De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

29 juni. Hoogfeest (2)

58. HEILIGE APOSTEL PAULUS

-De Heer kiest de zijnen uit. -Roepstem van God en apostolische roeping. -Apostolaat, een opoffering vergende, maar ook vreugdevolle taak.

58.1 Wat moet ik doen, Heer?1, vroeg de heilige Paulus op het moment van zijn bekering. Jezus antwoordde hem: Sta op en vervolg uw reis naar Damascus; daar zal men u alles zeggen wat gij te doen hebt. De vervolger, door de genade omgevormd, zal de christelijke leer en het doopsel door middel van een mens -Ananias- ontvangen, overeenkomstig de gebruikelijke wegen van de Voorzienigheid. En nu hij Christus beschouwt als datgene dat waarlijk belangrijk in zijn leven is, zal hij zich aanstonds met geheel zijn kracht wijden aan het bekendmaken van de Blijde Boodschap, waarbij hij zich niet stoort aan gevaren, rampspoed, lijden en schijnbare mislukkingen. Hij weet dat hij het uitverkoren werktuig is om het evangelie bij vele volkeren te brengen: Hij die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen...2, zo lezen we in de tweede lezing van de heilige mis.

De heilige Augustinus beweert, dat de hartstochtelijke ijver vóór zijn ontmoeting met Christus net zoiets was als een ondoordringbaar oerwoud, dat ondanks de grote hinder­nis die het vormde, toch duidde op de vruchtbaarheid van de bodem. Later zaaide de Heer daar het zaad van het Evan­gelie en de vruchten waren ontelbaar.3 Wat Paulus overk­wam, kan met ieder mens gebeuren, hoe ernstig zijn fouten ook geweest mogen zijn. De geheimvolle werking van de genade verandert niet de natuur, maar geneest en zuivert die, om ze daarna te verheffen en te vervolmaken.

De heilige Paulus is ervan overtuigd, dat God op hem rekende reeds vanaf het ogenblik van zijn ontvangenis, vanaf de moederschoot, zoals hij bij verscheidene gelegen­heden herhaalt. In de heilige Schrift zien we hoe God zijn gezanten reeds vóór hun geboorte uitkiest4; aldus wordt duidelijk gemaakt, dat het initiatief van God uitgaat en voorafgaat aan elke persoonlijke verdienste. De apostel merkt het uitdrukkelijk op: Hij heeft ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld5, verklaart hij aan de eerste christenen van Efese. Hij heeft ons geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze verdiensten, maar volgens het vrije besluit van zijn genade6, verduidelijkt hij eens te meer aan Timoteüs.

De roeping is een goddelijke gave die God van eeuwigheid uit heeft bereid. Toen de Heer zich aan hem in Damas­cus openbaarde, vroeg Paulus dan ook geen raad aan vlees en bloed, hij raadpleegde geen mens, omdat hij zeker ervan was, dat God zelf hem geroepen had. Hij lette niet op de raadgevingen van de vleselijke wijsheid, maar was volle­dig edelmoedig jegens de Heer. Zijn overgave was onmid­dellijk, volledig en onvoorwaardelijk. Toen de apostelen de uitnodiging van Jezus vernamen, lieten zij ook terstond7 hun netten in de steek en relictis omnibus, nadat zij alles hadden achtergelaten8, gingen zij de Meester achterna. Saulus, de vroegere vervolger van de christenen, volgt nu in volledige bereidheid de Heer.

Wij allen hebben, op verschillende manieren, een concrete oproep gekregen om de Heer te dienen. Gedurende ons leven krijgen wij nieuwe uitnodigingen om Hem te volgen in onze eigen omstandigheden, en we moeten edelmoedig jegens de Heer zijn bij elke nieuwe ontmoeting. In het binnenste van ons hart zullen we Jezus moeten kunnen vragen, zoals sint Paulus: wat moet ik doen, Heer? Wat wilt Gij dat ik voor U in de steek laat? Op welk punt wilt Gij dat ik mij beter? Wat kan ik voor U doen, op dit moment van mijn leven?

