Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

30 november. Feest

41. HEILIGE ANDREAS, APOSTEL

De heilige apostel Andreas was afkomstig uit Betsaïda. Hij was visser, net zoals zijn broer Simon. Aanvankelijk was hij een leerling van Johannes de Doper, en daarna een van de eersten die Jezus leerden kennen. Hij bracht Petrus in contact met de Meester. Bij de broodvermenigvuldiging is Andreas degene die tegen Jezus zei, dat er een jongen was met enkele broden en vissen. Volgens de traditie predikte hij het evangelie in Griekenland en stierf hij de kruisdood in Achaea aan een X-vormig kruis.

-De eerste ontmoeting met Jezus. -Apostolaat van de vriendschap. - De definitieve roeping. Onthechting en bereidheid om de Heer te volgen.

41.1 Daarop gingen zij mee en zagen waar Hij zich ophield. Die dag bleven zij bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur.1

Zoals het evangelie ons verhaalt, waren Andreas en Johannes de eerste apostelen die Jezus riep. De Meester is zijn openbaar leven begonnen en aanstonds, de volgende dag, begint Hij degenen te roepen die Hem het meest nabij zullen zijn. Johannes stond daar weer, nu met twee van zijn leerlingen. Hij richtte het oog op Jezus die voorbijging en sprak: 'Zie, het Lam Gods.' De twee leerlingen hoorden hem dat zeggen en gingen Jezus achterna. Jezus keerde zich om en toen Hij zag dat zij Hem volgden, vroeg Hij hun: 'Wat verlangt gij?' Ze zeiden tot Hem: 'Rabbi' -vertaald betekent dit: 'Meester'-, waar houdt Gij U op? Hij zei hun: 'Gaat mee om het te zien'.2 Dit was in feite een vriendelijke uitnodiging om Hem te vergezellen. Gedurende die dag zal Jezus met hen over talloze dingen gesproken hebben, met goddelijke wijsheid en menselijke welgevalligheid, en zij bleven voor altijd met zijn persoon verbonden. Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die het gezegde van Johannes hadden gehoord en Jezus achterna waren gegaan. Vele jaren later heeft Johannes in zijn evangelie het uur van de ontmoeting kunnen opschrijven: Het was ongeveer het tiende uur. Hij is nooit het ogenblik vergeten, waarop Jezus tot hen zei: Wat verlangt gij? Ook Andreas zal zich altijd die definitieve dag zijn blijven herinneren.

Men vergeet de beslissende ontmoeting met Jezus nooit ofte nimmer. Het aanvaarden van de roeping van de Heer, het opgenomen worden in de kring van zijn meest nabije vrienden is de grootste genade die men in deze wereld kan ontvangen. Het vertegenwoordigt die gelukzalige, onvergetelijke dag, waarin wij worden overweldigd door de heldere uitnodiging van de Meester, die onverdiende gave, des te waardevoller naarmate zij komt van God, die zin geeft aan het leven en de toekomst verlicht. Soms is Gods roepstem als een zachte, stille uitnodiging; in andere gevallen, zoals bij sint Paulus, fel als een bliksemschicht die de duisternis splijt; er zijn ook roepingen waarbij de Meester eenvoudig de hand op onze schouder legt en zegt: 'Jij bent van Mij! Volg Mij!' Vervuld van vreugde gaat de mens dan alles wat hij bezit te gelde maken en koopt hij die akker3, want daarin ligt zijn schat verborgen. Hij heeft tussen de vele levensgaven, als een koopman die op zoek is naar mooie parels4, de parel van de grootste waarde ontdekt.5

Gaat mee om het te zien. In de persoonlijke omgang met de Heer leerden Andreas en Johannes, door eigen ervaring, datgene kennen wat zij met woorden alleen nooit volledig zouden hebben begrepen.6 Het is in het persoonlijk gebed, in de vertrouwvolle omgang met Christus, dat wij zijn veelvuldige uitnodigingen en oproep om Hem meer van nabij te volgen leren kennen. Nu wij met Hem in gesprek zijn, zouden wij ons kunnen afvragen of wij onze oren gericht hebben op zijn onmiskenbare stem, of wij tot in het diepste antwoorden op wat Hij van ons vraagt. Want Christus komt vlak bij ons voorbij en roept ons. Hij blijft in de wereld tegenwoordig, even werkelijk als twintig eeuwen geleden, en Hij zoekt medewerkers om Hem te helpen zielen te redden. Het is de moeite waard 'ja' te zeggen op deze goddelijke onderneming.

