebben, nader tot God te brengen. Zo handelden ook de eerste christenen wanneer zij laster en vervolgingen te verduren hadden. Toen hij zijn martelaarschap tegemoet ging,, raadde de heilige Ignatius van Antiochië de eerste christenen aan: «Zorg ervoor, dat de andere mensen, althans door uw daden, uw onderricht ontvangen. Beantwoord hun toorn met uw zachtmoedigheid, hun grootspraak met nederigheid. Stel tegenover hun godslasteringen uw gebeden; tegenover hun dwalingen uw standvastigheid in het geloof; tegenover hun wreedheid uw zachtzinnigheid. En doe geen enkele moeite u te gedragen zoals zij. Laten wij door onze welwillendheid laten zien, dat wij hun broeders zijn. Beijveren wij ons, navolgers van de Heer te zijn.»6

De Heer staat klaar om alles van iedereen te vergeven. De heilige Paulus behandelt dit thema in zijn brief aan de Tessalonicenzen: Zorg dat niemand kwaad met kwaad vergeldt. Streef steeds naar wat goed is voor elkaar en voor allen.7 Aan de Kolossenzen schrijft hij: Verdraagt elkander en vergeeft elkander, als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij ver­geven.8 Als wij werkelijk leren hoe wij anderen moeten vergeven, zullen wij het bijna onnodig vinden om het te doen, omdat we ons niet langer beledigd voelen. Wij vol­gen niet de weg van Christus als onze liefde bekoelt ten opzichte van iemand in de familie, op de werkplek, op school. Bij deze gelegenheden, waarbij het moeilijk is om te vergeven, moeten we de woorden van de Heer op Calvarië herhalen: Vader vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.9 Maar in de meeste gevallen is het genoeg, dat we glimlachen of een groet beantwoorden, of een kleine dienst bewijzen om de vriendschap weer aan te knopen of de verloren vrede te herstellen. De kleine onenigheden van iedere dag moeten er niet toe leiden dat wij onze blijdschap verliezen die in ons leven normaal en diepgeworteld moet zijn. In dit opzicht kunnen we niet toestaan dat onze trots, onze lichtgeraaktheid, het van ons winnen.

19.3 De Heer geeft aan Petrus een makkelijk te onthouden uitleg over het wezen van christelijke vergeving met de parabel van de twee schuldenaars. De ene schuldenaar was tienduizend talenten schuldig terwijl de andere honderd denariën schuldig was. Het verschil in waarde is enorm. Zesduizend denariën hadden de waarde van een talent. Deze schriftlezing vertelt ons dat Gods barmhartigheid onmetelijk veel groter is dan de onze. Echte barmhartigheid behoort bij die nederigen die begrijpen hoeveel aan hen vergeven is. «Zoals de Heer altijd klaar staat om ons te vergeven, zo ook moeten wij klaar staan om elkaar te vergeven. En hoe groot is de behoefte aan vergeving in onze huidige wereld, jazeker in onze gemeenschappen en families, in ons eigen hart! Daarom is het speciale sacrament van de Kerk voor vergeving, het sacrament van de biecht, zo'n kostbare gave van de Heer.

»In het sacrament van de verzoening verleent God zijn vergeving aan ons op een zeer persoonlijke wijze. Door de bediening van de priester komen wij, met de last van de zonde, naar onze Redder, die ons liefheeft. Wij belijden dat wij gezondigd hebben tegen God en onze naaste. We tonen ons berouw en vragen om vergeving van de Heer. Dan, door de priester, horen wij Christus tegen ons zeggen: Uw zonden zijn u vergeven (Mc 2,5); Ga heen en zondig van nu af niet meer (Joh 8,11). Kunnen we Hem ook niet horen zeggen tegen ons, nu wij vervuld zijn van zijn reddende genade: 'Breid deze zelfde vergevingsgezindheid en barmhartigheid uit naar anderen: zeventigmaal zeven keer.'»10 De biecht is een prachtige school voor liefde en edelmoedigheid. Het sacrament vernieuwt de ziel en verlevendigt haar mogelijkheden om te vergeven.11 «De Kerk moet Gods barmhartigheid in haar volle waarheid belijden en verklaren, zoals het aan ons is overgeleverd door de openbaring.»12 Dat is de taak voor iedere christen. Het lijkt vooral dringend nodig in onze tijd.

Laten wij Onze Lieve Vrouw vragen om een hart grootmoedig zoals het hare. Zij kan ons helpen om ons tobben over teleurstellingen en onrecht te vermijden. Bovendien moeten wij voortdurend groeien in een geest van eerherstel aan het goddelijk Hart van haar Zoon.

-1. Sir 27,33; 28,1-9. -2. Vgl. Mt 18,21-35. -3. Getijdenboek, Voorbeden tweede vespers. -4. H. Johannes van Avila, Preek 25, voor de 25e zondag na Pinksteren. -5. F. de Osuna, Ley del amor santo, 40-43. -6. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Efeziërs, 10,1-31; vgl. Apostolische Vaders, Hilversum 1941, bl. 104. -7. 1 Tes 5,15. -8. Kol 3,13. -9. Lc 23,34. -10. Johannes Paulus ii, Angelus, 16 september 1984. -11. Vgl. F. Sopena, La confesión, Madrid 1957, bl. 132. -12. Johannes Paulus ii, Enc. Dives in misericordia, 30 november 1980, 13.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012