Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

29 september (3). Feest

29. HEILIGE AARTSENGEL RAFAËL

De heilige Rafaël is een van de aartsengelen die in de Heilige Schrift vermeld worden, waar gezegd wordt dat hij een van de zeven geesten is die voor Gods aanschijn staan. Rafaël betekent genezing Gods. Hij werd door de Heer gezonden om de jonge Tobias op zijn reis te vergezellen en om Sara in haar tegenspoed te hulp te komen. Vanaf zeer oude tijden roept de Kerk hem aan als patroon van de reizigers; hij is met name de voorspreker op de weg van het leven. Het feest van de heilige Rafaël wordt reeds in de liturgische boeken van de Middeleeuwen aangetroffen. Het werd over heel de Kerk verbreid door Benedictus xv in 1921; tegenwoordig wordt het gevierd op 29 september, samen met het feest van de aartsengelen Michaël en Gabriël.

-De figuur van deze aartsengel in de Heilige Schrift. -De persoonlijke roeping. -Anderen helpen om hun weg te vinden.

29.1 Van ganser harte wil ik U roemen, Heer, U roemen voor de engelen.1

De heilige aartsengel Rafaël is ons met name bekend door het verhaal van Tobias, «dat zo betekenisvol is vanwege het feit, dat aan de engelen de kleine kinderen Gods worden toevertrouwd, want zij hebben steeds behoefte aan veiligheid, zorg en bescherming.»2 De Heilige Schrift vertelt dat Tobias, toen hij, nog op jonge leeftijd, zich gereedmaakte om een lange reis te gaan ondernemen, iemand ging zoeken om hem te vergezellen en toen Rafaël vond; dit was een engel.3 Aanvankelijk wist Tobias niet wie zijn metgezel was, maar onderweg kreeg hij de gelegenheid herhaaldelijk zijn bescherming te ervaren. Hij leidde hem veilig en wel naar zijn verwante Rachel, met wier dochter Sara hij huwde, na haar van een boze geest bevrijd te hebben. Hij genas ook de oude Tobias van zijn blindheid. Daarom vereert men Rafaël als de patroon van de reizigers en zieken.4

Op de terugreis onthulde de aartsengel zijn identiteit: Ik ben Rafaël, een van de zeven heilige engelen die de gebeden van de heiligen opdragen en toegang hebben tot voor de heerlijke troon van de Heilige.5

Het leven is een lange reis die bij God eindigt. Om die weg te kunnen afleggen, hebben wij hulp, bescherming en raad nodig, want talrijk zijn de mogelijkheden dat we verdwalen of onnodig onderweg halt houden en zo kostbare tijd verliezen. God heeft ieder het pad gewezen -de persoonlijke roeping- dat naar Hem toe leidt. Het is van groot belang de route niet kwijt te raken, want waar het om gaat is de wil van God te leren kennen en die te volgen. Daarom is de heilige Rafaël, hoewel we ons allemaal aan hem kunnen toevertrouwen, vooral de leidsman van degenen die nog moeten leren kennen wat God van hen verwacht. Voor sommigen zal het pad dat naar God leidt -de weg naar heiligheid-, het huwelijk zijn door met God samen te werken om kinderen ter wereld te brengen, hen op te voeden en zich voor hen op te offeren, opdat zij goede kinderen Gods worden. «Moet je lachen omdat ik zeg dat je 'roeping voor het huwelijk' hebt? -Welnu, die heb je: een echte roeping. -Beveel jezelf bij de heilige Rafaël aan, opdat hij je kuis tot aan het einde van de weg leidt, zoals hij ook Tobias geleid heeft.»6

Voor andere mensen heeft God plannen die vervuld zijn van een bijzondere voorkeur. «Wat heb je hartelijk gelachen, toen ik je aanraadde je jeugdjaren onder de bescherming van de heilige Rafaël te stellen: opdat hij jou, zoals de jonge Tobias, tot een heilig huwelijk zou leiden, met een goede, knappe en rijke vrouw -heb ik je, schertsend, gezegd.

