3 december. Gedachtenis
45. HEILIGE FRANCISCUS XAVERIUS
De heilige Franciscus werd geboren in het kasteel van
Javier op 7 augustus 1506. Hij studeerde te Parijs, waar hij de heilige
Ignatius van Loyola leerde kennen. Hij was een van de stichters van de
Jezuïtenorde. Na zijn priesterwijding te Rome in 1537, wijdde hij zich vooral
aan liefdadigheidswerk. In 1541 vertrok hij naar het Oosten, en gedurende tien
jaar verkondigde hij onvermoeibaar het evangelie in India en Japan, waar hij
velen wist te bekeren. Hij stierf in 1552 op het eiland Shangchuan, in China.
-De apostolische ijver van de heilige Franciscus Xaverius.
-Nieuwe apostelen voor Christus winnen. -De apostolische werkzaamheid van ons
leven.
45.1 Wat voor
nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen als dit ten koste gaat van
eigen leven? 1 Deze woorden van
Jezus boorden zich diep in de ziel van de heilige Franciscus Xaverius en
brachten een radicale wijziging van zijn leven tot stand.
Waartoe zouden alle schatten van dit leven dienen, als we het
wezenlijke aan ons voorbij lieten gaan? Waartoe zouden we succes en applaus
nastreven, overwinningen en prijzen, als wij uiteindelijk God niet vonden?
Alles zou bedrog geweest zijn, tijdverlies: de meest volledige mislukking.
Xaverius zag de waarde in van zijn ziel en die van de anderen, en Christus werd
het waarachtige middelpunt van zijn leven. Vanaf dat moment groeide de ijver
voor de zielen in hem met «een hartstochtelijk ongeduld.»2 Hij voelde de onstuitbare drang om heel de wereld te
redden en hij was bereid zijn leven te geven om mensen naar Christus te
brengen.3
Het heilig ongeduld dat het hart van de heilige Franciscus verteerde,
deed hem -terwijl hij zich reeds in het verre Oosten bevond- de volgende
woorden opschrijven, die zo treffend zijn leven uitdrukken: «Omdat de
christenen uit deze streek geen priesters hebben, weten ze niet veel meer dan
dat ze christenen zijn. Er is niemand die voor hen de mis opdraagt; er is
niemand die hun de geloofsbelijdenis, het Onze Vader en het Weesgegroet leert
[...]. Daarom heb ik sinds ik hier aankwam, zonder ophouden deze dorpen
doorkruist en er alle nog niet gedoopte kinderen gedoopt. Ook heb ik er een
zeer groot aantal kleine kinderen gedoopt, die om zo te zeggen nog geen
verschil weten tussen wat rechts of links is. De kinderen lieten me ook geen
tijd om mijn brevier te bidden, om te eten of om wat rust te nemen, voordat ik
hun een gebed geleerd had.»4
De heilige aanschouwde -zoals wij heden ten dage- het immense
panorama van al die mensen die niemand hebben die hun over God spreekt. Nog
altijd zijn, in onze dagen, de woorden van de Heer werkelijkheid: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig.5 Dit deed Xaverius, het hart vervuld van een heilige
ijver, opschrijven: «Verscheidene mensen in deze streek worden geen christenen
om de eenvoudige reden dat er niemand is om hun het christelijk geloof bij te
brengen. Vaak komt bij mij het verlangen op, langs de Europese universiteiten,
vooral die van Parijs, te gaan en overal als een waanzinnige uit te varen tegen
degenen die blijkbaar meer geleerdheid bezitten dan liefde. Ik zou hen met deze
woorden willen dwingen: 'welk een ontelbaar aantal zielen blijven er niet van
de hemel verstoken en gaan verloren door uw schuld!'
»Legden zij hiervoor maar evenveel zorg aan de dag als voor
hun wetenschap, om aan God rekenschap te kunnen geven van hun studie en van de
hun toevertrouwde talenten. Het merendeel van hen zou zeker onder de indruk
komen van deze gedachte en zich gaan toeleggen op de overweging van Gods
heilsplan. Zij zouden zich inspannen om te luisteren naar wat de Heer in hen
zegt. Verzaken zouden zij aan hun begeerte naar menselijke kennis en zich
geheel toevertrouwen aan het verlangen en de wil van God. En van harte zouden
zij dan uitroepen: Heer, hier ben ik; wat wilt Ge dat ik doe? Zend mij waarheen
Ge verlangt, zelfs naar Indië.»6
Deze zelfde ijver moet in ons hart ontbranden. Maar gewoonlijk
wil de Heer, dat wij die ijver aan de dag leggen waar wij ons bevinden: in het
gezin, te midden van ons werk, bij onze vrienden en kameraden. «Missionaris!
