7 oktober. Gedachtenis
32. HEILIGE MARIA VAN DE ROZENKRANS
Dit feest werd door de heilige Pius v ingesteld ter
gedachtenis en dankzegging aan de Maagd voor haar steun bij de overwinning op
de Turken bij Lepanto, op 7 oktober 1571. Beroemd is zijn Breve 'Consueverunt'
(14 september 1569), die in de Rozenkrans een voorteken van deze overwinning
zag. Clemens xi verbreidde het feest over de gehele Kerk op 3 oktober 1716. Leo
xiii verleende het een hogere liturgische rangorde en publiceerde negen
bewonderenswaardige encyclieken over de Rozenkrans. Door de heilige Pius x werd
de datum van de viering definitief op 7 oktober bepaald. De viering van deze
dag is een uitnodiging voor ons allen om te bidden en de mysteries te overwegen
van het leven van Jezus en Maria, die in deze Mariadevotie beschouwd worden.
-De rozenkrans, 'een machtig wapen'. -Het overwegen van de
geheimen van de rozenkrans. -De litanie van Loreto.
32.1 Hij trad
bij haar binnen en sprak: Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u.1 Met deze woorden begroette de engel Onze Lieve
Vrouw, en wij hebben die woorden ontelbare malen herhaald in zeer onderscheiden
toonaarden en omstandigheden.
In de Middeleeuwen groette men Maria met de naam 'roos', het
symbool van de blijdschap. Men versierde haar afbeeldingen -net zoals nu- met een
kroon of bos van rozen (in middeleeuws Latijn 'rosarium') als uiting van de
lofprijzingen die uit een hart, vervuld van liefde, ontsproten. En wie de
honderdvijftig psalmen van het goddelijk officie niet kon bidden, verving deze
door even zovele Weesgegroetjes; om die te tellen gebruikte men kralen die per
tiental aaneengeregen waren ofwel knopen die in een touw gelegd waren.
Tegelijkertijd overwoog men het leven van de Maagd en van de Heer. Dit gebed,
het Weesgegroet, dat van oudsher in de Kerk is gebeden
en herhaaldelijk door de pausen en concilies in verkorte vorm is aanbevolen,
krijgt later zijn definitieve vormgeving als er het gebed voor een goede dood
aan wordt toegevoegd: bid voor ons, zondaars, nu en in het
uur van onze dood. In elke situatie, nu, en
op het hoogtepunt, wanneer wij de Heer gaan ontmoeten. Er wordt ook een
structuur aangebracht in de mysteries en aldus overweegt men de centrale
gebeurtenissen van het leven van Jezus en Maria, als een samenvatting van het
liturgische jaar en van heel het evangelie. Ook werd het litaniegebed
vastgesteld: een zang vervuld van liefde, lofprijzing van Onze Lieve Vrouw en
van smeekbeden, van uitingen van vreugde en blijdschap.
De heilige Pius v
schreef de overwinning van Lepanto, op 7 oktober 1571 -waarmee een grote
dreiging voor het geloof der christenen verdween- toe aan de bemiddeling van de
allerheiligste Maagd, die in Rome en heel de christelijke wereld door middel
van de rozenkrans was aangeroepen, en zo werd het feest dat wij vandaag vieren
ingesteld. Om deze reden werd aan de litanie de aanroeping Hulp
van de christenen toegevoegd. Sindsdien is deze devotie tot de Maagd
onophoudelijk door de pausen van Rome aanbevolen als «openbare en universele
bede voor de gewone en buitengewone noden van de heilige Kerk, van de volkeren
en van de gehele wereld.»2
In deze oktobermaand, die door de Kerk aan de verering van
onze hemelse Moeder is gewijd, met name door deze Mariadevotie, dienen we na te
denken met hoeveel liefde wij de rozenkrans bidden, hoe wij elk van de geheimen
overwegen, of wij gebeden, vol van heilig streven, inleggen, zoals die
christenen die door hun gebed van de Maagd deze voor heel de christenheid zo
bovennatuurlijke overwinning verkregen. Tegenover alle moeilijkheden die we
soms ervaren, tegenover alle steun die wij in het apostolaat behoeven, om het
gezin te onderhouden en het dichter tot God te brengen, in de veldslagen van
ons innerlijk leven, mogen we niet vergeten, dat «zoals in vroegere tijden, de
rozenkrans vandaag een machtig wapen moet zijn, om in onze inwendige strijd te
zegevieren, en om alle zielen te helpen.»3
32.2 De naam 'rozenkrans' komt
van het geheel van gebeden, die als rozen aan de Maagd Maria werden gewijd.4 De dagen van de Maagd waren eveneens als rozen:
«Witte rozen en rode rozen; witte van kalmte en zuiverheid, rode van lijden en
liefde. De heilige Bernardus -hij die zo verliefd was op de heilige Maria- zegt
dat de Maagd zelf een roos van sneeuw en van bloed was.
