Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

29 juni. Hoogfeest (1)

57. HEILIGE APOSTEL PETRUS

Hoogfeest vanaf de eerste tijden van het christendom. «De apostelen Petrus en Paulus worden, volkomen terecht, door de christengelovigen beschouwd als de eerste pijlers -niet alleen van de Heilige Stoel te Rome, maar eveneens van de universele Kerk van de levende God, verspreid over de aardbol» (Paulus vi). Als stichters van de kerk van Rome, de Moeder en Meesteres van alle overige christengemeenten, gaven zij een krachtige stoot aan de groei van de Kerk met het hoogste getuigenis van «hun martelaarschap, dat zij heldhaftig in Rome ondergingen: Petrus, die door onze Heer Jezus Christus was uitverkoren als fundament van zijn Kerk en als bisschop van deze vermaarde stad, en Paulus, de apostel van de heidenen, meester en vriend van de eerste aldaar gestichte gemeente» (Paulus vi).

-De roeping van Petrus. -De eerste onder de leerlingen van Jezus. -Zijn trouw tot in het martelaarschap toe.

57.1 Zoals de meeste van de eerste volgelingen van Jezus kwam Simon Petrus uit Betsaida, een stad in Galilea aan de oever van het meer van Genesaret. Hij was visser, zoals zijn overige familieleden. Hij leerde Jezus kennen via zijn broer Andreas die kort tevoren, wellicht nog dezelfde dag, een hele middag lang bij Johannes in diens gezelschap had verkeerd. Andreas bewaarde de onmetelijke schat die hij had gevonden niet voor zichzelf, «maar hij snelde vol blijdschap naar zijn broer om hem te vertellen van de weldaad die hij had ontvangen.»1

Petrus kwam tot vóór de Meester. Intuitus eum Iesus..., toen Jezus hem aankeek... De Meester vestigde zijn blik op de pas aangekomene en drong tot in het diepste van zijn hart door. Wat zouden wij graag die blik van Jezus, die in staat is iemands leven te veranderen, hebben aanschouwd! Jezus keek Petrus op gebiedende en indringende wijze aan. Door die visser uit Galilea heen zag Jezus heel zijn Kerk tot het einde der tijden. De Heer laat zien, dat Hij hem al van altijd heen kent: Gij zijt Simon, de zoon van Johannes! En Hij kent ook zijn toekomst: Gij zult Kefas -dat bete­kent: Rots- genoemd worden. In deze paar woorden zijn de roeping en de bestemming van Petrus, zijn handelen in de wereld bepaald.

Vanaf het begin «is de plaats van Petrus in de Kerk die van een 'rots' waarop een gebouw gegrondvest is.»2 De Kerk in haar geheel en onze eigen trouw aan de genade hebben als hoeksteen, als stevige basis de liefde voor, de gehoorzaamheid aan en de eenheid met de paus van Rome; «in Petrus wordt de kracht van allen versterkt»3, zo leert de heilige Leo de Grote. Wanneer men naar Petrus kijkt en naar de Kerk op haar aardse pelgrimage, dan kan men op haar de woorden van Jezus zelf toepassen: de regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots4, de rots die met zijn zwakheden en tekortkomingen ooit door de Heer was uitverkoren: een armzalige visser uit Galilea, en degenen die hem later zouden opvolgen.

De ontmoeting van Petrus met Jezus moet een diepe indruk hebben gemaakt op de aanwezige getuigen, die vertrouwd waren met de scènes uit het Oude Testament. God zelf had de naam van de eerste aartsvader gewijzigd: Gij zult Abraham heten, dat wil zeggen: vader van een menigte volkeren.5 Eveneens veranderde Hij de naam van Jakob in die van Israël, dat wil zeggen, Sterk tegenover God.6 Nu is de naamsverandering van Simon met een zekere plechtigheid omkleed, te midden van de eenvoud van de ontmoeting. «Ik heb andere plannen met u», zal Jezus tot hem zeggen.

Het veranderen van een naam stond gelijk aan het in bezit nemen van iemand, terwijl hem tegelijkertijd zijn goddelijke zending in de wereld werd aangewezen. Kefas was geen eigennaam, maar de Heer geeft die naam aan Petrus om aan te duiden, dat hij de taak van zijn Plaats­bekleder zal vervullen, welke hem later in alle volheid zal worden geopenbaard.7 Wij mogen vandaag in ons gebed onderzoeken hoe het gesteld is met onze liefde, in daden, jegens hem die de rol van Christus op aarde vervult: of wij dagelijks voor hem bidden, zijn onderricht verbreiden, of wij de echo van zijn bedoelingen zijn, of wij hem bereidwillig verdedigen, wanneer hij wordt aangevallen of geminacht. Welk een vreugde bereiden wij God, wanneer Hij ziet dat wij daadwerkelijk zijn Plaatsbekleder hier op aarde liefhebben!

