28 januari. Gedachtenis
14. H. THOMAS VAN AQUINO, KERKLERAAR
Hij werd geboren rond 1225 op het kasteel
van Roccaseca, te Aquino, in de buurt van Montecassino (Italië). Hij studeerde
aanvankelijk bij de Benedictijnse abdij aldaar, en vervolgens in Napels. Op
twintigjarige leeftijd trad hij toe tot de Orde der Predikheren, ondanks fel
verzet van zijn familieleden. Hij was leraar filosofie en theologie in Rome,
Napels, Viterbo en vooral in Keulen en Parijs. Hij stelde de eerste synthese
der theologie op, uitgaande van de filosofie van Aristoteles, van de theologie
van de heilige Augustinus en van de heilige Schrift. Zijn grote vroomheid komt
heel bijzonder tot uiting in zijn preken en in het Officie dat hij maakte voor
het feest van Sacramentsdag. Vanaf zijn dood heeft het leergezag van de Kerk
zijn leer tot de hare gemaakt «omdat deze meer dan welke andere overeenstemt
met de geopenbaarde waarheden, het onderricht van de heilige vaders en de
gezonde rede» (Johannes xxiii). Zijn autoriteit inzake de leer is universeel erkend.
Hij stierf in
de buurt van Terracina op 7 maart 1274, toen hij op weg was naar het Concilie van Lyon. Zijn feest wordt vandaag, 28 januari,
gevierd, de dag waarop zijn lichaam werd overgebracht naar Toulouse, in 1639.
Hij werd heilig verklaard en tot kerkleraar uitgeroepen in 1323.
-De weg naar God: vroomheid en leer. -Gezag
van sint Thomas. De noodzaak tot vorming. -Leer en vroomheid.
14.1 Te midden van de kerkgemeenschap heeft de Heer hem doen spreken. Hij
heeft hem vervuld met de geest van wijsheid en verstand. Met een eregewaad
heeft Hij hem bekleed.1
Al op heel jonge leeftijd vroeg de heilige
Thomas herhaaldelijk aan zijn leermeester in Montecassino: 'Wie is God?', 'leg
me eens uit wat God is'. En heel snel zag hij in, dat om God te kennen
leermeesters noch boeken volstaan. Evenzeer is nodig, dat de ziel Hem
waarachtig zoekt en zich met een zuiver,
nederig hart en intens gebed aan Hem
overgeeft. In Thomas zien we een hechte eenheid tussen leer en
vroomheid. Hij begon nooit met schrijven of onderricht geven zonder zich eerst
aan de Heilige Geest te hebben toevertrouwd. Toen hij aan zijn studie en
verklaring van het sacrament van de eucharistie werkte, was hij gewoon naar de
kapel te gaan en daar urenlang voor het Allerheiligste door te brengen.
Begiftigd met een wonderbaarlijk talent heeft
sint Thomas de meest bewonderenswaardige theologische synthese aller tijden tot stand gebracht. Zijn betrekkelijk korte
leven was een diep en hartstochtelijk zoeken naar kennis van God, de mens en de
wereld in het licht van de goddelijke openbaring. De oude wijsheid van de
heidense schrijvers en van de kerkvaders verschafte hem elementen om een
harmonieuze synthese van rede en geloof tot stand te brengen. Deze synthese is
door het leergezag van de Kerk herhaaldelijk tot model gesteld van trouw aan de
Kerk en aan de eisen van een gezond redeneringsvermogen.
Sint Thomas is een voorbeeld van nederigheid en
oprechte intentie in het werk. Toen hij een keer in gebed was, hoorde hij de
stem van de gekruisigde Jezus die tot hem sprak: «Gij hebt zeer juist over Mij
geschreven, Thomas: welke beloning wilt ge voor uw werk hebben?» En hij
antwoordde: «Heer, ik wil alleen maar U.»2 Ook
op dat ogenblik openbaarden zich de wijsheid
en de heiligheid van Thomas, en hij leert ons wat wij moeten vragen en
wensen, boven al het andere.
Ondanks zijn geweldig talent en wijsheid was
hij zich altijd bewust van de kleinheid van zijn werk tegenover de
overweldigende grootheid van God. Toen hij op een dag met bijzondere
ingetogenheid de heilige mis had gevierd, besloot hij niet verder te gaan met
schrijven: hij liet zijn hoofdwerk, de 'Summa theologiae', onvoltooid. En op de
indringende vragen van zijn medewerkers waarom hij zijn werk onderbroken had,
antwoordde de heilige: «Na alles wat God zich verwaardigd heeft mij op de
feestdag van sint Nicolaas te openbaren, komt mij alles wat ik in mijn leven heb geschreven, als waardeloos voor en
daarom kan ik niet meer verder schrijven.»3
God is altijd 'méér' dan het machtigste verstand kan bedenken, méér dan het
meest dorstige hart wenst.
