26 juli. Gedachtenis
7. HEILIGE JOACHIM en ANNA Ouders van de heilige Maagd Maria
Een oude traditie waarvan reeds in de tweede eeuw sprake
is, vermeldt Joachim en Anna als de ouders van de heilige Maagd Maria. De
devotie van de gelovigen tot de heilige Joachim en Anna is een voortzetting van
de vroomheid die zij altijd hebben beleden jegens de heilige Maagd. Paus Leo
xiii verleende hun de waardigheid van een feest, dat tot de laatste liturgische
hervorming apart is gevierd.
-Het huisgezin van de ouders van de Maagd. -Christelijke
gezinnen. -Opvoeding van de kinderen. Bidden in het gezin.
7.1 Laat ons
de ouders van Maria, Joachim en Anna, prijzen. Want door hen is de zegen
gekomen die God aan alle volkeren had beloofd.1
Een zeer oude traditie heeft ons de namen van de ouders van
de heilige Maria nagelaten, die «binnen hun tijd en concrete historische
omstandigheden een kostbare schakel waren in het heilsplan voor de mensheid.»2 Via hen hebben wij de zegen ontvangen, die God ooit
aan Abraham en zijn nageslacht had beloofd, want door hun dochter hebben wij de
Heiland ontvangen. De heilige Johannes van Damascus zegt, dat wij hen kennen
door hun vruchten: de maagd Maria is de grote vrucht die zij de mensheid hebben
geschonken. Anna ontving haar, allerzuiverst en onbevlekt, in haar schoot. «O,
allerschoonst, allerbeminnelijkst kind! -roept de heilige kerkvader uit-. O
dochter van Adam en Moeder van God! Zalig het binnenste en de schoot waaruit
gij geboren zijt! Zalig de armen die U gedragen hebben, de lippen die het
voorrecht hebben gehad U te mogen kussen...!»3 De
heilige Joachim en Anna hebben het onmetelijke geluk gekend in hun gezin de Moeder
van God te bezitten en voor haar te zorgen. Hoeveel genade zal de Heer hun
hebben geschonken! De heilige Theresia van Ávila, die de kloosters gewoonlijk
onder de bescherming van de heilige Jozef en de heilige Anna stelde, voerde n:
«Gods barmhartigheid is zo groot, dat Hij niets zal nalaten om het huis van
zijn glorievolle grootmoeder te begunstigen.»4
Jezus stamt van moederszijde rechtstreeks af van deze heilige echtelieden, wier
feest wij vandaag vieren.
Aan de ouders van Onze Lieve Vrouw mogen wij onze noden
toevertrouwen, met name die welke betrekking hebben op de heiligheid van onze
huisgezinnen. Met een gebed uit de liturgie van de heilige mis bidden wij: Heer, God van onze vaderen, Gij hebt aan de heilige Joachim en
Anna de genade geschonken dat uit hen Maria werd geboren, de moeder van uw
mensgeworden Zoon. Schenk ons op voorspraak van hen beiden, het heil dat Gij uw
volk hebt beloofd.5 Help ons, op hun
voorspraak, te waken over hen die Gij heel bijzonder onder onze zorg hebt
gesteld. Leer ons om ons heen een menselijk en bovennatuurlijk klimaat te
scheppen, waarin men U, ons einddoel en onze schat, gemakkelijker zal kunnen
ontmoeten.
7.2 Paus Johannes Paulus ii leert ons, dat de heilige Joachim
en Anna «een voortdurende inspiratiebron zijn in het dagelijkse leven, in het
leven van het gezin en de maatschappij». En hij spoorde aan: «Geef elkaar van
geslacht op geslacht, samen met het gebed, heel het erfgoed van het christelijk
leven door.»6 In het huisgezin van de ouders van
de heilige Maria ontving zij de schat van de tradities van het huis van David,
die van geslacht op geslacht werden doorgegeven. Daar leerde Onze Lieve Vrouw
zich tot God haar Vader te richten met onmetelijke godsvrucht; in dat gezin
leerde zij de voorspellingen kennen met betrekking tot de komst van de Messias,
de plaats waar Hij geboren zou worden...
Maria zal het gezin van haar ouders Joachim en Anna in gedachten
hebben gehad, toen het ogenblik kwam waarop zij een eigen gezin ging vormen,
waarin Jezus geboren zou worden. Van de heilige Maria zal Jezus op zijn beurt
de spreekwijzen geleerd hebben, de volksgezegden, vol van wijsheid, die Hij
jaren later in zijn prediking zal benutten. Van haar moederlijke lippen zal het
Kind Jezus met onmetelijke godsvrucht die eerste gebeden gehoord hebben, die de
joden hun kinderen leren, zodra ze hun eerste woordjes beginnen uit te spreken.
Welk een goede meesteres zal de Maagd geweest zijn! Met welk een tederheid zal
zij de rijkdom van haar ziel, vol van genade, tentoon hebben gespreid!
Waarschijnlijk hebben ook wij de onvergelijkbare gave van het
geloof en goede zeden ontvangen van onze vele voorouders, die deze als een
schat hebben bewaard en overgeleverd. Tegelijkertijd hebben wij de dankbare
plicht dit erfgoed te bewaren en aan anderen door te geven.
