24 januari.
Gedachtenis
11. H. FRANCISCUS VAN SALES,
BISSCHOP EN KERKLERAAR
Hij werd in 1567 op het kasteel van Sales
(bij Annecy) geboren. Eenmaal priester gewijd werkte hij krachtig aan de
katholieke restauratie van zijn vaderland. Benoemd tot bisschop van Genève was
hij vol heilige ijver om priesters en gelovigen in vroomheid en leer te ondersteunen.
Aan hen wijdde hij talrijke geschriften. Hij overleed in Lyon op 28 december
1622. Zijn feest wordt gevierd op 24 januari, omdat op die dag, een jaar na
zijn dood, zijn stoffelijke resten werden overgebracht naar zijn definitieve
graf in Annecy. Hij werd in 1661 zalig en vier jaar later heilig verklaard.
Pius ix verklaarde hem tot kerkleraar en Pius xi riep hem uit
tot patroon van de katholieke journalisten en schrijvers.
-Minzaamheid.
-Deugden ten behoeve van de menselijke omgang, wezenlijk voor het apostolaat.
-Respect jegens de mensen en zorg voor de materiële zaken.
11.1 Sint Franciscus van Sales
werkte, eerst als priester, krachtig voor het trouw blijven van alle christenen
van zijn vaderland aan de Romeinse Stoel; later, als bisschop, was hij een
toonbeeld van de Goede Herder voor de priesters en overige gelovigen, door hen
onophoudelijk te onderrichten in woord en geschrift.
De liturgie van de heilige mis spoort ons aan
de Heer te bidden de liefde en
zachtmoedigheid van de heilige Franciscus van Sales na te volgen op aarde, om
eens zijn heerlijkheid te ontvangen in de hemel.1 Om deze reden zullen we nadenken over de deugden van
'minzaamheid' en 'zachtmoedigheid', waarin de heilige bisschop van Genève, in
voortdurende trouw aan de waarheid zozeer uitblonk, heel bijzonder in de omgang
met allen, ook met hen die anders dachten en handelden dan hij zelf.
Van deze deugden, die de harmonie met allen
mogelijk maken of vergemakkelijken en die wij allen zozeer nodig hebben, zei de heilige dat «men daarvan een grote
voorraad bij de hand moet hebben,
omdat men ze bijna voortdurend nodig heeft.»2
Voor het apostolaat, het gezinsleven, de vriendschap... zijn zij onontbeerlijk.
Iedere dag ontmoeten wij totaal verschillende
mensen op het werk, op straat, zelfs onder de naaste familieleden..., met geheel
verschillende karakters en aard, en het is de Heer zeer welgevallig, dat wij
ons oefenen in een harmonieus samenleven met allen. Sint Thomas van Aquino
merkt op, dat er een bijzondere deugd nodig is -die in zich weer vele andere,
kleiner lijkende deugden insluit- die
«ervoor zorgt de betrekkingen van de mensen met hun gelijken te ordenen,
zowel in daden als in woorden.»3 Deze deugden
zetten ons ertoe aan ons in elke situatie in te spannen om voor degenen die ons
omringen het leven aangenamer te maken. Zij zorgen ervoor, dat de betrekkingen
tussen de mensen vriendelijker worden, zij zijn
een ware wederzijdse hulp op onze weg naar de hemel, en daar willen wij
toch naar toe! Wellicht veroorzaken zij geen grote bewondering, maar wanneer ze
ontbreken, worden zij node gemist en worden de betrekkingen tussen de mensen
gespannen en moeilijk. Het zijn deugden die vanuit hun eigen natuur
tegenovergesteld zijn aan egoïsme, norsheid, slecht humeur, gebrek aan
beschaving, wanorde, geschreeuw en ongeduld, aan een leven dat geen rekening
houdt met degenen die dicht bij ons staan. Een prettig gesprek, de omgang met
anderen die steeds vervuld is van respect, dit alles moet beoefend worden op
het werk, in het verkeer..., en in het bijzonder met degenen met wie wij
gewoonlijk samenleven, «en hierin falen grandioos zij die op straat engelen
lijken, maar in eigen huis duivels»4, zoals de
heilige opmerkt. Laten wij vandaag onderzoeken hoe onze omgang is, ons
spreken..., met name met hen die de Heer aan onze zijde heeft geplaatst, met wie
wij schouder aan schouder samenleven of werken. Minzaamheid opent de deuren van de vriendschap en derhalve van het
apostolaat.
