27 augustus. Gedachtenis
20. HEILIGE MONICA
De heilige Monica werd geboren in Tagaste (Afrika) in het
jaar 331 uit een christelijk gezin. Al op jonge leeftijd werd zij
uitgehuwelijkt aan een heiden, Patricius geheten, van wie zij verscheidene
kinderen kreeg; onder dezen bevond zich Augustinus, wiens bekering zij van de
goddelijke barmhartigheid verkreeg door veel tranen en gebed. Zij is een volmaakt
beeld van een christelijke moeder. Zij overleed in Ostia (Italië) in 387.
-Gebed van de heilige Monica voor de bekering van haar zoon
Augustinus. -Het geloof in het gezin doorgeven. Godsvrucht in het gezin. -Het
gezinsgebed.
20.1 Het evangelie van de heilige
mis vertelt ons van Jezus' komst in de stad Naïn, vergezeld van zijn leerlingen
en een talrijke menigte. Toen Hij in de stad kwam, stootte Hij op een lijkstoet
die een weduwe begeleidde, wier enige zoon ten grave werd gedragen. Toen de Heer haar zag, voelde Hij medelijden met haar en sprak:
Schrei maar niet. Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan. De
dragers bleven staan en Hij sprak: Jongeman, Ik zeg je: sta op! De dode kwam
overeind zitten en begon te spreken, en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.1 In de zielen geschiedt dikwijls dit wonder: velen
die voor God dood waren, keren tot het Leven terug.
Vele jaren lang was Augustinus, de zoon van de heilige Monica,
ver van God verwijderd en dood voor de genade vanwege de zonde. De heilige,
wier gedachtenis wij vandaag vieren, was de onberispelijke moeder die door haar
voorbeeld, tranen en gebeden van de Heer de geestelijke verrijzenis verkreeg
van hem die een van de grootste heiligen en kerkleraren zou worden. De trouw
aan God van de heilige Monica, dag na dag, bewerkte ook de bekering van haar
echtgenoot Patricius, die heiden was, en oefende een beslissende invloed uit op
al degenen die op een of andere wijze deel uitmaakten van de familiekring. De
heilige Augustinus vatte het leven van zijn moeder in deze paar woorden samen:
«zij betoonde zich zo zorgzaam,
alsof ze ons aller moeder was, zo dienstvaardig, alsof ze ons aller dochter
was.»2
De heilige Monica zat altijd zeer in over de bekering van
haar zoon: zij huilde veel, smeekte God indringend, en vroeg zonder ophouden
aan goede en wijze mensen om met hem te praten en te proberen hem te overtuigen
om zich van zijn dwalingen af te keren. Op een keer nam de heilige Ambrosius,
tot wie zij herhaaldelijk haar toevlucht had gezocht, afscheid van haar met de
volgende woorden, die in de loop der eeuwen een troost voor zovele vaders en
moeders zijn geweest: «Ga in vrede heen, vrouw!, want het is uitgesloten dat de
zoon van zoveel tranen verloren gaat.»3 Het
voorbeeld van de heilige Monica stond zo diep in de geest van de heilige
Augustinus gegrift, dat deze jaren later, toen hij wellicht aan zijn moeder
dacht, aanspoorde: «streeft met
alle zorg de redding van uw huisgenoten na.»4
Het gezin is waarlijk de geëigende plek waar de kinderen het
geloof ontvangen, ontwikkelen en vaak ook herkrijgen. «Wat is het de Heer
welgevallig te zien, dat het christelijk gezin werkelijk een huiskerk is, een
plaats van gebed, van geloofsoverdracht, van een leerschool door middel van het
voorbeeld van de volwassenen, van hechte christelijke houdingen die gedurende
heel het leven bewaard blijven als de meest geheiligde erfenis! Men heeft van
de heilige Monica gezegd, dat zij 'tweemaal moeder van Augustinus' is geweest,
want zij heeft hem niet alleen ter wereld gebracht, maar hem voor het
katholieke geloof en het christelijke leven losgekocht. Zó dienen christelijke
ouders te zijn: tweemaal ouders van hun kinderen, in hun natuurlijke leven én
in hun geestelijke leven in Christus.»5 En zij
zullen een tweevoudige beloning van de Heer en een dubbele vreugde in de hemel
verkrijgen.
