1 augustus. Gedachtenis
10. HEILIGE ALFONSUS MARIA VAN LIGUORI
De heilige Alfonsus Maria van Liguori werd te Napels in
1696 geboren. Hij verwierf het doctoraat in burgerlijk en kerkelijk recht, ontving
de priesterwijding en stichtte de Congregatie van de Allerheiligste Verlosser.
Om het christelijk geloof onder zijn volk te bevorderen wijdde hij zich aan de
prediking en publiceerde hij verscheidene werken, met name over de Maagd, de
eucharistie, het christelijk leven en moraaltheologie; vanwege al deze arbeid
werd hij tot kerkleraar benoemd. Zijn lange leven vormt een bewonderenswaardig
voorbeeld van arbeidzaamheid, eenvoud, geest van opoffering en zorg om de anderen
te helpen om het eeuwig heil te bereiken. Hij werd tot bisschop van Sant' Agata
de Goti gekozen, maar enkele jaren later deed hij afstand van dit ambt en
stierf te midden van de zijnen, in Pagani bij Napels, in het jaar 1787.
-Zijn devotie tot Maria. -De voorspraak van Onze Lieve
Vrouw. -Doeltreffendheid van deze voorspraak.
10.1 De geest
des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij
gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen en aan gevangenen hun
vrijlating bekend te maken.1
Het lange leven van de heilige Alfonsus «was vervuld van
onophoudelijke arbeidzaamheid: werk als missionaris, als bisschop, als theoloog
en geestelijk schrijver, als stichter en overste van een religieuze
congregatie».2 Hij leefde in een tijd, waarin de
ontkerstening voortdurend toenam. Daarom bracht de Heer hem ertoe door middel
van de volksmissies in contact te treden met het volk, dat cultureel
verwaarloosd en geestelijk arm was. Hij predikte onvermoeibaar, onderrichtte in
de leer en moedigde allen in woord en geschrift aan tot persoonlijk gebed «dat
de zielen de rust van het vertrouwen teruggeeft en het blijde vooruitzicht van
het heil. Hij schreef o.a.: 'God weigert niemand de genade van het gebed,
waardoor men de hulp verkrijgt om alle begeerte en elke bekoring te overwinnen.
Ik zeg, herhaal en zal steeds herhalen, zolang ik leef -benadrukte de heilige-,
dat heel ons heil gelegen is in het gebed'. Vandaar het beroemde axioma: 'Wie
bidt wordt gered, wie niet bidt wordt veroordeeld'».3
Gebed is altijd het grote geneesmiddel geweest tegen elk kwaad, en het opent
voor ons de poort van de hemel. Dit is een voortdurende les geweest van degenen
die dicht bij God stonden.
De heilige Alfonsus trachtte te bereiken, dat de
christengelovigen hun leven op het tabernakel richtten, met een innige godsvrucht
jegens Jezus in het Sacrament. Hij hechtte bijzonder belang aan het bezoek aan
het Allerheiligste, en om dat te vergemakkelijken schreef hij een klein
tractaat.4 Vanwege de oprechtheid en diepgang
van zijn leer, met name inzake de moraal, werd hij tot kerkleraar uitgeroepen.5
Deze heilige, die zo bekommerd was om de vorming van het
geweten, begreep dat de weg die naar het verlies van het geloof leidt, in veel
gevallen begint met lauwheid en kilte in de devotie tot de Maagd. Daarentegen
begint de terugkeer tot Jezus met een grote liefde tot Maria. Daarom verbreidde
hij overal zijn devotie en bereidde voor de gelovigen, met name voor de priesters,
een arsenaal van «materiaal voor de prediking en verbreiding van de devotie tot
deze goddelijke Moeder». De Kerk heeft altijd begrepen dat «een heel bijzonder
punt in het heilsplan de devotie tot de Maagd is, de middelares van de genade
en medeverlosseres, en daarom moeder, voorspreekster en koningin. Alfonsus was
waarlijk -zo bevestigt paus Johannes Paulus ii-
steeds helemaal van Maria, vanaf het begin van zijn leven tot zijn dood».6
Ook ieder van ons moet zijn en haar voor ogen houden in al
onze dagelijkse bezigheden, hoe gering die ook zijn. En we mogen nooit
vergeten, zeker niet wanneer we ooit het ongeluk hebben gehad af te dwalen, dat
«wij altijd door Maria naar Jezus gaan en ook naar Hem terugkeren».7 Zij leidt ons snel en doeltreffend naar haar Zoon.
