Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

14 mei. Feest

36. HEILIGE MATTIAS, APOSTEL

Na de Hemelvaart van de Heer, in de tijd waarin de apostelen de komst van de Heilige Geest afwachtten, kozen zij Mattias uit om de plaats van Judas in te nemen en het getal van de Twaalf -de afbeelding van de twaalf stammen van Israël- volledig te maken. Mattias was leerling van Jezus en getuige van de verrijzenis geweest. Volgens de traditie heeft hij Ethiopië gekerstend en is hij aldaar gemarteld. Zijn relikwieën werden op last van de heilige Helena overgebracht naar Trier. Hij is de patroon van deze stad.

-God is degene die uitverkiest. -Om de eigen roeping trouw te volgen ontbreekt nooit de genade. -Het geluk en de zin van het leven bestaan in het volgen van de oproep die God tot iedere man, tot iedere vrouw richt.

36.1 Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.1

Na het verraad van Judas was er een plaats onder de Twaalf opengevallen. Met de verkiezing van Mattias zou vervuld worden wat de Heilige Geest zelf had voorspeld en wat Jezus uitdrukkelijk had ingesteld. De Heer had immers gewild, dat zijn apostelen twaalf in getal zouden zijn.2 Het nieuwe volk van God moest bevestigd zijn op twaalf zuilen, zoals het oude volk dat was geweest op de twaalf stammen van Israël.3 De heilige Petrus die zijn gezag als eerste en voornaamste tegenover die honderdtwintig aldaar verzamelde leerlingen uitoefent, legt de voorwaarden neer waaraan degene moet voldoen die het apostelcollege voltallig zal maken, overeenkomstig hij van de Meester had geleerd: de leerling moet Jezus kennen en zijn getuige zijn. Daarom, zo zegt Petrus in zijn toespraak, moet een van de mannen die tot ons gezelschap behoorden gedurende de tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde, vanaf het doopsel van Johannes tot de dag, waarop Hij van ons werd weggenomen, met ons een getuige worden van zijn verrijzenis.4 De apostel benadrukt de noodzaak van het feit, dat de nieuw gekozene ooggetuige moet zijn van de prediking en de handelingen van Jezus tijdens zijn openbaar leven, en heel bijzonder van de verrijzenis. Dertig jaar later verzekert hij in de laatste woorden die hij tot alle christenen richtte: Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen, maar wij spraken als ooggetuigen van zijn luister.5

Petrus kiest niet uit, maar laat het lot over aan God, zoals soms gebeurde in het Oude Testament.6 In de plooi van het kleed wordt het lot geschud, maar wat het ook beslist, het komt van Jahwe7, zo lezen we in het Boek der Spreuken. Men stelde er twee voor, Jozef ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus, en Mattias, de verkorte vorm van Mattatias, dat 'geschenk van God' betekent. Toen liet men hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd toege­voegd aan de groep van de elf apostelen. Een historicus uit vroegere tijden neemt een traditie op die beweert, dat deze leerling behoorde tot de groep van de tweeënzeventig die, door Jezus uitgezonden, in alle steden van Israël gingen prediken.8

Vóór de verkiezing bidden Petrus en heel de gemeenschap tot God, omdat niet zij kiezen, maar God, want een roeping is altijd een goddelijke uitverkiezing. Daarom zegt hij: Gij Heer, die aller harten kent, wijs degene aan die Gij van deze twee hebt uitverkoren. De elf apostelen en de overige leerlingen durven dit niet op eigen gelegenheid te doen; zij wagen het niet op hun eigen overwegingen of sympathieën af te gaan, om de verantwoordelijkheid op zich te nemen een opvolger voor Judas aan te wijzen. De heilige Paulus wijst erop, wanneer hij zich gedrongen voelt de oorsprong van zijn zending te verklaren, dat hij niet gevormd is vanwege de mensen noch door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader.9 De Heer is degene die uitverkiest en zendt. Ook nu nog.

