Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

3 juli. Feest

1. HEILIGE TOMAS, APOSTEL

Tomas is onder de andere apostelen bekend, omdat hij aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Jezus. Dit ongeloof vervloog echter toen Christus hem verscheen. Zijn gebrek aan geloof geeft de Heer de gelegenheid ons uit te nodigen ons geloof te versterken, dat zijn vaste punt heeft in het historische feit van de verrijzenis van Christus. Wij weten niets met zekerheid omtrent het leven van Tomas, behalve de summiere verwijzingen in de evangelies. Volgens de traditie heeft hij India gekerstend. Sinds de zesde eeuw wordt zijn feest gevierd op 3 juli, de dag waarop zijn lichaam naar Edessa werd overgebracht.

-In afwezigheid van Tomas. -Zijn ongeloof. -Zijn geloof.

1.1 Toen Jezus, door de zusters van de zieke Lazarus geroepen, zich opmaakte om naar Judea te gaan, waar Hem hinderlagen en haat van de kant van de joden wachtten, zei Tomas tot de overige leerlingen: Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.1 De Heer zal dit dappere en edelmoedige gebaar van de apostel met dankbaarheid hebben aanvaard. Het zijn de eerste woorden die de heilige Johannes van hem heeft opgetekend.

Later, tijdens de afscheidstoespraak bij het Laatste Avondmaal, stelde Tomas de Meester een vraag waarvoor wij hem erkentelijk moeten zijn. Want deze vraag was voor Jezus de aanleiding om ons een van de grote definities van Zichzelf na te laten. De leerling vroeg Hem: Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen? Jezus antwoordde met de woorden die wij zo vaak overwogen hebben: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.2

Nog in de middag van de zondag waarop Hij verrezen was, verscheen Jezus aan zijn leerlingen. Hij kwam midden onder hen staan, zonder dat de deuren geopend hoefden te worden, want zijn Lichaam was reeds verheerlijkt; maar om de mogelijke indruk ongedaan te maken, dat Hij slechts een geest was, toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. Toen was er voor de leerlingen geen enkele twijfel meer mogelijk: het was Jezus zelf en Hij was waarlijk verrezen. Hij begroette hen tot tweemaal toe met de woorden die onder de joden gebruikelijk waren, met de eigen nadruk die Hij zo dikwijls op diezelfde woorden zal hebben gelegd. De apostelen, die zo weinig geneigd waren om datgene aan te nemen wat de bedding van hun ervaring en verstand te buiten ging, konden geen enkele twijfel meer koesteren toen zij Christus zagen, die zij zo goed kenden en die met hen sprak, zoals Hij bij andere gelegenheden gedaan had. Met zijn vriendschappelijk en hartelijk gesprek verdwenen de angst en de schaamte die zij zullen hebben gehad, omdat zij de Vriend in de steek hadden gelaten, juist toen Hij hen het meest nodig had. Zo werd opnieuw de intieme sfeer geschapen, waarin Jezus zijn bovennatuurlijke macht zal overbrengen.3 Maar Tomas was niet bij hen. Hij is de enige die ontbreekt. Waarom was hij niet aanwezig? Was dat slechts toeval? Misschien verzwijgt de heilige Johannes, de evangelist die ons deze scène heel gedetailleerd vertelt, uit fijngevoeligheid, dat Tomas, nadat hij Jezus aan het kruis gezien had, niet alleen geleden had zoals de andere leerlingen, maar zich van de groep verwijderd had en in buitengewone wanhoop gestort was.4

