Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

29 juli. Gedachtenis

8. HEILIGE MARTA

Marta woonde in Betanië, in de buurt van Jeruzalem, met haar zuster Maria en haar broer Lazarus. In het laatste gedeelte van zijn openbare leven nam Jezus regelmatig zijn intrek in hun huis. Hechte vriendschapsbanden verenigden deze broer en zussen met Jezus.

-Vertrouwen in en liefde voor de Meester. -De allerheiligste mensheid van Jezus. -De vriendschap met de Heer vergemakkelijkt onze weg.

8.1 Het feest van de heilige Marta stelt ons in staat om andermaal binnen te treden in het huis te Betanië dat zo vaak door Jezus' aanwezigheid werd gezegend. Daar, bij de familie die gevormd werd door die broer en zusters, Marta, Maria en Lazarus, vond de Heer liefde, evenals een rustplek voor zijn lichaam dat afgemat was door de eindeloze tochten door dorpen en steden. Jezus zocht een toevluchtsoord bij zijn vrienden, met name wanneer Hij in de laatste dagen steeds vaker op onbegrip en verachting stuitte, vooral van de kant van de farizeeën. De gevoelens van de Meester jegens de broer en zussen in Betanië worden door de heilige Johannes in zijn evangelie onder woorden gebracht: Jezus hield veel van Marta, haar zuster en Lazarus.1 Zij waren vrienden!

Het evangelie van de heilige mis2 vertelt ons van Jezus' aankomst in de woning van deze familie, toen Lazarus vier dagen tevoren was gestorven. Kort tevoren, toen de toestand van Lazarus reeds zeer ernstig was, hadden de zussen de Meester deze boodschap, vol van vertrouwen, gestuurd: Heer, hij die Gij liefhebt, is ziek.3 En Jezus, die zich in Galilea bevond, op verscheidene dagmarsen afstand, toen Hij hoorde dat hij ziek was, bleef Hij weliswaar nog twee dagen ter plaatse, maar daarna zei Hij tot zijn leerlingen: Laat ons weer naar Judea gaan.4 Toen Hij in Betanië aankwam, lag Lazarus al vier dagen in het graf.

Marta, altijd attent en druk doende, had waarschijnlijk al vóór Jezus' komst vernomen, dat Hij in aantocht was; zij trok aanstonds uit om Hem te ontvangen. En ofschoon de Heer ogenschijnlijk niet meteen na haar oproep was gekomen, bleven haar vertrouwen en haar liefde onverminderd bestaan. Heer -zo zegt Marta tot Hem- als Gij hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn...5 Met uiterste fijngevoeligheid verwijt zij Hem, dat Hij niet eerder gekomen is. Marta verwachtte de genezing van haar broer, toen die nog ziek was. En Jezus verrast haar, met een beminnelijk gebaar en wellicht een glimlach op zijn lippen: Uw broer zal verrijzen.6 Marta neemt deze woorden als een troost aan en denkt aan de uiteindelijke verrijzenis; daarom antwoordt zij: Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.7 Deze woorden lokken een wonderbaarlijke verklaring van Jezus omtrent zijn goddelijkheid uit: Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven.8 En Hij vraagt haar: Gelooft gij dit? Wie zou zich hebben kunnen onttrekken aan het souvereine gezag van deze verklaring? Ik ben de verrijzenis en het leven! Ik...! Ik ben de bestaansreden van alles wat bestaat! Jezus is het leven, niet alleen het leven dat in het hiernamaals begint, maar ook het bovennatuurlijke leven, dat door de genade wordt bewerkt in de ziel van de mens die zich nog op weg bevindt. Het zijn buitengewone woorden die ons vervullen van zekerheid, die ons steeds dichter tot Christus doen naderen en die ervoor zorgen, dat wij het antwoord van Marta tot het onze maken: Ja Heer, ik geloof vast dat Gij de Messias zijt, de Zoon Gods, die in de wereld komt.9 Enige ogenblikken later zal de Heer Lazarus uit de doden opwekken.

Wij bewonderen in Marta haar geloof en wij zouden haar willen navolgen in haar vertrouwvolle vriendschap met de Meester. «Heb je gezien met welk een liefde, met welk een vertrouwen deze vrienden met Christus omgingen? Op heel natuurlijke wijze werpen Lazarus' zussen Hem voor de voeten, dat Hij afwezig was: wij hebben U toch bericht gestuurd! Als U hier was geweest!...