De 'doctor angelicus' (engelachtige leraar,
zoals hij genoemd wordt) leert ons hoe wij God moeten zoeken: met ons verstand,
met diepgaande vorming, aangepast aan de eigen omstandigheden van ieder
afzonderlijk, en door een leven van liefde en gebed.4
14.2 Het kerkelijk leergezag heeft sint Thomas veelvuldig aanbevolen als gids voor
theologische studie en onderzoek. De Kerk heeft zijn leer tot de hare
gemaakt, omdat deze het meest overeenstemt
met de geopenbaarde waarheden, het
onderricht van de kerkvaders en het gezonde verstand.5
Het Tweede Vaticaans Concilie beveelt aan dieper door te dringen in de geloofsgeheimen en hun samenhang te
doorzien «met de heilige Thomas als leermeester.»6 De beginselen van sint Thomas zijn vuurtorens die
licht werpen op de voornaamste filosofische problemen en het geloof in onze
tijd beter doen verstaan.7
Het feest van sint
Thomas brengt ons vandaag tot de overweging van de
noodzaak van een grondige vorming inzake de leer van ons geloof; deze is immers
onmisbaar voor een volmaakt christelijk
leven in elke omstandigheid. Alleen zó, door de hoofdpunten van de
katholieke leer te overwegen en te
bestuderen, zullen we ons christelijk leven verrijken en kunnen we beter
weerstand bieden aan die golf van
godsdienstige onwetendheid die op alle niveaus de wereld overstroomt.
Als ons verstand doordrongen is van een goede leer, zijn wij niet overgeleverd
aan alleen maar gemoeds- en
gevoelstoestanden, die broos en wisselend zijn. Soms begint die vorming met het
opnieuw doornemen van de katechismus
van de christelijke leer en met regelmatige geestelijke lezing.
Gepaste, diepgaande vorming is onontbeerlijk in
een tijd waarin verwarring en
dwaalleerstukken zich vermenigvuldigen en de middelen waarmee die zich kunnen
verspreiden overvloediger en machtiger zijn (lectuur, televisie, radio
enz.). Het is nodig te zeggen 'ik geloof alles wat God heeft geopenbaard', maar
dit geloof houdt in, dat men niet voorbij
kan gaan aan het verwerven van een beter en dieper begrip van de
geloofsgeheimen, naar gelang de eigen omstandigheden, want in het
tegenovergestelde geval zouden we geen belang hechten aan datgene wat God ons
in zijn eindeloze liefde heeft willen openbaren, opdat geloof, hoop en liefde
zouden groeien. De heilige Theresia van Avila zei dat «wie God beter kent, komt
gemakkelijker tot daden»8, verklaart de
gebeurtenissen met een scherpere visie,
heiligt zijn werk beter en vindt zin voor het lijden dat ieder leven met
zich meebrengt. «Ik weet niet hoe vaak men mij heeft gezegd -schrijft een
auteur uit onze dagen- dat een oude man uit
Ierland die alleen maar de rozenkrans kan bidden, heiliger kan zijn dan
ik met al mijn studies. Het is best mogelijk dat dit zo is; en omwille van hem hoop ik ook, dat het zo is. Maar toch, als
de enige reden voor zulk een bewering is, dat hij minder van theologie
weet dan ik, dan word ik niet overtuigd door zo'n
reden; noch ik noch hij. Hij zal niet overtuigd worden, omdat alle
oudere mensen in Ierland die ik heb gekend en die een grote devotie koesteren tot de rozenkrans en het Allerheiligste
(en velen van mijn voorvaderen waren dat), vol verlangen waren om hun geloof
beter te kennen. Ik zou niet
overtuigd worden, omdat een onwetend mens weliswaar zeker deugdzaam kan zijn, maar het evenzeer
duidelijk is, dat onwetendheid geen deugd is. Er zijn martelaren geweest
die niet in staat zouden zijn geweest de leer van de Kerk correct uit te
dragen, maar wier martelaarschap het hoogste bewijs van hun liefde was.