Wanneer thans de aanvallen tegen het gezin lijken toe te nemen,
dienen wij krachtig dit erfgoed te bewaren, dat wij ontvangen hebben en dat wij
ook hebben trachten te verrijken met de beoefening van de menselijke deugden en
met ons geloof. Wij moeten God in het gezin ook met die christelijke gewoonten
van immer tegenwoordig stellen: bidden vóór en na het eten, met de kleinste
kinderen het avondgebed bidden..., met de oudere kinderen een vers uit het
evangelie lezen, een kort gebed bidden voor de overledenen, voor de intenties
van het gezin en de paus, gezamenlijk 's zondags de heilige mis bijwonen... En
de heilige rozenkrans, het gebed dat de pausen zo nadrukkelijk als gebed in het
gezin hebben aanbevolen. Men kan soms bidden als men op reis is of op een
moment dat het best in het dagschema van het gezin past... De godvruchtige
oefeningen in het gezin hoeven niet noodzakelijkerwijs groot in aantal te zijn,
maar het zou weinig natuurlijk zijn, als er geen enkel werd beoefend in een
huis waarin allen, of bijna allen, zich als gelovigen bekennen. Men heeft wel
eens gezegd, dat ouders die met hun kinderen weten te bidden, gemakkelijker de
weg naar hun hart kunnen vinden. En de kinderen zullen nooit de hulp vergeten
die zij van hun ouders hebben gekregen om te bidden, om hun toevlucht te nemen
tot de Maagd, in alle omstandigheden. Wat mogen wij dankbaar zijn voor de
gebeden die zij ons, toen we klein waren, leerden, voor de manieren om in de
praktijk met Jezus in het Sacrament om te gaan...! Dit is ongetwijfeld de beste
erfenis die we hebben ontvangen.
De nieuwe omstandigheden vereisen samenhangende gezinnen, die
edelmoedig in hun gedrag zijn. Het zal ook onze Moeder, de heilige Maria, zeer
welgevallig zijn, als wij andermaal ons voornemen vernieuwen, dat wij zo vaak
gemaakt hebben: altijd werktuigen van samenbinding proberen te zijn tussen de
verschillende gezinsleden door bereidwillige dienstbaarheid en kleine
dagelijkse opofferingen ten bate van de anderen. Deze heilige ijver zal ons
ertoe brengen iedere dag te bidden voor dat gezinslid dat dit gebed het meest
nodig heeft, om grotere aandacht aan de zwakste te schenken, aan hem die lijkt
te verzwakken, om méér liefde te betonen aan degene die ziek of gehandicapt is.
7.3 De heilige Joachim en Anna
zullen dikwijls gedacht hebben, dat God iets groots van plan was met hun
dochter, die vervuld was van zovele menselijke en bovennatuurlijke gaven; zij
zullen haar aan God hebben opgedragen, zoals de joden gewoon waren met hun
kinderen te doen. Ouders die hun liefde op het gebed stoelen, zullen Gods wil
ten aanzien van hun kinderen respecteren, temeer wanneer deze een roeping van
volledige overgave aan God ontvangen -vaak ook zullen zij God hierom bidden en
die voor hun kinderen wensen-, want «het is geen offer om je kinderen aan de
dienst van God te geven -zo zei de H. Jozefmaria Escrivá altijd- het is een eer
en een vreugde»7, de grootste eer, de grootste
vreugde. En de kinderen , want zó hebben ze het op velerlei wijzen in het
gezinsleven geleerd.
De liefde in het huwelijk «kan ook een goddelijke weg zijn,
een weg van roeping, wonderbaarlijk, een bedding voor een volledige toewijding
aan onze God».8 Deze liefde zal energiek en
werkzaam zijn in hun vruchten: de kinderen. De ware liefde zal zich tonen in de
ijver om hen te vormen tot arbeidzame, serieuze mensen, wel opgevoed in de
volle betekenis van het woord... hen te vormen tot goede christenen. Dat in hen
de beginselen ontspringen van de menselijke deugden: vasthoudendheid, soberheid
in het gebruik van de goederen, verantwoordelijkheidsgevoel, edelmoedigheid,
werkzaamheid...; dat zij leren uitgeven met in gedachten de noden die velen
momenteel in heel de wereld lijden...
De ware liefde voor de kinderen zal leiden tot belangstelling
voor de school waar zij gevormd worden, tot het attent zijn op de kwaliteit van
het onderwijs dat ze krijgen, heel bijzonder het godsdienstig onderwijs, want
daarvan hangt hun eigen heil af. Deze liefde zal ouders ertoe brengen een
geschikte plaats te zoeken voor de vakantietijd, vaak met opoffering van
voorkeur of eigen smaak; daarbij zullen ze die omgeving vermijden die de
uitoefening van een echt christelijk leven onmogelijk of op zijn minst erg
moeilijk maakt. Zij mogen nooit vergeten, dat zij de beheerders zijn van een
onmetelijke schat van God en dat zij, omdat zij christenen zijn -en dàt aan hun
kinderen trachten te leren- een gezin vormen waarin Christus tegenwoordig is;
dat geeft het gezin enkele eigen kenmerken.
Laten we vandaag tot de heilige Joachim en Anna bidden, dat
de christelijke gezinnen plaatsen zijn, waar men God gemakkelijk kan ontmoeten.
Nemen we ook onze toevlucht tot Onze Lieve Vrouw. «Laten wij, allen verenigd,
ons hart tot haar verheffen en, op hun voorspraak tot Maria, Dochter en Moeder
zeggen: Toon u een Moeder voor allen, bied ons gebed aan, dat Christus het welwillend
moge aanvaarden, Hij die uw Zoon geworden is.»9
-1. Introïtus. -2. Johannes Paulus ii, Homilie
26-VII-1983. -3. H. Johannes van Damascus, Over de geboorte van Maria, 6. -4. Vgl. M. Auclair, Het leven van de
heilige Teresia van Ávila. -5. Collectegebed.
-6. Johannes Paulus ii, Bij het Heiligdom van de Sint-Annaberg (Polen),
21-VI-1983. -7. H. Jozefmaria Escrivá,
De Voor, 22. -8. Gesprekken met
Mgr. Escrivá, 121. -9. Johannes Paulus ii, Homilie 10-XII-1978.