Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Derde vrijdag na Pinksteren. Hoogfeest (1)

49. HEILIG HART VAN JEZUS

De verering van het Heilig Hart bestond als privé-devotie reeds in de Middeleeuwen; het liturgisch feest dateert van 1675, als gevolg van de verschijningen van de Heer aan de heilige Margaretha-Maria Alacoque. In deze openbaringen vernam de heilige op bijzonder diepgaande wijze hoezeer eerherstel nodig is voor de zonden van ieder afzonderlijk en van allen en dat we Christus' liefde dienen te beantwoorden. De Heer vroeg haar de praktijk van veelvuldig te communie gaan te verbreiden, met name op de eerste vrijdag van elke maand, in de zin van eerherstel; ook vroeg Hij, dat op «de eerste vrijdag na het octaaf van Sacramentsdag» «een apart feest aan de verheerlijking van zijn Hart» gewijd zou worden. Het feest werd voor de eerste maal gevierd op 21 juni 1686. Pius ix verbreidde het over heel de Kerk. Pius ix verleende het in 1928 de luister die het thans kent.

Onder het symbool van het menselijk hart van Jezus overweegt men vóór alles de oneindige liefde van Christus voor ieder mens; daar ontspringt de eredienst aan het Heilig Hart «uit de bronnen zelf van het katholieke dogma», zoals paus Johannes Paulus ii uiteengezet heeft in zijn overvloedige katechese van dit zo troostvolle mysterie.

-Oorsprong en betekenis van het feest. -Jezus' liefde voor ieder van ons. -Eerherstellende liefde.

49.1 De gedachten van zijn hart gelden alle geslachten: Hij zal hen redden van de dood, Hij zal hun voedsel geven, als zij honger hebben1, zo lezen we aan het begin van de heilige mis.

Het hoogfeest dat wij vandaag vieren, heeft een tweevoudig karakter: van dankzegging voor de wonderen van Gods liefde voor ons, en van eerherstel, aangezien deze liefde dikwijls slecht of weinig wordt beantwoord2, ook door ons die zoveel redenen tot beminnen en danken heb­ben. Altijd is de overweging van Jezus' liefde voor alle men­sen een fundament van de christelijke vroomheid geweest; de eredienst van het Heilig Hart van Jezus «ontspringt dan ook uit de bronnen zelf van het katholieke dogma.»3 Deze eredienst kreeg een bijzondere impuls door de devotie en vroomheid van talrijke heiligen, aan wie de Heer de geheimen van zijn allerbeminnelijkste Hart toonde; Hij spoorde hen aan de devotie tot het Heilige Hart te verbreiden en de geest van eerherstel te bevorderen.

Op de vrijdag in het octaaf van Sacramentsdag vroeg de Heer aan de heilige Margaretha-Maria Alacoque de liefde tot veelvuldig communiceren te bevorderen..., vooral op elke eerste vrijdag van de maand, met de intentie van eerherstel, en Hij beloofde haar elke nacht van die donder­dag op vrijdag deelgenoot te maken van zijn smart in de Hof van Olijven. Een jaar later verscheen haar Onze Lieve Heer, onthulde haar zijn allerheiligst Hart en richtte tot haar deze woorden, die de vroomheid van vele zielen heeft gevoed: «Bezie dit Hart dat zozeer de mensen heeft bemind en dat niets heeft nagelaten, tot het zich uitputten en verteerd worden, om hun zijn liefde te tonen; en als dank ontvang ik voor het grootste deel slechts ondankbaarheid door hun gebrek aan eerbied en heiligschennis, door de kilte en minachting die zij jegens Mij aan de dag leggen in dit Sacrament van liefde. Maar hetgeen Mij nog het meest bedroeft is, dat zij die Mij zo behandelen harten zijn van hen die Mij zijn toegewijd. Daarom vraag Ik u, dat de eerste vrijdag na het octaaf van het allerheiligst Sacrament toegewijd wordt aan een afzonderlijk feest ter ere van mijn Hart, door op die dag te communie te gaan en eerherstel te brengen door een of andere daad van genoegdoening...»

