29 september (1). Feest
27. HEILIGE AARTSENGEL MICHAËL
Vandaag wordt de gedachtenis gevierd van de aartsengelen
Michaël, Gabriël en Rafaël, welke diep geworteld ligt in de traditie van de
Kerk. De naam Michaël (in het Hebreeuws: Wie als God?) herinnert aan de strijd
die deze aartsengel en de trouw gebleven engelen hebben gevoerd tegen Lucifer
en zijn gevolg, die tegen God in opstand waren gekomen en in de hel werden
gestort. De heilige Gabriël (in het Hebreeuws: sterkte Gods) werd door God
uitverkoren om aan Maria het geheim van de menswording aan te kondigen. De naam
Rafaël (in het Hebreeuws: genezing Gods) herinnert aan zijn taak als geneesheer
en reisgezel van de jonge Tobias.
-De taak van de engelen. De drie aartsengelen die door de
Kerk op bijzondere wijze worden geëerd. -De heilige aartsengel Michaël. Zijn
steun in de strijd tegen de duivel. -Deze heilige aartsengel bidden om zijn
voortdurende bescherming van de Kerk.
27.1 In het evangelie van de
heilige mis lezen wij de volgende woorden van Jezus: Voorwaar
Ik zeg u: gij zult de hemel open zien en de engelen Gods zien opstijgen en
neerdalen in dienst van de Mensenzoon.1
Dat zijn de engelen die God onophoudelijk loven en «op hun wijze deelnemen aan
Gods bestuur over de schepping als machtige dienaren die
zijn wil volvoeren (Ps 103,21) overeenkomstig het door de goddelijke
Voorzienigheid vastgestelde plan. Aan de engelen is met name een bijzondere
zorg en aandacht toevertrouwd jegens de mensen; ten gunste van dezen bieden zij
God hun verzoeken en beden aan.»2 De taak van de
engelen als boodschappers van God strekt zich tot ieder mens afzonderlijk uit,
en vooreerst naar hen die een specifieke opdracht bezitten ten aanzien van het
heil (bij voorbeeld de priesters) en tot hele volkeren.3
Elke dag, op ieder uur, worden in de hele wereld, in de heilige mis de engelen
en aartsengelen opgeroepen Gods roem te bezingen.
Vandaag is het een bijzonder goede gelegenheid te overwegen,
dat de Kerk in haar liturgie «drie engelenfiguren eert die in de Heilige
Schrift met name worden genoemd. De eerste is de aartsengel Michaël (vgl. Dan
10, 13.20; Apok 12,7; Jud 9). Zijn naam drukt samengevat de wezenlijke houding
van de goede geesten uit. Michaël betekent inderdaad: Wie als God?» De tweede
is Gabriël, «een figuur die vooral verbonden is met heel het geheim van de menswording van de Zoon van God (vgl. Lc
1,19-26). Zijn naam betekent: Mijn macht is God of Macht van God». Ten
slotte Rafaël, «dat betekent: God geneest.»4
Wanneer wij over hun opdracht nadenken, begrijpen wij de les die vervat ligt in
de Brief aan de Hebreeën: Wat zijn zij anders dan dienende
geesten, uitgezonden ten behoeve van hen voor wie het heil is weggelegd?5
Hun bestaan en hun nabijheid in ons dagelijkse doen en laten
bewegen ons ertoe met de liturgie van de heilige mis te bidden: God, Gij ordent alles op wonderbare wijze: Gij geeft aan engelen
en mensen ieder een eigen taak. Wij bidden U: laat hen die in de hemel altijd
voor U staan om U te dienen, ook bij ons op aarde zijn om ons leven te
beschermen.6 Aan onze engelbewaarders,
wier feest wij over enkele dagen zullen vieren, en aan de heilige aartsengelen
hebben wij ontelbare vormen van hulp, iedere dag weer, te danken. Zij zijn een
tastbaar toonbeeld van de liefde van God onze Vader jegens zijn kinderen. Nemen
wij vaak onze toevlucht tot hen te midden van ons dagelijks werk? Gaan we
vertrouwvol met hen om en bidden wij hen ons te helpen om God te dienen en ons
in onze dagelijkse strijd te beschermen? Voelen wij ons veilig in hun
gezelschap gedurende de dag, en met name wanneer er rampspoed komt en wij op
het punt staan de gemoedsrust en de vrede van de kinderen Gods te verliezen?
