26 december
H. Stefanus
32. HEILIGE STEFANUS, EERSTE MARTELAAR
-Laster
en vervolging van verschillende aard bij het navolgen van Christus. -Ook nu
bestaat er nog vervolging. Een christelijke manier om daarop te reageren.
-Hoop op de hemel.
32.1 De
hemel ging open voor de heilige Stefanus, de eerste onder de martelaren, en
daarom is hij gekroond en heeft hij een ereplaats in de hemel.1
We hebben nog maar net de
Geboorte van de Heer gevierd en nu al houdt de liturgie ons de eerste voor, die
zijn leven gaf voor het Kind dat juist geboren is. «Gisteren werd Christus door
ons in doeken gewikkeld; vandaag kleedt Hij Stefanus met het gewaad der
onsterfelijkheid. Gisteren diende de engte van een kribbe het Kerstkind tot
rustplaats; vandaag heeft de immense hemel Stefanus in triomf binnengehaald.»2
De Kerk wil eraan
herinneren dat het kruis altijd heel dicht bij Christus en de zijnen is. In de
strijd om de volle gerechtigheid -de heiligheid- wordt de gelovige met
moeilijke situaties geconfronteerd en met aanvallen van de vijanden van God in
deze wereld. De Heer waarschuwt ons: Als de wereld u haat, bedenkt dan, dat
zij Mij eerder heeft gehaat dan u. Herinnert u wat Ik u gezegd heb: een dienaar
staat niet boven zijn heer. Als ze Mij vervolgd hebben, zullen ze ook u
vervolgen.3 En
vanaf het eerste begin van de Kerk is deze profetie in vervulling gegaan. Ook
in onze dagen zullen we, weliswaar op een andere wijze en in een andere graad,
moeilijkheden en vervolging moeten doorstaan om de Heer te volgen. «Het
martelaarschap is -zegt de heilige Augustinus ons- van alle tijden. Men kan
niet zeggen, dat de christenen geen vervolging ondergaan; het woord van de
Apostel kan niet falen [...]: Allen die in Christus Jezus godvruchtig willen
leven, zullen vervolgd worden (2 Tim 3,12). Allen zegt hij, niemand
uitgesloten, niemand uitgezonderd. Als gij wilt beproeven of dit gezegde waar
is, begin dan vroom te leven en gij zult zien hoezeer hij gelijk had, toen hij
dit zei.»4
In diezelfde begintijd van
de Kerk hadden de christenen van Jeruzalem vervolgingen te verduren van de
Joodse gezagsdragers. De apostelen werden gegeseld omdat zij Jezus Christus
verkondigden en zij ondergingen het met vreugde: Zij verlieten het Sanhedrin
verheugd, dat zij waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van de Naam.5
De apostelen dachten vast
en zeker aan de woorden van de Heer: Zalig zijt gij, wanneer men u
beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil.
Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de
profeten vervolgd die voor u geleefd hebben.6 «Men moet niet zeggen, dat zij niet
leden, maar dat het lijden hun een bron van blijdschap was. Dat kunnen wij zien
in de vrijheid die zij in hun volgend optreden tentoonspreidden: onmiddellijk
na de geseling wijdden zij zich met bewonderenswaardige vurigheid aan de
verkondiging.»7
Niet veel later zou het
bloed van Stefanus8 het
eerste zijn dat vergoten werd omwille van Christus, en dat duurt voort tot in
onze dagen. Toen Paulus in Rome aankwam, waren de christenen feitelijk
herkenbaar aan het onmiskenbare teken van het kruis en van tegenspraak: van
die sekte is ons bekend -zeggen de romeinse Joden tot Paulus- dat ze
overal tegenspraak ondervindt.9 De Heer kent, als Hij ons roept of iets vraagt, heel goed
onze beperkingen en de moeilijkheden die we onderweg zullen tegenkomen. Jezus
blijft altijd aan onze zijde als de tijd van beproeving is aangebroken en helpt
ons met zijn genade: Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar
hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen10, zegt Hij ons. We moeten nergens
verbaasd over zijn als wij in onze opgang naar de heiligheid een of andere
moeilijkheid moeten ondergaan, klein of groot, om trouw te zijn aan onze weg in
een wereld met heidense trekken. Dan zullen wij de Heer vragen de heilige
Stefanus na te mogen volgen in kracht, in blijdschap, in zijn zucht de
christelijke waarheid bekend te maken, ook in die omstandigheden.