»Vertrouw Hem langzaam: leer mij met U om te gaan met die liefde van vriendschap van Marta, Maria en Lazarus; zoals ook de eerste Twaalf met U omgingen, ook al volgden zij U in het begin misschien wel niet om zo heel erg bovennatuurlijke redenen.»10

8.2 Een tijdje later, toen het bijna Pasen was, bezocht Jezus wederom deze vrienden: Hij kwam te Betanië, waar Lazarus woonde die Hij uit de doden had opgewekt. Men gaf daar ter ere van Hem een maaltijd. Marta bediende en Lazarus was een van degenen die met Hem aanlagen.11

Marta bediende... Met welk een liefde vol dankbaarheid zal zij dat gedaan hebben! Daar, in haar huis, was de Messias, daar was God die haar diensten nodig had. En zij mocht Hem bedienen. God is mens geworden om ons in onze noden heel nabij te zijn, opdat wij Hem leren liefhebben door middel van zijn allerheiligste mensheid, opdat wij zijn innige vrienden kunnen zijn. Wij kunnen niet nalaten steeds weer te overwegen dat dezelfde Jezus van Nazaret, van Kafarnaüm, van Betanië, dezelfde is die op ons wacht in het dichtstbijzijnde tabernakel, dat Hij onze diensten 'nodig heeft'. «Het is waar dat ik ons tabernakel altijd Betanië noem... -Sluit vriendschap met de vrienden van de Meester: Lazarus, Marta, Maria. -En dan zul je me wel niet meer vragen, waarom ik ons tabernakel Betanië noem.»12 Daar is Hij. We kunnen er niet onverschillig aan voorbijgaan, we moeten Hem iedere dag opzoeken..., en in zijn gezelschap die minuten van dankzegging, na de communie, doorbrengen, zonder haast, zonder onrust. Er is niets belangrijkers.

De heilige Thomas leert, dat er geen passender manier was om de mensen te verlossen dan die van zijn menswording.13 En hij voert de volgende redenen aan: betreffende het geloof, omdat het gemakkelijker werd te geloven, daar God zelf degene was die sprak; wat betreft de hoop, door het zo grote bewijs van zijn heilswil die dit vertegenwoordigde; inzake de liefde, omdat geen groter liefde iemand kan hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden14; wat de werken aangaat, omdat dezelfde God als voorbeeld zou dienen: door ons vlees aan te nemen toonde Hij ons hoe belangrijk het menselijk schepsel is, door zijn vernedering genas hij onze hoogmoed...

In de allerheiligste mensheid van Jezus neemt Gods liefde voor ons menselijke vorm aan; zó opent zich een hellend vlak dat ons zachtjes aan naar God de Vader leidt. Daarom bestaat het christelijk leven in het beminnen van Christus, in Hem navolgen, in Hem van nabij volgen, aangetrokken door zijn leven. Heiliging heeft zijn middelpunt niet in de strijd tegen de zonde; het is niet iets negatiefs; heiliging is gericht op Jezus Christus, het voorwerp van onze liefde: het gaat er niet alleen om het kwaad te vermijden, maar om de Meester te beminnen en Hem na te volgen, die weldoende rondging.15 Het christelijk leven is diep menselijk: het hart neemt een belangrijke plaats in het werk van onze heiligheid in, omdat God bereikbaar is geworden. En wanneer het leven van godsvrucht wordt verwaarloosd, de persoonlijke vriendschap met de Meester, wanneer men toelaat dat het hart van de schepselen verstrooid wordt, dan is de wilskracht niet voldoende om voort te gaan op de weg naar heiligheid. Daarom moeten we ons inspannen om Hem altijd dicht bij ons leven te zien, en onze verbeelding gebruiken om ons de levende Christus voor te stellen: Hij die geboren werd in Betlehem, in Nazaret werkte, had tijdens zijn sterfelijk leven vrienden die Hij waarlijk waardeerde en naar wie Hij dikwijls toe ging, omdat hun gezelschap Hem bemoedigde.

Laten wij van Jezus' vrienden leren Hem met onmetelijk ontzag te bejegenen, want Hij is God, en met groot vertrouwen, want Hij is de Vriend voor altijd, die voortdurend omgang met ons zoekt.

