11 juli. Feest
3. HEILIGE BENEDICTUS,
PATROON VAN EUROPA
De heilige Benedictus werd rond het jaar 480 te Nursia
(Italië) geboren. Na een uitstekende vorming te Rome begon hij zijn kluizenaarsleven
in Subiaco, waar hij enkele leerlingen rond zich verzamelde; later verhuisde
hij naar Cassino. Daar stichtte hij het beroemde klooster van Monte Cassino en
schreef de 'Regel voor het kloosterleven'; de verbreiding daarvan bezorgde hem
de titel 'Vader van de westerse monniken'. Hij had en heeft nog steeds grote
invloed op vele constituties van het religieuze leven. Hij overleed in Monte
Cassino op 21 maart van het jaar 547, maar reeds vanaf het einde van de achtste
eeuw ging men op vele plaatsen zijn feest vieren op de dag van vandaag. In zijn
apostolische brief 'Pacis nuntius' (24-X-1964) riep Paulus vi Benedictus uit
tot Patroon van Europa vanwege de uitzonderlijke invloed die hij persoonlijk en
via zijn monniken heeft uitgeoefend op de vestiging van de christelijke wortels
van dit oude continent. In de apostolische brief 'Egregiae virtutis'
(31-XII-1980) riep Johannes Paulus ii de heilige Cyrillus en Methodius uit
tot medepatroons van Europa (vgl. Enc. 'Slavorum Apostoli', 2-VI-1985).
-Christelijke wortels van Europa. -Noodzaak van een nieuwe
evangelisatie. -Opdracht van allen. Doen wat binnen ons bereik ligt.
3.1 Bij de herdenking van het
vijftiende eeuwfeest van de geboorte van de heilige Benedictus herinnerde paus
Johannes Paulus ii aan
het van de heilige, die zozeer heeft bijgedragen aan de vorming van wat later
Europa zou worden. Het was een tijd waarin «niet alleen de Kerk, maar ook de
burgermaatschappij en de cultuur groot gevaar liepen. De heilige Benedictus
getuigde door voortreffelijke werken en door zijn heiligheid van de eeuwige
jeugd van de Kerk.»1 Bovendien «ontrukten hij en
zijn volgelingen vele onbeschaafde volkeren aan het barbarendom en brachten hen
tot een beschaafd en christelijk leven, en door hen te leiden tot de deugd, het
werk en het vreedzaam beoefenen van de letteren verenigde hij hen in liefde als
broeders.»2 De heilige Benedictus heeft in hoge
mate bijgedragen aan de vorming van de ziel en wortels van Europa: deze zijn
wezenlijk christelijk en zonder hen kan men onze cultuur noch onze wezensaard
verstaan en verklaren.3 Ook de Europese
identiteit , en «juist in het christendom liggen die gemeenschappelijke
wortels, waaruit de beschaving van het continent, zijn cultuur, zijn dynamiek,
zijn werkzaamheid, zijn vermogen tot constructieve verbreiding naar de overige
continenten zijn gegroeid; kortom, alles wat de roem van Europa vormt.»4
Helaas zien wij thans een vastberaden en systematisch streven
om het meest wezenlijke van onze zeden uit te roeien: hun diepe christelijke
betekenis. «Enerzijds ontneemt de bijna uitsluitende gerichtheid op de
consumptie van materiële goederen het menselijke leven zijn diepste betekenis.
Van de andere kant wordt het werk in vele gevallen welhaast tot een dwang die
de mens, onderworpen aan het collectivisme, vervreemdt, terwijl het werk zich
ook, bijna tegen elke prijs, verwijdert van het gebed en zó het menselijk leven
zijn buitenaardse dimensie ontneemt.»5 Soms
lijkt het, alsof complete volkeren op weg zijn naar een nieuw barbarendom, dat
nog erger is dan dat in het verleden. Het praktisch materialisme «legt de mens
zijn heerschappij op, op zeer verschillende wijzen en met een agressiviteit die
niemand uitsluit. De heilige beginselen, die een betrouwbare gedragsgids waren
voor de mensen individueel en voor de maatschappij, worden vervangen door valse
voorwendsels ten aanzien van de vrijheid, de heiligheid van het leven, de
onontbindbaarheid van het huwelijk, de ware betekenis van de menselijke sexualiteit,
de juiste houding ten aanzien van materiële goederen, die de vooruitgang heeft
gebracht.»6 Het lijkt niet overdreven te denken,
dat op vele plaatsen de ideeën die zich aan het vormen zijn een nieuwe heidense
samenleving zullen doen ontstaan, als hiertegen niet het geschikte geneesmiddel
gevonden wordt. Onder invloed van het laïcisme, dat iedere relatie met God
verwerpt, in niet weinig burgerlijke wetgevingen, worden de rechten en plichten
van de burger bepaald zonder enige relatie met een objectieve moraalwet. En zij
laten het samengaan met een schijn van goedheid, die alleen mensen met weinig
vorming bedriegt of ook degenen die het gevoel voor de menselijke waardigheid
reeds hebben verloren.