32.2
Vervolging kan verschillende vormen aannemen. In de eerste christentijd was
vervolging gericht op het vernietigen van het geloof van de christenen door
lichamelijk geweld. In andere gevallen zagen -en zien- zij zich in hun
grondrechten bedreigd. Of men tracht eenvoudige mensen in de war te brengen met
campagnes die gericht zijn op de ondermijning van het geloof. Zelfs in landen
met een grote katholieke traditie ondervindt men allerlei hindernissen en
moeilijkheden bij het naar katholieke opvatting opvoeden van de eigen kinderen.
Of men ontneemt katholieken, vanwege het simpele feit dat zij katholiek zijn,
een eerlijke kans om in hun beroep vooruit te komen.
Het gebeurt niet zelden,
dat een katholiek, in samenlevingen die de vrijheid hoog in het vaandel voeren,
blijkt in een kennelijk vijandige omgeving te
leven. Dan kan er sprake zijn van een heimelijke vervolging, de
vervolging van de ironie die de christelijke waarden tracht belachelijk te
maken, of de vervolging van de sociale druk die erop gericht is de zwaksten
bang te maken. Het is een harde, zij het onbloedige, vervolging die zich niet
zelden bedient van laster en kwaadsprekerij.
«In andere tijden -zegt de heilige Augustinus- zette men de christenen
aan Christus af te zweren, nu wordt het geleerd Hem te ontkennen. Vroeger
gebruikte men geweld, tegenwoordig bedrog. Toen hoorde men de vijand
schreeuwen, nu is men, nu de vijand zich vertoont
met zoet gefluister en listen, niet op zijn hoede. Het is bekend hoe hij
de christenen met geweld aanpakte om hen Christus te laten ontkennen: zij
trokken hen naar zichzelf, opdat zij Hem zouden afzweren. Zij echter die
Christus bleven belijden, verwierven de kroon. Tegenwoordig leert men Christus
te ontkennen en zij willen, dat is hun misleiding, niet dat blijkt, dat zij hen
van Christus afzonderen.»11 Het lijkt wel of de heilige het over onze tijd had.
De Heer wil de zijnen ook
waarschuwen niet van hun stuk te raken als ze tegengesproken worden, niet door
de heidenen, maar door hun eigen broeders in het geloof. Zij menen met deze
onterechte handelwijze die meestal het gevolg is van naijver, afgunst, gebrek
aan goede bedoelingen, een daad van godsverering te stellen.12 Alle
tegenspraak, en vooral die laatste, moet men verduren naast de Heer in het
tabernakel. Daar zal het apostolaat dat wij dan ter hand nemen zijn bijzondere
vruchtbaarheid verwerven.
Deze omstandigheden moeten
gezien worden als een bijzondere roep van de Heer om met Hem verenigd te
blijven door middel van gebed. Het zijn ogenblikken waarin wij kracht en geduld
moeten tonen, zonder ooit kwaad met kwaad te vergelden. Sterker nog, ons
inwendig leven heeft deze tegenwerking en hindernissen juist nodig om sterk en
standvastig te worden. De ziel zal, met de hulp van God, nederiger en zuiverder
uit deze beproevingen te voorschijn komen. Wij zullen op een bijzondere wijze
de blijdschap van God genieten en met de heilige Paulus kunnen zeggen: Dit
vervult mij met troost en doet mij overvloeien van blijdschap bij al mijn
wederwaardigheden.13 Heer, laat ons het voorbeeld navolgen van hem die wij
vandaag gedenken: dat wij ook onze vijanden leren beminnen. Want wij
vieren de sterfdag van de heilige Stefanus die zelfs voor zijn vervolgers wist
te bidden.14
32.3 De
christen die vervolgd wordt, omdat hij Christus volgt, zal daardoor een groter
vermogen tot begrip verwerven en de sterke bereidheid nooit iemand te
verwonden, te grieven of slecht te behandelen. De Heer vraagt ons bovendien,
dat wij voor onze vervolgers bidden15, laten wij de waarheid spreken in liefde, veritatem facientes
in caritate.16
Deze woorden van de
heilige Paulus doen ons het evangelie verkondigen zonder te kort te schieten in
de liefde tot Christus. De laatste zaligspreking eindigt met een
hartstochtelijke belofte van de Heer: Zalig zijt gij, wanneer men u
beschimpt, en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: verheugt u
en juicht, want groot is uw loon in de hemel.17 De Heer is altijd een goed betaler.