41.2 Andreas zei tot zijn broer Simon: Wij hebben de Messias -vertaald betekent dit: de Gezalfde- gevonden, en hij bracht hem bij Jezus.7

De ontmoeting met Jezus had Andreas' ziel met geluk en blijdschap vervuld; een nieuwe vreugde die hij aanstonds moest doorgeven. Het lijkt alsof hij zoveel geluk niet voor zich kon houden. De eerste die hij ontmoette, was zijn broer Petrus. De heilige Johannes Chrysostomus tekent aan, dat hij, na bij Jezus te zijn geweest en heel die dag met Hem omgegaan te zijn, «deze schat niet voor zichzelf bewaarde, maar zich naar zijn broer haastte om hem deelgenoot van zijn geluk te maken.»8 Andreas zal Petrus geestdriftig over zijn ontdekking hebben verteld: Wij hebben de Messias gevonden!, zegt hij tot hem, met volle overtuigingskracht, want hij bereikt dat Petrus, die wellicht vermoeid was na een werkdag, naar de Meester gaat, die reeds op hem stond te wachten: En hij bracht hem bij Jezus. Dít is onze opdracht: onze verwanten, vrienden en kennissen bij Jezus brengen, door tot hen te spreken met die overtuigingskracht die kan overreden. Deze verkondiging is eigen aan de ziel die «vervuld raakt van vreugde bij het verschijnen van de Heer en die zich haast om de anderen zo iets groots mede te delen. Dat is het bewijs van de ware en oprechte broederliefde: de wederzijdse uitwisseling van geestelijke goederen.»9 Inderdaad, wie Christus ontmoet, ontmoet Hem voor allen, in de eerste plaats voor hen die het meest nabij zijn: verwanten, vrienden, collega's...

Wij gaan vertrouwelijk -misschien al wel vele jaren lang!- met Christus om, die dicht bij ons leven voorbijging; «zoals Andreas hebben ook wij, door Gods genade, de Messias ontdekt en de betekenis van de hoop die we aan ons volk moeten overbrengen.»10 De Heer bedient zich vaak van banden van bloedverwantschap, van vriendschap... om anderen op te roepen Hem te volgen. Deze banden kunnen de deur van het hart van onze familieleden en vrienden openen voor Jezus, die soms niet kon binnentreden vanwege vooroordelen, vrees, onwetendheid, geestelijke terughoudendheid of luiheid. Wanneer er ware vriendschap bestaat, zijn er geen grote inspanningen nodig om over Christus te spreken: de ontboezeming komt als iets normaals naar boven. Onder vrienden is het toch gemakkelijk om gezichtspunten uit te wisselen, vondsten mee te delen... Het zou dan wel weinig natuurlijk zijn, als wij niet zouden spreken over Christus, die het voornaamste is dat wij ontdekt hebben en de motor van ons handelen!

Vriendschap kan, met Gods genade, tegelijkertijd de natuurlijke en goddelijke bedding zijn voor een diepgaand, zeer nabij apostolaat, van de een tot de ander. Velen zullen door onze woorden, vervuld van hoop en vreugde, ontdekken hoezeer Jezus nabij is, zoals Petrus Hem ontmoet heeft, zoals wij Hem misschien eerder ontmoet hebben. «Op zekere dag -ik wil niet in algemene termen spreken: open uw hart voor de Heer en vertel Hem over uw leven- heeft misschien een vriend, een gewoon christen zoals u, u een heel nieuw perspectief doen ontdekken, nieuw en toch oud zoals het evangelie. Hij heeft u doen inzien dat u zich volledig kon inzetten om Christus na te volgen en apostel van apostelen te worden. Van dat ogenblik af hebt u misschien de rust verloren. U hebt die pas teruggevonden, en nu als intense vrede, toen u 'ja' gezegd hebt tot God, in volle vrijheid, omdat u het wilde -wat het meest bovennatuurlijke motief is-. Toen is de vreugde gekomen, de sterke, blijvende, die slechts kan verdwijnen als u zich van Hem verwijdert.»11 Die vreugde, die wij slechts hebben ontmoet toen wij de stappen van de Meester volgden, en waarin wij velen willen laten delen.

