Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

14 februari. Feest

18. HH. CYRILLUS EN METHODIUS,
PATRONEN EN BEKEERDERS VAN EUROPA

Cyrillus en Methodius waren de jongste en oudste uit een gezin van zeven broers en zussen. Zij werden geboren in Thessalonika (Grieken­land) en waren de zoons van een hoge ambtenaar van het Byzantijns bestuur. Cyrillus ontving in Constantinopel een gedegen vorming en bracht het tot hoogleraar aan de keizerlijke universiteit. Methodius was aanvankelijk gouverneur en leidde een bewogen leven in de politiek, maar trad later in het klooster van Bytinië. Beiden wijdden hun leven aan de prediking van het evangelie onder de Slavische volkeren. Om dit werk te vergemakkelijken, begon Cyrillus, een deskundige op taalkundig gebied, aan de ontzaglijke taak een alfabet op te stellen om de klanken van de Slavische taal, die nog geen lettertekens kende, schriftelijk weer te geven. Hij vertaalde de voornaamste teksten van de heilige Schrift en van de liturgie; jaren later heeft Methodius het werk van zijn broer voltooid.

Cyrillus stierf in Rome op 14 februari 869 en werd begraven bij de relikwieën van de heilige Clemens, die hij naar de Eeuwige Stad had overgebracht. Methodius overleed op 6 april 885. Zijn lichaam werd later naar Rome overgebracht en rust daar bij dat van zijn broer. Johannes Paulus ii riep hen, samen met de heilige Benedictus, uit tot patronen van Europa vanwege hun evangelisatiewerk onder de Slavische volkeren.

-De evangelisatie van de Slavische volkeren. -Een nieuw heidendom moet met een nieuwe evangelisatie worden beantwoord. -De christelijke gewoontes van het dagelijkse leven bevorderen en doorgeven.

18.1 Cyrillus en Methodius wijdden hun leven aan de beke­ring van het Slavische volk en vervulden dit missiewerk «in vereniging met zowel de Kerk van Constantinopel die hen had uitgezonden, als met de zetel van Rome die hen bevestigde. Aldus toonden zij de eenheid van de Kerk.»1

De paus heeft herhaalde malen de christelijke fundamenten van het bestaan van Europa in herinnering geroe­pen: «de Europese identiteit is niet te begrijpen zonder het christendom», «en juist daarin liggen die gemeenschappe­lijke wortels waaruit de beschaving van het continent gerijpt is, zijn cultuur, zijn dynamiek, zijn werkzaamheid, zijn mogelijkheden tot opbouwende verbreiding ook over de andere werelddelen; kortom, alles wat zijn glorie vormt.»2 De naam Europa zelf komt pas later op en heeft zuiver geografische betekenis, terwijl men om de culturele eenheid -die dezelfde fundamenten heeft- aan te dui­den de naam 'christenheid' of iets gelijkends gebruikte.3

Als een gebouw slechte fundamenten heeft, kan het heel gemakkelijk instorten. Daarom richt de paus, tegen de voortdurende achteruitgang van het geloof, die beklem­mende oproep tot allen en tot ieder afzonderlijk om te komen tot een nieuwe evangelisatie van Europa. «De Kerk van vandaag -zo zei hij tot jonge bedevaartgangers in Santiago de Compostela- bereidt zich voor op een nieuwe kerstening; zij ziet dit als een uitdaging, waarop zij gepast moet antwoorden, zoals in vroegere tijden.»4 Dit zijn woorden die tot ons gericht zijn.

In sommige gevallen zal men het christendom opnieuw moeten vestigen, zoals de heilige Cyrillus en Methodius hebben gedaan onder de Slavische volkeren, want op som­mige plaatsen lijkt het alsof het heidendom op een meer absolute wijze heerst dan onder de primitieve volkeren, want deze hebben ten minste een godsdienstige overtuiging bewaard. Dit is een taak die ons allen aangaat; wij moeten beginnen met het opnieuw kerstenen van onze eigen omgeving en zijn zeden; in de eerste plaats, degenen die ons het meest nabij staan: laten we over God spreken, helder en zonder aanzien des persoons, als het enige dat zin kan geven aan de mens en de maatschappij; laten we onderrichten dat elke menselijke onderneming die niet de Schepper voor ogen houdt, tot mislukking gedoemd is; laten we meehelpen met de opdracht van de Kerk de katechismus te onderwijzen; laten we stoutmoedig onze vrienden uitnodigen zich christelijk te laten vormen, zonder daarbij ooit iemand als verloren of onverbeterlijk te beschouwen; laten we voor anderen de weg vergemakkelijken die tot de ontmoeting met Christus leidt door middel van de biecht...

