11 juni. Gedachtenis
53. HEILIGE BARNABAS, APOSTEL
Barnabas, geboren op Cyprus, wordt gerekend
tot de eerste gelovigen van Jeruzalem. Hij was degene die de heilige Paulus na
diens bekering aan de apostelen voorstelde; hij vergezelde Paulus op zijn eerste
apostolische reis. Hij nam deel aan het Concilie van Jeruzalem en was een zeer
belangrijk persoon in de Kerk van Antiochië, de eerste omvangrijke christelijke
kern buiten Jeruzalem. Hij was verwant met Marcus, op wie hij een beslissende
invloed uitoefende. Teruggekeerd in zijn vaderland, evangeliseerde hij het en
stierf er rond het jaar 63 de marteldood. Zijn naam wordt vermeld in het eerste
Eucharistische Gebed (Romeinse Canon).
-Grootmoedigheid in het apostolaat. -Kunnen
begrijpen om te kunnen helpen. -Vreugde en positieve geest in het apostolaat onder
onze vrienden.
53.1 Barnabas betekent 'zoon van vertroosting'; hij kreeg deze bijnaam van
de apostelen naast zijn eigen naam, Jozef. Hij was een leviet en geboortig van
Cyprus.1 Deze bijnaam zal geïnspireerd zijn door
zijn geest van verzoening en sympathieke karakter, zoals de heilige Johannes
Chrysostomus aantekent.2
Na de marteling van Stefanus en de daarop
aansluitende vervolging kwamen enige christenen in Antiochië aan; zij brachten
hun geloof in Jezus Christus mee. Toen in Jeruzalem de wonderen bekend werden
die de Heilige Geest bewerkte, zond men Barnabas.3
Zijn ijver voor de verbreiding van het Evangelie deed hem zoeken naar de
geëigende werktuigen om het immense werk dat stond te wachten te kunnen
vervullen. Daarom begaf hij zich naar Tarsus om Paulus op te zoeken, en hij bracht hem naar Antiochië. Een
vol jaar namen zij deel aan de bijeenkomsten in die gemeente en gaven
onderricht aan een grote menigte.4
Hij wist in de onlangs bekeerde Paulus die kwaliteiten te ontdekken die de
genade zou omvormen tot de apostel van de heidenen. Barnabas was ook degene die
Paulus kort tevoren aan de apostelen in Jeruzalem had voorgesteld, toen vele
christenen nog argwaan koesterden tegenover hun vroegere vervolger.5
Met de apostel
Paulus zal hij de eerste missiereis ondernemen, die het eiland Cyprus tot doel
had.6 Zij werden ook
vergezeld door Marcus, zijn neef, die hen halverwege de tocht, in Perge, in de steek liet en naar Jeruzalem terugkeerde.
Toen Paulus de tweede grote missiereis plande, wilde Barnabas Marcus opnieuw
meenemen, maar Paulus vond het beter iemand die hen in Pamfylië in de steek
had gelaten en zich niet met hen aan het werk gewijd had, niet meer mee
te nemen.7 Dit veroorzaakte zo'n
een heftig meningsverschil tussen hen beiden, dat zij uit elkaar gingen...8
Barnabas schoof
zijn neef Marcus, die toen wellicht nog heel jong was,
niet terzijde na die mislukking en gebrek aan kracht. Hij wist hem opnieuw te
bemoedigen en te sterken en hem tot een groot evangelisator te maken en tevens
tot een zeer doeltreffende medewerker van de heilige Petrus en zelfs van de
heilige Paulus, met wie Barnabas verbonden bleef.9
Later zal Paulus de grootste achting voor Marcus aan de dag leggen10, «alsof hij in hem de weerspiegeling zag van de
sympathie en dankbare herinneringen aan Barnabas, zijn jeugdvriend.»11
De heilige
Barnabas nodigt ons vandaag uit grootmoedig te zijn in het apostolaat, dat ons
ertoe zal brengen niet gemakkelijk de moed te verliezen,
wanneer de vrienden of verwanten die wij tot de Heer moeten brengen gebreken
vertonen en soms een stap terugzetten, om hen niet terzijde te schuiven wanneer
zij zwak zijn of misschien niet beantwoorden aan onze zorg en ons gebed.
