Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

21 september. Feest

26. HEILIGE MATTEÜS,
APOSTEL EN EVANGELIST

De heilige Matteüs, apostel en evangelist, werd geboren in Kafarnaüm, en toen Jezus hem riep om deel te gaan uitmaken van de groep van de Twaalf, was hij belastingontvanger van beroep. De traditie erkent hem unaniem als de schrijver van het eerste evangelie, dat in het Aramees was geschreven en spoedig daarna in het Grieks was vertaald. Volgens de traditie predikte hij in het Oosten, wellicht in Perzië, waar hij ook gemarteld werd.

-Matteüs beantwoordt de oproep van de Heer. Ons antwoord. -De vreugde van de roeping. -Een wezenlijk apostolische roeping.

26.1 Marcus, Lucas en Matteüs zelf verhalen van de roeping van laatstgenoemde, die onmiddellijk na de genezing van de lamme van Kafarnaüm plaatshad. Waarschijnlijk dezelfde dag nog of daags erna begaf Jezus zich naar de oever van het meer, gevolgd door een talrijke menigte.1 En onderweg passeerde hij de plaats waar tol betaald werd voor het goederenverkeer van de ene naar de andere streek. Kafarnaüm was, behalve een kleine zeehaven, ook een grensstad met de streek van Perea, aan de overzijde van de Jordaan.

Matteüs was als belastingpachter in dienst van Herodes, ook al was hij geen officieel ambtenaar. Deze functie werd door het volk met scheve ogen bekeken, zelfs veracht, ofschoon het tegelijkertijd ook een fel begeerde baan was, omdat men er gemakkelijk rijk door kon worden. Men mag veronderstellen, dat deze tollenaar er financieel warmpjes bij zat, want hij kon Hem in zijn huis een groot feestmaal aanbieden, waarbij onder anderen talrijke tollenaars met hen aanlagen.2

Toen Jezus voorbijkwam, nodigde Hij hem uit om Hem te volgen. Hij stond op, liet alles achter en volgde Hem.3 Het gaat hier om een direct en edelmoedig antwoord. Matteüs, die de Heer al van andere gelegenheden zal hebben gekend, wachtte op dit grote ogenblik, en bij de eerste toespeling aarzelde hij niet om alles achter te laten en Jezus te volgen. Alleen God weet wat Hij die dag in Matteüs zag, en alleen de apostel zal weten wat hij in Jezus aanschouwde om onmiddellijk zijn tolbank te verlaten en Hem te volgen. «En door een direct besluit te nemen en aldus in één keer afstand te doen van alle dingen van het leven, getuigde hij zeer wel, door zijn volmaakte gehoorzaamheid, dat de Heer hem op het gepaste ogenblik had geroepen.»4 Het moment en de situatie waarop de Heer in de ziel komt en een onvoorwaardelijke overgave vraagt, zijn door God in zijn Voorzienigheid voorzien en derhalve de meest geschikte. Soms zal Hij dat op jonge leeftijd doen, en voor de betrokken persoon zijn die weinige jaren het beste moment om de roepstem van de Heer te volgen. In andere gevallen roept Christus ons op rijpere leeftijd en in de meest onderscheiden gezins- en werkomstandigheden enz. Samen met de roeping geeft God ook de genade om meteen te antwoorden en trouw te zijn tot het einde toe. Trouwens, als men 'nee' tegen de Heer zegt in de hoop later, wanneer subjectief gezien de tijd geschikter lijkt, 'ja' tegen Hem te zeggen, dan kan het gebeuren dat zo'n moment zich niet meer voordoet, want elk verzet tegen de genade verhardt ons hart.5 Ook kan het gebeuren, dat de Heer geen tweede keer meer voorbijkomt: dat er geen herhaling van de liefdevolle oproep komt. Dit bracht de heilige Augustinus ertoe alle gelovigen aan te sporen om de genade te beantwoorden, wanneer God die schenkt; en hij voegde eraan e: «Timeo Iesum praetereuntem et non redeuntem - ik ben bang dat Jezus voorbijkomt en niet meer terugkeert.»6

De Meester vestigt zijn oog op ons allen, ongeacht onze leeftijd of situatie. We weten goed, dat Jezus heel dicht bij ons staat, dat Hij ons aankijkt en zich afzonderlijk tot ons richt. Hij nodigt ons uit Hem meer van nabij te volgen, en tegelijkertijd laat Hij ons -in verreweg de meeste gevallen- midden in de maatschappij, in het werk, in het gezin staan... «Denk aan wat de Heilige Geest zegt, en vervul je van verbijstering en dank: Elegit nos ante mundi constitutionem -Hij heeft ons uitverkoren, nog vóór de schepping van de wereld, ut essemus sancti in conspectu eius -opdat wij heilig zijn vóór zijn aanschijn.