18.2 Het christendom heeft Europa zijn wezen gegeven en gevormd tot de eenheid, waarin een veelheid van volkeren en rassen, van culturen en zeer verschillende afkomst is samengesmolten; zij hebben zich er in de loop der tijd gevestigd en een samenleving op basis van gelijke christelijke beginselen gesmeed. De bekering van Europa was geen onderneming van korte tijdsduur, maar heeft zich over meer dan duizend jaar uitgestrekt. «Het was een onderneming met vooruitgang en achteruitgang, met triomfen en schijnbare mislukkingen, waaraan elk volk met het beste van zijn aard en gestalte heeft bijgedragen; een onderneming waarin Gods voorzienigheid zoals steeds rekening wilde houden met de medewerking van de mens. Vóór alles was de bekering van Europa een godsdienstig gebeuren en tegelijkertijd de wezenlijke factor in de vorming van de westerse beschaving.»5

Ook nu nog is de ziel van Europa op zeer wezenlijke punten één, want zij heeft, behalve de gemeenschappelijke oorsprong, gelijke christelijke en menselijke waarden, op zijn minst in de onderlaag van vele van zijn wetten en zeden. Zij bewaart waarden die zij aan het christendom te danken heeft, zoals de waardigheid van de menselijke persoon, het gevoel voor gerechtigheid en vrijheid, de werkzaamheid, de ondernemingsgeest, de liefde voor het gezin, het respect voor het leven, verdraagzaamheid en het verlangen naar samenwerking en vrede -dit alles zijn tekens die haar kenmerken.6

Tegelijkertijd treffen we een Europa aan, waarin de bekoring van het atheïsme en scepticisme steeds heviger wordt; een Europa, waarin een pijnlijke morele onzekerheid wortel schiet, gepaard gaande met het uiteenvallen van het gezin en ontaarding van de zeden.7 Niet weinig volkeren hebben in hun wetgeving wetten aangenomen, die zelfs niet menselijk zijn, zoals de abortuswet, die de beschaving doet terugglijden naar tijden van barbarij en verloedering. Maar 'een nieuw heidendom' in gedachten en gewoonten 'wordt beantwoord met een nieuwe evange­lisatie'. Een eigenschap van het christendom is altijd geweest het kwaad te verstikken in een overvloed van het goede. En juist dat vraagt de Heer van ons: dat wij dit ten uitvoer brengen bij die mensen -weinig of veel, jong of oud- die wij kunnen bereiken.

Laten we die vurige woorden van de paus in Santiago de Compostela, tijdens zijn eerste bezoek aan Spanje, weer overwegen: «Ik, bisschop van Rome en herder van de wereldkerk, werp jou, o oud Europa, vanuit Santiago een kreet toe vol liefde: ontmoet jezelf weer! Wees jezelf! Ontdek je oorsprong! Laat je wortels opleven! Doe die authentieke waarden herleven die jouw geschiedenis zo roemvol en je aanwezigheid in de andere werelddelen zo weldadig hebben gemaakt.»8

God wil zich nu van ons bedienen om de maatschappij vanaf haar eigen fundamenten opnieuw te kerstenen, zoals de eerste christenen hebben gedaan en daarna zoveel geslachten dit hebben voortgezet. Zonder onze plaats in het beroep en gezin op te geven! Hoeveel goed kunnen we wel niet doen! Daartoe moeten we een leven leiden van levend geloof, iedere dag nauwgezet ervoor zorgen dat we tijd inruimen voor het gebed, «waarbij we persoonlijk omgaan met Hem van wie wij weten dat Hij ons bemint.»9 Al ons doen en laten moet zijn middelpunt en wortel hebben in de heilige mis; we moeten onze toevlucht weten te zoeken in het sacrament van boete en vergeving, waar de ziel wordt gereinigd, verjongd en vervuld van vreugde.

18.3 Toen Paulus en zijn directe medewerkers door Frygië en de streek van Galatië trokken, dreef de Heilige Geest hen voort en liet hen niet halt houden in de steden onderweg. Ten slotte kreeg Paulus in Troas een visioen: een Macedoniër kwam te voet naar hem toe en smeekte hem: Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp.10 Het was een klemmende oproep en dankzij deze smeekbede nam de evangelisatie van Europa een aanvang. Deze zelfde oproep moeten wij vernemen van mensen die ons omringen en die soms de beginselen van het geloof vergeten zijn of hieromtrent in verwarring verkeren. Ook zij zeggen tot ons: 'Kom en help ons'.

