7 november. Hoogfeest
38. H. Willibrord, bisschop, verkondiger van ons geloof, patroon van de
Nederlandse kerkprovincie
Willibrord was een Angelsaksische monnik, die met elf
gezellen zijn vaderland verliet om als missionaris in onze streken het geloof
te verkondigen. Door paus Sergius i werd hij tot bisschop gewijd. Als zodanig
vestigde hij zich te Utrecht. Bijna vijftig jaar lang werkte hij onder de
heidenen. Hij stierf in de abdij van Echternach (Luxemburg) op 7 november 739.
Zijn graf aldaar is nog steeds in ere. In 1939 werd sint Willibrord door paus
Pius xii uitgeroepen tot patroon van de Utrechtse kerkprovincie.
-De Kerk is van nature missionair. -Apostolaat van de leer
van de Kerk: dat moet je apostolaat altijd zijn. -De herevangelisatie is een
taak voor allen. Iedereen moet doen wat in zijn vermogen ligt.
38.1 Willibrord werd in 658 in
Northumberland geboren als zoon van de Angelsaksische edelman Wilgils. In 678
ging Willibrord naar Ierland waar hij door de heilige Egbert in zijn klooster
te Rathmelsigi werd opgenomen. Hier kwam hij in contact met de heilige Wigbert,
die een mislukte missietocht naar Nederland had ondernomen.
In het jaar 690, na de overwinning door Pepijn van Herstal op
de Friese koning Radboud, steekt Willibrord met elf gezellen de zee over om in
de Nederlanden te gaan missioneren. Hij landde in Katwijk, aan de mond van de
Rijn.
Kort na zijn aankomst ging hij naar Rome om de pauselijke
zegen over zijn werk af te smeken. In het jaar 695 werd hij door paus Sergius I
tot aartsbisschop van de Friezen gewijd en tot pauselijk legaat verheven. Uit
Rome teruggekeerd, vestigde hij zich in Utrecht van waaruit hij een tocht door
het land der Friezen ondernam. Hij stichtte in Susteren een klooster voor de
opleiding van missionarissen.
Hieruit blijkt hoe zorgvuldig het werk van de heilige Willibrord
is begonnen en voortgezet. Hij is onvermoeibaar en ook onverzettelijk erop
uitgetrokken om de Blijde Boodschap van onze Heer Jezus Christus te verkondigen
onder de heidenvolken van onze streken.
Aan de heilige Willibrord hebben wij veel te danken en van
hem kunnen wij veel leren. Bovendien zal hij, als wij zijn voorspraak voor onze
bisschoppen en voor onze bisdommen inroepen, ons gebed en onze inspanningen
voor het apostolaat zeker aan God aanbevelen.
De Kerk kent de gewoonte om heiligen te benoemen tot patroon
van volkeren, bisdommen, steden enz. Hiermee wil zij ons onder de bescherming
van deze heiligen stellen en zij nodigt ons uit hen aan te roepen en hun
voorbeeld te volgen. Willibrord leert ons de paus lief te hebben en het volk te
kerstenen. Wij zijn hem dank verschuldigd voor zijn inspanningen om ons tot het
geloof te brengen. Wij moeten zijn apostolisch voorbeeld volgen en het geloof
trachten te brengen bij onze vrienden die het nog niet kennen.