»Heilig zijn is niet gemakkelijk maar evenmin moeilijk. Heilig zijn is een goed christen zijn: op Christus gelijken. -Hij die het meest op Christus lijkt, die is het meest christen, het meest van Christus, het heiligst.

»En welke middelen hebben wij daarvoor? -Dezelfde als de eerste gelovigen die Jezus zagen of Hem leerden zien door middel van de verhalen van de apostelen of de evangelisten.»7

26.2 Om zijn roeping te vieren en ervoor te danken, gaf Matteüs een groot feestmaal, waarvoor hij zijn vrienden uitnodigde. Velen van hen werden beschouwd als zondaars of waren het ook. Dit gebaar weerspiegelt de vreugde van de apostel om zijn roeping, die een grote weldaad is waarover men zich altijd moet verblijden. Indien wij alleen maar letten op het afstand doen van vele dingen, die elke uitnodiging van God om Hem krachtiger te volgen nu eenmaal met zich meebrengt, als we alleen maar kijken naar hetgeen we moeten achterlaten, en niet naar de gave van God, het goede dat Hij in ons en door ons tot stand zal brengen, dan zouden we inderdaad bedroefd kunnen worden, zoals die rijke jongeman die zijn vele bezittingen niet wilde achterlaten en bedroefd heenging.8 Hij dacht alleen maar aan wat hij moest achterlaten. Hij ontdekte niet wat een wonder het is bij Christus te zijn en zijn werktuig te zijn voor grote dingen. «Gisteren was je misschien nog een van die verbitterde en ontgoochelde mensen die in hun menselijke verwachtingen teleurgesteld zijn. Maar nu, sinds Hij in je leven is gekomen -dank U, God!-, lach en zing je, en neem je overal waar je heen gaat een glimlach mee, liefde en geluk.»9

Het leven van iemand die door Christus geroepen is -en dat zijn wij allemaal- mag niet zo zijn als dat van degene die Jezus bijna aan het einde van de parabel van de verloren zoon noemt: de oudste broer die op het landgoed van zijn vader is gebleven, die een goede arbeider is geweest, die niet buiten de grenzen van de boerderij van zijn vader is gekomen..., die trouw gebleven is, maar zonder vreugde, zonder liefde voor zijn jongste broer die uiteindelijk dan toch terugkwam. Hij is het levendige beeld van de rechtvaardige, die maar niet kan begrijpen dat het mogen dienen van God en het genieten van zijn vriendschap en tegenwoordigheid reeds een onophoudelijk feest is. Hij ziet niet in, dat in het dienen van God al de beloning zelf is gelegen, dat juist 'het dienen heersen is'. God verwacht van ons een blijmoedig dienstbetoon, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever.10 Er zijn altijd voldoende redenen tot feest, tot dankzegging, om blij te zijn, wanneer wij de Heer dienen, wanneer wij 'ja' zeggen tegen zijn oproep.