10.2 De heilige Alfonsus stierf
op hoge leeftijd. De Heer liet toe, dat zijn laatste jaren een tijd van
zuivering waren. Onder de beproevingen die hij moest ondergaan, was het verlies
van het gezichtsvermogen, een wel heel smartelijke. De heilige bracht de uren
door met gebed, terwijl hij zich ook liet voorlezen uit een of ander
godvruchtig boek. Het verhaal gaat, dat hij een keer, bezield door het boek dat
men hem voorlas en zonder zich de schrijver van dergelijke wonderdaden te
herinneren, vroeg wie toch wel dergelijke dingen, zo vol van vroomheid en
liefde tot Onze Lieve Vrouw geschreven had. Als antwoord legde zijn begeleider
het boek open op de titelpagina en las: 'De heerlijkheden van Maria, van
Alfonsus Maria van Liguori'. De eerbiedwaardige grijsaard bedekte zijn gezicht
met beide handen en beklaagde zich andermaal over zijn geheugenverlies8, maar verheugde zich tegelijkertijd ten zeerste over
dat getuigenis van liefde tot de heilige Maagd. Dit was een grote troost die de
Heer hem verleende te midden van zo'n grote duisternis.
De theologische kennis van de heilige en zijn persoonlijke ervaring
brachten hem tot de overtuiging, dat het geestelijk leven en het herstel
daarvan overeenkomstig het goddelijk plan dat God zelf tevoren heeft opgesteld
en in de heilsgeschiedenis ten uitvoer heeft gebracht, onder de mensen bereikt
wordt door middel van onze Moeder, door wie het Leven tot ons is gekomen, en
die een gemakkelijke weg is om tot God zelf terug te keren.
God wil -bevestigt de heilige- dat alle weldaden die Hij ons
schenkt, tot ons komen door middel van de heilige Maagd.9 En hij haalt de bekende uitspraak van de heilige
Bernardus aan: «dat het Gods wil is, dat wij alles dóór Maria verkrijgen».10 Zij is onze voornaamste voorspreekster in de hemel,
die alles voor ons verkrijgt wat wij nodig hebben. Meer nog, vaak is zij onze
smeekbeden nog vóór, zij beschermt ons, zij wekt in het diepst van de ziel die
heilige inspiraties die ons ertoe brengen nog fijngevoeliger de liefde te
beleven, onze fouten te belijden met de regelmaat die wij hadden voorzien; zij
bemoedigt en sterkt ons op ogenblikken van ontmoediging, zij verdedigt ons, als
wij tot haar snellen bij bekoringen... Zij is onze grote bondgenote in het
apostolaat: in concreto staat zij toe, dat onze woorden weerklank vinden in het
hart van onze vrienden. Dit was dikwijls de grote ontdekking van alle heiligen:
met Maria bereikt men de bovennatuurlijke doelen die we ons hadden
voorgenomen.
10.3 De taak van de middelaar
bestaat erin om twee uitersten waartussen men zich bevindt, te verenigen of met
elkaar in verbinding te brengen. Jezus Christus is de enige en volmaakte middelaar
tussen God en de mensen11, omdat Hij als
waarlijk God en waarlijk mens een offer van oneindige waarde heeft aangeboden
-zijn eigen dood- om de mensen met God te verzoenen.12
Maar dit verhindert niet, dat de heiligen en de engelen, en heel bijzonder Onze
Lieve Vrouw, deze middelaarstaak uitoefenen. «De moederlijke taak van Maria
tegenover de mensen verduistert of vermindert op geen enkele wijze dát enig
middelaarschap van Christus, maar toont aan hoe krachtig het is. Want elke
heilsinvloed van Maria op de mensen ontstaat niet uit enige objectieve
noodzaak, maar uit welbehagen van God en uit de overvloed van verdiensten van
Christus.»13 Omdat zij de geestelijke moeder van
de mensen is, wordt de Maagd heel speciaal middelares genoemd, omdat zij de
Heer onze gebeden en onze werken aanbiedt en de goddelijke gaven tot ons doet
komen.
