Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zevende zondag door het jaar (C)

54. GROOTMOEDIGHEID

-Een heilig leven gaat altijd gepaard aan de instelling om grote dingen voor de Heer en de mensen te doen. -Grootmoedigheid uit zich op vele manieren. -Grootmoedigheid: vrucht van innerlijk leven.

54.1 De eerste lezing van de mis van vandaag laat ons zien hoe David vlucht voor Saul door de woestijn van Zif.1 Een keer 's nachts lag de koning te slapen met zijn manschappen om zich heen. David ging naar het kampement met zijn trouwste vriend, Abisai. Zij zagen Saul slapend. Zijn lans stond bij zijn hoofdeinde in de grond gestoken; Abner en zijn mannen lagen in een kring om hem heen. Abisai zei tegen David: Nu levert God uw vijand aan u over. Laat mij hem met zijn eigen lans aan de grond priemen! Een stoot! Meer is niet nodig! De dood van de koning was stellig de snelste manier om zich in een keer van alle gevaar te bevrijden en de troon te bestijgen. David koos echter voor de tweede keer2 de langere weg en gaf er de voorkeur aan Saul het leven te laten. Hier en in veel andere gevallen laat David zien, dat hij een man is met een grote ziel. Met deze geesteshouding kon hij eerst de bewondering en later de vriendschap winnen van zijn bitterste vijand en het volk. Hij won echter vooral de vriendschap met God.

Het evangelie van de Mis3 spoort ons ook aan grootmoedig te zijn, groot van hart te zijn, zoals Christus. Het houdt ons voor te zegenen wie over ons kwaadspreken, te bidden voor wie ons beledigen-, het goede te doen zonder er iets voor terug te verwachten, barmhartig te zijn zoals de Vader barmhartig is, allen te vergeven, grootmoedig te zijn zonder berekening en zonder maat. Tot slot zegt de Heer ons: Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken, luidt zijn waarschuwing.

De deugd van grootmoedigheid hangt nauw samen met die van sterkte. Zij bestaat in de gesteldheid van de ziel grootse dingen te willen doen.4 Thomas noemt de grootmoedigheid «de sier van alle deugden».5 Deze geneigdheid grootse dingen tot stand te brengen voor God en voor anderen, is de noodzakelijke gezel van een heilig leven. Het ernstig streven te strijden voor de heiligheid is al een eerste blijk van grootmoedigheid. De grootmoedige stelt zich hoge idealen. Hij laat zich niet afschrikken door hinderpalen, kritiek of minachting, wanneer hij deze moet verduren voor een verheven zaak. Hij laat zich niet intimideren door wat anderen denken of door een vijandige omgeving. Hij hecht weinig of geen waarde aan achterklap en geroddel. Hij is meer geïnteresseerd in de waarheid dan in opvattingen die vaak onwaarheden of halve waarheden bevatten.6

De heiligen waren altijd groot van ziel -'magna anima'- bij het opzetten en realiseren van de apostolaatswerken die zij aanpakten en in hun beoordeling van en omgang met de anderen die zij altijd zagen als kinderen van God die tot grote idealen geroepen waren. Wij moeten niet klein van ziel of kleinhartig -'pusillus animus'-, kortzichtig en benard zijn. «Grootmoedigheid, groot van gemoed, van geest, een ziel die open staat, met plaats voor velen. De kracht waardoor we uit onszelf kunnen treden, waardoor we iets waardevols kunnen doen, voor het welzijn van allen. In grootmoedigheid is geen spoor van enghartigheid; nog minder van krenterigheid, egoïstische berekening of zelfzuchtig geharrewar. Grootmoedigheid wijdt zonder terughoudendheid haar krachten aan wat de moeite waard is. Daardoor is ze in staat zichzelf te onderwerpen. Grootmoedigheid is geen geven: zich geven. En zo begrijpt de mens dat het grootste bewijs van grootmoedigheid is zichzelf aan God geven.»7 Geen groter blijk van grootmoedigheid is er dan dit: de overgave aan Christus, zonder beperking, zonder voorwaarde.

