Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

25 april. Feest

30. HEILIGE MARCUS, EVANGELIST

Hoewel zijn naam Romeins klinkt, was Marcus Jood van geboorte en ook bekend onder de Hebreeuwse naam Johannes. Hoogstwaarschijnlijk heeft hij Jezus Christus gekend, ofschoon hij niet tot de twaalf apostelen behoorde. Vele kerkelijke schrijvers zien in de episode van de jongeman die zijn kleed in de steek liet en wegvluchtte op het moment waarop Jezus in de hof van Getsemani gevangengenomen werd, een soort verhulde handtekening van Marcus zelf onder zijn evangelie, want hij is de enige die dit vertelt. Dit gegeven wordt versterkt door het feit, dat Marcus de zoon was van Maria, klaarblijkelijk een weduwe in goede doen, in wier woning de eerste christenen van Jeruzalem samenkwamen. Volgens een oude traditie was dit hetzelfde huis als dat van het Cenakel, waar de Heer het Laatste Avondmaal vierde en de heilige eucharistie instelde.

Marcus was de neef van de heilige Barnabas, en hij vergezelde sint Paulus op diens eerste apostolische reis en hij was bij hem in het uur van zijn dood. In Rome was hij eveneens leerling van sint Petrus. In zijn evangelie zette hij getrouw, onder ingeving van de Heilige Geest, het onderricht van de prins der apostelen uiteen. Volgens een oude traditie die door de heilige Hiëronymus werd opgenomen, begaf sint Marcus zich -na de marteling van Petrus en Paulus- naar Alexandrië; de Kerk aldaar erkent hem als haar bekeerder en eerste bisschop. Vanuit Alexandrië werden in 825 zijn stoffelijke resten overgebracht naar Venetië, waar hij als beschermheilige vereerd wordt.

-Medewerker van Petrus. -Steeds weer opnieuw beginnen om goede instrumenten van de Heer te worden. -De apostolische opdracht.

30.1 Reeds op jonge leeftijd behoorde sint Marcus tot de eerste christenen van Jeruzalem die in de nabijheid van de Maagd Maria en de apostelen verkeerden. Hij kende hen zeer goed, want Marcus' moeder was een van de eerste vrouwen die Jezus en de Twaalf met haar goederen hielp. Marcus was bovendien een neef van Barnabas, een van de grote figuren van het eerste uur, die hem inwijdde in de taak van de verbreiding van het evangelie. Hij vergezelde Paulus en Barnabas op de eerste apostolische reis1; toen zij echter op Cyprus kwamen, verliet Marcus hen en keerde naar Jeruzalem terug2, wellicht omdat hij zich nog niet sterk genoeg voelde verder te gaan. Paulus was zeer ontstemd over dit gebrek aan standvastigheid, zozeer zelfs, dat Paulus zich bij de planning van de tweede reis verzette tegen het voorstel van Barnabas om hem weer mee te nemen, juist omdat hij hen bij de voorafgaande reis in de steek gelaten had. Het geschil liep zo hoog op, dat de expeditie vanwege Marcus zich in tweeën splitste en Paulus en Barnabas uit elkaar gingen en ieder zijn eigen reis volbracht.

Ongeveer tien jaar later bevindt Marcus zich te Rome, waar hij toen Petrus hielp; deze noemde hem mijn zoon3, waarmee hij een hechte, oude en innige relatie aangaf. Marcus vervult er de rol van tolk van de prins der aposte­len, een buitengewone omstandigheid die haar weerslag vindt in zijn evangelie, dat hij enige jaren later schreef. Ofschoon Marcus enkele van de grote toespraken van de Meester niet opneemt, heeft hij ons, ter compensatie, een zeer levendige beschrijving nagelaten van de diverse episo­den uit het leven van Jezus en zijn apostelen. In zijn verha­len kunnen we de stadjes aan de oever van het meer van Genesaret naderen, het kabaal horen van de mensen daar die Jezus volgen, bijna een gesprek voeren met sommige inwoners, de wonderdaden van Christus aanschouwen, de spontane reacties van de Twaalf...; kortom, het evangelie­verhaal beleven alsof wij ook een van de deelnemers aan die episoden waren. Door zulke levendige verhalen slaagt de evangelist erin in ons hart de overrompelende, maar tegelijk ook kalme aantrekkingskracht van Jezus te leggen, iets van datgene dat ook de apostelen zelf voelden in hun omgang met de Meester. Sint Marcus levert ons inderdaad datgene over wat sint Petrus uiteenzette, met een diepe ontroering die niet verdwijnt in de loop der ja­ren, maar steeds dieper en bewuster, indringender en inni­ger wordt. Men kan stellen, dat de boodschap van Marcus de levende spiegel is van de prediking van sint Petrus.4