Uit de verhalen van Matteüs en Marcus weten wij, dat de apostelen van Jezus de aanwijzing ontvingen om aanstonds naar Galilea te gaan, waar zij Hem in verheerlijkte toestand zouden zien. Waarom zijn zij dan toch acht dagen langer in Jeruzalem gebleven, terwijl hen daar niets meer bond? Het is zeer wel mogelijk, dat zij niet wilden weggaan zonder Tomas: zij gingen meteen naar hem op zoek en probeerden hem op alle mogelijke manieren ervan te overtuigen, dat de Meester verrezen was en wederom op hen aan het Meer van Tiberias zou wachten. Toen zij hem vonden, zeiden zij met niet in te houden vreugde tot hem: Wij hebben de Heer gezien!5 Ze herhaalden dit keer op keer, in verschillende toonaarden. Ze probeerden hem in die dagen op alle mogelijke wijzen voor Christus te herwinnen. Het is zeker dat de Heer, die ons als een Goede Herder altijd zoekt -ieder van ons-, dit oponthoud zal hebben goedgekeurd. Wat zal Tomas later dankbaar geweest zijn voor al die pogingen en dat zij hem ondanks zijn halsstarrigheid niet alleen hebben gelaten in Jeruzalem! Dat is een les die ons vandaag kan helpen om te onderzoeken hoe het gesteld is met onze broederlijkheid en onze standvastigheid jegens die christenen, onze broeders, die op een gegeven ogenblik in wanhoop en eenzaamheid kunnen vervallen. Wij mogen hen niet in de steek laten.

1.2 Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig maar gelovig.6

Tomas kon zijn wanhoop en ongeloof niet gemakkelijk overwinnen. Op aandringen van de andere apostelen zei hij: Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.7 Deze woorden lijken een definitief, vastberaden antwoord. Het was een harde repliek op de zorgzaamheid van zijn vrienden. Maar ongetwijfeld heeft de vreugde van de overigen -welk een onmetelijke blijdschap zal hun hart vervuld hebben!- de deur naar de hoop open gezet. Daarom keert hij terug en zondert hij zich niet meer van hen af. Deze duistere halsstarrigheid van Tomas staat in schril contrast met de grootheid van Jezus en zijn liefde voor allen. De Heer staat niet toe, dat iemand van de zijnen verloren gaat; Hij had al voor zijn leerlingen gebeden bij het Laatste Avondmaal, en zijn gebed is steeds doeltreffend.8 Hij zelf komt voor Tomas tussenbeide. De heilige Johannes verhaalt het als volgt: Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas erbij. Zij hebben tenminste bereikt, dat hij met hen verenigd blijft! Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u. Toen richtte Hij zich vriendelijk tot Tomas en zei hem: Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig maar gelovig.9

Het is voor ons een reden tot hoop te overwegen, dat de Heer ons nooit in de steek zal laten, als wij Hem niet verlaten, want Hij heeft ook voor ons gebeden.10 Ook degenen die God aan onze zijde heeft geplaatst zullen ons niet verlaten. Als wij ooit in duisternis verkeren, hoe onze innerlijke toestand ook mag zijn, kunnen wij altijd steunen op het geloof van de anderen, op hun voorbeeldigheid en op de kracht van hun liefde. Wij hebben de plicht om degenen die de Heer ons op een of andere wijze heeft toevertrouwd of die met ons hetzelfde geloof en dezelfde idealen delen, te helpen en voor hen te zorgen, als zij eens door een donker dal heen moeten gaan. De verantwoordelijkheid voor de trouw van anderen zal altijd een machtige steun zijn voor de eigen trouw. «Alles zou beter gaan en wij zouden gelukkiger zijn, indien wij ons zouden voornemen die waarheden en die mensen met wie wij door banden van voortdurende verantwoordelijkheid verenigd zijn, beter te leren kennen -om hen meer te kunnen beminnen. Nadenken over de eigen verplichtingen, over de omstandigheden die het leven en de vrede van anderen raken, de gevolgen van ons gedrag overwegen, de schade taxeren die onze ontrouw kan veroorzaken, dàt is de eerste garantie van trouw. Daaraan moeten we altijd een bovennatuurlijke overweging toevoegen: God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat gij boven uw krachten beproefd wordt (1 Kor 10,13).»11 De Heer zal ons nooit in de steek laten. Laten wij dan onze broeders niet in de steek! Vergeten wij niet dat allen -ook wij- soms een periode van blindheid en wanhoop kunnen doormaken. Niemand van onze familie of onze vrienden is voorgoed verloren voor God, omdat wij kunnen rekenen op de machtige hulp van de liefde, de genade en het gebed, dat dan zulke verschillende uitingsvormen kan verkrijgen.