Het mogelijke gebrek aan beantwoording, soms
slechts schijnbaar, van onze inspanningen
moet ons ertoe brengen, dat wij onszelf overtreffen in het nog
liefdevoller omgaan met onze vrienden, met een nog opener glimlach, met nog
meer bovennatuurlijke middelen.
53.2 Gaat en
verkondigt dat het Rijk Gods nabij is. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt
melaatsen en drijft duivels uit... Dit gebod van de
Heer, dat we in het evangelie van de heilige mis lezen12,
moet in het hart van alle christenen weerklinken. Het is het apostolaat dat
ieder persoonlijk dient te vervullen op de plaats waar zich zijn leven ontplooit:
het dorp, de stad, de onderneming, de universiteit... Wij zullen 'doden'
ontmoeten die we tot het sacrament van boete en verzoening moeten brengen,
opdat zij het bovennatuurlijke leven herkrijgen; 'zieken', die niet uit
zichzelf kunnen herstellen en die wij moeten helpen om tot Christus te naderen;
'melaatsen', die gereinigd zullen worden door de genade door middel van onze
vriendschap; 'door duivels bezetenen', wier genezing van ons een bijzonder
gebed en boetedoening eist.
Naast standvastigheid -we mogen niet vergeten,
dat «de zielen zich mettertijd zullen beteren»13-
moeten we rekening houden met de onderscheiden toestanden en omstandigheden,
waar degenen die onze hulp behoeven doorheen moeten. Van de heilige Barnabas
wordt gezegd, dat hij een goed man
was, die de bijnaam van zoon van vertroosting verdiende, omdat hij vele harten de vrede wist
te brengen. Over de grootheid van zijn hart, tot uitdrukking komend in zijn edelmoedigheid en onbaatzuchtigheid,
spreken ons de Handelingen van de Apostelen in het eerste bericht dat wij van
hem hebben: hij bezat een akker
die hij verkocht en waarvan hij het geld meebracht om het aan de voeten van de
apostelen neer te leggen.14 Zo kon
hij vrijer de Heer volgen. Een edelmoedige en onbaatzuchtige ziel is in staat
allen op te nemen en de ware staat waarin de zielen verkeren te begrijpen. En
iemand die zich begrepen voelt laat zich gemakkelijker helpen. Het beste wapen
van de christen in het apostolaat is juist die open, hartelijke houding die de
situatie van anderen op zich weet te nemen
en hen waarlijk waardeert, want «niemand kan gekend worden tenzij
overeenkomstig de liefde die men voor hem koestert.»15
Om te begrijpen moet men de ander bezien vanuit
het vele positieve dat hij bezit en zijn fouten alleen in de context zien van de -werkelijke of mogelijke-
goede kwaliteiten en met het verlangen hem te helpen. «Laten we altijd
trachten de deugden en goede dingen in de anderen te zien en hun tekortkomingen
met onze grote zonden bedekken»16, was de raad
van de heilige Theresia. En sint Bernardus spoorde vurig aan: «ook als ge iets
kwaads mocht zien, oordeelt dan niet aanstonds uw naaste, maar verontschuldigt
hem liever in uw binnenste. Verontschuldigt de bedoeling, als ge de daad niet
kunt verontschuldigen. Bedenkt, dat hij het misschien zal hebben gedaan uit
onwetendheid, of omdat hij verrast was, of per ongeluk. Als de zaak zo
duidelijk is dat ge die niet kunt verbergen, probeert het zelfs dan zo op te
vatten en zegt tegen uzelf in uw binnenste: de bekoring moet wel heel erg sterk
geweest zijn.»17
Van de Heer moeten
we leren met allen samen te leven, niet te veel te letten
op het gebrek aan wisselwerking, opvoeding of edelmoedigheid van hen die ons
omringen, die vaak de vrucht zijn van hun onwetendheid, eenzaamheid of
vermoeidheid. Het goede dat wij tot stand willen brengen staat boven deze
nietigheden die voor Gods aanschijn van geen belang zijn. «Je moet de omgang
zoeken met die metgezel die je alleen maar goedendag zegt..., en die je moeite
kost. -Volhard en veroordeel hem niet; hij zal 'zijn redenen' hebben net zoals
jij die van jou voedt om hem iedere dag méér toe te vertrouwen.»18 Die 'redenen' van ons, die hun oorsprong en hun
middelpunt hebben in het tabernakel.
