Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

22 juli. Gedachtenis

5. Heilige Maria Magdalena

Zij was afkomstig van Magdala, een stadje in Galilea ten noordwesten van het Meer van Tiberias. Zij maakte deel uit van de groep vrouwen die Jezus volgde, en die met hun bezittingen voor Hem zorgden. Zij was aanwezig op Calvarië en in de vroege ochtend van Pasen had zij het voorrecht om na de Maagd als eerste de verrezen Verlosser te zien; zij herkende Hem, toen Hij haar bij haar naam noemde. De verering van Maria Magdalena breidde zich gedurende de Middeleeuwen aanzienlijk uit in de Kerk van het Westen. Waarschijnlijk is zij niet dezelfde vrouw, die een albasten kruik over Jezus' voeten uitgoot ten huize van Simon de farizeeër.

-Zij leert ons Jezus in alle omstandigheden te zoeken. -Zij herkent Jezus, wanneer Hij haar bij haar naam noemt. Haar vreugde tegenover de verrezen Christus. -Zij wordt door de Heer naar de apostelen gezonden. De vreugde van elk apostolaat.

5.1 God, mijn God, naar U blijf ik zoeken, mijn ziel dorst van verlangen naar U; al wat ik ben smacht naar U, in een troosteloos dor land zonder water1, zo lezen wij in de tussenzang van de heilige mis.

Na twintig eeuwen blijven de fijngevoeligheid, de trouw en de liefde van Maria Magdalena jegens Jezus nog steeds ontroerend. De heilige Johannes verhaalt ons in het evangelie van de heilige mis2 hoe deze vrouw zich naar het graf begaf, zodra de sabbatsrust dat toestond, toen het nog donker was, op zoek naar het dode lichaam van haar Heer. Hij had haar van de duivel bevrijd3 en de genade droeg vrucht in haar hart, zij volgde de Meester trouw op enkele van zijn apostolische reizen en diende Hem edelmoedig met haar bezittingen. Tijdens de verschrikkelijke ogenblikken van de kruisiging stond zij op Calvarië4, dicht bij Hem die haar van haar kwalen had genezen. Meer nog, toen Jezus in het graf gelegd werd, bleef zij in de buurt en hield de wake bij Hem, zoals wij misschien gedaan hebben bij het lichaam van een dierbare medemens. De heilige Matteüs vermeldt het als volgt: Maria Magdalena en de andere Maria waren erbij en zaten tegenover het graf.5

Toen de sabbat voorbij was, bij het aanbreken van de eerste dag van de week6, begaf zij zich met andere vrome vrouwen naar de plaats waar zich het lichaam van Jezus bevond om het te gaan balsemen. Maar de Heer is er niet meer: Hij is verrezen! Ze ziet hoe de steen is weggerold en het graf leeg is; toen liep zij snel naar Simon Petrus en de andere, de door Jezus beminde leerling, en zei tot hen: Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.7 Petrus en Johannes spoedden zich naar het lege graf. De heilige Johannes vertelt ons, dat dàt het beslissende moment in zijn leven was: hij zag en geloofde.8 Beide apostelen keerden weer naar huis terug9, maar Maria bleef daar, huilend omdat het lichaam van de Meester er niet meer was. Met een niet te definiëren droefheid, zonder nog in de verrijzenis te geloven, houdt zij stand, wil zij zich niet verwijderen van de plaats waar zij voor de laatste maal het beminnelijke lichaam van de Meester had gezien.

Wij overwegen vandaag «de intense liefde die in het hart van die vrouw brandde: zij ging niet van het graf weg, ofschoon de leerlingen wel waren heengegaan. Zij zocht Hem die zij niet had gevonden, zij zocht Hem onder tranen en, ontstoken in het vuur van zijn liefde, brandde zij van verlangen naar Hem van wie zij dacht, dat ze Hem hadden weggenomen. Daarom zou zij Hem toen als enige zien, omdat zij Hem was blijven zoeken, want goede werken verkrijgen juist hun kracht door erin te volharden.»10 Laten ook wij Jezus altijd zoeken; ook op momenten dat, als de Heer dat toelaat, wanhoop of duisternis in de ziel doordringen. Laten wij nooit vergeten, dat Hij ons altijd zeer nabij is in het leven, ook al zien wij Hem niet. Hij is altijd nabij, want, zoals de apostel zegt: «Dominus prope est! - de Heer volgt mij van nabij. Ik zal daarom met Hem wandelen, heel veilig, want de Heer is mijn Vader..., en met zijn hulp zal ik zijn beminnelijke wil doen, ook al kost het mij moeite.»11