58.2 God riep de heilige Paulus met zeer uitzonderlijke tekenen, maar het effect dat Hij in hem bewerkstelligde is hetzelfde dat bewerkt wordt door de specifieke oproep die God tot velen richt om Hem te midden van hun wereldse taken te volgen. Alle christenen worden door de Heer tot heiligheid en apostolaat geroepen; het gaat om een veelei­sende, soms zelfs heldhaftige roeping, want de Heer wil geen lauwe volgelingen, tweederangs leerlingen. Maar sommigen worden, terwijl zij hun werkzaamheden in de wereld blijven vervullen, door Christus geroepen tot een bijzondere overgave om zijn rijk onder alle mensen te verbreiden. En antwoordend op de specifieke roeping die men heeft gekregen, moet eenieder, als men leerling van de Meester wil zijn, een apostolische levensopvatting hebben die hem ertoe zal brengen geen enkele gelegenheid onbenut te laten om anderen tot Christus te brengen, hetgeen tegelijkertijd betekent: hen tot de vreugde, de vrede, de volheid te brengen.

Het apostolaat was voor Paulus en is dat ook voor ieder christen die zijn roeping beleeft, een deel van zijn leven of liever gezegd, zijn leven zelf; het werk wordt tot apostolaat, tot verlangen om Christus bekend te maken, en hetzelfde geldt voor lijden of tijd van rust...; tegelijk deze apostolische ijver is het onontbeerlijke voedsel voor het omgaan met Jezus Christus. De Heer innig kennen leidt noodzakelijkerwijs tot het uitdragen van deze ontmoeting: het is het «duidelijke teken van je overgave.»9 Wanneer het volgen van Christus tot werkelijkheid is geworden, dan komt «de noodzaak tot uitgroeien, doen, geven, spreken, tot het overleveren aan anderen van de eigen schat, het eigen vuur [...]. Het apostolaat wordt tot een voortdurende uitbreiding van een ziel, tot een weelderige groei van een persoonlijkheid, waarvan Christus bezit heeft geno­men en die door zijn Geest bezield wordt; men voelt de drang om te rennen, te werken, al het mogelijke te probe­ren om Gods Rijk te verbreiden, om de anderen, om allen te redden.»10 Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig!11, roept de apostel uit.

Wanneer wij de Blijde Boodschap naar anderen brengen, dan vervullen wij het gebod dat Christus ons heeft gegeven: Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.12 Bovendien wordt het innerlijk leven verrijkt, zoals een plant die het benodigde water op het juiste ogenblik krijgt. Sint Paulus geeft ons vandaag een voorbeeld en helpt ons te onderzoeken of wij er een levend belang in stellen om de anderen een beetje dichter tot God te doen naderen. Met Christus vereenzel­vigd -de hoogste ontdekking van zijn leven- die niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen13, maakt de apostel zich tot dienstknecht van allen om zovelen hij kan te win­nen. Met de Joden ben ik Jood geworden -zo zegt hij tot de Korinthiërs- om de Joden te winnen [...]. Met de zwak­ken ben ik zwak geworden, om de zwakken te winnen. Alles ben ik voor allen, om er tot elke prijs enkelen te redden.14

Wij bidden hem vandaag om zulk een groot hart als het zijne, om over de kleine vernederingen of de schijnbare mislukkingen die elk apostolaat met zich meebrengt, heen te kunnen stappen. En wij zeggen tegen Jezus, dat wij bereid zijn in harmonie met allen te leven, om allen de mogelijkheid te bieden Christus te leren kennen, zonder dat wij daarbij te zeer rekening houden met de offers en het ongemak die dit voor ons kan meebrengen.

