Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

3 mei. Feest

34. HH. FILIPPUS EN JAKOBUS, APOSTELEN

Filippus was, net als Petrus en Andreas, afkomstig uit Betsaida. Hij was aanvankelijk een leerling van Johannes de Doper, maar volgde daarna Jezus, die hem riep om deel uit te maken van de Twaalf. Hij was de apostel die aan Natanaël aankondigde, dat hij de Messias had ontmoet. Door de heilige Johannes weten wij, dat Filippus aanwezig was op de bruiloft van Kana, waar Jezus zijn eerste wonder verrichtte. Uit het verhaal van de broodvermenigvuldiging kan men afleiden, dat Filippus degene was die met de voedselvoorziening was belast: hij rekent aanstonds uit hoeveel geld nodig is -ongeveer 200 denariën- om de honger van de daar verzamelde menigte te stillen. Hij bemiddelt samen met Andreas in de episode van de Griekse pelgrims, vrome heidenen die Jezus verlangden te zien. Het is eveneens Filippus die in de zaal van het Laatste Avondmaal de Heer vraagt hem de Vader te tonen. Door de traditie wordt hij beschouwd als de evangelisator van Frygië (Klein-Azië), waar hij als martelaar de kruisdood stierf.

Jakobus, een familielid van de Heer, wordt 'de mindere' genoemd, om hem te onderscheiden van de broer van Johannes. Hij was de eerste bisschop van Jeruzalem en ontplooide een sterke evangelisatie-activiteit onder de Joden van die stad. De traditie beeldt hem af als een streng man, veeleisend voor zichzelf en vol van goedheid jegens de anderen. Hij was een zuil van de jonge Kerk, samen met Petrus en Johannes. Hij stierf als martelaar in Jeruzalem rond het jaar 62. Hij is de schrijver van een van de katholieke brieven.

-De roeping van deze apostelen. -Jezus was altijd dicht bij zijn leerlingen, en is nu dicht bij ons. -Dezelfde boodschap verbreiden die de apostelen predikten. Altijd rekenen op de bovennatuurlijke middelen bij elk apostolaat.

34.1 Onder de mannen van Galilea aan wie het onmetelijke geluk ten deel viel door Jezus uitverkoren te worden om deel uit te gaan maken van zijn meest getrouwen behoren Filippus, de zoon van Alfeüs, en Jakobus de Mindere.

Jakobus werd geboren te Kana in Galilea, in de buurt van Nazaret, en hij was verwant met de Heer. Het evange­lie vertelt ons niet wanneer Jezus hem geroepen heeft. De heilige Schrift benadrukt, dat Jakobus een vooraanstaande plaats innam in de kerk van Jeruzalem.1

Jakobus had het voorrecht, dat de Heer hem persoonlijk verscheen, zoals we lezen in de eerste lezing van de heilige mis.2

Filippus was geboortig van Betsaida, de vaderstad van Petrus en Andreas3; het was een kleine stad dicht bij het Meer van Genesaret. Hoogstwaarschijnlijk was Filippus reeds bevriend met deze twee broers. Op een dag ontmoette Filippus, aan de oever van de Jordaan, Jezus die in het gezelschap van zijn eerste leerlingen op weg was naar Galilea. De Meester sprak tot hem: Volg Mij.4 Dat was het woord dat Jezus gebruikte om zijn leerlingen te roepen, zoals ook de rabbijnen tot hun volgelingen spraken. Filippus volgde Hem aanstonds. En hij maakte Christus, die zojuist het middelpunt van zijn leven was geworden, meteen bekend aan zijn vrienden. Filippus ontmoette Natanaël en zei hem: Degene over wie Mozes in de Wet geschreven heeft en ook de profeten, Hem hebben wij gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.5 En tegenover de twijfels die Natanaël laat blijken, verschaft Filippus hem het krachtigste argument: Kom dan kijken. En hij ging naar Christus en bleef voor altijd bij Hem.

Jezus stelt nooit teleur. Het apostolaat zal er altijd in bestaan om onze verwanten, vrienden en bekenden bij Jezus te brengen, de weg te banen, de hindernissen uit de weg te ruimen, opdat zij Jezus kunnen zien, die ons heeft geroepen en die weet door te dringen in de ziel van dege­nen die tot Hem naderen, zoals gebeurde met Natanaël, die eveneens een van de Twaalf zou worden, ondanks zijn eerste schijnbare ongeloof en gebrek aan de juiste gesteld­heid om de boodschap van zijn vriend te aanvaarden: Uit Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?, had hij geantwoord op de uitnodiging van Filippus. Hoe vaak hebben ook wij niet gezegd tegen hen die wij zo graag tot God willen brengen: 'Kom dan kijken!' En niemand die tot Jezus naderde, is teleurgesteld.

Thans zijn Filippus en Jakobus onze voorsprekers bij Jezus. Wij bevelen hun heel bijzonder het apostolaat aan, dat wij onder onze vrienden en verwanten beoefenen.

34.2 In het evangelie van de heilige mis6 lezen wij hoe Jezus tijdens het Laatste Avondmaal zijn leerlingen onderricht, dat er in de hemel een plaats voor hen bereid is om voor altijd bij Hem te zijn en dat zij de weg reeds kennen... Het gesprek gaat verder: de leerlingen stellen vragen en de Meester antwoordt. Dan komt Filippus tussenbeide met een verzoek, dat allen ongebruikelijk zullen hebben gevonden: Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg. En Jezus antwoordt hem met een liefdevol verwijt: Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet, Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader? Hoe vaak zal Jezus ons wellicht niet hetzelfde verwijt als aan Filippus hebben kunnen maken? Ik ben toch zo dikwijls bij je geweest en je bent je daarvan niet bewust geweest! En de Heer zou ons de ene na de andere gelegenheid kunnen opsommen, moeilijke omstandigheden waarin wij ons misschien eenzaam voelden en we niet kalm en helder waren, omdat we ons kindschap Gods, Gods nabijheid niet voelden. Wat doet ons vandaag het antwoord van Jezus aan die apostel dan goed! Want in hem zijn ook wij afgebeeld.