11.2 Deel uitmakend van de deugd van minzaamheid, waarvan de heilige
Franciscus van Sales ons zoveel voorbeelden en adviezen heeft gegeven, zijn er
vele deugden die misschien niet erg in het oog springen, maar die het netwerk
vormen van de liefde en apostolische omgang: de 'mildheid', waardoor men de
anderen en hun handelen met fijngevoeligheid benadert en beoordeelt; de
'lankmoedigheid' tegenover andermans gebreken en fouten; de 'beschaving' en 'wellevendheid'
in woord en omgangsvormen; de 'sympathie' die men bij bepaalde gelegenheden met
bijzondere zorg moet koesteren; de 'hartelijkheid'; de 'dankbaarheid'; het
'respect'; de gepaste lofprijzing van de goede dingen die anderen doen... De
christen zal de veelsoortige details van deze menselijke deugden weten om te
zetten in even zoveel daden van de deugd van liefde, wanneer hij deze ook uit
liefde tot God doet. De liefde maakt deze zelfde deugden tot krachtiger gewoonten,
rijker in mogelijkheden, en geeft hun een meer verheven horizon. Bovendien zal
de christen, met de hulp van de genade, in zijn broeders kinderen van God
kunnen zien, die altijd de beste blijken van achting verdienen.
Om voor allen open te staan, om samen te leven
met zozeer verschillende mensen (in leeftijd, godsdienst, culturele vorming,
temperament), dienen wij -zo leert ons sint Franciscus- vooreerst nederig te
zijn, want «nederigheid is niet alleen liefdevol, maar ook zachtmoedig. Liefde
is de nederigheid die naar buiten toe verschijnt en nederigheid is de verborgen
liefde»5; beide deugden zijn nauw met elkaar
verenigd. Als wij ervoor strijden nederig te zijn, dan zullen we «het beeld van
God kunnen vereren dat in ieder mens aanwezig is»6,
door hem met diep respect te bezien.
'Respecteren' betekent waarderen, de anderen
bezien en ontdekken wat zij waard zijn. Het woord 'respect' komt van het
Latijnse 'respectus': beschouwen, bekijken.7 In
harmonie weten te leven vereist het respecteren van de mensen en ook van de
dingen, want die behoren God toe en staan de mens ten dienste. Terecht heeft
men gezegd, dat de dingen alleen hun geheim tonen aan degene die ze respecteert
en bemint. Het respecteren van de natuur vindt zijn diepste betekenis in het
feit, dat zij deel uitmaakt van de schepping en men, door die natuur, God
verheerlijkt. Respect is een voorwaarde om bij te dragen aan de verbetering van
de anderen. Wanneer men een ander overweldigt, worden raadgeving,
terechtwijzing of waarschuwing krachteloos.
Het is verrassend en verheugend in het
evangelie vast te kunnen stellen hoe de evangelisten regelmatig verwijzen naar
de blik van de Heer, alsof deze iets bijzonders had. Ze vertellen ons dat Jezus
liefdevol keek naar die jongeman die naar Hem toekwam met het verlangen zijn leven te beteren; Hij keek vertederd naar de arme
weduwe, die zich zo edelmoedig betoonde voor Gods zaken door het beetje
dat zij voor haar levensonderhoud bezat in het offerblok van de tempel te
deponeren, en Hij keek met genegenheid naar Zacheüs, die in de boom geklommen
was... Jezus zag naar allen om met groot respect: naar zieke en gezonde mensen,
naar kinderen en volwassenen, naar bedelaars, naar zondaars... Dit voorbeeld
moeten wij altijd navolgen in onze dagelijkse samenleving. De mensen, àlle
mensen, met sympathie, met waardering en hartelijkheid bezien. Als wij de
mensen zouden bekijken zoals de Heer naar hen omziet, zouden wij het niet wagen
hen negatief te beoordelen. «In hen die ons van nature niet sympathiek
voorkomen, zouden wij mensen zien die door het bloed van Christus zijn
vrijgekocht, die deel uitmaken van zijn Mystieke Lichaam en die misschien wel
dichter dan wij bij zijn goddelijk hart staan. Niet zelden gebeurt het, dat wij
jarenlang naast schitterende mensen lopen zonder dat wij hun schoonheid zien.»8 Laten we om ons heen kijken en trachten te zien wie
wij iedere dag ontmoeten in ons eigen huis, op kantoor, in het stadsverkeer,
die met ons hun beurt afwachten bij de tandarts of in de apotheek. Laten we,
samen met Jezus onderzoeken of wij hen met vriendelijke en barmhartige ogen
bezien, zoals Hij naar hen kijkt.