5.2 Omdat zij Hem volhardend bleef zoeken en vanwege haar grote liefde ontving Maria Magdalena de gave om de eerste te zijn aan wie Jezus verscheen.12 Aanvankelijk herkende Maria Jezus niet, ofschoon Hij naast haar stond. De heilige Johannes zegt ons, dat zij zich omkeerde en Jezus zag staan, maar zonder te weten dat het Jezus was.13 Hoewel Hij met haar sprak, besefte zij niet dat het Christus was -levend!- die naast haar stond. Vrouw -sprak de Heer tot haar-, waarom schreit ge? Wie zoekt ge?14 Door haar tranen kon zij de Meester niet zien. Wij vermoeden, dat Hij glimlachte en blij was haar te ontmoeten, zoals wanneer Hij zich tot ons richt, die Hem onophoudelijk zoeken, want Hij is dezelfde, toen en nu. In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: Heer, mocht gij Hem hebben weggebracht, zeg mij dan waar ge Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.15 Toen noemde Jezus haar bij haar naam, met de toonzetting die Hem eigen was en die Hij altijd bezigde, als Hij zich tot haar wendde. Daarop zei Jezus tot haar: Maria!16 Alle donkere wolken die zich drie dagen lang in haar hart hadden samengepakt, verdwenen in één keer. «Hoeveel inwendige pijnen, hoeveel geesteskwellingen, veroorzaakt door een grote liefde en waarvoor geen troost leek te bestaan, zijn als schuim verdwenen door één enkel woord van Jezus!»17 Heel vaak! En als een ontembare rivier, alsof alles een nachtmerrie was geweest, kijkt Maria Hem aan en zegt tot Hem: Rabboeni! Meester!18 De heilige Johannes heeft ons, als ware het een onvertaalbare werkelijkheid, de Hebreeuwse, vertrouwelijke term willen nalaten, waarmee hij Hem zo dikwijls heeft genoemd.

«Men zocht Hem als dode -tekent de heilige Augustinus aan-, en Hij vertoont zich als levende. Hoezo levend? Hij noemt haar bij haar naam: Maria, en zij antwoordt aanstonds, toen zij nauwelijks haar naam gehoord had: Rabboeni. De tuinman had kunnen zeggen: 'Wie zoekt ge? Waarom schreit ge?'; Maria, daarentegen, dàt kon alleen Christus zeggen. Zij werd bij haar naam genoemd door dezelfde die haar tot het Rijk der Hemelen had geroepen. Hij sprak de naam uit die Hij in zijn boek geschreven had: Maria. En zij: Rabboeni, wat 'leraar' betekent. Zij had Hem reeds herkend die haar verlichtte opdat zij Hem kon herkennen; zij zag reeds Christus in degene die zij eerst voor een tuinman had aangezien. En de Heer zei tot haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader (Joh 20,17).»19

Wat zullen onze smarten verdwijnen, wanneer wij Jezus ontdekken: levend, verheerlijkt, naast ons en ons roepend bij onze naam! Welk een vreugde Hem zo nabij te ontmoeten, zo vertrouwd, Hem te mogen noemen op onze eigen toon, die Hij zo goed kent! Ons gebed is ons diepste geluk. En tevens de steun waarop heel het leven rust. Laten we Hem altijd zoeken, ook als we Hem eens niet zien; als we volharden, zal Hij ons tegemoet komen en ons bij onze vertrouwde naam noemen, en we zullen de vrede en vreugde herkrijgen, als we die hadden verloren. Eén woord van Jezus geeft ons de vreugde en het verlangen om opnieuw te beginnen weer terug. Laten we nooit ofte nimmer vergeten, dat «de triomfdag van de Heer, de dag van zijn verrijzenis, definitief is. Waar zijn de soldaten die de overheid als wachters had geplaatst? Waar zijn de zegels die zij op de grafsteen hadden aangebracht? Waar zijn degenen die de Meester veroordeeld hadden? Waar zijn zij die Jezus gekruisigd hadden...? Ten overstaan van zijn overwinning, slaan die armzaligen massaal op de vlucht. -Vervul je van hoop: Jezus Christus overwint altijd.»20 Hij overwint ook in ons leven, Hij zegeviert over die gebreken en zwakheden die muurvast zouden kunnen lijken.

