4 oktober. Gedachtenis
31. HEILIGE FRANCISCUS VAN ASSISI
De heilige Franciscus werd in 1182 geboren in Assisi
(Italië) uit een welgestelde familie. Hij beleefde en predikte aan de mensen
onvermoeibaar de armoede en de liefde van God. Hij stichtte de religieuze orde
van de Franciscanen; met de heilige Clara de Clarissen; en de Derde Orde, voor
leken. Hij stierf in 1226.
-De armoede van de heilige Franciscus. De armoede bij de
gewone christen. -Bijzondere behoefte aan deze deugd in onze dagen. Uitingen en
belevingswijzen. -Vruchten van deze deugd.
31.1 In een tijd waarin de
uiterlijke praal en de politieke en maatschappelijke macht van vele
geestelijken aanzienlijk waren, riep de Heer de heilige Franciscus, opdat zijn
leven in armoede als een nieuwe giststof zou zijn in de maatschappij die,
vanwege haar gehechtheid aan stoffelijke goederen, steeds verder van God verwijderd
raakte. Met hem -beweert Dante- «wordt een zon in de wereld geboren»1, een werktuig van God om allen te leren, dat de hoop
uitsluitend op Hem gesteld dient te worden.
Toen hij op een dag in de kerk van San Damiano zat te bidden,
hoorde hij deze woorden: 'Ga en herstel mijn huis, dat in verval is geraakt'.
Hij nam deze goddelijke uitspraak letterlijk op en wijdde al zijn krachten aan
het herstellen van dat vervallen kapelletje; later zou hij nog meer
heiligdommen restaureren. Maar hij begreep onmiddellijk, dat armoede als
uitdrukking van heel zijn leven een groot goed voor de Kerk zou zijn; hij
noemde de armoede 'Vrouwe'2, zoals de middeleeuwse
ridders hun dames noemden en de christenen zich tot de Moeder van God richten.
Het herstel van de christenheid zou tot stand moeten worden gebracht door
onthechting van de materiële goederen, want een goed beleefde armoede, volgens
ieders eigen situatie in de wereld, stelt ons in staat onze hoop op God te
stellen, uitsluitend en alleen op Hem. Op een dag in februari 1209, toen hij de
woorden van het evangelie: Ge zult geen goud, zilver of
reiszak meenemen... had gehoord, stelde Franciscus een opvallend gebaar
om aan te tonen dat niets goed is, als men God boven alles verkiest, en hij
ontdeed zich van zijn kleren en leren gordel, nam een ruw kleed, omgordde zich
met een touw en ging op weg, vertrouwend op de voorzienigheid.
Armoede is een christelijke deugd die de Heer van allen
vraagt. Maar het is duidelijk, dat de christenen die te midden van de wereld
staan, deze deugd anders dienen te beleven dan de heilige Franciscus of de
religieuzen die, vanwege hun eigen roeping, in zekere zin een openbaar en officieel
getuigenis dienen te geven van hun toewijding aan God. Hetzelfde geldt voor de
andere christelijke deugden -matigheid, gehoorzaamheid, nederigheid, werkzaamheid
enz.- die iedereen moet leren beleven volgens de eigen roeping en plaats in de
wereld, omdat het deugden zijn die allen die Christus willen volgen, moeten
beoefenen.
De armoede van de gewone christen geschiedt «op basis van
onthechting, van vertrouwen op God, van soberheid en bereidheid tot delen met
anderen.»3 «De gewone christen moet in zijn leven twee
eisen met elkaar in overeenstemming zien te brengen, die elkaar op het eerste
gezicht lijken uit te sluiten. Aan de ene kant een 'echte armoede' die in
concrete dingen voelbaar en grijpbaar verwezenlijkt wordt, die een bewijs van
zijn geloof in God is en een teken dat zijn hart zich niet tevreden stelt met
het geschapene, maar naar de Schepper verlangt, teneinde zich met zijn liefde
te vullen en die liefde aan zijn medemensen door te geven.»4 Tegelijkertijd eist de wereldse status, het midden in
de wereld staan, van de christen «dat hij één meer is onder zijn broeders, de
mensen, met wie hij samen in het leven staat, met wie hij zich verheugt, met
wie hij samenwerkt, terwijl hij de wereld en alle goede dingen die er in de
wereld zijn liefheeft, terwijl hij alle geschapen dingen benut om de problemen
van het menselijk leven op te lossen, en om de geestelijke en materiële sfeer
te scheppen die de ontwikkeling van de mensen en gemeenschappen bevordert.»5
Krijgt deze deugd van armoede en onthechting vorm in mijn
leven, in concrete, werkelijke details? Bemin ik die deugd, beoefen ik haar in
mijn eigen situatie? Ben ik er volledig van overtuigd, dat ik zonder haar
Christus niet kan volgen? Kan ik zeggen: 'ik ben werkelijk arm van geest',
omdat ik werkelijk onthecht ben van de dingen die ik gebruik? Ook als ik
goederen bezit, waarvan ik de beheerder moet zijn die aan God rekenschap zal
moeten afleggen?