20.2 Het gebed voor de kinderen
mag nooit versagen: het is altijd doeltreffend, ook al duurt het soms, zoals in
het leven van de heilige Augustinus, een tijd, voordat de vruchten komen. Dit
gebed door het gezin is de Heer zeer welgevallig, vooral wanneer het vergezeld
gaat van een leven dat voorbeeldig tracht te zijn. De heilige Augustinus zegt
ons van zijn moeder, dat zij zich ook «inspande om haar man voor God te winnen,
waarbij zij zich niet zozeer van woorden dan wel van haar eigen leven bediende»6; een leven vervuld van onthechting, van vreugde, van
sterk zijn in het geloof. Als wij de mensen om ons heen tot God willen brengen,
zullen voorbeeld en vreugde voorop dienen te gaan. Klachten, slecht humeur,
bitterheid bereiken weinig of niets. Standvastigheid, vrede, blijdschap en een
nederig en voortdurend gebed vermogen alles.
De Heer benut het gebed, het voorbeeld en het woord van de
ouders om de ziel van de kinderen te smeden. Samen met een voorbeeldig leven,
dat een voortdurend onderricht is, dienen de ouders hun kinderen praktische
manieren bij te brengen om met God om te gaan, met name in de vroegste
kinderjaren, wanneer de kleintjes nog maar net hun eerste woordjes beginnen te
brabbelen: eenvoudige mondgebeden die van geslacht op geslacht worden
overgeleverd, korte formules die gemakkelijk te begrijpen zijn en in hun harten
de eerste kiemen kunnen leggen voor een degelijke godsvrucht op latere
leeftijd: schietgebedjes, woorden van liefde tot Jezus, Maria en Jozef,
aanroepingen tot de engelbewaarder... Langzaam maar zeker leren ze, met de
jaren, de afbeeldingen van de Heer of de Maagd godvruchtig te groeten, te
bidden voor en na de maaltijd en voor het naar bed gaan. De ouders mogen nooit
vergeten, dat hun kinderen voor alles kinderen van God zijn en dat zij hun
moeten leren zich als zodanig te gedragen.
In zo'n klimaat van vreugde, godsvrucht en beoefening van de
menselijke deugden, in de vele uitingen van werkzaamheid, gezonde vrijheid,
goed humeur, soberheid, daadwerkelijke bezorgdheid voor degenen die nood
lijden..., zullen gemakkelijk de roepingen ontstaan die de Kerk nodig heeft en
die de hoogste beloning en eer zijn die ouders in deze wereld kunnen ontvangen.
Daarom spoorde paus Johannes Paulus ii
de ouders aan om een menselijke en bovennatuurlijke atmosfeer te
scheppen, waarin zulke roepingen kunnen geschieden. En hij voegde eraan toe:
«Hoewel er tijden komen waarin u, als vader of moeder, zult denken, dat uw
kinderen zouden kunnen bezwijken voor de betovering van de vooruitzichten en
beloften van deze wereld, twijfel niet; zij zullen hun blik altijd op uzelf
richten om te zien of u Jezus Christus beschouwt als een beperking dan wel als
een levensontmoeting, als vreugde en krachtbron in het dagelijkse leven. Maar
laat vooral nooit na om te bidden. Denk aan de heilige Monica, wier zorgen en
smeekbeden sterker werden, toen haar zoon Augustinus, de toekomstige bisschop
en heilige, ver van Christus verwijderd was en zo zijn vrijheid dacht te
vinden. Hoeveel Monica's zijn er vandaag de dag niet! Niemand kan dankbaar
genoeg zijn voor hetgeen vele moeders in stilte tot stand hebben gebracht en
nog brengen door hun gebed voor de Kerk en het Koninkrijk Gods, evenals door
hun opoffering. Moge God het hun lonen! Ook al hangt de gewenste hernieuwing
van de Kerk vooral af van het dienstwerk der priesters, er is geen twijfel over
mogelijk, dat deze evenzo en in grote mate afhangt van de gezinnen, en met name
van de vrouwen en moeders.»7 Zij zijn tot veel
in staat tegenover God en tegenover de rest van het gezin.