De heilige Hiëronymus zegt ons, dat «Marcus, leerling en tolk van Petrus, zijn evangelie op schrift heeft gesteld op verzoek van de broeders die te Rome woonden, overeen­komstig de prediking die hij van Petrus had gehoord. En Petrus zelf keurde het goed, nadat hij het gehoord had, en verleende met zijn gezag toestemming om het in de Kerk voor te lezen.»5 Ongetwijfeld was dit zijn voornaamste levensopdracht: het onderricht van Petrus getrouw over te dragen. Wat heeft Marcus veel goed gedaan door de eeuwen heen! Wat mogen wij vandaag de dag dankbaar zijn voor de liefde die hij in zijn werk gelegd heeft en voor zijn trouw volgen van de ingeving van de Heilige Geest! Ook het feest dat wij vieren is een goede gelegenheid om na te gaan wel­ke aandacht, welke liefde wij schenken aan de dagelijkse lezing van het heilig evangelie, dat immers Gods woord is dat uitdrukkelijk tot ieder van ons is gericht: hoe vaak zijn wij niet de verloren zoon geweest, of hebben we gebruik gemaakt van het gebed van de blinde Bartimeüs -Domine, ut videam!, Heer, dat ik moge zien!- of van dat van de melaatse -Domine, si vis, potes me mundare!-, Heer, als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen...! Hoe vaak hebben wij niet in het diepst van onze ziel gevoeld, dat Christus ons aankeek en ons uitnodigde Hem meer van nabij te volgen, te breken met een gewoonte die ons van Hem verwijderde, meer de liefde te beleven, als zijn leerlingen, jegens diegenen, bij wie ons dat wat meer moeite kostte...!

30.2 Marcus verbleef verscheidene jaren in Rome. Naast het dienen van Petrus zien wij hem als medewerker van Paulus in diens taak.6 Degene die hem niet wilde meene­men op de tweede apostolische reis, dient hij nu tot diepe troost7 en is hij uiterst trouw. Nog later, rond het jaar 66, vraagt de apostel Timoteüs samen met Marcus te komen, want die kan hij heel goed gebruiken voor het werk van het evangelie.8 Het voorval op Cyprus, dat in die eerste ogenblikken zulk een grote uitwerking had, is reeds volkomen vergeten. Meer nog, Paulus en Marcus zijn vrienden en medewerkers in datgene dat waarlijk het belangrijkste is, de verbreiding van het Rijk van Christus. Welk een voorbeeld voor ons om nooit of te nimmer definitieve oordelen over mensen te vellen! Welk een les om te weten, dat we zo nodig een vriendschap dienen te herstellen die voor altijd verbroken leek te zijn!

De Kerk stelt ons vandaag Marcus tot voorbeeld. En voor velen van ons kan het een grote troost en reden tot hoop zijn het leven van deze heilige evangelist te beschouwen, want ondanks onze eigen zwakheden mogen wij, zoals hij, vertrouwen op de goddelijke genade en de zorg van onze moeder de Kerk. Nederlagen, lafhartigheden, groot of klein, moeten dienen om ons nederiger te maken, om ons meer met Jezus te verenigen en uit Hem de kracht te putten die wij niet bezitten.