1.3 Toen Tomas Jezus zag en hoorde, drukte hij in een paar woorden uit wat hij in zijn hart voelde: Mijn Heer en mijn God! riep hij uit, tot in het diepst van zijn wezen ontroerd. Het is tegelijkertijd een daad van geloof, van overgave en van liefde. Hij belijdt openlijk, dat Jezus God is en hij erkent hem als zijn Heer. Jezus antwoordde hem: Omdat gij Mij gezien hebt, gelooft ge. Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.12 En paus Johannes Paulus ii merkt op: «Dít is het geloof dat wij moeten hernieuwen, door het spoor te volgen van ontelbare generaties van christenen die gedurende tweeduizend jaar Christus, de onzichtbare Heer, hebben beleden en daarvoor zelfs de marteldood hebben ondergaan. Zoals zovelen eerder hebben gedaan, moeten wij de woorden van Petrus in zijn eerste Brief tot de onze maken: Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk zal uw vreugde zijn. Dàt is het ware geloof: absolute overgave aan dingen die men niet ziet, maar die heel een leven kunnen vullen en veredelen.»13

Vanaf dat moment was Tomas een ander mens, grotendeels dank zij de broederlijke liefde van de overige apostelen. Zijn trouw aan de Meester, die in die dagen van duisternis onmogelijk leek, werd krachtig en onvoorwaardelijk, voor altijd. Zijn woorden hebben ons misschien geholpen om vaak een geloofsdaad te stellen -Mijn Heer en mijn God-, als we voor een tabernakel stonden of op het ogenblik van de consecratie tijdens de heilige mis. Zijn persoon is vandaag voor ons een reden tot vertrouwen op de Heer, die ons nooit zal verlaten, en reden tot hoop, als degenen die door Gods wil ons nabij zijn, ooit momenten doormaken van verwarring in hun trouw aan God. Onze bemoediging in zo'n situatie zal door de genade van de Heer wonderen verrichten.

Met de liturgie bidden wij vandaag tot de Heer: Laat het feest van de heilige apostel Tomas ons reden geven tot vreugde: mogen wij altijd steun vinden in zijn bescherming en, door te geloven, leven bezitten in de naam van Hem die hij heeft erkend als zijn Heer en zijn God.

De heilige Maagd, die in die dagen de apostelen zozeer nabij was, zal aandachtig de ontwikkeling van Tomas' ziel gevolgd hebben. Misschien is zij het wel geweest die verhinderd heeft, dat de apostel zich definitief zou verwijderen. Wij vertrouwen haar vandaag onze trouw aan de Heer toe evenals de trouw van hen die God op enigerlei wijze onder onze zorg heeft gesteld. Trouwe Maagd..., bid voor hen..., bid voor mij!

-1. Joh 11,16. -2. Joh 14,5-6. -3. Vgl. The Navarre Bible, noot bij Joh 20,19-20. -4. Vgl. O. Hophan, Los Apóstoles, Palabra, Madrid 1982, bl. 216. -5. Joh 2,25. -6. Gebed na de communie. Vgl. Joh 20,27. -7. Joh 20,25. -8. Vgl. Joh 17,9. -9. Joh 20,26-27. -10. Vgl. Joh 17,20 -11. J. Abad, Fidelidad, Palabra, Madrid 1987, bl. 66-67. -12. Joh 20,29. -13. Johannes Paulus ii, Homilie 9-IV-1983.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012