8.3 Bij een andere gelegenheid hielden Jezus en zijn leerlingen verblijf in het huis van deze vrienden te Betanië, alvorens zij naar Jeruzalem gingen. De twee zusters sloofden zich uit om alles in gereedheid te brengen wat nodig was om de Meester en de groep van zijn metgezellen gastvrijheid te verlenen. Maar Maria ging, misschien al heel spoedig na Jezus' aankomst, aan zijn voeten zitten en luisterde naar zijn woorden16, terwijl Marta alleen het huishoudelijk werk moest verrichten. Maria maakt zich geen zorgen om het vele dat nog klaar gemaakt moest worden en geeft zich volkomen over aan het aanhoren van de Meester. «De vertrouwelijkheid waarmee zij aan zijn voeten ging zitten, haar gewoonte om naar Hem te luisteren, de honger naar het aanhoren van zijn woorden, tonen aan dat dit niet de eerste keer is, dat zij Hem ontmoet, maar dat er een echte innigheid bestaat.»17 Marta staat zeker niet onverschillig tegenover Jezus' woorden; zij luistert eveneens, maar zij is nog drukker bezig met haar huishoudelijke taken. Onbewust is Jezus naar een tweede plan verschoven: zij wordt in beslag genomen door juist datgene dat zij gereed moet maken om Hem goed te bedienen. En zij wordt onrustig, als zij zich alleen voelt en misschien wel meer werk heeft dan ze aan kan. Intussen kijkt zij naar haar zuster, aan Jezus' voeten gezeten. Wellicht een beetje ongerust, maar met groot vertrouwen komt zij voor Jezus staan -zo geeft de heilige Lucas aan- en zegt tot Hem: Heer, laat het U onverschillig, dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen.18 Welk een groot vertrouwen heeft zij in de Meester!: Zeg haar dat zij mij moet helpen...

Jezus antwoordt haar op dezelfde vertrouwelijke toon, zoals de herhaling van haar naam lijkt aan te duiden: Marta, Marta -zegt Hij haar- wat maak je je bezorgd en druk over vele dingen. Slechts één ding is nodig.19 Maria, die heel zeker haar zus had moeten helpen, heeft echter het wezenlijke, het werkelijk nodige niet vergeten: Christus als middelpunt van haar aandacht en haar leven te hebben. De Heer prees niet heel haar houding, maar wel het voornaamste: haar liefde.

Zelfs 'de zaken die God raken' mogen ons niet de 'Heer van die zaken' doen vergeten. Marta zal die beminnelijke berisping van Jezus wel nooit hebben vergeten. Hoe noodzakelijk haar werk ook was, belangrijker nog was de zorg die zij moest hebben om Jezus niet naar een tweede plan te verschuiven.

Zelfs in de taken die rechtstreeks op de Heer betrekking hebben moeten wij niet vergeten, dat het voornaamste, het noodzakelijke zijn persoon is. Ook in ons dagelijks leven dienen we voor ogen te houden, dat zaken die van het allergrootste belang lijken, zoals het werk, niet vóór het gezin zelf mogen komen; van weinig nut zouden andere hulpmiddelen zijn -financiële vooruitgang, maatschappelijke betrekkingen-, als het gezinsleven zelf erop achteruit zou gaan, doordat het op de tweede plaats kwam, behalve in uitzonderlijke gevallen die ertoe kunnen leiden, dat bijvoorbeeld het gezinshoofd noodzakelijkerwijs op een andere plaats werkt dan waar de rest van het gezin woont (emigranten, zeelieden...). Als vader of moeder van een gezin meer geld verdient, maar de omgang met de kinderen verwaarloost, waartoe zou dat dan dienen?

De heilige Marta, die in de hemel voor altijd geniet van de onuitsprekelijke tegenwoordigheid van Christus, zal voor ons de genade verkrijgen om de vriendschap met de Meester nog méér te waarderen; zij zal ons leren om ijverig voor de zaken van de Heer te zorgen, doch zonder de Heer van die zaken te vergeten; zij zal voor Jezus ten beste spreken, opdat wij leren ook het gezin niet achter te stellen bij die goede successen die we willen behalen juist ten bate van het gezin.

-1. Joh 11,5. -2. Joh 11,17-27. -3. Joh 11,3. -4. Joh 11,6-7. -5. Joh 11,21. -6. Joh 11,23. -7. Joh 11,24. -8. Joh 11,25. -9. Joh 11,27. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 495. -11. Joh 12,1-2. -13. Idem, De Weg, 322. -13. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q1, a2. -14. Joh 15,13. -15. Hnd 10,38. -16. Lc 10,39. -17. M.J. Indart, Jesús en su mundo, bl. 36. -18. Lc 10,40. -19. Lc 10,41-42.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012