Ieder van ons bezit een goddelijke roeping, een oproep tot heiligheid en apostolaat, verkregen in het doopsel en daarna gepreciseerd in de opeenvolgende momenten van Gods tussenkomst in het eigen levensverhaal. En er zijn ogenblikken waarop deze oproep om Jezus van nabij te volgen uitzonderlijk krachtig en helder wordt. «Ik had ook niet gedacht dat God mij zou pakken zoals Hij gedaan heeft. Maar de Heer [...] vraagt ons niet om verlof om 'ons het leven te compliceren'. Hij komt binnen en... het is ge­beurd!»10 En dan is het aan ieder van ons om te antwoorden. Vandaag kunnen we ons in ons gebed afvragen: ben ik trouw aan hetgeen de Heer van mij wil? Tracht ik de wil van God te doen in al mijn plannen? Ben ik bereid te beantwoorden aan wat de Heer tijdens mijn leven van mij vraagt?

36.2 ...et cecidit sors super Matthiam..., en het lot viel op Mattias... De verkiezing van Mattias brengt ons in herin­nering, dat de roeping die men ontvangen heeft, altijd een onverdiende gave is. God bestemt ons ertoe om steeds meer op Christus te gaan gelijken, om te delen in het goddelijk leven; Hij geeft ons een opdracht in het leven en Hij wil, dat wij bij Hem zijn, in een eeuwig, gelukzalig leven. Iedereen heeft een oproep van God om dicht bij Christus te zijn en zijn Rijk te verbreiden in zijn eigen omgeving en naar gelang zijn omstandigheden.

Naast deze algemene roep tot heiligheid, roept Jezus ook nog op bijzondere wijze. En Hij roept velen: sommigen om een uitzonderlijk getuigenis af te leggen door zich uit deze wereld terug te trekken of om een bijzonder dienst­werk te verrichten in het priesterschap; de overgrote meer­derheid wordt door de Heer geroepen om, midden in de wereld, deze wereld van binnenuit te vernieuwen, in het huwelijk -dat een «weg naar heiligheid» is11- of in het celibaat waarin men heel zijn hart geeft uit liefde tot God en de mensen.

De roeping komt niet voort uit goede wensen of grote verlangens. De apostelen, en nu Mattias, hebben de Heer niet als Meester uitgekozen, zoals de Joden gewoon waren de rabbijn uit te kiezen, van wie men dan onderricht kreeg. Het was Christus die hen uitkoos; sommigen rechtstreeks en Mattias door middel van deze verkiezing die door de Kerk in Gods handen wordt gelegd. Niet gij hebt Mij uitge­kozen -zo herinnert Jezus hen eraan tijdens het Laatste Avondmaal en lezen wij vandaag in het evangelie van de heilige mis - maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.12 Waarom viel déze mannen die onmetelijke gave ten deel? Waarom juist zij en niemand anders? Het heeft geen zin zich af te vragen waarom zij werden uitver­koren. Eenvoudigweg, de Heer heeft hen geroepen. En in deze volkomen vrije keuze van Christus -Hij riep tot zich die Hij zelf wilde13- is al hun eer en het wezen van hun leven gelegen.

Vanaf het eerste ogenblik waarop Jezus zijn blik op iemand laat vallen en hem uitnodigt om Hem te volgen, volgen aanstonds vele andere oproepen, die misschien gering lijken, maar die de weg wijzen: «in de loop van het leven biedt God ons -meestal geleidelijk aan, maar wel voortdurend- vele 'bepalingen' aan van die radicale oproep, die altijd de persoonlijke relatie met Christus betreffen. God vraagt van ons, vanaf het begin, de beslissing om Hem te volgen, maar Hij houdt, als wijze pedagoog, voor ons de totaliteit van de latere bepalingen van die beslissing verborgen, wellicht omdat wij niet op dat ogenblik in staat zouden zijn deze 'in actu' te aanvaarden»14. De Heer geeft licht en bijzondere genade in die impulsen waarin de Heilige Geest de ziel naar boven lijkt te trekken, in verlangens om betere mensen te zijn, de mensen meer te dienen, met name hen met wie wij dagelijks omgaan. Zijn genade ontbreekt nooit.

Volgens de traditie is Mattias als martelaar gestorven, zoals de overige apostelen. De essentie van zijn leven was gelegen in het ten uitvoer brengen van de zoete en soms pijnlijke opdracht die de Heilige Geest op die dag op zijn schouders had gelegd. Ook in de trouw aan de eigen roe­ping ligt ons hoogste geluk en de zin van het eigen leven, die de Heer te zijner tijd zal onthullen.