Onze onvolmaaktheden moeten ons niet van God en van onze apostolische zending verwijderen, ook al zien we op een gegeven ogenblik, dat we niet helemaal aan de genade van de Heer beantwoord hebben of dat we wellicht verslapt zijn, wanneer de anderen juist krachtdadigheid verwachtten... In deze en andere omstandigheden, wanneer die zich voordoen, hoeven we ons niet te verba­zen, «want het is helemaal niets verwonderlijks, dat ziekte ziek is, zwakheid zwak en ellende ellendig. Niettemin
-zo raadt de heilige Franciscus van Sales aan-, veracht met alle kracht de belediging die ge God hebt aangedaan en vervolg, met moed en vertrouwen op zijn barmhartigheid, de weg van de deugd die ge verlaten had.»9

Nederlagen en lafhartigheden hebben hun betekenis, want daardoor keren we ons tot de Heer en vragen we Hem om vergeving en hulp. Maar juist omdat God op ons vertrouwt, moeten we zo spoedig mogelijk opnieuw begin­nen en ons voornemen trouwer te zijn, omdat we op een nieuwe genade rekenen. En bij de Heer zullen we leren de vruchten te plukken van onze eigen zwakheden, juist wanneer de vijand, die nooit vermoeid raakt, ons wilde ontmoedigen en dat wij, mismoedig de strijd zouden opgeven. Jezus wil dat wij van Hem zijn, ondanks een mogelijk verleden met zwakheden.

30.3 Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evange­lie aan heel de schepping10, zo lezen we vandaag in de in­troïtus. Dit is de apostolische opdracht die Marcus op zich heeft genomen. En later legt de evangelist, gedreven door de Heilige Geest, getuigenis ervan af, dat deze opdracht van Christus reeds bezig was in vervulling te gaan op het moment waarop hij zijn evangelie schrijft: de apostelen trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezelden.11 Dit zijn de slotwoorden van zijn evangelie.

Sint Marcus was trouw aan de opdracht, waarover hij zo vaak Petrus zou horen prediken: Gaat uit over de hele wereld... Hij zelf was, persoonlijk en door zijn evangelie, daadwerkelijk zuurdesem in zijn tijd, zoals ook wij dat moeten zijn. Indien hij op zijn eerste nederlaag niet met nederigheid en kracht had gereageerd, zouden wij thans wellicht niet de schat bezitten van de woorden en daden van Jezus, die wij zo vaak hebben overwogen, en vele mannen en vrouwen zouden nooit via hem vernomen hebben, dat Jezus de Redder van de mensheid en van ieder schepsel is.

De zending van Marcus, zoals die van de apostelen, de evangelieverkondigers van alle tijden, en die van de chris­ten die consequent zijn roeping volgt, zal niet gemakkelijk blijken, zoals zijn martelaarschap bewijst. Zij zal vol van vreugde zijn, maar ook van onbegrip, vermoeidheid en gevaren, geheel in het voetspoor van de Heer.

Dank zij God en ook dank zij de generatie die met de apostelen leefde, is de kracht en de vreugde van Christus tot ons gekomen. Maar elke generatie christenen, ieder mens moet deze prediking van het evangelie ontvangen en op zijn beurt doorgeven. De genade van de Heer zal nooit ontbreken: non est abbreviata manus Domini12, de macht van God is niet verminderd. «De christen weet dat God wonderen verricht; dat Hij ze eeuwen geleden verricht heeft, dat Hij ze later is blijven verrichten en ze thans nog verricht.»13 Wij als christenen zullen ieder met de hulp van de Heer deze wonderen verrichten in de ziel van onze verwanten, vrienden en bekenden, als wij met Christus verenigd blijven door het gebed.

-1. Vgl. Hnd 13,5-13. -2. Vgl. Hnd 13,13. -3. 1 Pe 5,13. -4. Vgl. The Navarre Bible, Introduction to St Mark. -7. H. Hiëronymus, De script. eccl. -6. Vgl. Philem 24. -7. Kol 4,10-11. -8. 2 Tim 4,11. -9. H. Fran­ciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven, 3,9. -10. Introïtus, Mc 16,15. -11. Mc 16,20. -12. Jes 59,1. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 50.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012