Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

14 juni. Feest

54. Heilige LIDWINA VAN SCHIEDAM, MAAGD

Lidwina werd in 1380 te Schiedam geboren. Tengevolge van een noodlottige val op het ijsbrak zij haar heup en was gedurende 38 jaar bedlegerig. Te midden van haar vreselijk lijden was zij een voorbeeld van heldhaftig geduld en van uitzonderlijke liefde tot God en haar medemens. Op 14 april 1433 werd zij uit haar voortdurende beschouwing van Christus' passie opgeroepen tot het aanschouwen van zijn heerlijkheid. De verering die haar na haar dood ten deel viel, werd in 1890 officieel erkend toen paus Leo xiii haar liturgische viering goedkeurde.

-Delen in het lijden van Christus. -De waarde van ziekte geleden voor Christus. -Jezus navolgen in zijn liefde en zorg voor de zieken.

54.1 Thomas à Kempis zegt in zijn werk Het leven van Lidwina: «Wanneer in mijn hart de zorgen mij drukken, dan beurt uw vertroosting mij op.1 Deze uitspraak van de heilige Schrift is op ondubbelzinnige wijze letterlijk door God vervuld in deze heilige maagd, in Lidwina, die Hij eerst met allerlei lichamelijk en geestelijk lijden overstelpte om haar te louteren, maar die Hij later te midden van haar vele pijnen en kwalen bezocht om haar telkens weer te troosten en te verblijden. Toen er ongeveer drie of vier jaren voorbij waren, was zij nog ongeduldig onder Gods kastijding en nog niet uit eigen beweging onderworpen aan God, door wie toch niets op aarde zonder reden geschiedt... En omdat zij nog geen smaak had in het geestelijke en niet wist wat God het meest behaagde, klaagde zij soms en treurde zij vaak over haar lijden. Dan weende zij zulke tranen dat zij door niemand getroost wilde worden. Toen nu haar biechtvader, die gewoon was haar tweemaal per jaar de heilige communie te brengen, haar kwam bezoeken, trachtte hij met zijn troostende woorden haar te bewegen voortaan haar tranen te bedwingen en haar droefheid te matigen. Daarom gaf hij haar de goede raad zich welbewust aan Gods wil over te geven en zich toe te leggen op de overweging van het lijden des Heren, en hij verzekerde haar dat zij hierdoor gemakkelijk goede troost zou ontvangen...

»Nadat zij zich met grote inspanning de goede gewoonte had eigen gemaakt over God te mediteren, schonk dit haar na verloop van tijd zoveel troost dat zij gaarne verklaarde zich volmaakt te willen verloochenen.»2

Het kostte Lidwina dus heel veel moeite om haar ziekte te aanvaarden, tot het moment waarop zij het besluit nam zich in Gods armen te werpen.

«Ziekte en lijden behoren van oudsher tot de ernstigste problemen waardoor het menselijk leven beproefd wordt. In de ziekte ervaart de mens zijn onmacht, beperktheid en eindigheid. Elke ziekte is een voorbode van de dood. Ziekte kan leiden tot angst, tot terugval op zichzelf, soms zelfs tot wanhoop of opstandigheid tegenover God. Ze kan iemand ook tot een grotere rijpheid brengen, hem helpen te onderscheiden wat in zijn leven niet wezenlijk is, om zich te keren tot datgene wat dat wel is. Heel vaak leidt ziekte ertoe God te zoeken en naar Hem terug te keren.»3 Jezus heeft nooit een direct antwoord gegeven op de zo begrijpelijke vraag: 'Waarom is er zoveel leed in onze wereld?' maar wel heeft Hij door zijn lijden, dood en verrijzenis het menselijk leed van binnenuit omgevormd en, als het ware, vervuld van zijn tegenwoordigheid. «Lidwina was zeker niet vromer dan haar leeftijdgenoten en zij was ongeduldig van aard. Vele jaren heeft zij gewors­teld met de vraag 'Waarom juist ik?'. Opstandigheid en moedeloosheid wisselden elkaar af, tot op het moment, waarop zij na verloop van jaren onder de leiding van de Geest van God dit geheim begon te ontdekken: haar lijden kon een weg van liefde worden. Velen kwamen haar opzoeken, niet om haar te troosten, maar om zelf gesterkt en getroost te worden door haar geloof en overgave.»4