58.3 De heilige Paulus spoort Timoteüs en ons allen aan over God te spreken te pas en te onpas15, met of zonder aanleiding; dat wil zeggen, ook als de omstandigheden tegen zijn. Want er komt een tijd dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen. Zij zullen zich een menigte leraars aanschaffen naar eigen smaak, die hun naar de mond praten. En zij zullen hun oren sluiten voor de waar­heid om te luisteren naar allerlei mythen.16 Het is net, alsof de apostel in onze tijd stond! Maar gij -zegt hij tot Timo­teüs en via hem tot iedere christen- blijf nuchter bij dit alles, aanvaard uw lijden, doe het werk van de evangelist, wijd u geheel aan uw dienst.17 De priesters doen dit vooral door de prediking van Gods woord, door hun persoonlijk voorbeeld, door hun liefde, hun raadgevingen in het sacra­ment van de biecht. De leken -de overgrote meerderheid van het volk van God- gewoonlijk door vriendschap, een vriendelijke raad, door een gesprek onder vier ogen met de vriend die zich van de Heer lijkt te verwijderen of met degene die nooit bij Hem is geweest... En dat alles aan de uitgang van het instituut of kantoor, op dezelfde plaats waar men de zomervakantie doorbrengt... Ouders met hun kinderen..., door het beste moment te benutten of door de gelegenheid te scheppen...

Johannes Paulus ii moedigde de jongeren aan -en iedere christen die Christus bezit, blijft altijd jong van hart- tot een levend, direct en vreugdevol apostolaat: «Wees innige vrienden van Jezus en geef je familie, je school, je buurtbewoners het voorbeeld van jullie christe­lijk leven, zuiver en blij. Wees altijd jonge christenen, ware getuigen van de leer van Christus. Méér nog, wees Chris­tusdragers in deze verwarde maatschappij, die Hem vandaag de dag meer nodig heeft dan ooit. Kondig door jullie levenswijze allen aan, dat alleen Christus de ware redding van de mensheid is.»18

Wij moeten vandaag tot sint Paulus bidden, dat wij elke situatie die zich voordoet, tot een geschikte situatie weten te maken. Ook «wie omwille van internationale betrekkingen, voor zaken ofwel voor een vakantie op reis gaan, moeten wel bedenken, dat zij overal ook reizende verkondigers van Christus zijn en zich ook werkelijk als zodanig moeten gedragen»19, met de oprechtheid die tot uiting wordt gebracht door een ziel die Christus gemaakt heeft tot spil waaromheen alle andere levenszaken zijn gerangschikt. Zelfs kinderen -wat een prima werktuigen van de Heilige Geest kunnen die zijn!- hebben hun eigen apostolische activiteit, zoals het Tweede Vaticaans Concilie opmerkt, want «naar eigen vermogen kunnen zij werkelijk levende getuigen van Christus zijn onder hun leeftijdgenoten.»20

Verrassend, gelukkigmakend verrassend is de onvermoeibare apostolische arbeid van de apostel. En wie Christus waarlijk liefheeft zal de noodzaak voelen Hem bekend te maken, omdat -met de woorden van de heilige Thomas van Aquino- de mensen hetgeen zij zeer bewonderen aanstonds verbreiden, want waar het hart vol van is, loopt de mond van over.21

Bidden wij tot Onze Lieve Vrouw -Regina Apostolorum- dat wij steeds beter mogen begrijpen, dat het apostolaat een vreugdevolle taak is, ook al vraagt het offers, en ook dat wij onze grote verantwoordelijkheid jegens alle mensen, heel bijzonder jegens degenen met wie wij dagelijks in contact treden, beter leren kennen.

-1. Hnd 22,10. -2. Gal 1,15-16. -3. Vgl. H. Augustinus, Contra Faustum, 22,70. -4. Vgl. Jer 1,5; Jes 49,1-5; etc. -5. Ef 1,4. -6. 2 Tim 1,9. -7. Mt 4,20-22; Mc 1,18. -8. Lc 5,11. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 810. -10. Paulus vi, Homilie 14-X-1968. -11. Vgl. 1 Kor 9,16. -12. Mc 16,15. -13. Mt 20,28. -14. Vgl. 1 Kor 9,19-22. -15. 2 Tim 4,2. -16. 2 Tim 4,3-4. -17. 2 Tim 4,5. -18. Johannes Paulus ii, Homilie 3-XII-1978. -19. Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem, 14. -20. Ibidem, 12. -21. Vgl. H. Thomas van Aquino, in Catena Aurea, vol. IV, bl. 37.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009