11.3 Sint Franciscus leerde, dat «men verontwaardiging moet voelen
tegenover het kwaad en vastberaden moet zijn niet met dat kwade te schipperen;
daarentegen moet men in zachtmoedigheid met de naaste samenleven.»9 De heilige zou dikwijls deze geest van begrip jegens
de dwalenden en van standvastigheid tegenover de dwaling zelf in praktijk
brengen, want een groot deel van zijn leven was gewijd aan de zorg om vele
calvinisten terug te voeren tot het katholicisme. En dat in tijden waarin de
wonden van de scheiding buitengewoon diep waren. Toen hij op aanwijzing van de
paus een bekende, reeds meer dan tachtig
jaar oude calvinistische denker ging bezoeken, begon de heilige het
gesprek vriendelijk en hartelijk door te vragen: «Kan men in de katholieke Kerk gered worden?» Na enige tijd nadenken
antwoordde de calvinist bevestigend. Dat opende een deur die definitief
gesloten leek.10
Het begrip, een fundamentele deugd voor de
menselijke omgang en het apostolaat, brengt ons ertoe vriendelijk en open voor
de anderen te leven; hen te bezien met een blik van sympathie die ons ertoe
brengt met optimisme de vermenging van deugden en gebreken te aanvaarden die in
het leven van iedere man en elke vrouw bestaat. Het is een blik die doordringt
tot in de diepten van het hart en het stukje goedheid, dat daar altijd bestaat,
weet te vinden. Uit het begrip ontstaat een gemeenschap van gevoelens en van
leven. Daarentegen ontspringen uit negatieve beoordelingen, die vaak overhaast
en niet terecht zijn, altijd tweedracht en scheiding.
De Heer, die de diepste wortels van het
menselijk handelen kent, is begripsvol en
vergevingsgezind. Wanneer men de
anderen begrijpt, kan men hen helpen. De Samaritaanse vrouw, de goede moordenaar,
de overspelige vrouw, Petrus die de Heer verloochent, de apostel Thomas
die niet gelooft... en zoveel anderen voelden zich in die drie jaren van openbaar
leven en door de eeuwen heen door de Heer begrepen; zij lieten Gods genade in
hun ziel doordringen. Iemand die zich begrepen weet, opent zijn hart en laat
zich helpen.
Bijna aan het einde van zijn leven schreef de
heilige Franciscus de paus over de zending die hij kreeg opgedragen: «Toen wij
in deze streek aankwamen, kon men er nauwelijks een honderdtal katholieken
vinden. Nu is er nauwelijks nog een honderdtal ketters.»11 Wij bidden hem op zijn feestdag, dat hij ons moge
leren dit netwerk van de deugden van de menselijke omgang te beleven, dat wij
ze dagelijks in de meest gewone omstandigheden beoefenen, en dat zij een
krachtige steun mogen zijn voor het apostolaat dat we met Gods genade dienen
uit te voeren. God, Gij hebt
gewild dat de heilige Franciscus van Sales voor het geestelijk heil van de
mensen alles voor allen is geworden. Geef dat wij, naar zijn voorbeeld, in het
dienen van elkaar altijd de zachtmoedigheid tonen die het kenmerk is van uw
liefde.12
-1. Altaarmissaal,
Gebed na de communie van de
Mis van de dag. -2. Vgl. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven, III, 1. -3. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q114, a1. -4. H. Franciscus van
Sales, o.c., III, 8. -5. Idem, Geestelijke gesprekken, II, 2. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 230. -7. Vgl. J. Corominas, Diccionario crítico etimológico,
Gredos, Madrid 187, woord: respeto. -8. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het
zieleleven van den christen, II.
-9. H.
Franciscus van Sales, Epistolarium,
frag. 110. -10. Vgl. Idem, Meditaciones sobre la Iglesia,
BAC, Madrid 1985, Introducción, bl. 8. -11. Vgl. ibidem,
citaat in Introducción, bl. 10. -12. Altaarmissaal, Collectegebed van de Mis van de dag.