54.2 «Door sommige mensen te verlossen van aardse ellende, zoals honger, onrecht, ziekte en dood heeft Jezus Messiaanse tekenen gesteld; Hij is echter niet gekomen om alle kwaad op aarde op te heffen, maar om de mensen te bevrijden uit de slavernij, die van de zonde5: zij belemmert hen immers in hun roeping kinderen van God te zijn en is oorzaak van alle mogelijke vormen van slavernij onder de mensen.»6

«Men kan zeggen dat met het lijden van Christus heel het menselijk lijden in een nieuwe situatie is komen te verkeren. In het kruis van Christus is niet slechts de Verlossing door het lijden tot voltooiing gekomen, maar is ook het menselijk lijden zelf verlost... Zo de woorden uit de eerste brief van de apostel Petrus: Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals goud en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat gij van uw vaderen had geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek (1 Pe 1,18-19). Christus, die door zijn lijden de Verlossing tot stand brengt, heeft tegelijkertijd het menselijk lijden tot het niveau van de Verlossing verheven. Daarom kan ook ieder mens die door eigen lijden getroffen wordt, deelnemen aan het verlossende lijden van Christus.»7

Jezus Christus redde ons van de zonde en door zo te handelen ging Hij naar de wortel van alle kwaad en genas het, zodoende de algehele vrijheid van de mens mogelijk makend. De woorden van de Psalm verkrijgen nu hun volle betekenis: Dominus illuminatio mea et salus mea, quem timebo? De Heer is mijn licht en mijn heil: Wie zou ik dan vrezen? Streken rond mij belegeraars neer, mijn hart zou niet versagen, stond een slagorde aanvalsgereed, ik zou nochtans gerust zijn.8 Als het kwaad, dat de zonde is, niet bij de wortel was genezen, zou de mens nooit in staat zijn geweest werkelijk vrij te zijn en zichzelf sterk te voelen in het aangezicht van het kwaad. Jezus wilde zelf pijn lijden en in armoede leven om ons te laten zien dat lichamelijk lijden en het gebrek aan materiële zaken niet echt lijden zijn. Er bestaat slechts één werkelijk kwaad dat wij moeten vrezen en met behulp van Gods genade verwerpen: de zonde.9 Dit is de ergste soort van slavernij, de enige echte schande voor de mensheid en voor elk apart individu. Het is alleen mogelijk om al die andere soorten kwaad die de mens ondergaat te overwinnen -gedeeltelijk in dit leven en volledig in het volgende- als men zich vrijmaakt van de zonde. Bovendien wordt lichamelijk lijden -pijn, ziekte, vermoeidheid- indien gedragen voor Christus een ware schat voor de mens. Dit is de grote revolutie veroorzaakt door Christus, en die kan alleen begrepen worden door gebed en met het licht dat het geloof geeft. «Opdat je ze niet zult laten ontglippen, zal ik je zeggen wat de schatten van de mens op aarde zijn: honger, dorst, hitte, koude, pijn, smaad, armoede, eenzaamheid, verraad, laster, gevangenis...»10 Daarom kunnen wij vandaag overwegen of wij lijden, zij het lichamelijk dan wel moreel, wel of niet zien als een waarachtig schat die ons met Christus verenigt. Hebben wij geleerd het te heiligen of, integendeel, klagen wij er over? Weten we hoe de kleine verstervingen die waren voorzien, en ook die zich plotseling voordoen in de loop van de dag, onmiddellijk en kalm aan God op te dragen?