Jezus openbaart de Vader; de allerheiligste mensheid van Christus is de weg om God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest te leren kennen en met Hen om te gaan. Het aanschouwen van Jezus is de normale weg om tot de Heilige Drieëenheid te komen. In Jezus hebben wij de hoogste openbaring van God aan de mensen. «Hij ver­vult de openbaring, brengt haar tot voltooiing en bekrach­tigt haar met goddelijk getuigenis door geheel zijn tegen­woordigheid en verschijning, door woorden en werken, door tekenen en wonderen, vooral echter door zijn dood en glorievolle opstanding uit de doden en tenslotte door de zending van de Geest der waarheid; de openbaring name­lijk, dat God met ons is om ons te bevrijden uit de duister­nis van zonde en dood en ons op te wekken tot het eeuwige leven.»7 Hij vervult ons leven volledig. «Hij is voldoende voor jou -zegt de heilige Augustinus-; buiten Hem is er niets. Filippus wist dat zeer wel, toen hij tot Hem sprak: Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg8 Leven wij in deze overtuiging?

34.3 Wij lezen in de eerste lezing van de heilige mis van deze twee apostelen de woorden van de heilige Paulus tot de eerste christenen van Korinte: In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij is verschenen aan Kefas...9 Paulus had van de apostelen een goddelijke boodschap ontvangen, die hij op zijn beurt overlevert. Het was ook de erfenis van Filippus en Jakobus, die hun leven hebben gegeven als getuigenis van deze waarheid. Zij weten, zoals de apostel van de heidenen, wat de kern van hun prediking moet zijn: Jezus Christus, de Weg naar de Vader. Dat is de Blijde Boodschap die van geslacht tot geslacht wordt overgeleverd: De dag heft zijn roep tot de dag, de nacht aan de nacht zegt de mare10 zo lezen we in de Tussenzang. Wij hebben geen nieuwe dingen bekend te maken. Het is dezelfde Blijde Boodschap: dat Christus voor onze zonden gestorven is..., dat Hij verrezen is..., dat Hij aan onze zijde leeft..., dat Hij ons liefheeft zoals nooit iemand zal kunnen liefhebben..., dat Hij ons bestemd heeft voor een gelukzalig leven in eeuwigheid, bij Hem..., die wij van aangezicht tot aangezicht zullen zien.

Ons apostolaat is: naar alle windrichtingen en op alle mogelijke manieren dezelfde leer verkondigen die de apos­telen predikten: dat Jezus leeft en dat alleen Hij de verlan­gens van het menselijk verstand en hart tot rust kan brengen, dat men alleen bij Christus gelukkig kan zijn, want Hij openbaart de Vader... Net zoals wij, ondervonden de apostelen moeilijkheden en hindernissen bij de verbreiding van het koninkrijk van Christus; als zij gunstiger gelegenheden hadden afgewacht, zou die boodschap, die zin aan ons bestaan geeft, waarschijnlijk niet tot ons zijn gekomen. Mogelijkerwijs hebben de apostelen, en met name Filippus, tegenover het gebrek aan middelen en het verzet van de heidenen, zich die dag herinnerd, toen zij zich geplaatst zagen voor de grote opdracht om een menigte mensen te eten te geven zonder dat zij voedsel hadden of mogelijkheden dat te verkrijgen.11 Jezus zag die grote menigte die naar Hem toe kwam en Hij sprak tot Filippus: Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten? En Filippus sloeg aan het rekenen en antwoordde de Meester: Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen, dan is voor tweehonderd denariën brood nog te weinig. Hij heeft de berekeningen gemaakt en de middelen die zij bezitten zijn bij lange na niet voldoende om in de behoeften te voorzien.

Jezus is ontroerd en wordt andermaal vervuld van mede­lijden tegenover die menigte die zozeer begrip en vertroos­ting behoeft. Bovendien echter wil Hij, dat zijn leerlingen niet vergeten dat Hij altijd aan hun zijde staat. Ik ben met u alle dagen12, zal Hij tot hen zeggen op het einde van zijn leven hier op aarde. Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet? God is de onmisbare op te tellen post waarmee we rekening moeten houden, opdat de berekeningen klop­pen. In ons persoonlijk apostolaat bij vrienden, verwanten, bekenden, klanten..., moeten we rekening houden met de tweehonderd denariën, de altijd ontoereikende menselijke middelen, en wij mogen niet vergeten, dat Jezus immer tegenwoordig is met zijn macht en medelijden. Ook nu staat Hij aan onze zijde. Hoe groter de nood in het apos­tolaat en de persoonlijke moeilijkheden zijn, des te groter zal de hulp zijn die Jezus ons verleent. Laten wij altijd tot Hem gaan.

De Maagd Maria, onze Moeder, zal door haar machtige voorspraak bij God steeds de weg vergemakkelijken.

-1. Gal 1,18-19; Hnd 12,17; Hnd 21,15-18; Gal 2,9. -2. 2 Kor 15,7. -3. Joh 1,44. -4. Joh 1,43. -5. Joh 1,45. -6. Joh 14,6-14. -7. Vaticanum ii, Dogm. const. Dei Verbum, 4. -8. H. Augustinus, Preek 334,4. -9. 1 Kor 15,3-5. -10. Tussenzang. Ps 18,3. -11. Vgl. Joh 6,4 vv. -12. Vgl. Mt 28,20.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012