Stefanus was de eerste
martelaar van de christenheid en hij stierf om de waarheid te verkondigen. Wij
zijn ook geroepen om de waarheid van Christus zonder vrees of veinzerij te
verbreiden: Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden,
maar niet de geest.18 Daarom moeten wij niet wijken voor obstakels, als het
gaat om de verkondiging van de heilsleer van Christus: «Heb geen angst voor de
waarheid, ook al zou ze je het leven kosten.»19
De dag waarop christenen
vervolgd, belasterd of slecht behandeld worden, omdat zij leerlingen van Jezus
zijn, is voor hen een dag van overwinning en beloning: want groot is uw loon
in de hemel. Ook in dit leven is de Heer ruim van betalen, maar in het
andere wacht ons, als wij trouw zijn, een onschatbare beloning. Híer kan de
blijdschap niet volledig zijn. Als wij echter bij de Heer blijven, door gebed
en sacramenten, zullen wij de voorproef van het eeuwig geluk genieten. Ik
ben er zelfs van overtuigd, zegt de heilige Paulus tot de eerste christenen
van Rome, dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid
waarvan ons de openbaring te wachten staat.20
De geschiedenis van de
Kerk laat ons zien, dat moeilijkheden soms ertoe leiden, dat een mens laf
wordt en verkilt in zijn omgang met God; en dat zij in andere gevallen
daarentegen heilige zielen doen rijpen, die het kruis van alledag dragen en
Christus volgen door zich met Hem te vereenzelvigen. Voortdurend zien wij deze
dubbele mogelijkheid: eenzelfde moeilijkheid -ziekte, onbegrip enz.- heeft
verschillende gevolgen in overeenstemming met de gesteldheid van de ziel. Als
wij heilig willen worden, is het duidelijk, dat onze gesteldheid moet zijn:
Christus altijd van nabij te volgen, ondanks alle obstakels.
In ogenblikken van
tegenslag is het een grote steun onze hoop op de hemel te koesteren. Dat zal
ons helpen sterk te zijn in het geloof tegenover welke soort van vervolging of
verwarringstichting dan ook. «Wanneer gij steeds vast besloten bent eerder te
sterven dan het streven naar het einddoel op te geven, zal de Heer, al laat Hij
u in dit leven wat dorst lijden, u in dat wat eeuwig duurt, allerovervloedigst
te drinken geven zonder dat u nog hoeft te vrezen, dat het u aan water zal
ontbreken.»21
In tijden van uitwendige
moeilijkheden moeten wij onze broeders en zusters in het geloof helpen sterk te
zijn tegenover tegenslagen. We zullen hen geweldig helpen door ons voorbeeld,
met ons woord, met onze blijdschap, met onze trouw en ons gebed. Het is goed
die momenten fijngevoelig te vullen met een levende broederliefde, want meer
nog dan de verongelijkte broeder uit het boek Spreuken is een broer die
door zijn broeder geholpen is, een machtige stad22, dat betekent onneembaar.
Onze Moeder, de maagd
Maria, is in die moeilijke omstandigheden op bijzondere wijze nabij. Vandaag
bevelen wij ons ook op bijzondere wijze aan bij de eerste martelaar die zijn
leven gaf voor Christus, opdat wij in onze moeilijkheden sterk zullen zijn.
-1. Introïtus
van de Mis. -2. H. Fulgentius, Preek
3. -3. Joh 15,18.20. -4. H.
Augustinus, Sermo 6,2. -5. Hnd 5,41. -6. Mt
5,11-12. -7. H. Johannes Chrysostomus,
Homilieën over de Handelingen der Apostelen, 14. -8. Vgl. Hnd
7,54-60. -9. Hnd 28,22. -10. Joh 16,33. -11. H. Augustinus, Enarrationes in
Psalmos, 39,1. -12. Joh 16,2. -13. 2 Kor 7,4. -14. Gebed
van de Mis. -15. Vgl. Mt 5,24. -16. Ef 4,15. -17. Mt 5,11.
-18. Mt 10,28. -19. H. Jozefmaria
Escrivá, De Weg, 34. -20. Rom 8,18. -21. H. Theresia van Avila, De Weg der
Volmaaktheid, 20,1. -22. Spr 18,19.
|