54.3 «Het medelijden van Christus voor de zieken en de talrijke genezingen van allerlei gebrekkigen zijn een schitterend teken van het feit dat God genadig heeft neergezien op zijn volk (Lc 7,16) en dat het Rijk Gods heel nabij is. Hij is gekomen om de gehele mens naar ziel en lichaam te genezen; Hij is de geneesheer die de zieken nodig hebben. Zijn medelijden met al wie lijden gaat zo ver, dat Hij zich met hen vereenzelvigt. Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht (Mt 25,36). Zijn voorliefde voor alle noodlijdenden heeft in de loop der eeuwen zonder ophouden de bijzondere aandacht van de christenen gewekt voor allen die lichamelijk en geestelijk lijden. Zij staat aan de oorsprong van de onvermoeibare inspanningen om hen op te beuren.»11

In de parabel van het bruiloftsmaal kregen de dienaren het volgende bevel: Haast je naar de straten en stegen van de stad en breng de armen, gebrekkigen, blinden en kreupelen hier binnen.12 De Heer wilde, dat wij Hem zou­den navolgen door daadwerkelijk medelijden te hebben met degenen die lijden door ziekte en elke vorm van pijn. «De Kerk omringt met liefde al degenen die door mense­lijke zwakheid getroffen zijn; meer nog, in de armen en lijdenden erkent zij het evenbeeld van haar arme en lij­dende Stichter; zij spant zich in om hun ellende te lenigen en Christus zelf is het die zij in hen wil dienen.»13 In de zieken zien wij de Heer zelf, die tot ons zegt: Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringste van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.14

«Wie zijn naaste liefheeft, zal hem weldoen zowel naar ziel als naar lichaam -zo schrijft de heilige Augustinus- en dat houdt niet alleen in, dat men de hulp van de dokter inroept, maar dat men ook zorgt voor eten, drinken, kle­ding, onderdak en het beschermen van het lichaam tegen alles wat ongerief veroorzaakt... Barmhartig zijn zij die op tedere en menselijke wijze zorgen voor het noodzake­lijke om kwaad en pijn te bestrijden.»15 Tot onze zorg voor de zieken behoren: hen gezelschap houden, hen op gepas­te tijden bezoeken, trachten te voorkomen, dat de ziekte hen onrustig maakt, ervoor zorgen dat zij voldoende rust krijgen en alle voorschriften van de arts opvolgen, de tijd dat we bij hen zijn aangenaam maken; we moeten ervoor zorgen, dat zij zich nooit alleen voelen; we zullen hen moeten helpen het lijden op te offeren en ervoor zorg dragen, dat zij de sacramenten ontvangen. Laten we niet vergeten, dat zij 'de schat van de Kerk' zijn, die veel van God kunnen verkrijgen, want de Heer beziet hen met bijzondere voorkeur.

«In tijden van lijden en verdriet moeten wij steeds bedenken, dat God andere maatstaven hanteert en dat Hij waarde hecht aan wat aanvaard en gedaan wordt, in stilte, in nederigheid, in het verborgen, in gedwongen non-actief-zijn.

»Het spectaculaire van de verborgen kracht van God is, dat zij ons doet groeien en bloeien daar, waar Hij ons geplant heeft. Hij nodigt ons uit groot te zijn. Dat was ook de houding van Maria, toen zij aan de engel antwoordde: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord (Lc 1,38)... Zo moet het zijn voor allen, die Christus volgen, door de vertroosting van de Heilige Geest. Zo moet het zijn voor hen, die ziek zijn of zieken verzorgen, door de vrede en de kracht, die voortkomen uit het geloof in Hem, die ons vertroost.»16

-1. Ps 93(94), 19. -2. Getijdenboek, Eigen teksten voor de heiligen van de Nederlandse Bisdommen, 2e lezing van het Feest van de H. Lidwina. - 3. Katechismus van de Katholieke Kerk, 1500-1501.  -4. Johannes Paulus ii, Homilie in de mis voor zieken en gehandicapten, Den Haag, 13 mei 1985. -5. Vgl. Joh 8,34-36. -6. Katechismus van de Katholieke Kerk, 549. -7. Johannes Paulus ii, Apost. brief Het heilzaam lijden, 11 februari 1984. - 8. Ps 26(27). - 9. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 386. - 10. Ibidem, 194. -11. Katechismus van de Katholieke Kerk, 1503. -12. Lc 14,21. - 13. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 8. -14. Mt 25,40. -15. H. Augustinus, Over de gewoonten van de katholieke Kerk, I, 28, 56.
-16.
Johannes Paulus ii, o.c.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012