Op vele plaatsen in de Kerk bestaat de privé-gewoonte om op de eerste vrijdag van de maand eerherstel te bren­gen door een eucharistische handeling of het bidden van de litanieën van het Heilig Hart. Bovendien «is de maand juni op bijzondere wijze toegewijd aan de verering van het goddelijk Hart. Niet slechts één dag -het liturgische feest dat gewoonlijk in juni valt-, maar alle dagen.»4

Het Hart van Jezus is bron en uitdrukking van zijn oneindige liefde voor ieder mens, in welke gesteldheid deze zich ook bevindt. Hij zoekt ieder van ons: Ik zelf -zo zegt een schitterende Messiaanse tekst van de profeet Ezechiël- zal omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen. Zoals een herder omziet naar zijn schapen, als die verstrooid zijn geraakt, zo zal ook Ik naar mijn schapen omzien en ze veilig terugbrengen van alle plaatsen waar ze verstrooid zijn geraakt op de dag van wolken en dichte duisternis.5 Iedereen is een schepsel dat de Vader aan zijn Zoon heeft toevertrouwd, opdat het niet verloren zou gaan, ook al is het ver afgedwaald.

Jezus, waarlijk God en Mens, bemint de wereld met een «mensenhart»6, een hart dat tot bedding dient van Gods oneindige liefde. Niemand heeft ons méér liefgehad dan Jezus, niemand zal ons méér liefhebben. Hij heeft mij liefgehad -zei de heilige Paulus- en heeft zichzelf overgeleverd voor mij7, en ieder van ons mag hem dit nazeggen. Zijn hart is vervuld van de liefde van de Vader: vervuld op goddelijke en tegelijkertijd menselijke wijze.

49.2 Het Hart van Jezus had als geen ander lief, onderging vreugde en droefheid, medelijden en smart. De evangelisten merken herhaaldelijk op: Hij had medelijden met zijn volk 8, Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder.9 Het kleine succes van de aposte­len op hun eerste evangelisatietocht vervulde Hem van vreugde, zoals wij blij zijn als wij een goed bericht ontvan­gen: Hij jubelde het uit, zegt de heilige Lukas10; en Hij weent, toen een vriend Hem door de dood werd ontrukt.11

Hij verhulde evenmin zijn teleurstelling: Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt [...]. Hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen verzamelen...12 Hoe vaak overziet Jezus niet de geschiedenis van het Oude Testament en van de gehele mensheid: een deel van het joodse volk en van de heidenen aller tijden zal de goddelijke liefde en goedertierenheid verwerpen. Op enigerlei wijze mogen we zeggen, dat hier God weent met menselijke ogen vanwege de smart in zijn mensenhart. En dit is de werkelijke betekenis van de devotie tot het Heilig Hart: de goddelijke natuur voor ons vertalen in mensentermen. Jezus staat niet onverschil­lig -en Hij is dat ook nu niet in onze dagelijkse omgang met Hem- tegenover het feit, dat enkele melaatsen niet terugkeerden om Hem te danken nadat zij genezen waren, of tegenover de fijngevoeligheid en het betoon van gastvrij­heid die men jegens een genodigde betracht, zoals Hij tot Simon de farizeeër zal zeggen. In vele gevallen onderging Hij de onmetelijke vreugde te zien, dat iemand spijt had van zijn zonden en Hem volgde, of de edelmoedigheid van hen die alles achterlieten om met Hem mee te gaan, en Hij raakte besmet met de vreugde van de blinden die begonnen te zien, misschien wel voor de eerste keer.

Reeds voor de viering van het Laatste Avondmaal, bedenkend dat Hij voor altijd bij ons zou blijven door de instelling van de eucharistie, bekende Hij zijn vrienden: Vurig heb Ik verlangd, eer Ik ga lijden, dit paasmaal met u te eten13; een ontroering die nog veel dieper moet zijn geweest, toen Hij het brood nam, daarover het dankgebed uitsprak, het brak en aan zijn leerlingen gaf met de woorden: Dit is mijn Lichaam...14 En wie zou de gevoelens van zijn allerbeminnelijkste hart kunnen verklaren, toen Hij op Calvarië ons zijn Moeder tot onze Moeder gaf?

Toen Hij zijn leven reeds aan de Vader had overgegeven, doorstak een van de soldaten zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit.15 Deze open wonde herinnert ons vandaag aan de oneindige liefde die Jezus voor ons koestert, want Hij gaf voor ons vrijwillig zelfs de laatste druppel van zijn kostbaar bloed, alsof wij de enigen ter wereld waren. Zouden wij dan niet vertrouwensvol tot Christus naderen? Welke ellende zou onze liefde kunnen hinderen, als wij zo grootmoedig zijn om vergeving te vragen?