Veel van onze smeekbeden, die niet helemaal goed gericht
zijn, zet zij recht opdat zij vruchten zullen verkrijgen. Vanwege haar
hoedanigheid van moeder van God, gaat Onze Lieve Vrouw op eigen wijze deel
uitmaken van de Drieëenheid van God, en door haar hoedanigheid van moeder van
de mensen heeft zij de goddelijke taak te zorgen voor ons, haar kinderen, die
nog hier zijn als pelgrims op weg naar het huis van de Vader.14 Hoe vaak zijn wij haar niet onderweg tegengekomen!
Hoe dikwijls is zij ons niet tegemoet gekomen om ons haar hulp en troost aan te
bieden! Waar zouden we in heel bepaalde omstandigheden geweest zijn, als zij
ons niet bij de hand had genomen?
«Waarom zouden toch de smeekbeden van Maria tegenover God
zulk een doeltreffendheid hebben?», vraagt de heilige Alfonsus zich af. En hij
antwoordt: «De gebeden van de heiligen zijn gebeden van dienaren, terwijl die
van Maria gebeden van een moeder zijn; en daarvandaan komt hun doeltreffendheid
en gezagskarakter; en omdat Jezus zijn Moeder onmetelijk liefheeft, moet haar
gebed wel gehoor vinden». En om dit te bewijzen herinnert hij aan de bruiloft
van Kana, waar Jezus zijn eerste wonder verrichtte door tussenkomst van Onze
Lieve Vrouw: «De wijn was opgeraakt, met dientengevolge grote ontsteltenis bij
het bruidspaar. Niemand vraagt de allerheiligste Maagd bij haar Zoon tussenbeide
te komen ten gunste van de verbouwereerde bruid en bruidegom. Maria's hart
echter, dat niet anders dan medelijden kon hebben met de ongelukkigen [...]
zette haar ertoe aan om op eigen initiatief de taak van middelares op zich te
nemen en haar Zoon om het wonder te bidden, ook al had niemand haar daarom
gevraagd». En de heilige besluit: Onze Lieve Vrouw zó gehandeld heeft zonder
dat men haar erom gevraagd had, hoe zou het dan geweest zijn, als ze haar wél
hadden gevraagd?15 Zou zij dan geen acht slaan
op onze smeekbeden?
Vandaag, op zijn feestdag bidden wij de heilige Alfonsus Maria
de Liguori, dat hij voor ons de genade verkrijgt om Onze Lieve Vrouw zozeer te
beminnen als hij haar heeft liefgehad tijdens zijn leven op aarde, en dat hij
ons aanmoedigt de devotie tot haar overal te verbreiden. Laten we leren, dat
wij met haar 'eerder, meer en beter' zullen verkrijgen wat wij alléén nooit
zouden kunnen bereiken: apostolische doeleinden, gebreken die wij bij de wortel
moeten uitrukken, innige verbondenheid met haar Zoon.
-1. Introïtus van de mis van
de heilige. Lc 4,18; vgl. Jes
61,1. -2. Johannes Paulus ii, Apost. brief Spiritus Domini, bij het tweede eeuwfeest van de dood van
de heilige Alfonsus van Liguori, 1VIII1987.
-3. Ibidem. -4. H. Alfonsus van
Liguori, Bezoeken aan het Allerheiligste
Sacrament. -5. Pius ix, Decr.
Urbis et orbis, 23-III-1871. -6. Johannes Paulus ii, loc. cit.
-7. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 495. -8. P. Ramos, in
de proloog op Las glorias de Maria, Perpetuo
Socorro, Madrid 1941. -9. Vgl. H. Alfonsus van
Liguori, De heerlijkheden van Maria,
V,3-4. -10. H. Bernardus, Preek
over het Aquaduct. -11. Vgl. 1 Tim 2,51. -12.
Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q26, a2. -13. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen
gentium, 60. -14. Vgl. Ibidem, 62; Johannes Paulus ii, Enc. Redemptoris
Mater, 2-IV-1987, 40. -15. H. Alfonsus van
Liguori, Verkorte preken, in Ascetische werken, II, BAC, Madrid 1952, 48.