54.2 De grootheid van de ziel blijkt ook uit de bereidheid het grote en het kleine, mensen die ons al dan niet nabij zijn te vergeven. Het ligt niet in de aard van de christen door de wereld te trekken met een lijst van grieven in zijn hart8, met wrok en met herinneringen die de ziel benarden en haar afhouden van de menselijke en goddelijke idealen waartoe de Heer ons roept. Zoals de Heer altijd bereid is iedereen alles te vergeven, zo moet ons vermogen tot vergeven geen beperkingen hebben; niet qua aantal keren, niet vanwege de omvang van de belediging, niet vanwege de personen van wie het veronderstelde onrecht afkomstig is; «niets doet ons zozeer op God gelijken als onze bereidheid te vergeven».9 Op het kruis volbracht Jezus wat Hij onderricht had: Vader, vergeef het hun, vroeg Hij. En daarbij verontschuldigde Hij hen: want zij weten niet, wat zij doen.10 Het zijn woorden die de zielegrootheid van zijn Allerheiligste Mensheid tonen. En in het evangelie van de mis van vandaag lezen wij: Bemint uw vijanden. - bidt voor hen die u mishandelen.11 Deze zielegrootheid vraagt Jezus altijd van de zijnen. De eerste martelaar, de heilige Stefanus, stierf terwijl hij bad om vergeving voor zijn moordenaars.12 Zouden wij dan niet in staat zijn de kleine dingen van elke dag te vergeven? En als wij ooit eens het slachtoffer zijn van verdachtmakingen, laster, zouden wij dan die gelegenheid niet kunnen aanwenden om iets veel waardevollers te offeren? Zou het niet nog beter zijn, als wij niet eens aan vergeven toekwamen, omdat wij ons, in navolging van de heiligen, niet beledigd voelen?

Wat betreft de dingen die de moeite waard zijn: edelmoedige idealen, apostolaat, en, bovenal, God, levert de grootmoedige zijn bijdrage -geld, energie, tijd- zonder terughoudendheid. Hij kent en begrijpt de woorden van de Heer goed: Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken.13 Wij moeten ons afvragen, of wij met gulle hand geven. Sterker nog, of wij onszelf geven, dat wil zeggen, of wij met kloeke en snelle pas de weg -de persoonlijke roeping- volgen, die tot de Heer leidt.

Anderzijds kan het maken van grootse plannen voor het welzijn van de mensen, voor het lenigen van de nood van velen of voor het brengen van eer aan God, soms leiden tot het uitgeven van grote sommen geld of het ter beschikking stellen van goederen voor die grote werken.14 En wie grootmoedig is, weet dat te doen zonder vrees. Met de deugd van de verstandigheid beoordeelt hij alle omstandigheden, maar zonder angst. De grote kathedralen zijn een voorbeeld van tijden waarin heel wat minder menselijke en economische middelen ter beschikking stonden, maar waarin het geloof misschien veel levender was. Vanaf de eerste tijden zorgde de Kerk met bijzondere overgave dat «de gewijde voorwerpen met waardigheid en schoonheid een bijdrage zouden leveren aan de pracht van de eredienst».15 En goede christenen zijn vaak gul geweest met iets dat zij het waardevolst achtten, om de heilige Maagd te eren of voor de eredienst-, en zijn zo vrijgevig geweest voor de zaken van God en om de nood hun meest behoeftige broeders en zusters te lenigen. Zij zijn actief geweest op het gebied van onderwijs, cultuur, maatschappelijk werk, gezondheidszorg.

In een samenleving die geen halt toeroept aan overdadige en onnodige uitgaven zien wij toch vaak, dat het bestaan van apostolaatswerken en van de mensen die er hun hele leven aan gewijd hebben, niet zelden het voorwerp zijn van bezuinigingen en reorganisaties wegens gebrek aan middelen. De zielegrootheid die de Heer van de zijnen vraagt, zal ons er niet alleen toe brengen vrijgeviger te zijn met onze tijd en onze geldelijke middelen, maar zal anderen ook aanzetten -ieder naar zijn eigen mogelijkheden- mee te helpen voor het welzijn van zijn medemens. Vrijgevigheid voert altijd dichter naar God. Daarom is bij tal van gelegenheden de beste dienst die wij onze vrienden kunnen bewijzen: hun vrijgevigheid aanmoedigen. Deze deugd verruimt het hart, verjongt het, laat het meer liefhebben.