49.3 Na zijn hemelvaart in zijn verheerlijkt Lichaam, blijft Hij ons beminnen en ons oproepen om altijd zeer dicht bij zijn allerbeminnelijkste Hart te leven. «Zelfs in de heerlijkheid van de hemel draagt Hij in de wonden van zijn handen, van zijn voeten en zijn zijde de stralende trofeeën van zijn drievoudige overwinning: op de duivel, op de zonde en op de dood; Hij draagt bovendien, in zijn Hart, als in een zeer 'kostbare kluis', die onmetelijke schatten van zijn verdiensten, de vruchten van zijn drievoudige zege, die Hij thans met gulle hand uitdeelt aan het reeds verloste menselijk geslacht.»16

Vandaag, op dit hoogfeest, aanbidden wij het allerheiligst Hart van Jezus «als deelname en natuurlijk symbool, het meest expressieve van die onuitputtelijke liefde die onze goddelijke Verlosser ook nu nog jegens het menselijk geslacht koestert. Het is niet meer onderworpen aan de verstoringen van dit sterfelijke leven; niettemin leeft het, klopt het en is het op onlosmakelijke wijze verbonden met de Persoon van het goddelijk Woord, en in Hem en door Hem met zijn goddelijke wil. En omdat het Hart van Christus overloopt van goddelijke en menselijke liefde, en omdat het vervuld is van de schatten van de genade die onze Verlosser heeft verworven door de verdiensten van zijn leven, lijden en sterven, is het ongetwijfeld de eeuwige bron van die liefde die zijn Geest aan alle leden van zijn mystiek Lichaam verleent.»17

De overweging, vandaag, van Christus' liefde voor ons zal ons aansporen tot oprechte dankzegging voor zo'n grote gave, voor zoveel onverdiende goedertierenheid. En als we aanschouwen hoe velen God de rug toegekeerd hebben, als we vaststellen dat wij vaak niet volkomen trouw zijn, dat onze persoonlijk zwakheid groot is, dan zullen wij naar zijn allerbeminnelijkste Hart gaan, en daar zullen we de vrede vinden. Dikwijls zullen we onze toevlucht moeten nemen tot zijn erbarmingsvolle liefde, als we die vrede zoeken die de vrucht is van de Heilige Geest: Cor Iesu sacratissimum et misericors, dona nobis pacem, allerheiligst en goedertieren Hart van Jezus, geef ons de vrede.

En als wij zien hoe Jezus ons nabij is in onze onrust, onze moeilijkheden, onze idealen, dan zeggen wij tot Hem: «Dank U, Jezus, omdat U volmaakt mens hebt willen worden, met een Hart dat bemint en allerbeminnelijkst is, dat liefheeft tot de dood toe en dat lijdt; dat wordt vervuld van vreugde en verdriet; dat enthousiast wordt over de wegen van de mensen en ons de weg laat zien die naar de hemel voert; dat zich heldhaftig aan de plicht onderwerpt en zich door barmhartigheid laat leiden; dat waakt over arm en rijk; dat zorgt voor zondaars en rechtvaardigen... -Dank U, mijn Jezus, en geef ons een hart dat gevormd is naar het Uwe!»18

Heel dicht bij Jezus treffen wij steeds zijn Moeder aan. Tot haar richten wij ons aan het einde van ons gebed en wij bidden haar, dat zij de weg die naar haar Zoon leidt, stevig en veilig maakt.

-1. Introitus, Ps 32,11.19. -2. Vgl. A.G. Martimort, La Iglesia en oración, bl. 997. -3. Pius xii, Enc. Haurietis aquas, 15-V-1956, 27.
-4.
Johannes Paulus ii, Engel des Heren, 27-VI-1982. -5. Eerste lezing (Cyclus C) Ez 34,11-16. -6. Vaticanum ii, Const. Gaudium et spes, 22. -7. Gal 2,20. -8. Mc 8,2. -9. Mc 6,34. -10. Lc 10,21. -11. Vgl. Joh 11,35. -12. Mt 23,37. -13. Lc 22,15. -14. Vgl. Lc 22,19-20. -15. Joh 19,34. -16. Pius xii, loc. cit, 22. -17. Ibidem, 24. -18. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 813.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012