»Hebben we ooit getracht haar leven, dag voor dag, door onze
vingers te laten glijden?»5 Dat doen we als we
de scènes -geheimen- van het leven van Jezus en Maria overwegen die tussen elke
tien weesgegroetjes worden ingevoegd.
In deze scènes van de rozenkrans, verdeeld in drie groepen,
doorlopen we de verschillende aspecten van de grote heilsmysteries: van de
menswording, van de verlossing en van het eeuwig leven.6
In deze geheimen hebben wij op enigerlei wijze steeds de Maagd voor ogen. Bij
de heilige rozenkrans gaat het niet alleen om het herhalen van de weesgegroetjes
tot Maria, die als we het met liefde proberen te doen -wellicht door smeekbeden
te leggen in elk geheim of elk weesgegroet- niet eentonig zijn. We zullen ook
de mysteries beschouwen, bij elk tientje één. Deze overweging is een grote
weldaad voor onze ziel, want zij doet ons vereenzelvigen met de gevoelens van
Christus en stelt ons in staat in een klimaat van intense godsvrucht te leven:
wij verblijden ons met de vreugdevolle Christus, wij lijden met de lijdende
Christus, wij leven vooruitlopend in de hoop, in de glorie van de verheerlijkte
Christus.7
Om de geheimen nog beter te overwegen kan het praktisch zijn
om «gedurende enkele seconden -drie of vier- te stoppen in een stille
overweging, door het betreffende geheim van de rozenkrans te beschouwen, alvorens
het Onze Vader en de weesgegroetjes van elk tientje te bidden»8; tot de scène toe te treden als nog iemand die erbij
hoort, ons een voorstelling te maken van de gevoelens van Christus, van Maria,
van Jozef...
Door zó te proberen «in de scène te treden» die ons in elk geheim
wordt geboden, is de rozenkrans «een gesprek met Maria dat ons eveneens tot de
intimiteit met haar Zoon leidt.»9 Te midden van
onze dagelijkse zaken maken wij ons vertrouwd met de waarheden van ons geloof,
en deze overweging -die we ook midden op straat, tijdens ons werk kunnen doen-
helpt ons vreugdevoller te zijn, om ons beter te verstaan met degenen met wie
we betrekkingen onderhouden. Het leven van Jezus komt, door middel van de
Maagd, ook tot leven in ons, en we leren onze Moeder in de hemel méér te
beminnen. Hoe treffend zijn de waarheden die de dichter als volgt uitdrukte:
«Jij die denkt / dat deze devotie eentonig en vermoeiend is, en haar niet bidt
/ omdat je steeds dezelfde klanken herhaalt... / jij begrijpt niets van liefde
en droefheid: / welke arme drommel werd moe van het bedelen om giften, / welke
verliefde van het zeggen van tederheden?»10
32.3 Nadat we de mysteries van
het leven van Jezus en Onze Lieve Vrouw hebben overwogen door het Onze Vader en
Weesgegroet, sluiten we de heilige rozenkrans af met de litanie van Loreto en
enkele beden die variëren al naargelang de streek, het gezin of de persoonlijke
godsvrucht.
De oorsprong van de litanie gaat terug tot de eerste eeuwen
van het christendom. Het waren korte gebeden in dialoogvorm tussen de leiders
van de eredienst en het gelovige volk, en ze hadden als bijzonder karakter de
aanroeping van de goddelijke barmhartigheid. Ze werden gebeden tijdens de
heilige mis en heel speciaal tijdens de processies. In het begin werden ze tot
de Heer gericht, maar reeds spoedig verschijnen ook de aanroepingen tot de
Maagd en de heiligen. De basis van de litanieën zijn de lofprijzingen vol van
liefde die de christenen tot hun hemelse Moeder richtten, en de uitdrukkingen
van bewondering van de kerkvaders, met name in het Oosten.
De litanie die tegenwoordig wordt gebeden bij de rozenkrans,
werd aanvankelijk plechtig gezongen in het heiligdom van Loreto rond het jaar
1500, maar zij herneemt een aloude traditie. Van daaruit verbreidde zij zich
over geheel de Kerk.