27.2 Wij lezen in de eerste
lezing van de heilige mis: Toen brak er in de hemel een
oorlog uit. Michaël en zijn engelen moesten oorlogen tegen de draak. Ook de
draak streed met zijn engelen. Maar zij hielden geen stand en hun plaats werd
in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd neergeworpen, de oude
slang, die Duivel en Satan heet, die de hele wereld verleidt; neergeworpen werd
hij op de aarde en de engelen met hem.7
De kerkvaders leggen deze verzen van de Apokalyps uit als een
getuigenis van de strijd tussen Michaël en de duivel, toen de engelengeesten
aan de proef werden onderworpen. In dit licht verstaan zij ook de strijd die de
satan voert tegen de Kerk gedurende alle eeuwen en die aan het einde van de
tijd zijn hoogtepunt zal bereiken.8
Volgens joodse tradities die door sommige kerkvaders worden
gevolgd, was de duivel als engel geschapen, maar werd hij vijand van God omdat
hij zich niet kon verenigen met de waardigheid die aan de mens was verleend.9 Daarop werden de duivel en zijn metgezellen op de
aarde geworpen en vanaf dat moment houden zij niet op de mens in bekoring te
brengen, opdat deze door de zonde zich eveneens van Gods heerlijkheid beroofd
ziet. In het Oude Testament10 wordt de heilige
aartsengel Michaël voorgesteld als degene die namens God het uitverkoren volk
verdedigt. De voortdurende strijd tegen de duivel, die uit elke situatie
voordeel probeert te trekken, en die «de figuur van de aartsengel Michaël typeert,
is ook nu nog steeds actueel, want de duivel is nog altijd levend en werkzaam
op aarde.»11 Meer nog: «er zijn tijdperken
waarin het bestaan van het kwaad onder de mensen buitengewoon duidelijk wordt
in de wereld [...]. Men heeft de indruk, dat de hedendaagse mens dit probleem
niet wil zien. Hij doet al het mogelijke om uit het algemeen bewustzijn de listen van de duivel, en de behoefte aan strijd tegen de wereldbeheersers van deze duisternis waarvan de
Brief aan de Efesiërs spreekt, weg te bannen. Niettemin zijn er tijdperken in
de geschiedenis, waarin deze waarheid van de christelijke openbaring en geloof,
die zo moeilijk te aanvaarden is, met grote kracht tot uitdrukking komt en
bijna tastbaar waarneembaar is.»12
Dit optreden van de duivel in de maatschappij en in de mensen,
dat soms met grote kracht tot uiting komt en bijna tastbaar waarneembaar is,
heeft de Kerk ertoe gebracht de heilige Michaël aan te roepen als behoeder in
de tegenslagen en tegen de hinderlagen van de duivel: Zend,
Heer, uw volk de grote aartsengel Michaël te hulp, opdat wij ons beschermd
voelen in onze strijd tegen de satan en zijn engelen.13 Werkelijke en verschrikkelijke hinderlagen, die het
leven van Christus in de mensen proberen te vernietigen, als wij niet zouden
kunnen rekenen op de goddelijke genade en de hulp van de engelen en onze Moeder
in de hemel.
Het feest van vandaag brengt ons bovendien in herinnering,
«dat aan het begin van de schepping deze allereerste aanbidding ontsprong uit
de geestelijke diepte van de engelenwezens, die zich met heel hun wezen
onderdompelden in de werkelijkheid van Wie als God: Michaël
en zijn engelen (Apok 12,7). Tegelijkertijd doet de lezing van het boek
van de Apokalyps ons ervan bewust worden, dat zich tegenover deze aanbidding,
deze allereerste bevestiging van de majesteit van de Schepper, een ontkenning
plaatste. Tegenover deze gerichtheid, vervuld van Gods liefde -wie als God!- ontbrandde een volledige haat als opstand
tegen Hem»14, die men nu nog altijd op duizend
en een onderscheiden wijzen kan voelen. Wanneer rondom ons heen dit gebrek aan
liefdevolle dienstbaarheid aan God en aan de anderen omwille van God zich meer
en meer voordoet, dat moet dit ons, christenen, eraan herinneren, dat wij Hem
moeten beminnen en dienen met heel ons wezen, zonder iets anders te verwachten.