De Kerk is van nature missionair. In gehoorzaamheid aan de
opdracht van haar Stichter, streeft zij ernaar het evangelie te verkondigen aan
alle mensen.1 De uiteindelijk bron van de
missionaire opdracht die de Heer aan zijn Kerk gegeven heeft, is de eeuwige
liefde van de Allerheiligste Drieëenheid. En het uiteindelijke doel van de
zending is geen ander dan de mensen te laten delen in de gemeenschap die er is
tussen de Vader en de Zoon in hun Geest van liefde.2
De Kerk heeft altijd al aan de liefde van God voor alle mensen de verplichting
en de kracht van haar missionaire bezieling ontleed: Want
de liefde van Christus laat ons geen rust3
en alle leden van de Kerk hebben deel aan deze zending, want «de christelijke
roeping is krachtens haar aard tegelijk een roeping tot het apostolaat».4
38.2 De zending om het geloof in
ons land te prediken: dat is Willibrords erfenis die de huidige bisschoppen
hebben ontvangen. Samen met de paus bezitten zij de grote verantwoordelijkheid
om de Kerk te leiden en het evangelie te verbreiden. Een katholiek dient zich
ten zeerste verbonden te voelen met de paus en zijn bisschop. «Moge het dagelijks overwegen van de zware last die
drukt op de paus en de bisschoppen
-schreef de H. Jozefmaria Escrivá- je aanzetten hen te eren, hen met
echte genegenheid te beminnen en hen te helpen met je gebed» 5
«De bisschoppen zijn krachtens goddelijke instelling de opvolgers
van de apostelen als herders van de Kerk. Wie naar hen luistert, luistert naar
Christus, en wie hen versmaadt, versmaadt Christus en Hem die Christus gezonden
heeft.»6 Paus en bisschoppen dragen op hun
schouders de zware last van de Kerk. Daarom moeten we veel voor hen en al hun
intenties bidden. Misschien zouden we ons wel eens kunnen afvragen: bid ik
dagelijks voor de paus en mijn bisschop? Probeer ik op de hoogte te blijven van
hun zorgen, van de richtlijnen en aanwijzingen die zij geven? Een goed
katholiek zal zijn best moeten doen om de documenten die paus en bisschoppen
uitgeven te leren kennen: encyclieken, herderlijke brieven enz. We kunnen die
een beetje benutten als geestelijke lezing of als gebed met hen. Op die wijze
kunnen we een goed oordeel verwerven over de actuele, morele kwesties of
geloofszaken en onze vrienden en bekenden de criteria en beweegredenen
uitleggen die de Kerk ten aanzien van deze vraagstukken geeft.
Apostolaat van de leer van de Kerk: dat moet je apostolaat altijd
zijn. De H. Jozefmaria Escrivá heeft geschreven: «Laat je niet afschrikken door
-verzet je, voorzover mogelijk tegen- dat komplot van de stilte waarmee men de
Kerk monddood wil maken. Er zijn er die niet willen, dat haar stem gehoord
wordt; anderen willen niet, dat er rekening wordt gehouden met het voorbeeld
van hen die haar met werken verkondigen; en weer anderen wissen elk spoor van
haar goede leer uit... En dan zijn er ook massa's die haar niet verdragen.
»Laat je, herhaal ik, niet afschrikken, maar word niet moe de
spreekbuis te zijn van het Leergezag.»7
«Bovendien, wie heeft bepaald dat het nodig is merkwaardige
en vreemde dingen te doen om over Christus te spreken en om zijn leer te
verbreiden? Leef uw gewone leven; werk waar u bent, zorg ervoor daar uw
plichten van staat te vervullen, de verplichtingen van uw beroep of werk na te
komen, steeds beter, elke dag uzelf verbeterend. Wees trouw en vol begrip voor
anderen en veeleisend voor uzelf. Wees offervaardig en blijmoedig. Dat zal uw
apostolaat zijn. En zonder dat u -door uw eigen armzaligheid- het kunt
verklaren, zullen ze uit uw omgeving naar u toe komen en in een vanzelfsprekend
gesprek, gewoon na het werk, bij een familiebijeenkomst, in trein of bus,
tijdens een wandeling, waar dan ook, met u praten over de onrust die ieder in zijn
binnenste heeft, hoewel sommigen dat niet duidelijk beseffen».8
38.3 Helaas kunnen we
tegenwoordig meemaken hoe men vastberaden en systematisch het meest wezenlijke
van onze zeden tracht uit te bannen: hun diep christelijke betekenis.
«Enerzijds wordt door de bijna exclusieve gerichtheid op de consumptie van
materiële goederen aan het menselijk leven haar diepste betekenis ontnomen.
Anderzijds wordt in vele gevallen de arbeid bijna een dwang die de aan
collectivisme onderworpen mens vervreemdt; de arbeid wordt bijna tegen elke
prijs gescheiden van het gebed en ontneemt aldus het menselijk leven zijn
buitenaardse dimensie.»9 Soms lijkt het, alsof
hele volkeren op weg zijn naar een nieuw heidendom, dat erger is dan het
heidendom uit het verleden. Het praktisch materialisme «legt tegenwoordig de
mens zijn heerschappij op, op zeer verschillende manieren en met een agressiviteit
die niemand uitsluit. De meest geheiligde beginselen, die altijd een veilige
gids waren voor het gedrag van de mensen en de maatschappij, worden vervangen
door valse voorwendselen ten aanzien van vrijheid, heiligheid van het leven, de
onontbindbaarheid van het huwelijk, de ware betekenis van de menselijke
sexualiteit, de juiste houding tegenover de materiële goederen.»10
Met het oog op deze toestand heeft paus Johannes Paulus ii vele malen opgeroepen tot een nieuwe
evangelisatie van Europa en van de wereld; daarbij zijn wij allen betrokken.