41.3 Een tijdje later, toen Hij zich bij het Meer van Galilea ophield, zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas, bezig het net uit te werpen in het meer. Zij waren namelijk vissers. En Hij sprak tot hen: Komt, volgt Mij; Ik zal u vissers van mensen maken. Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.12 Dit is de definitieve oproep, de bekroning van die eerste ontmoeting met de Meester. Zoals de overige apostelen antwoordde Andreas terstond, meteen. In zijn toelichting op deze definitieve oproep van Jezus en de onthechting van alles wat zij bezaten waarmee die vissers antwoordden, leert de heilige Gregorius de Grote dat het Rijk der Hemelen «alles waard is wat je bezit.»13 Tegenover Jezus die voorbijgaat kunnen wij niets voor onszelf houden. Petrus en Andreas hebben veel in de steek gelaten «want zij hebben beiden het verlangen naar bezit opgegeven.»14 De Heer heeft zuivere, onthechte harten nodig. En iedere christen die Christus navolgt, zal deze geest van overgave moeten beleven overeenkomstig zijn eigen roeping. Er mag niets in ons leven zijn dat niet van God is. Wat zouden wij voor onszelf behouden, wanneer de Meester zo nabij is, wanneer we Hem iedere dag zien en met Hem omgaan?

Deze onthechting zal ons in staat stellen Jezus te vergezellen, die zijn weg met rasse schreden vervolgt, zozeer dat wij Hem onmogelijk zouden kunnen volgen, wanneer we al te veel bepakking bij ons hebben. Gods stap kan vlot zijn, en het zou droevig zijn wanneer we achter zouden blijven alleen omwille van enkele dingen die de moeite niet waard zijn. Op een of andere wijze komt Hij altijd dicht bij ons voorbij en roept Hij ons. Soms doet Hij dat in onze jonge jaren, andere keren op rijpere leeftijd, en soms ook wanneer het moment waarop wij tot Hem zullen komen, niet ver meer is, zoals we leren in die parabel van de arbeiders die op verschillende uren van de dag werden ingehuurd.15 Wij zullen in ieder geval op die oproep moeten antwoorden met de huiverende vreugde die de evangelisten ons hebben nagelaten, wanneer zij zijn oproep in herinnering brengen. Het is dezelfde Jezus die nu voorbijgaat, die ons heeft uitgenodigd Hem na te volgen.

Volgens de traditie is de heilige Andreas gestorven, terwijl hij het kruis loofde, want dit deed hem definitief tot zijn Meester naderen: «O schoon kruis, dat geadeld zijt door de ledematen van Christus, lang begeerd, hartstochtelijk bemind, onophoudelijk gezocht, eindelijk gereed gemaakt voor mijn verlangend hart [...], geef mij terug aan mijn Meester; dan kan Hij door u mij ontvangen, die mij door u heeft verlost.»16 De grootste offers zullen ons niet deren, als wij zien dat Jezus zich daarachter bevindt.

-1. Joh 1,39. -2. Joh 1,35-39. -3. Vgl. Mt 13,44. -4. Mt 13,45. -5. J.L.R. Sánchez de Alva, El Evangelio de San Juan, Palabra, 3e ed., Madrid 1987, commentaar bij Joh 1,35-51. -6. H. Thomas van Aquino, Commentaar op het Johannesevangelie, in loc. -7. Communio. Joh 1,41-42. -8. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over het Johannesevangelie, 19,1. -9. Ibidem. -10. Johannes Paulus ii, Homilie 30-XI-1982. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 1. -12. Mt 4,18-20. -13. H. Gregorius de Grote, Homilieën over de Evangelies, I,5,2. -14. Ibidem. -15. Vgl. Mt 20,1 e.v. -16. Marteldood van de heilige Andreas.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012