53.3 Psalmzingt
de Heer bij de cither, bij de cither, bij tokkelmuziek: met trompetten, met
helle bazuin, schalt triomf voor de koning, de Heer... 19
Bij het zien van
een omgeving die van God verwijderd is en van de levenswijzen die velen aannemen die
wellicht een voorbeeld zouden moeten
zijn, bestaat de mogelijkheid dat sommige
christenen zich laten leiden door een 'bittere ijver', omdat zij proberen het
goede te doen, maar zich voortdurend beklagen over het klaarblijkelijke
kwaad en herhaaldelijk verwijten maken aan
het adres van de maatschappij, aan
degenen die -volgens hen- drastische maatregelen zouden moeten nemen om
dat kwaad de pas af te snijden... Maar zó wil de Heer niet dat wij handelen: Hij
gaf zijn leven aan het kruis, in alle gemoedsrust en vrede, voor alle mensen.
Het zou een grote mislukking zijn, als de christenen een negatieve houding aannamen tegenover de wereld die zij moeten redden. De mensen van de
eerste generaties die Christus volgden zien
wij vervuld van vreugde, ondanks de veelvuldige tegenslagen waarmee zij te kampen hadden. Wanneer de heilige
Lucas in de Handelingen van de Apostelen een samenvatting tracht te geven van de kleine gemeenschappen die overal
ontstonden, dan merkt hij op dat de Kerk steeds meer bevestigd werd in de vreze des Heren en gestadig
toenam in aantal door de vertroosting van de
Heilige Geest.20 De vrede van de Heer zal ons nooit
ontbreken, indien wij Hem van nabij volgen; het is de vrede die wij aan allen
moeten schenken.
In navolging van de Heer moeten wij ons verre
houden van houdingen als veroordelen, norsheid, waarin sporen van bitterheid doorklinken. Als wij, christenen,
de vreugde naar de wereld brengen, hoe kunnen wij dan de Blijde
Boodschap op onsympathieke en bedroefde wijze aanbieden? Hoe zouden we de
anderen kunnen veroordelen, als wij niet de nodige elementen voor een oordeel bezitten en vooral, als niemand ons daartoe
opdracht heeft gegeven? Onze houding tegenover allen is altijd een
houding van heil, van vrede, van begrip, van vreugde, ook tegenover hen die ons
misschien ooit onheus bejegend hebben.
«Begrip,
werkelijke liefde. Wanneer gij die werkelijk hebt
verkregen, zult ge grootmoedig jegens iedereen zijn, zonder onderscheid, en ge
zult -ook tegenover hen die u slecht behandeld hebben- de raad van Jezus
toepassen: komt allen tot Mij die
onder lasten gebukt gaat..., en Ik zal u verlichting schenken.»21 Iedere christen is Jezus die voorbij gaat te midden van de
zijnen, die hun lasten verlicht en hun de weg naar het heil toont.
Aan het eind van
ons gebed bidden wij de Heer, met de woorden van de liturgie van de heilige mis, om het vuur van de liefde die de heilige Barnabas heeft
bezield om het licht van het evangelie aan
de heidenen te brengen.22 Hij zal ons dit nog eerder verlenen, als wij
dit bovendien vragen door Onze Lieve Vrouw: Sancta Maria, Regina Apostolorum, ora pro nobis...,
help ons in de apostolische taak die wij moeten volbrengen bij onze verwanten,
vrienden en bekenden.
-1. Vgl. Hnd 4,36. -2. Vgl. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën
over de Handelingen van de Apostelen, 21. -3. Hnd
11,23. -4. Hnd
11,26. -5. Vgl. Hnd
9,26. -6. Vgl. Hnd 13,1-4.
-7. Hnd 15,38.
-8. Hnd 15,40. -9. Vgl. 1 Kor 9,5-6. -10. Vgl. Kol 4,10; Fil 24; 2 Tim 4,11. -11. J. Prado, in
Gran
Enciclopedia Rialp, woord
Bernabé, vol. IV, bl. 91. -12. Mt 10,7-13. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden
van God, 78. -14. Hnd 4,37. -15. H. Augustinus, Preek 83. -16. H. Theresia van
Avila, Het boek van haar leven, 13,6. -17. H. Bernardus, Preek 40 over het Hooglied. -18. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 843. -19. Tussenzang. Ps 98,5-6.-20. Hnd 9,31. -21. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 867.-22. Altaarmissaal, Gebed over de
gaven van de mis van de dag.