Niettemin zou hun liefde nog groter zijn geweest, indien zij God méér hadden
gekend.»9 Wij zullen Jezus méér kunnen liefhebben, als wij ons erop toeleggen
Hem en zijn leer, overgeleverd door de Kerk, te kennen. Daarom is het vandaag, op de feestdag van deze
heilige kerkleraar, gepast ons af te vragen of wij er werkelijk belang in
stellen de middelen tot vorming die we tot onze beschikking hebben te benutten
en of wij de urgentie beseffen van een goede vorming in de leer, die weerstand
biedt aan die enorme golf van onwetendheid en dwaling die zich over zoveel
weerloze gelovigen uitstort.
14.3 Wanneer wij het leven en het werk van de heilige Thomas beschouwen,
dan bemerken we hoe vroomheid doctrine vereist; vorming brengt ons derhalve tot
een diepe vroomheid, die zich bijna altijd op eenvoudige wijze uit. In het
oorspronkelijke manuscript van de 'Summa contra
Gentiles' treft men bij voorbeeld overal in de marge de woorden van het 'Ave Maria' aan, als
schietgebedjes die de heilige hielpen het hart brandend te houden. En
als hij zijn pen wilde proberen, deed hij dat door deze en andere schietgebeden op te schrijven.10 Al zijn geschriften en mondeling onderricht
leiden tot grotere liefde voor God, met meer diepgang, met grotere tederheid.
Van hem is de volgende uitspraak: precies
zoals iemand die een boek bezit waarin
heel de wetenschap vervat is, alleen maar dat boek zou trachten te
kennen, zo moeten wij alleen maar Christus zoeken, want in Hem liggen, zoals
sint Paulus zegt, alle schatten van wijsheid en kennis verborgen.11 Heel de leer die wij bestuderen moet ons brengen
tot grotere liefde voor Jezus, tot het verlangen Hem met meer inzet en vreugde
te dienen.
«De vroomheid van kinderen en de leer van de
theologen» prentte de H. Jozefmaria Escrivá voortdurend in, want het krachtige
geloof, gebaseerd op de hechte beginselen van de leer, openbaart zich vaak in
een leven van geestelijk kind-zijn, waarin wij ons klein voelen tegenover God en
wij Hem liefde durven betonen door heel nietige zaken, die Hij zegent en met een glimlach aanvaardt, zoals een
vader dat doet met zijn zoon. Liefde -zo leerde sint Thomas- leidt tot de
kennis van de waarheid12, en alle kennis is
gericht op de liefde als haar uiteindelijke doel.13
Kennis van God moet leiden tot het veelvuldig stellen van daden van liefde, tot een krachtige gesteldheid
van minzame, onbevreesde omgang met Hem. Terwijl de geest let op de bescheiden plicht van elk moment, is het hart
gericht op God en ontvangt het de zachte impuls van de genade, die hem
doet neigen tot de Vader, in de Zoon en door de Heilige Geest.
Een diepere vorming in de leer leidt tot een
betere omgang met de allerheiligste Mensheid van de Heer, tot de Maagd Maria,
de Moeder van God en onze Moeder, tot sint Jozef, «onze vader en heer», tot de
engelbewaarders, tot de zielen in het vagevuur... Laten wij vandaag onderzoeken hoe het gesteld is met onze inzet om deze
soliede vorming te verwerven en hoe wij deze om ons heen verbreiden -op
natuurlijke wijze, zoals iemand die een schat uitdeelt-, in ons eigen gezin,
onder vrienden... en telkens wanneer wij daartoe de geringste gelegenheid hebben.
-1. Introïtus, Sir 15,5. -2.
Vgl. Fontes vitae Sancti Thomae,
bl. 108. -3. Bartolomé de Capua, in het Proceso napolitano de canonización, 79; Fontes vitae Sancti Thomae,
bl. 3777. -4. Vgl. Johannes
Paulus ii, Toespraak aan de pauselijke universiteit van sint Thomas
van Aquino, 17-XI-1979. -5. Vgl. Johannes xxiii, Toespraak 28-IX-1960. -6. Vaticanum ii, Decr. Optatam totius, 16. -7. Vgl. Paulus vi, Apost. brief Lumen Ecclesiae, 20-XI-1974, 29. -8. H. Theresia van
Avila, De kloosterstichtingen, 3,5. -9. F.J. Sheed, Theology for Beginners. -10. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa contra Gentiles, vol. 13, Pref. bl. VIII b. -11. Vgl. Idem, Commentaar op de Brief aan de
Thessalonicensen, 2,3,1. -12.
Vgl. Idem, Commentaar
op het Johannesevangelie, 5,6.
-13. Vgl. ibidem, 15,2.