Laten wij vandaag op het feest van de heilige Willibrord eens nagaan hoe het
gesteld is met onze christelijke levenszin en de apostolische geest die al ons
handelen moet bezielen. Wij mogen niet vergeten dat «bij het naderen van het
derde millenium van de verlossing God een grote christelijke lente voorbereidt,
waarvan de dageraad reeds zichtbaar is.»11 En
God wil, dat wij de hoofdrolspelers zijn in deze wederopbloei van het geloof.
Laten we proberen Christus bekend te maken aan onze collega's op het werk, aan
onze vrienden, verwanten...
Er zijn vele christenen die bij zulk een ongunstig panorama
God liever tussen haakjes willen plaatsen en alles terzijde schuiven wat kan
botsen met de algemene opinie die zichzelf het stempel van 'modern' en
'progressief' opplakt. Maar «we kunnen niet met de armen over elkaar blijven
zitten, als de Kerk door een subtiele vervolging tot de hongerdood veroordeeld
wordt: men sluit haar buiten het openbare leven en... verhindert vooral elke bemoeienis
met onderwijs, cultuur en gezin. Het zijn niet onze rechten: ze zijn van God en
Hij heeft ze aan ons, katholieken, toevertrouwd... met de bedoeling dat wij ze
uitoefenen!»12
In deze situatie, waarvan wij dagelijks de gevolgen kunnen
zien, moeten wij de dringende noodzaak voelen om de wereld wederom te
kerstenen. «Ieder van ons moet zich waarachtig de vraag stellen: wat kan ik doen
-in mijn stad, op mijn werkplaats, op school of aan de universiteit, in de
vereniging of sportclub waarvan ik lid ben enz.- opdat Jezus Christus
daadwerkelijk in de zielen en de werkzaamheden heerst? Overweeg dat vóór God,
vraag raad, bid... en stort u dan met een heilige aanvalsdrift, met geestelijke
moed op de verovering van uw omgeving voor God.»13
We mogen niet denken, dat de opdracht tot herkerstening alleen
maar een zaak is voor degenen die invloed hebben in het politieke of openbare
leven. Het is een taak van allen. Wij zullen de wereld weer evangeliseren,
wanneer we leven zoals God dat wil: wanneer vaders en moeders -te beginnen met
hun eigen gedrag, bijvoorbeeld in edelmoedigheid ten opzichte van het aantal
kinderen, in hun manier van omgaan met degenen die hen helpen in de
huishoudelijke taken, met hun buren...- hun kinderen opvoeden in onthechting
van hun persoonlijke zaken, in plichtsbesef, in gestrengheid van leven, in een
geest van offerbereidheid in de zorg voor ouderen en de meest behoeftigen...
Aan de heilige Willibrord dragen wij vandaag deze taak van
ons allen om de maatschappij te herkerstenen op, en wij bidden hem dat wij door
onze levenswijze en ons woord weten te verkondigen. En vooral bidden wij hem
om die persoonlijke heiligheid die ten grondslag ligt aan ieder apostolaat. «Ik
zie -schrijft Johannes Paulus ii-
een nieuw missietijdvak aanbreken, dat stralend en rijk aan vruchten zal worden
als alle christenen en in het bijzonder de missionarissen en de jonge Kerken
met edelmoedigheid en heiligheid zullen beantwoorden aan de uitnodigingen van
onze tijd.»14
Heilige Maria, Koningin van Europa en de wereld, bid voor ons
en voor allen die op weg zijn naar Christus.
-1. Vgl. Katechismus van de
Katholieke Kerk, 849. -2. Vgl. Ibidem, 850. -3.
2 Kor 5,14. -4. Katechismus van
de Katholieke Kerk, 863. -5. Zalige Josemaria
Escrivá, De Smidse, 136. -6. Katechismus van de Katholieke Kerk, 862. -7. Zalige Josemaria Escrivá, o.c.,585.
-8. Zalige Josemaria Escrivá, Vrienden
van God, 273. -9. Johannes Paulus II, Homilie te Nursia, 23-03-1980. -10. Idem, Homilie in het Phoenixpark
te Dublin, 29-IX-1979. -11. Idem, Enc. Redemptoris missio, 7-12-1990, 86. -12. Zalige Josemaria Escrivá, De Voor,
310. -13. A. del Portillo,
Brief 2 oktober 1985. -14. Johannes Paulus
II, Enc. Redemptoris missio,
7-12-1990, 92.