Iedere aanroeping is een schietgebed vol van liefde tot de
Maagd en toont ons een aspect van de rijkdom van Maria's ziel. Deze
aanroepingen worden gegroepeerd volgens de voornaamste Mariawaarheden:
goddelijk moederschap, eeuwige maagdelijkheid, middelaarschap, universeel
koningschap, en ook als voorbeeld en weg voor al haar kinderen. Deze
acclamaties worden uitgedrukt in de eerste namen en worden vervolgens nader
uitgewerkt. Wanneer wij haar dus aanroepen als Heilige
Moeder van God, belijden wij uitdrukkelijk haar moederschap; wanneer wij
haar loven als Maagd der maagden, erkennen wij haar
eeuwige maagdelijkheid, die haar tot Maagd onder de maagden maakt; als wij haar
aanroepen onder de titel Moeder van Christus,
belijden wij haar innige en onlosmakelijke vereniging met Christus, de ware
Middelaar en ware Koning, en erkennen wij haar derhalve als Koningin en middelares...
De Maagd is Moeder van God en onze Moeder, en dit is de
hoogste titel waarmee wij haar eren en het fundament van alle overige namen.
Omdat zij Moeder van Christus is, Moeder van de Schepper en van de Heiland, is zij ook Moeder van de Kerk, van de goddelijke genade, is zij allerreinste en zeer kuise Moeder, maagdelijke, onbevlekte,
beminnelijke en bewonderenswaardige Moeder.
In de litanieën worden verscheidene aspecten van de eeuwige
maagdelijkheid van Maria vernoemd: zij is allervoorzichtigste
Maagd, eerwaardige, lofwaardige, machtige, goedertieren, getrouwe Maagd...
De Moeder van God, Middelares in Christus11 tussen God en de mensen, put zich uit in
dienstbaarheid aan ons. Zij wordt ons bovendien voorgesteld onder drie
allerschoonste symbolen en andere aspecten van haar universele middelaarschap:
de maagd Maria is de nieuwe Ark van het Verbond, de Deur van de hemel waardoor wij tot God komen, en zij is de
Morgenster die ons in staat stelt altijd de juiste
richting te kiezen op elk ogenblik van het leven, Heil van
de zieken, Toevlucht van de zondaars (hoe vaak hebben we niet tot haar
onze toevlucht moeten zoeken!), Troosteres van de
bedroefden, Hulp van de christenen...
Maria is de koningin van al het geschapene, in de hemel en op
aarde, omdat zij de Moeder van de Koning van het heelal is. Het universele
karakter van dit koningschap begint bij de engelen en zet zich voort bij de
heiligen (die in de hemel en die op aarde de heiligheid zoeken): de heilige
Maria is de Koningin van de engelen, van de aartsvaders,
van de profeten, van de apostelen, van de martelaren, van de belijders, van de
maagden, van alle heiligen. De litanie eindigt met vier titels van
koninklijke waardigheid: zij is Koningin zonder erfsmet
ontvangen, in de hemel opgenomen, van de heilige rozenkrans, van de vrede.
Na haar te hebben aangeroepen als volmaakt en perfect voorbeeld
van alle deugden, juichen haar kinderen haar toe met de volgende symbolen en
tekenen van bewonderenswaardige voorbeeldigheid: Spiegel
van gerechtigheid, Zetel van wijsheid, Oorzaak van onze blijdschap, Geestelijk
Vat, Eerwaardig Vat, Heerlijk Vat van godsvrucht, Mystieke Roos, Toren van
David, Ivoren Toren en Gouden Huis.
Indien wij langzaam stil staan bij elk van deze benamingen,
dan kunnen wij ons verwonderen over de bijna oneindige geestelijke rijkdom
waarmee God haar heeft omgeven. Het geeft ons een onmetelijke vreugde zulk een
Moeder te hebben, en dàt zeggen we tot haar heel dikwijls in de loop van de
dag. Elk van de aanroepingen van de litanie kan ons dienen tot een schietgebed
waarin we haar zeggen hoeveel wij van haar houden, hoezeer wij haar nodig
hebben.
-1. Lc 1,28. -2. Johannes xxiii, Apost. brief Il
religioso convegno, 29-IX-1961. -3. H.
Jozefmaria Escrivá, De heilige Rozenkrans,
bl. 9. -4. Vgl. J. Corominas, Diccionario
crítico etimológico castellano e hispánico, Gredos, Madrid 1987, deel V,
woord 'Rosa'. -5. J.M. Escartín, Meditación
del Rosario. -6. Vgl. R. Garrigou-Lagrange o.p., De Moeder van de Verlosser. -7. Vgl. Paulus vi, Apost. exhort. Marialis
cultus, 2-II-1974, 46. -8. H.
Jozefmaria Escrivá, o.c., bl. 17. -9. R. Garrigou-Lagrange o.p., o.c.
-10. Gecit. door A. Royo Marín o.p., La Virgen María, BAC, Madrid 1968, bl. 470-471. -11. Vgl. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptoris
Mater, 25-III-1987, 38.