5.3 Na Maria getroost te hebben, geeft Jezus haar een boodschap mee voor de apostelen die Hij heel innig broeders noemt. En Maria Magdalena ging aan de leerlingen berichten dat zij de Heer gezien had, en vervolgens vertelde zij hun alles wat er gebeurd was.21 Wij kunnen ons de blijdschap voorstellen waarmee Maria die woorden zal hebben uitgesproken: Ik heb de Heer gezien! Het is de vreugde en blijdschap van elk apostolaat waarin wij aan de anderen, op duizend en één verschillende manieren, aankondigen dat Jezus leeft. En de heilige Thomas van Aquino leert: «Met deze vrouw, die het meest bezorgd was om het graf van Christus te herkennen, wordt iedereen aangeduid die de goddelijke waarheid verlangt te kennen en derhalve waardig is aan anderen de kennis van zulk een genade te verkondigen, zoals Maria die aan de leerlingen verkondigde, opdat zij niet ervan beschuldigd kon worden het talent te hebben verborgen». En de heilige kerkleraar leert: «Met deze vrouw, die het meest bezorgd was om het graf van Christus te herkennen, wordt iedereen aangeduid die de goddelijke waarheid verlangt te kennen en derhalve waardig is aan anderen de kennis van zulk een genade te verkondigen, zoals Maria die aan de leerlingen verkondigde, opdat zij niet ervan beschuldigd kon worden het talent te hebben verborgen». En de heilige kerkleraar besluit: «Deze vreugde is u niet verleend om ze in het binnenste van uw hart te verbergen, maar om ze bekend te maken aan hen die liefhebben»22, om ze naar de vier windstreken te verbreiden. Wie Christus in zijn leven ontmoet, ontmoet Hem voor allen. Het bericht van de verrijzenis verbreidde zich als een lopend vuur in de eerste eeuwen; de christenen waren zich ervan bewust de dragers te zijn van de Blijde Boodschap, de vreugdevolle leerlingen van Hem die voor allen gestorven en op de derde dag verrezen was, zoals Hij had voorzegd. Zij vormden een gelukkig volk te midden van een droeve wereld; en hun vreugde, net zoals de onze, kwam voort uit het feit, dat zij de levende Christus nabij waren. Apostolaat is altijd het overbrengen van een blijde boodschap, de meest vreugdevolle van alle.

Vandaag bidden wij tot de heilige Maria Magdalena, dat zij voor ons van de Heer haar liefde en haar volharding om Hem te zoeken verkrijgt. Dat Hij, aangezien Hij aan haar, vóór alle anderen, de vreugdevolle boodschap van de verrijzenis heeft toevertrouwd, ook aan ons de vreugde mag verlenen evenals zij te getuigen dat Christus leeft, en Hem eens te mogen zien in uw heerlijkheid.23 Daar zullen wij ook de heilige Maria aanschouwen, de Moeder van God en onze Moeder, die nooit van onze zijde is geweken. En wij zullen met bijzondere vreugde al degenen zien, aan wie wij, zo vaak door middel van vriendschap, verkondigen, dat de verrezen Christus onder ons blijft.

-1. Tussenzang. Ps 62,2. -2. Joh 20,1-2;11-18. -3. Lc 8,2. -4. Vgl. Mt 27,56. -5. Mt 27,61. -6. Vgl. Mt 28,1. -7. Joh 20,2. -8. Vgl. Joh 20,8. -9. Joh 20,10. -10. Getijdengebed, tweede lezing. H. Gregorius de Grote, Homilieën over de Evangelies, 25,1-2. -11. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 53. -12. Mc 16,9. -13. Joh 20,14. -14. Joh 20,15. -15. Joh 20,15. -16. Joh 20,16. -17. M.J. Indart, Jesús en su mundo, Herder, Barcelona 1963, bl. 124. -18. Joh 20,16. -19. H. Augustinus, Preek 246, 3-4. -20. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 660. -21. Vgl. Joh 20,18. -22. H. Thomas van Aquino, in Catena Aurea, vol. VIII, bl. 400. -23. Vgl. Collectegebed van de mis.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012