«Wees onthecht van de aardse goederen. -Bemin en beoefen de
armoede van geest: stel je tevreden met wat je nodig hebt voor een sober en
eenvoudig leven. -Anders word je nooit een apostel.»6
31.2 De Heer doet in alle tijden
zijn woorden weerklinken: gij kunt niet God dienen en de
mammon.7 We kunnen God onmogelijk
behagen, Hem overal op onze aardse weg meedragen, als wij tegelijkertijd niet
bereid zijn afstand te doen -soms met moeite- van het bezit en het genot van
materiële goederen. Deze waarschuwing van de Heer is buitengewoon belangrijk in
onze dagen, ook al komt dit velen erg vreemd voor, omdat een buitensporig
nastreven van comfort dagelijks de hebzucht van de mensen voedt. Velen begeren
steeds meer, willen meer uitgeven, het grootst mogelijke aantal genoegens
verkrijgen, alsof dàt het doel van de mens op aarde zou zijn.
In de praktijk kunnen we de armoede op vele gebieden beleven.
In de eerste plaats het onthecht zijn van materiële goederen en deze te
genieten als een door God geschapen goedheid, maar ze niet noodzakelijk te
achten voor de gezondheid, de rust... dingen waarvan men met een beetje goede
wil kan afzien. «We moeten in het dagelijks leven tegenover onszelf veeleisend
zijn, anders maken we problemen die er niet zijn, krijgen we quasi-behoeften
die per slot van rekening het gevolg zijn van inbeelding, grilligheid,
gemakzucht en luiheid. We moeten met rasse schreden naar God gaan, zonder
dodelijke last en zonder belemmeringen waardoor de tocht bemoeilijkt wordt.»8 Deze 'gekunstelde behoeften' kunnen betrekking
hebben op werkinstrumenten, sportartikelen, kledingstukken enz.
De heilige Augustinus gaf de christenen in zijn tijd de raad:
«Zoekt wat voldoende is, zoekt wat volstaat. De rest is een last, geen
verlichting; het drukt terneer in plaats van te verheffen.»9 Wat kende hij het menselijk hart goed! Want de ware
christelijke armoede is niet alleen onverenigbaar met overbodige goederen, maar
ook met een onrustige bekommernis om die welke wel nodig zijn. Als die
ongeordende lust zich voordoet, zal dat erop duiden dat het geestelijk leven
naar lauwheid, naar bekoeling van de liefde afglijdt.
Armoede komt tot uiting in het perfect vervullen van ons
eigen beroepswerk; in de zorg voor de instrumenten die we voor onze arbeid
benutten, of die nu van onszelf zijn of niet; voor de kleding, de eigen
woning...; in het vermijden van buitensporige uitgaven, ook al worden die betaald
door de onderneming waar we werken; in «het werkelijk niets als ons eigendom
beschouwen»10; in voor onszelf het minste
kiezen, zonder dat anderen het zien11 (wat doen
zich hiertoe veel kansen voor in het gezinsleven!); in het in vrede en met
vreugde aanvaarden van schaarste, zelfs het gebrek aan het noodzakelijke; in
het vermijden van persoonlijke uitgaven, ingegeven door grilligheid, ijdelheid,
hang naar luxe, gemakzucht; in het streng zijn tegenover onszelf -in eten,
drinken- en altijd royaal tegenover anderen.
De heilige Franciscus liet een keer in de kerk van het
klooster een groot kruis voor zijn broeders oprichten. Toen hij het daar
plaatste, zei hij tot hen: «Dit moet jullie meditatieboek zijn». De 'poverello'
-de arme- van Assisi had goed begrepen waar de ware rijkdommen van het leven
liggen evenals het betrekkelijke karakter van al het aardse. Vandaag de dag, nu
de druk van buitenaf van een van materialisme doordrenkte omgeving zo sterk is,
dienen wij, christenen, deze deugd met bijzondere ijver lief te hebben.