36.3 Jezus kiest de zijnen uit en roept hen. Deze oproep is hun grootste eer en geeft hun recht op een bijzondere vereniging met de Meester, op speciale genaden, om heel bijzonder in het innigste van hun gebed verhoord te worden. «De roeping van een ieder versmelt, tot op zekere hoogte, met het eigen wezen: men kan zeggen, dat roeping en persoon één en hetzelfde ding worden. Dit betekent, dat in Gods scheppingsinitiatief een bijzondere daad van liefde jegens de geroepenen binnentreedt, niet alleen tot de verlossing, maar ook tot de bediening van de verlossing. Vanaf de eeuwigheid derhalve, vanaf het moment waarop we begonnen te bestaan in de plannen van de Schepper en Hij ons als schepselen wilde, wilde Hij ook dat wij geroepen waren, door in ons de gaven en voorwaarden te leggen voor ons persoonlijk antwoord, bewust en passend bij de oproep van Christus of van de Kerk. God die ons bemint, die Liefde is, is ook degene die roept (vgl. Rom 9,11).»15

Paulus begint zijn brieven aldus: Van Paulus, dienstknecht van Christus Jezus, door Gods roeping apostel, bestemd voor de dienst van het evangelie.16 Geroepen en uitverkoren niet vanwege mensen noch door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader.17 De Heer roept ons, zoals Hij Mozes18, Samuel19, Jesaja20 heeft ge­roepen. Een roeping die op geen enkele persoonlijke verdienste is gebaseerd: Jahwe heeft mij geroepen, nog voor mijn geboorte.21 En de heilige Paulus zal het nog beslister zeggen: Hij heeft ons geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze verdiensten, maar volgens het vrije besluit van zijn genade.22

Jezus heeft zijn leerlingen geroepen om met Hem zijn kelk te delen, dat wil zeggen zijn leven en zijn zending. Nu nodigt Hij ons uit: we moeten erop bedacht zijn, dat wij deze stem niet verduisteren door het lawaai der dingen, want deze hebben niet het minste belang, wanneer zij niet in Hem en door Hem zijn. Wanneer men de stem van Christus hoort die uitnodigt om Hem volledig te volgen, dan is niets van belang tegenover de werkelijkheid van het volgen van Hem. En Hij zal ons in de loop van ons leven de onmetelijke rijkdom ontvouwen, die vervat ligt in de eerste oproep, die oproep van die dag waarop Hij zo dicht bij ons langs kwam.

Nauwelijks uitgekozen verdwijnt Mattias opnieuw in de stilte. Samen met de andere apostelen onderging hij de vurige vreugde van Pinksteren. Hij trok uit, predikte en genas zieken, maar zijn naam komt niet meer voor in de heilige Schrift. Zoals de andere apostelen, heeft hij een onuitwisbaar spoor van geloof nagelaten dat tot in onze dagen voortduurt. Hij was een ontstoken licht, waarop God met mateloze vreugde vanuit de hemel neerzag.

-1. Introïtus, Joh 15,16. -2. Vgl. Mt 19,28. -3. Vgl. Ef 2,20. -4. Hnd 1,21-22. -5. 2 Pe 1,16. -6. Vgl. Lev 16,8-9; Num 26,55. -7. Spr 16,33. -8. Vgl. Eusebius, Historia ecclesiástica, 1,12. -9. Gal 1,1. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 902. -11. Vgl. Gesprekken met Mgr Escrivá de Balaguer, 92. -12. Joh 15,16. -13. Mc 3,13. -14. P. Rodríguez, Vocación, trabajo, contemplación, Pamplona 1986, bl. 28. -15. Johannes Paulus ii, Toespraak in Porto Alegre, 5 juli 1980. -16. Rom 1,1; 1 Kor 1,1. -17. Gal 1,1. -18. Ex 3,4;19,20;24,16. -19. 1 Sam 3,4. -20. Jes 49,1. -21. Jes 48,8. -22. 2 Tim 1,9.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012