54.3 De heilige Theresia van Avila wees er met nadruk op, dat het goed is geen beperkingen op te leggen aan onze verlangens, want «zijne Majesteit is de vriend van geestdriftige zielen», die zich grote doelen stellen, zoals ook de heiligen deden die als heilige niet zo'n verheven plaats verworven zouden hebben, als zij niet de duidelijke bedoeling hadden gehad zich -altijd rekenend op de hulp van God- op het hoge te richten. En zij treurde over die goede zielen die, ondanks een leven van gebed, «als een lelijke pad» aan de grond verkleefd bleven in plaats van op te vliegen naar God, tevreden «met het vangen van hagedisjes».16

«Laat niet toe, dat men uw ziel en geestdrift ontneemt, waardoor vele weldaden verloren zouden kunnen gaan- laat uw ziel niet in de hoek drukken, waar zij in plaats van naar de heiligheid te streven veel andere tamelijke onvolmaaktheden tevoorschijn zal brengen.»17 Kleinmoedigheid, die de opgang in de omgang met God belemmert, is «een ondeugd -door een tekort tegengesteld aan de grootmoedigheid en zo aan de sterkte- waardoor men weigert datgene te ondernemen, waarvoor men objectief de krachten heeft».18 Kleinmoedigheid blijkt ook uit een beperkte kijk op de anderen en op wat zij uiteindelijk met goddelijke hulp zouden kunnen worden, ook al zouden het nog zulke grote zondaars geweest zijn. De kleinmoedige is een mens met beperkte horizonten, berustend in een gemakkelijk leven: hij heeft geen hoogstaande aspiraties. En zolang hij dit gebrek niet overwint, zal hij zich nooit aan God durven binden in een vast leefplan, of in het vooruit helpen van apostolische werken, of in een zelfovergave: alles is voor hem ongrijpbaar groot, omdat hij zelf zo benepen is.

Grootmoedigheid is een vrucht van de omgang met Jezus Christus. Aan een rijk en kritisch innerlijk leven, vol liefde, paart zich altijd de bereidheid, in de eigen omgeving, grote dingen aan te pakken voor God. Deze deugd steunt op de nederigheid en brengt met zich «een sterke en onblusbare hoop, een bijna uitdagend vertrouwen en de volmaakte kalmte van een onbevreesd hart» dat «door niets geknecht wordt-: en alleen de slaaf van God is».19 De grootmoedige durft het grote aan omdat hij weet dat de gave van de genade de mens verheft tot grote dingen die zijn natuur te boven gaan.20 Zijn handelen verkrijgt dan een goddelijke daadkracht. Hij steunt op God, die de macht heeft voor Abraham zelfs uit stenen kinderen te verwekken.21 Hij is niet bang in het apostolaat, omdat hij zich bewust is dat de Heilige Geest zich van het woord van de mens als werktuig bedient, maar Hij alleen vervolmaakt het werk.22 Hij heeft de zekerheid, dat alle daadkracht zetelt in God, die de wasdom geeft23: daarin ligt het zelfvertrouwen van de grootmoedige.

De heilige Maagd Maria zal ons deze zielegrootheid geven die zij heeft in haar betrekking tot God en met zijn kinderen de mensen. Geef, en u zal gegeven worden. Laten wij niet benard en benepen blijven. Jezus is aanwezig in ons leven.

-1. 1 Sam 26,2;7-9;12-13 en 22-23. -2. Vgl. 1 Sam 2 4,1 e.v. -3. Lc 6,27-38. -4. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q129, a1. -5. Ibidem, II-II, q129, a4. -6. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen, I, bl. 218 (Heemstede 1947). -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 80. -8. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 738. -9. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 19,7. -10. Lc 23,34. -11. Lc 6,27-28. -12. Vgl. Hnd 7,60. -13. Vgl. Lc 6,38. -14. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae II-II, q134. -15. Vaticanum ii, Const. Sacrosanctum concilium, 122. -16. H. Theresia van Avila, Het boek van haar leven,13,2-3. -17. Idem, De weg der volmaaktheid, 72,1. -18. Theologisch Woordenboek, deel II (Roermond 1957). -19. J. Pieper, Von Sin der Tapferkeit. -20. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae II-II, q171, a2. -21. Vgl. Mt 3,9. -22. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae II-II, q177, a1. -23. 1 Cor 3,7.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012