Tegenover deze situatie heeft paus Johannes Paulus ii herhaaldelijk opgeroepen tot
een nieuwe evangelisatie van Europa en van de wereld, een herevangelisatie die
ons allen aangaat. Laten we vandaag op het feest van de heilige Benedictus onze
christelijke levenszin onderzoeken, evenals de apostolische geest die al ons
doen en laten moet bezielen. Laten we niet vergeten, dat «op de nadering van
het derde millennium van de verlossing God een grootse christelijke lente aan
het voorbereiden is, waarvan we nu al het begin zien oplichten.»7 En Hij wil, dat wij de hoofdrolspelers zijn in deze
wedergeboorte van het geloof. Wij zullen de vreugde smaken van het bekendmaken
van Christus aan collega's op het werk, aan vrienden, familieleden... En de
Heer zal deze inspanning belonen met overvloedige genade die ons tot een grotere,
inniger verbondenheid met Hem zullen brengen.
3.2 Tegenover een schijnbaar
ongunstig panorama hebben vele christenen er de voorkeur aan gegeven tussen
haakjes te zetten of terzijde te schuiven hetgeen zou kunnen botsen met de
meest algemeen verbreide opvatting, die zichzelf vaak het etiket 'modern' of
'vooruitgang' heeft opgeplakt, en «door tussen haakjes te plaatsen wat ons in
een vraagstelling hinderlijk voorkomt -zo schrijft een hedendaags denker-, om
ons niet van onze metgezellen af te zonderen, lopen we het gevaar in ons het
wezenlijke te begraven»8, datgene wat de zin van
ons dagelijks leven verklaart.
Geen enkele christen kan aan de zijlijn blijven staan bij de
grote menselijke kwesties die de wereld opwerpt. «Wij kunnen niet met de armen
over elkaar zitten, wanneer een subtiele vervolging de Kerk dwingt aan
onthouding te sterven, door haar uit het openbare leven te bannen en door haar
vooral te belemmeren tussenbeide te komen in de opvoeding, de cultuur, in het
gezinsleven.
«Het zijn niet onze rechten; ze zijn van God en Hij heeft ze
aan ons, katholieken, toevertrouwd... met de bedoeling dat wij ze uitoefenen.»9
Tegenover deze toestand, waarvan we iedere dag de gevolgen
zien, moeten wij de dringende noodzaak voelen de wereld opnieuw te kerstenen,
die wellicht kleine wereld waarin zich ons leven afspeelt. «Ieder van ons moet
zich daadwerkelijk deze vraag stellen: 'wat kan ík doen?' -in mijn stad, op
mijn werkterrein, op school of aan de universiteit, in die maatschappelijke
vereniging of sportclub waarvan ik lid ben enz. -opdat Jezus Christus werkelijk
in de mensen en activiteiten heerst. Denk hierover na tegenover God, vraag
raad, bid... en werp u met heilige agressiviteit, met geestelijke kracht op de
taak om deze omgeving voor God te veroveren.»10
De opdracht om Europa en de wereld opnieuw te kerstenen kan
niet gesteld worden, alsof die alleen uitvoerbaar zou zijn door mensen met
aanzienlijke invloed in de politiek of het openbare leven. Integendeel, het is
een opdracht van allen. Wij zullen deze wereld opnieuw evangeliseren, wanneer
we leven zoals God het wil: wanneer vaders en moeders van een gezin -te
beginnen met hun gedrag, bijvoorbeeld in de edelmoedigheid van het aantal
kinderen, in de manier waarop zij omgaan met hen die hen in het huishouden helpen,
met de buren...- hun kinderen opvoeden met afzien van hun persoonlijke zaken, in
plichtsgevoel, in een strenge levenswijze, in de geest van opoffering voor de
zorg voor volwassenen en de meest behoeftigen... Aan de herkerstening van de
maatschappij werken de predikers en katechisten mee die onvermoeibaar en
onverkort, heel de boodschap van Christus in herinnering roepen; de scholen
die, rekening houdend met de doelstellingen waartoe ze zijn opgericht,
werkelijk in christelijke geest vorming bieden; de beroepsmensen die weigeren
immorele praktijken toe te passen, ook al brengt dat enig financieel nadeel
voor hen mee, zoals onrechtvaardige opdrachten, vriendjespolitiek, onrechtmatig
gebruik van vertrouwelijke inlichtingen, medische ingrepen die in strijd zijn
met Gods wet... En aan de herkerstening van de maatschappij kan iedereen werken
door het persoonlijke apostolaat, dat gebaseerd is op vriendschap en in alle
omstandigheden energiek is.