-Je droomt ervan missionaris te worden. Je brandt van verlangen als een
Franciscus Xaverius en wilt voor Christus een wereldrijk veroveren. Japan,
China, Indië, Rusland..., de koude landen van Noord-Europa, Amerika, Afrika,
Australië. -Wakker dit vuur in je hart aan, deze dorst naar zielen. Maar
vergeet niet, dat je meer missionaris bent door te 'gehoorzamen'. Ver van die
apostolaatsvelden werk je weliswaar 'hier', maar tegelijkertijd 'daar'. Voel je
niet, zoals Franciscus Xaverius, dat je arm moe wordt, doordat je zoveel mensen
hebt gedoopt?»7 Hoeveel heidenen van hart en
ziel treffen we niet aan bij ons op straat, op de pleinen, de universiteit, in
de handel, in de politiek...!
45.2 Daarop
sprak Hij tot hen: Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan
heel de schepping.8 Als christenen dienen
wij ons gedrongen te voelen deze woorden te vervullen, waar wij ons ook
bevinden, krachtig, stoutmoedig, zoals Johannes Paulus ii ons in herinnering roept:
«Wij, christenen, zijn geroepen tot de apostolische moed, gebaseerd op het
vertrouwen op de Geest.»9 Als we om ons heen
kijken, dan beseffen we, hoe groot de menigte is van degenen die Christus nog
niet kennen. Zelfs velen die gedoopt zijn, leven alsof Christus hen nog niet
verlost heeft, alsof Hij niet daadwerkelijk onder ons tegenwoordig is. Hoevelen
zijn er vandaag niet als degenen die Jezus' medelijden opriepen, omdat zij afgetobd neerlagen als schapen zonder herder10, zonder een duidelijke richting in hun leven, die
in verwarring verkeren en hun beste tijd verloren laten gaan, omdat ze niet
weten waar ze naar toe moeten gaan! Ook wij moeten, zoals de Heer, vervuld
worden van medelijden met deze mensen die, hoewel ze in menselijk opzicht soms
lijken te zegevieren, de grootste mislukkelingen zijn, omdat ze zich niet als
kinderen van God, die op weg zijn naar het Vaderhuis, voelen noch gedragen. Hoe
erg is het, als iemand de Messias niet zou ontmoeten door onze nalatigheid,
door gebrek aan deze apostolische geest!
Wij moeten onze ijver voor de zielen doorgeven aan anderen,
opdat dezen op hun beurt boodschappers worden van de Blijde Boodschap die
Christus de wereld heeft nagelaten. Op duizend en één verschillende manieren,
door deze of die woorden, door een altijd voorbeeldig gedrag moeten wij bijval
verlenen aan de woorden die paus Johannes Paulus
ii uitsprak in de geboorteplaats van Franciscus, Javier:
«Christus heeft u nodig en roept u op om miljoenen van uw broeders te helpen
volledig mens te zijn en gered te worden. Leeft met deze edele idealen in uw
hart en bezwijkt niet voor de bekoring van ideologieën als hedonisme, haat en
geweld die de mens verlagen. Opent uw hart voor Christus, voor zijn wet van
liefde; zonder voorwaarden te stellen aan uw bereidwilligheid, zonder vrees
voor definitieve antwoorden, want liefde en vriendschap kennen geen
zonsondergang»11, zij duren altijd voort. En als
we eens een keer niet weten wat we tot onze vrienden en verwanten moeten zeggen
om hen te betrekken in deze goddelijke opdracht -de meest vreugdevolle van
alle- laten we dan eraan denken hoe Xaverius gewonnen werd voor de grootse
onderneming die God voor hem bereidde, terwijl hij zijn studie verrichtte:
«Redenen?... Wat voor redenen zou de arme Ignatius geven aan de geleerde
Franciscus Xaverius?»12
Weinige en armzalige om de diepe verandering in de ziel van
de vriend te bewerken. Wij moeten stoutmoedig zijn en altijd vertrouwen op de
genade, op de bijstand van de Maagd en van de heilige engelbewaarders.