De heilige Matteüs is een uitzonderlijke getuige geworden van het leven en de handelingen van de Meester. Korte tijd later zou hij worden uitverkoren tot een van de Twaalf om de Heer op al zijn voetstappen te volgen: hij aanhoorde zijn woorden en aanschouwde zijn wonderen, hij bevond zich onder de intieme vrienden die het Laatste Avondmaal vierden en hij woonde de instelling van de eucharistie bij; hij vernam het testament van de Heer en het gebod van liefde; hij vergezelde Christus naar de Hof van Olijven, waar hij met de andere leerlingen zou beginnen aan een lijdensweg van angst, met name omdat ook hij Jezus in de steek had gelaten. Daarna, heel kort daarna, smaakte hij de vreugde van de verrijzenis en vóór de hemelvaart ontving hij de opdracht de Blijde Boodschap tot de uiteinden van de aarde te brengen. Later ontving hij, eveneens met de leerlingen en de allerheiligste Maagd, het vuur van de Heilige Geest op de dag van Pinksteren. Toen hij zijn evangelie schreef, zal hij zich al deze kostbare momenten met de Meester herinnerd hebben. Hij begreep dat zijn leven in Christus' nabijheid de moeite waard was geweest. Wat zou het een verschil geweest zijn, wanneer hij die ochtend op het belastingkantoor was blijven zitten en Jezus die voorbijkwam niet had gevolgd! Ons leven -dat weten we goed!- is alleen de moeite waard, als we het bij Christus doorbrengen, in een dagelijks trouwer antwoord. Als we tegenover elke oproep van Jezus om dichter bij Hem te leven aanstonds en met blijdschap antwoorden.

26.3 Aan het feestmaal dat Matteüs aanrichtte, namen zijn vrienden en vele bekenden deel. Sommigen waren tollenaars. De farizeeën en schriftgeleerden morden onder elkaar en zeiden tegen de leerlingen van Jezus: Waarom eet en drinkt gij met tollenaars en zondaars?11 In een voetnoot in de zijlijn van de tekst noteert de heilige Hiëronymus, op schertsende toon, dat dit een festijn van zondaars moet zijn geweest.

De Meester was bij dit feestmaal ten huize van zijn nieuwe leerling aanwezig. En Hij zal dat graag en met genoegen hebben gedaan, omdat Hij die gelegenheid kon benutten om de sympathie van Matteüs' vrienden te winnen. De kwaadaardige opmerkingen van de farizeeën kwamen Jezus ter ore en Hij antwoordde hun met een les vol van wijsheid en eenvoud: Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken.12 Vele deelnemers aan het maal voelden zich door de Heer opgenomen en zouden zich na enige tijd laten dopen en trouwe christenen worden. Ons leert de Heer door zijn voorbeeld, dat wij voor iedereen open moeten staan om allen te winnen. «De heilsdialoog was niet afhankelijk van de verdiensten van hen tot wie ze zich richtte, en evenmin van gunstige of ongunstige resultaten: Niet de gezonden hebben een dokter nodig... De heilsdialoog biedt zich aan allen aan; zij stelt zich open voor alle mensen, zonder enig onderscheid...»13 Niemand mag ons onverschillig zijn; hoe groter de nood is, des te groter moet onze apostolische ijver zijn, des te groter de menselijke en bovennatuurlijke middelen die we moeten aanwenden. Laten we vandaag in ons gebed nagaan of wij met iedereen hartelijk omgaan, ook met degenen die verder lijken af te staan van onze opvattingen en onze christelijke denkwijze en levensbeschouwing.

«Je hebt gelijk. -Vanaf de top, schrijf je me, is er zover het oog reikt, en dat betekent: in een radius van vele kilometers, geen vlakte te zien: achter elke berg is er een andere. Als het landschap ergens milder schijnt te worden, verschijnt, wanneer de mist optrekt, een bergketen die tot dan toe verborgen gebleven was.

»Zo is het, zo moet het ook met de horizon van je apostolaat zijn: het is nodig heel de wereld door te trekken. Er zijn voor jullie evenwel geen gebaande wegen... Die moeten jullie zelf banen, dwars door de bergen, met je eigen voetstappen.»14

Laten wij vandaag de apostel danken voor het evangelie dat hij ons heeft nagelaten, laten we het met godsvrucht lezen om Jezus telkens weer beter te leren kennen en te leren Hem met heel onze ziel te beminnen.

-1. Mc 2,13. -2. Lc 5,29. -3. Mt 9,9. -4. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 30,1. -4. Vgl. F. Suárez, Maria van Nazareth. -6. The Navarre Bible, voetnoot bij Lc 18,35-43. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 10. -8. Vgl. Lc 18,18. -9. Idem, De Voor, 81. -10. 2 Kor 9,7. -11. Lc 5,30. -12. Paulus vi, Enc. Ecclesiam suam, 6-VIII-1964. -14. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 928.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 18 mei 2012