Serviam!, Heer, ik zal U dienen!, moeten wij vaak
tot Hem zeggen in het binnenste van ons hart, en wij moeten dit gebed tot
werkelijkheid maken bij alle gelegenheden die zich in de loop van de dag
voordoen. Laten wij het feest van vandaag benutten om tot Jezus te zeggen:
'Jezus, ik heb geen ander verlangen dan U te dienen'.
27.3 Christus is de ware
overwinnaar van zonde, duivel en dood. En in Hem zullen wij altijd zegevieren;
Hij verleent ons vaak zijn bijstand door middel van de engelen en heiligen. Nu heeft er een oordeel over deze wereld plaats -zei
Jezus, duidend op de laatste gebeurtenissen van zijn leven hier op aarde-, nu zal de vorst dezer wereld worden buitengeworpen, en wanneer Ik
van de aarde zal zijn omhoog geheven, zal Ik allen tot Mij trekken.15 En als de leerlingen Hem komen vertellen dat in
zijn naam duivels onderworpen worden, roept de Heer uit: Ik
zag de satan als een bliksemstraal uit de hemel vallen.16
Toch zal de zege van de christenen op de duivel pas aan het
einde der tijden plaatshebben. Na de eerste christenen aangespoord te hebben
tot het volste vertrouwen in God -schuift al uw zorgen op
Hem af, want Hij heeft zorg voor u- roept de heilige Petrus hen op om
waakzaam te blijven: Weest nuchter, wordt wakker! Uw vijand
de duivel zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi om te
verslinden.17 En de heilige Cyprianus
tekent aan: «Hij zwerft rond ieder van ons heen, als een vijand die een beleg
heeft geslagen en de omwalling verkent om te onderzoeken of er ergens een zwak
en weinig beveiligd deel is waardoor hij naar binnen kan dringen.»18 Wellicht herinnerde de apostel zich, toen hij deze
aanbevelingen opschreef, die woorden van de Meester: Simon,
Simon, weet dat de satan heeft geëist u allen te ziften als tarwe. Maar Ik heb
voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken...19
De grote zege van de duivel in onze dagen bestaat misschien
wel in het feit, dat velen hem ofwel hebben vergeten ofwel denken dat het een
geloof is uit andere, cultureel minder voortgeschreden tijden. Laten wij hem
echter niet vergeten, want zijn geheimvolle handelen in het leven van de wereld
en van de mensen is heel werkelijk en heftig. Laten we vaak onze toevlucht
nemen tot de heilige aartsengel Michaël. Paus Johannes Paulus ii herhaalde verscheidene malen
in de toespraak die we hebben aangehaald, in naam van heel de Kerk, een aloud
gebed tot deze heilige aartsengel: Heilige aartsengel
Michaël, verdedig ons in de strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en
de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig, dat God hem zijn macht doe
gevoelen. En gij, vorst van de hemelse legerscharen, drijf satan en de andere
boze geesten, die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan, door de
goddelijke kracht in de hel terug. Amen.20
-1. Joh 1,51. -2. Johannes Paulus ii, Algemene
audiëntie 30-VII-1986. -3. Vgl. Ibidem. -4.
Vgl. Ibidem 6-VIII-1986. -5. Heb
1,14. -6. Collectegebed. -7. Eerste
lezing. Apok 12,7-9. -8. Vgl. H. Gregorius de Grote, Moralia,
31,12. -9. Vgl. The Navarre Bible, voetnoot bij Apok 12,7-9. -10. Dan
10,13;12,1. -11. Johannes Paulus ii, Toespraak op de Monte Sant'Angelo, 24-V-1987. -12. Idem, Homilie in München,
3-V-1987. -13. Getijdengebed, Lauden. -14. Johannes Paulus ii, Homilie
29-IX-1983. -15. Joh 12,31-33. -16. Lc. 10,18. -17. 1 Pe 5,7-8. -18. H. Cyprianus, De zelo et livore,
2. -19. Vgl. Lc 22,31-32. -20. Vgl. Johannes Paulus ii, Toespraak
24-IV-1987.