20.3 Als het gebed van een
moeder, de heilige Monica, God zo welgevallig is geweest, hoezeer zal dat dan
ook zo zijn met het gebed van het hele gezin, wanneer dat voor eenzelfde doel
bidt! «Het gezinsgebed -schrijft paus Johannes Paulus ii- heeft zijn eigen kenmerken. Het is
een 'gemeenschappelijk' gebed, van man en vrouw samen, van ouders en kinderen
samen [...]. Op de leden van het christelijk gezin kunnen op bijzondere wijze
de woorden toegepast worden, waarmee de Heer zijn aanwezigheid belooft: Eveneens zeg Ik u: wanneer twee van u eensgezind op aarde iets
vragen -het moge zijn wat het wil- zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die
in de hemel is. Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn naam, daar ben
Ik in hun midden (Mt 18,19-20).»8 De
gezinsleden verenigen zich, onder elkaar en met God, krachtiger door het
gemeenschappelijk gebed.
Dit gebed heeft als wezenlijke inhoud het gezinsleven zelf:
«Vreugde en verdriet, hoop en droefheid, geboortedagen en verjaardagen,
verjaardagen van de bruiloft van de ouders, afscheid, afwezigheid en terugkeer,
belangrijke en beslissende keuzen, de dood van dierbare personen enz. zijn de
tekenen van de tussenkomst van Gods liefde in het leven van het gezin, en dienen
zo ook het gunstige ogenblik te betekenen voor de dankzegging, de smeking, de
vertrouwvolle overgave van het gezin aan de gemeenschappelijke Vader die in de
hemel is. De waardigheid en verantwoordelijkheid van het christelijke gezin als
huiskerk kunnen slechts verwezenlijkt worden met de onophoudelijke hulp van
God, die stellig gegeven zal worden, als het gezin met nederigheid en
vertrouwen erom vraagt in het gebed.»9
Het middelpunt van het christelijk gezin dient de Heer te
zijn. Daarom wordt elke gebeurtenis of omstandigheid die uitsluitend vanuit
menselijk gezichtspunt onbegrijpelijk zou zijn, als iets geïnterpreteerd dat
door God is toegestaan, iets dat altijd zal uitmonden in het welzijn van allen.
Zo worden ziekte of dood van een geliefde medemens, de geboorte van een minder
valide broer of zus of welke andere beproeving ook gezien tegen het licht van
de eeuwigheid; zij leiden dan niet tot wanhoop of verbittering, maar tot groter
vertrouwen op de Heer, tot een zich helemaal overgeven in zijn armen. Hij is de
Vader van allen.
Vandaag bidden wij de heilige Monica om haar volharding in
het gebed, dat zij alle gezinnen helpt die schat van de gezinsvroomheid te
bewaren, ook al zijn op veel plaatsen de sfeer en gewoonten die zich steeds
meer verbreiden, weinig gunstig gezind. Deze situatie zal ons allen daarentegen
moeten aanzetten tot een grotere ijver, opdat God werkelijk het middelpunt van
het gezinsleven is, te beginnen met het onze. Zo zal het gezinsleven een
voorproef van de hemel worden.
-1. Lc 7,11-17. -2. H. Augustinus, Belijdenissen,
9,9,21. -3. Ibidem, 3,12,21. -4. Idem, Preek 94. -5. Johannes Paulus ii, Tot de
Chileense bisschoppen op 'ad limina' bezoek, 10-III-1989. -6. H. Augustinus, Belijdenissen,
9,9,19. -7. Johannes Paulus ii, Bij de inwijding van het seminarie van Augsburg, 4-V-1987.
-8. Idem, Apost. exhort. Familiaris consortio, 22-XI-1981, 59. -9. Ibidem.