31.3 Uit de armoede komen vele
vruchten voort. In de eerste plaats stelt de ziel zich open voor het
bovennatuurlijke goed en verruimt het hart zich om zich oprecht om anderen te
bekommeren. Laten wij vandaag de Heer, op voorspraak van de heilige Franciscus,
bidden om de genade steeds dieper te mogen begrijpen hoe de christelijke
armoede, wanneer die tot in de uiterste consequenties wordt beleefd, een gave
is die reeds in dit leven wordt beloond. De Heer schenkt de onthechte ziel een
bijzondere vreugde, ook te midden van onthouding van hetgeen het meest nodig
schijnt te zijn. «Velen voelen zich ongelukkig omdat ze juist te veel van alles
hebben. -Christenen die zich werkelijk als kinderen van God gedragen, zullen
ongemak te verduren hebben, en hitte, vermoeidheid, kou... Maar ze zullen nooit
gebrek aan blijdschap hebben, want die dingen -alles!- worden verordend of
toegelaten door Hem die de bron is van het ware geluk.»12
De ware armoede stelt ons in staat baas over onszelf te zijn
om ons aan Christus toe te vertrouwen, de hoogste vorm van vrijheid die zich
voor ons opent zonder voorwaarden of beperkingen aan de wil van God, zoals
Christus zelf ons leert. Om de armoede te beminnen -'arm willen zijn', wanneer
alles lijkt aan te zetten tot 'rijk willen zijn'13-
is het nodig goed te begrijpen, dat armoede als deugd -zoals elke deugd- iets
goeds en positiefs voor de mens is: zij stelt hem in de gelegenheid te leven
volgens de goddelijke wil, door de materiële goederen te gebruiken om de hemel
te winnen en mee te helpen aan een meer rechtvaardige, meer menselijke wereld.
De deugd van armoede is het gevolg van het geloofsleven. In
de Heilige Schrift is de armoede de uitdrukking van de toestand van hem die
zich absoluut in Gods handen heeft gelegd, die aan Hem de teugels van zijn
eigen leven overlaat, zonder enige andere zekerheid te zoeken. Het gaat om de
rechtschapenheid van geest van hem die niet afhankelijk wil zijn van de aardse
goederen, ook als hij die bezit. Het is het vaste voornemen om slechts één Heer
te hebben, want niemand kan twee heren dienen.14
Want als men de rijkdom dient, het geld, de aardse goederen, welke die ook
mogen zijn, dan worden deze tot een afgod. Het is die afgoderij, waarvoor de
heilige Paulus de eerste christenen waarschuwde, dat die niet eens onder hen
genoemd mocht worden.
Vele christenen worden vandaag de dag bekoord door deze
moderne afgodendienst van de consumptie, die hen de onmetelijke rijkdom van de
liefde tot God doet vergeten; en die is toch het enige wat hun hart kan vullen.
In deze maatschappij, waarin zulk een grote trek naar rijkdom bestaat, naar
comfort, naar een buitenissig welzijn, zal ons leven van soberheid en
onthechting als giststof dienen om het tot God te verheffen, zoals de heilige
Franciscus in zijn tijd heeft gedaan.
Aan het slot van ons gebed bidden wij tot de heilige uit
Assisi, met de woorden van paus Johannes Paulus ii,
dat wij zuurdesem te midden van de wereld weten te zijn. Aldus bad de paus om
zijn voorspraak bij de graftombe, waar de stoffelijke resten van de heilige
Franciscus rusten: «Gij, die uw tijd zo dicht bij Christus hebt gebracht, help
ons om onze tijd tot Christus te brengen, onze zo moeilijke en kritieke tijden.
Help ons! Deze tijden wachten met hevig verlangen, ook al zijn vele mensen van
onze tijd zich daarvan niet bewust. Wij naderen het jaar 2000 na Christus.
Zouden dit dan geen tijden zijn om ons voor te bereiden op een wedergeboorte
van Christus, op een nieuwe Advent?»15 De maagd,
Onze Lieve Vrouw zal ons, door een sober en onthecht leven, leren om
hoofdrolspelers te zijn van deze wedergeboorte.
-1. Dante Alighieri, La Divina Commedia, Il Paradiso, XI,5,54. -2. Vgl. H. Franciscus van Assisi, Testament
van Siëna, 4. -3. Congregatie voor de Geloofsleer, Instr.
De christelijke vrijheid en de bevrijding,
22-III-1986, 66. -4. Gesprekken met Mgr. Escrivá, 110.
-5. Ibidem. -6. H.
Jozefmaria Escrivá, De Weg, 631. -7. Lc 16,13. -8. Idem, Vrienden van God, 125. -9. H. Augustinus,
Preek 85,6. -10. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 524.
-11. Vgl. Idem, De Weg, 635.
-12. Idem, De Voor, 82.
-13. Spaanse Bisschoppenconferentie, Past.
instr. La verdad os hará libres, 20-XI-1990, 18.
-14. Vgl. Mt 6,24. -15. Johannes
Paulus ii, Homilie in Assisi,
5-XI-1978.