»Hoe ging je daarna nadenken, toen ik hieraan de raad toevoegde om je ook onder de bescherming van de jonge apostel Johannes te stellen: voor het geval dat de Heer méér van je zou verlangen»7; voor het geval dat Hij àlles van je verlangt, in een onvoorwaardelijke overgave.

29.2 Ik zal hem ook een wit steentje geven en daarop gegrift een nieuwe naam, die niemand kent dan hij die hem ontvangt.8 De heilige Johannes maakt hier melding van de gewoonte om een steen te tonen, op de gepaste manier gestempeld, als kaartje of entreebiljet om aan een feest of een maaltijd te kunnen deelnemen. Het is de uitdrukking van de unieke en persoonlijke roeping en de bijzondere betrekkingen met God die deze genade met zich meebrengt.

God roept ieder van ons om, vrijwillig, deel te hebben aan zijn goddelijk heilsplan. Hij is altijd degene die roept, die werkelijk weet welke de beste plannen zijn: Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u.9 Er gebeurt iets dat lijkt op wat een filmregisseur doet die op zoek is naar de acteurs voor het draaiboek van zijn film. «Hij zit voor zijn bureau, waarop dozijnen foto's liggen uitgestald die hem door de fotografen zijn aangereikt. Na een tijdje kiest hij er een uit, bekijkt die uitvoerig en zegt tegen zijn secretaresse: 'Ja, dit is het type vrouw dat ik nodig heb. Bel haar op en maak een afspraak voor morgen' [...].

»Door dit -uiteraard onvolmaakte- voorbeeld kunnen wij ons een idee vormen van de ware reden van ons bestaan. Daar, in de diepste eeuwigheid -in menselijke termen sprekend- ontwierp God heel het heelal en koos Hij de hoofdrolspelers uit -allemaal- voor het grote schouwspel dat zich tot aan het einde der tijden zou gaan ontplooien. Vóór zijn goddelijke geest defileerden de foto's van de zielen -onbeperkt in aantal- die Hij wilde gaan scheppen. Toen Hij op jouw beeltenis stuitte, hield Hij stop en zei: 'Dit is een ziel die Mij tot liefde aanzet... Ik heb die nodig opdat die een unieke, persoonlijke rol gaat vervullen en daarna voor eeuwig van mijn aanschijn zal genieten...»10 God hield halt, liefdevol, vol belangstelling, Hij riep ons in het leven, en daarna tot de overgave, tot de trouwe vervulling van zijn plannen, waar wij de volheid, het geluk zouden bereiken. «God heeft inderdaad -zo merkt paus Johannes Paulus ii op- vanaf de eeuwigheid aan ons gedacht en ons bemind als unieke en onvervangbare mensen, door ieder van ons bij onze naam te roepen, zoals de Goede Herder die zijn schapen bij hun naam roept (Joh 10,3).»11

Roeping, dat is dit goddelijke plan met ons leven, dat zich aandient als een weg die we moeten afleggen; en aan het einde daarvan staat God op ons te wachten. Het is van groot belang dit pad te vinden, deze rol die God ons wil laten vervullen in zijn heilswerk. «Als we moeten kiezen of een beslissing nemen, dan gaat 'wat God wil' altijd vóór 'wat ik wil', voor wat ik aangenaam vind of wat mij aanstaat. Dit betekent niet, dat Gods wil en de mijne altijd tegenover elkaar moeten staan. Soms is het vervullen van zijn wil iets uitermate aantrekkelijks. Maar andere keren beantwoordt onze wil niet helemaal aan wat Hij zelf wil. Het conflict kan ontstaan, en wij moeten bereid zijn dat te herstellen, wanneer wij ons ervan bewust zijn, dat onze wil en de zijne verschillende richtingen inslaan. Het moet een onfeilbaar bewijs zijn, dat wij God liefhebben, de beste manier om zijn liefde te beantwoorden.»12