Laten we de Heer bidden, dat Hij in ons
de vurige liefde wekt die de heilige Franciscus Xaverius deed ontvlammen in de
ijver voor het heil van de mensen...13
Bidden we tot de heilige Maria, dat wij velen met ons mogen meetrekken, opdat
zij op hun beurt nieuwe apostelen worden.
45.3 Zoals alle heilige mensen
gedaan hebben, vroeg de heilige Franciscus Xaverius de geadresseerden van zijn
brieven steeds om «de hulp van uw gebeden»14,
want apostolaat moet gebaseerd zijn op persoonlijke opoffering, op eigen en
andermans gebed. Op ieder ogenblik, maar in het bijzonder als de omstandigheden
ons ooit mochten verhinderen een meer direct apostolaat te vervullen, dienen
wij de werkzaamheid van ons lijden, van het goed afgeleverde werk, van het
gebed voor de geest te houden.
De heilige Theresia van Lisieux, die samen met de heilige
Franciscus Xaverius de voorspreekster van de missiewerken is, voelde krachtig
de ijver voor de redding van alle mensen, ook ver weg, hoewel zij nooit buiten
de kloostermuren is getreden. Zij ervoer in haar hart de woorden van Christus
aan het kruis, Ik heb dorst, en haar hart ontstak in verlangen om tot de verst
verwijderde oorden te komen. «Ik zou zo graag -schrijft zij- de aarde aflopen
om uw Naam te verkondigen en uw glorievolle kruis te planten op ongelovige
bodem, mijn Geliefde. Maar slechts één missiereis zou me niet genoeg zijn, want
ik wilde tegelijk uw evangelie overal ter wereld verkondigen, tot op de verste
eilanden toe. Ik zou zo graag missionaris zijn, niet slechts enkele jaren, maar
vanaf de schepping der wereld tot aan de voleinding der eeuwen.»15 En toen zij, al ernstig ziek, een korte wandeling
maakte en een medezuster, die haar vermoeidheid zag, haar aanraadde te gaan
rusten, antwoordde de heilige: «Weet u waardoor ik kracht krijg? Welnu, ik
wandel hier ten behoeve van een missionaris. Ik denk dat er daar, ver weg, wel
een zal zijn wiens krachten bijna volledig uitgeput zijn door zijn apostolische
tochten, en om zijn vermoeienissen een beetje te verminderen, bied ik de mijne
aan God aan.»16 En zelfs die plekken werden door
haar gebed en haar offer bereikt.
De ijver voor de zielen moet ook bij alle gelegenheden tot uiting
komen. Ziekte, ouderdom of schijnbare afzondering mogen geen verontschuldiging
zijn. Door de gemeenschap van de heiligen kunnen we heel ver komen. Net zo ver
als onze liefde tot Christus groot is. Dan zal heel het leven, tot en met de
laatste ademtocht hier op aarde, gediend hebben om mensen naar de hemel te
leiden, zoals met de heilige Franciscus gebeurd is, die vóór de kust van China
stierf, terwijl hij ernaar hunkerde naar deze gebieden de Blijde Boodschap van
Christus te kunnen brengen. Geen enkel gebed, geen enkel lijden dat met liefde
wordt aangeboden, gaat verloren: alle brengen ze, geheimvol maar daadwerkelijk,
hun vrucht voort. Die vrucht die we ooit, door Gods barmhartigheid, in de hemel
zullen aanschouwen en die ons van een onbedwingbaar geluk zal vervullen.
-1. Mc 8,36. -2. Johannes Paulus ii, Toespraak
in Javier, 6-XI-1982. -3. Vgl. F. Zubillaga,
Cartas y escritos de San Francisco Javier, BAC,
Madrid 1953, 54, 4. -4. Uit de brieven van de heilige
Franciscus Xaverius aan de heilige Ignatius. -5. Mt
9,37. -6. Uit de brieven van de heilige Franciscus Xaverius
aan de heilige Ignatius. -7. H.
Jozefmaria Escrivá, De Weg, 315. -8. Mc 16,15. -9. Johannes
Paulus ii, Enc. Redemptoris missio,
7-XII-1990, 30. -10. Mt 9,36. -11. Johannes Paulus ii, Toespraak
in Javier, cit. -12. H. Jozefmaria
Escrivá, o.c., 798. -13. Gebed
na de communie. -14. Vgl. Johannes
Paulus ii, Toespraak in Javier,
cit. -15. H. Theresia van Lisieux, Geschiedenis ener ziel. -16. Ibidem,
XII, 9.