Waarschijnlijk zal de Heer niet van ons vragen, dat wij daartoe naar verre oorden gaan, want de omgeving waar wij dagelijks verkeren, is de plaats waar wij deze nieuwe kerstening volgens de wil van de Heer ten uitvoer bren­gen, met geloof en optimisme, zonder halt te houden voor moeilijkheden, want «als de hindernissen groot zijn, is ook de goddelijke genade overvloediger: Hij zal de hindernissen uit de weg ruimen door zich van ieder van ons als een hef­boom te bedienen.»11 We moeten alle omstandigheden die we iedere dag tegenkomen benutten: de geboorte of het overlijden van een familielid of bekende, ziekte, familiefeesten, de kleine aanleidingen tot vreugde die wij kunnen gebruiken om ze een bovennatuurlijke zin te geven, tijd vrij maken om geloofsonderricht te geven; we zullen altijd gelegenheid hebben een goed boek aan te raden, dat iemand dichter tot God brengt, of iemand in een moeilijk ogenblik raad geven...; we kunnen de mogelijkheid oppe­ren een nieuw huis dat men gaat bewonen te laten inzege­nen; we moeten leren de hulp in te roepen van de engel­bewaarder in kleine of grote noden die zich voordoen; we kunnen voorbeeld geven door te bidden vóór de maaltijd en na het eten te danken voor het voedsel dat we ontvangen hebben; we kunnen voorstellen in huis een beeld van Maria te plaatsen als teken dat daar iemand woont die gelooft en de Moeder Gods liefheeft... Het zijn kleine gewoonten die we van andere christengeneraties geërfd hebben en die we moeten doorgeven, want daarin krijgt een geloofsleven vorm en wordt het in praktijk gebracht. God toont zich dagelijks op duizend kleine ogenblikken, in een groet, als we ons dagelijks werk opdragen als een God welgevallige offergave, in de regeling van de vakan­tie of onze ontspanning... Het geloof doordringt alles, verrijkt en brengt op bovennatuurlijk niveau. En tegelijkertijd maakt het alles menselijker.

De vaste overtuiging dat de christelijke roeping zelf ons ertoe aanzet Christus bekend te maken is een stap voor­waarts in de onderneming die de paus van ons allen vraagt. Indien iedere christen consequent in zijn geloof was, zou­den wij spoedig de wereld veranderen: we zouden haar hebben veranderd in een meer menselijke plaats, waar het samenleven met elkaar gemakkelijker en aangenamer zou zijn, omdat het dichter bij God stond. Laten we met deze taak beginnen bij onszelf en anderen ertoe bewegen deze eveneens voort te zetten. Zo zal het apostolaat als de steen zijn die in het meer viel en een golf veroorzaakte, en die weer een andere golf...12, zonder einde. Bidden wij de Heer, met de woorden van de liturgie van deze Mis, dat Hij ons, op voorspraak van de heilige broeders Cyrillus en Methodius, de genade verleent om ons hart ontvankelijk te maken voor de verkondiging van uw leer en ons vormt tot een volk, dat eensgezind volhardt in het ware geloof en in de rechtzinnige belijdenis.13

Tot de heilige Maria, Mater Ecclesiae et Regina mundi, bidden wij om «een verjongde Kerk, hecht in eenheid, hernieuwd in de ijver tot heiligheid en de apostolische ijver van al haar leden»14, opdat Jezus moge heersen in alle harten en alle werkzaamheden van de mensen.

-1. Johannes Paulus ii, Apost. const. Egregiae virtutis, 31-XII-1980. -2. Idem, Toespraak in Santiago de Compostela, 9-XI-1982, 2. -3. Vgl. L. Suárez, Raíces cristianas de Europa, Palabra, 2a ed., Madrid 1986, bl. 6 vv. -4. Johannes Paulus ii, Toespraak in Santiago de Compostela, 19-VIII-1989. -5. J. Orlandis, La conversión de Europa al cristianismo, Rialp, Madrid 1988, bl. 11 vv. -7. Vgl. Johannes Paulus ii, Toespraak in Santiago de Compostela, 9-XI-1982, 4.
-7.
Idem, Toespraak 6-XI-1981. -8. Idem, Toespraak in Santiago de Compostela, 9-XI-1982. -9. H. Theresia van Avila, Het boek van haar leven, 8,2. -10. Hnd 16,9. -11. A. del Portillo, Pastorale brief, 25-XII-1985, 10. -12. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 831. -13. Altaarmissaal, Gebed van de mis. -14. A. del Portillo, o.c., 12.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012