Laten wij vandaag de heilige aartsengel Rafaël bidden, dat Hij ons mag leiden opdat wij tussen de vele beslissingen die wij in het leven moeten nemen, altijd de wil van God onze Vader weten te kiezen. Bidden we ook voor onze vrienden, met name de jongsten, opdat zij de juiste weg naar de Heer weten te vinden; laten we, zoals de aartsengel deed, proberen hen discreet en eenvoudig te vergezellen, als een goede vriend, in de moeilijkste ogenblikken: dat onze raadgeving en onze krachtige vriendschap hun nooit mogen ontbreken, en dat we niet vergeten dat de meest goddelijke opdracht is met God samen te werken in de redding van andere zielen.

29.3 Anderen ondersteunen op hun weg naar de Heer is een van de meest edele opdrachten van ons bestaan. Wij willen rechtstreeks naar de Heer gaan, en onderweg ontmoeten wij dikwijls anderen die aarzelen, die twijfelen of de route niet kennen. God geeft ons licht voor anderen: Gij zijt het licht der wereld13, heeft de Meester tot zijn volgelingen gezegd. Méér licht, naarmate wij dichter bij Hem staan. Wanneer wij, christenen, dicht bij de Heer in de buurt blijven, wanneer onze vriendschap met Hem waarachtig is, dan zijn wij «dragers van de enige vlam die de aardse wegen voor de zielen kan verlichten, de enige gloed die geen schaduw, schemering of duisternis kent. - De Heer gebruikt ons als fakkels om dat licht te laten schijnen... Er hangt veel van ons af. Als wij beantwoorden, zullen velen niet langer in de duisternis blijven maar de paden volgen die naar het eeuwig leven leiden.»14 Wat een vreugde wanneer een vriend zijn roeping heeft gevonden, of iemand die twijfelde opnieuw bevestigd is in zijn stappen!

Dikwijls gebeurt wat wij in het Boek Tobit lezen: hij ging iemand zoeken om hem te vergezellen. Onze vrienden zullen ons altijd bereid moeten vinden om met hen de weg naar God toe af te leggen. Vriendschap zal het gewone werktuig zijn waarvan God gebruik maakt om velen tot zich te doen naderen of hun zijn oproep om Christus meer van nabij te volgen te laten ontdekken. Daarom openbaren de deugden die de steun zijn voor de vriendschappelijke omgang met de anderen, zich als zo voornaam: voorbeeldigheid, vreugde, hartelijkheid, optimisme, begrip, belangeloosheid...

De Heilige Schrift betitelt vriendschap als een schat: Een trouwe vriend is een machtige schutsman; wie hem vindt, heeft een schat gevonden. Een trouwe vriend is niet te betalen, het is een heerlijkheid waar niets tegen opweegt.15 Ditzelfde zullen velen van ons moeten kunnen zeggen: dat wij voor hen die trouwe vriend van onschatbare waarde zijn geweest, vooral omdat onze vriendschap altijd ertoe diende dat zij dichter tot God kwamen en zij, in vele gevallen, hun eigen weg ontdekten en volgden, de weg waartoe de Heer hen van eeuwigheidswege heeft geroepen.

Cor Mariae dulcissimum iter para tutum. Allerzoetst hart van Maria, bereid hun... bereid ons een veilige weg.

-1. Communio. Ps 137,1. -2. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie 6-VIII-1986. -3. Tob 5,4. -4. Vgl. B. Baur, Sed luz, Herder, Barcelona 1959, vol. IV, bl. 476. -5. Tob 12,15. -6. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 27. -7. Ibidem, 360. -8. Apok 2,17. -9. Joh 15,16. -10. L.J. Trese, Dios necesita de tí, bl. 17-18. -11. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Christifideles laici, 30-XII-1988, 58. -12. L.J. Trese, o -13. Mt 5,14. -14. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 1. -15. Sir 6,14.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 18 mei 2012