3.3 Een oud spreekwoord zegt:
'men kan beter een lucifer aansteken dan de duisternis vervloeken'. Afgezien
van het feit, dat het niet eigen is aan de kinderen van God om systematisch te
klagen over het kwaad, het pessimistische en negatieve klimaat, is het ook nog
zo dat wij, christenen, de wereld opnieuw zouden veranderen, als wij
vastberaden waren om hetgeen binnen ons bereik ligt te volbrengen. Zó hebben
ook de eerste christenen gehandeld; zij waren gering in aantal, maar zij hadden
wel een levend en werkzaam geloof. Het is een grote vergissing niets te doen,
omdat men wellicht denkt zo weinig te kunnen doen. Een brief aan een krant,
waarin men een goed artikel prijst of daarvoor bedankt, kan de directeur van de
publicatie of de journalist aanmoedigen in dezelfde lijn meer stukken te
publiceren; het aanbevelen van een goed boek kan het werktuig zijn dat de
Heilige Geest benut om iemand om te vormen; onze mening helder tot uiting
brengen kan een ander opnieuw in zijn christelijk gevoel bevestigen... Al onze
handelingen vinden, met Gods genade, onverwachte weerklank.
En we moeten nooit vergeten, dat het goede doen altijd aantrekkelijker
is dan het kwade; en ook met de hulp van de Maagd en de heilige engelbewaarders
om te volbrengen wat we ons voornemen, en met de kracht die we verkrijgen van
de gemeenschap van de heiligen, die ook de verst verwijderden bereikt. Er zijn
vele redenen om optimistisch te zijn «met een bovennatuurlijk optimisme dat in
het geloof geworteld is, dat zich voedt met de hoop en dat door de liefde
vleugels krijgt. Wij moeten alle gebieden van de maatschappij met een
christelijke geest doordrenken. Laat het niet alleen bij verlangen: ieder mens,
man en vrouw, moet, waar hij werkt, Gods inhoud geven aan zijn taak en moet
ervoor zorgen -door gebed, versterving, perfect afgeleverd werk- dat hij zichzelf
en anderen vormt in de waarheid van Christus, opdat Hij verkondigd wordt als de
Heer van alle aardse bezigheden.»11 Daarvoor
zullen we alle situaties benutten, ook dienst- of vakantiereizen, precies zoals
de eerste christenen die 12
Aan de heilige Benedictus vertrouwen wij vandaag deze opdracht
van allen om de maatschappij te herkerstenen toe, en wij bidden hem, dat wij
door ons leven en ons woord verkondigen. We bidden hem vooral om die
persoonlijke heiligheid, die de basis van elk apostolaat vormt. «Ik zie -zo merkt
paus Johannes Paulus ii
op- een nieuw missietijdperk aanbreken, dat op een goede dag zal uitstralen en
rijk aan vruchten zal zijn, indien alle christenen en heel bijzonder de
missionarissen en de jonge kerken edelmoedig en heilig op de vragen en uitdagingen
van onze tijd antwoorden.»13
Heilige Maria, Koningin van Europa en van de wereld, bid voor
allen die op weg naar Christus zijn... bid voor ons.
-1. Johannes Paulus ii, Homilie 1-I-1980. -2. Pius xii,
Enc. Fulgens radiatur, bij het eeuwfeest van de dood
van de heilige Benedictus, 21-III-1947. -3. Vgl. L. Suárez,
Raíces cristianas de Europa, Palabra, 2e ed., Madrid 1986, bl. 16 vv. -4. Johannes Paulus ii, Toespraak in
Santiago de Compostela, 9-XI-1982. -5. Idem, Homilie in Nursia, 23-III-1980. -6. Idem, Homilie in het Phoenix Park
van Dublin, 29IX-1979. -7. Idem, Enc.
Redemptoris missio, 7-XII-1990, 86. -8. J. Guitton, Silence sur
l'essentiel. -9. H. Jozefmaria
Escrivá, De Voor, 310. -10. A. del Portillo, Past. brief 2-X-1985.
-11. Idem, Past. brief 25-XII-1985,
10. -12. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptoris missio, 82. -13. Ibidem,
92.