57.2 Deze eerste ontmoeting met de Meester was nog niet de definitieve roeping. Maar vanaf dat ogenblik voelde Petrus zich gegrepen door de blik van Jezus en door geheel zijn persoon. Hij laat zijn werk als visser niet in de steek, luistert naar Jezus' onderricht, vergezelt Hem bij diverse gelegenheden en maakt vele van zijn wonderen mee. Hoogstwaarschijnlijk was hij aanwezig bij het eerste wonder van Jezus in Kana, waar hij Maria, de Moeder van Jezus, leerde kennen, en later ging hij met Hem naar Kafarnaüm. Op een goede dag, aan de oevers van het meer en na een uitzonderlijke en wonderbaarlijke visvangst, nodigde Jezus hem uit om Hem definitief te volgen.8 Petrus gehoorzaamde aanstonds -zijn hart was langzaam maar zeker door de genade hierop voorbereid-, en alles in de steek latend -relictis omnibus- volgde hij Christus, zoals de leerling die bereid is in alles het lot van de Meester te delen.

Op een dag, tijdens een wandeling in Caesarea van Filippus, vroeg Jezus aan de zijnen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.9 Vervolgens belooft Christus hem plechtig het primaatschap over heel de Kerk.10 Wat zal Petrus enkele jaren later zich deze woorden van Jezus herinnerd hebben, op die dag dat zijn broer Andreas hem bij Jezus had gebracht: Gij zult Kefas genoemd worden...!

Petrus veranderde niet zo snel als hij van naam veranderd was. Hij legde niet van het ene op het andere moment de kracht aan de dag die zijn nieuwe naam aanduidde. Samen met een geloof, zo sterk als een rots, zien wij bij Petrus een soms weifelend karakter. Bij één gelegenheid zal Jezus hem die het fundament van zijn Kerk zal zijn, zelfs verwijten, dat hij voor Hem een aanleiding tot ergernis is.11 God houdt rekening met de tijd bij de vorming van eenieder tot zijn werktuigen en met hun goede wil. Als wij de goede wil van Petrus bezitten, als wij onderdanig zijn aan de genade, dan zullen wij de geschikte instrumenten worden om de Meester te dienen en de opdracht die ons is toevertrouwd te volbrengen. Zelfs de gebeurtenissen die het meest vijandig lijken, onze eigen dwalingen en aarzelingen, als we keer op keer opnieuw beginnen, als wij tot Jezus gaan, als wij ons hart in geestelijke richting openen, dan zal alles ons helpen om dichter te staan bij Jezus, die nimmer nalaat onze ruwheid zachter te maken. En misschien zullen we in moeilijke ogenblikken, zoals Petrus, horen zeggen: Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld? 12 En we zullen naast ons Jezus zien staan, die ons de hand toereikt.

57.3 De Meester gaf blijk van zijn bijzondere waardering voor Petrus; later echter, toen Jezus hem het meest nodig had, verloochende Petrus Hem, toen Hij alleen en verlaten was. Na de verrijzenis, toen Petrus en andere leerlingen hun vroegere werk als vissers weer opgenomen hadden, ging Jezus speciaal naar hem op zoek, en Hij openbaarde zich door middel van een tweede wonderbare visvangst, die in Simons ziel herinneringen zal hebben opgeroepen aan die andere, waarbij de Heer hem definitief uitnodigde om Hem te volgen en hem beloofde dat hij visser van mensen zou zijn.

Jezus wacht hen nu op aan de oever en gebruikt de stoffelijke middelen -houtskolen, vis...-, die het realisme van zijn aanwezigheid benadrukken en de vertrouwelijke toon blijven geven, die Hij gewoon was te gebruiken in het samenzijn met zijn leerlingen. Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij meer lief dan dezen?...13

Daarna kondigde de Heer Simon aan: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: toen ge jong waart, deed ge zelf uw gordel om en ging waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt, zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.14 Wanneer de heilige Johannes zijn evangelie schrijft, is deze voorspelling reeds in vervulling gegaan; daarom voegt de evangelist eraan toe: Hiermee zinspeelde Hij op de dood waardoor hij God zou verheerlijken. Daarna bracht Jezus Petrus die gedenk­waardige woorden in herinnering die ooit, jaren tevoren, aan de oever van hetzelfde meer, het leven van Simon voor altijd hadden veranderd: Volg Mij.

Een vrome traditie vertelt, dat Petrus tijdens de bloedige vervolging door Nero, op aandringen van de christenge­meente zelf, weg wilde trekken om een veiliger plek te zoe­ken. Bij de poorten van de stad ontmoette hij Jezus, bela­den met het kruis. Toen Petrus Hem had gevraagd: 'Waar gaat Gij heen, Heer?' (Quo vadis, Domine?), antwoordde de Meester hem: 'Naar Rome, om Mij daar opnieuw te laten kruisigen'. Petrus begreep de les en keerde terug naar de stad, waar hem zijn kruis wachtte. Deze legende lijkt een laatste echo te zijn van Petrus' protest tegen het kruis, toen Jezus hem voor de eerste maal zijn Lijden aankondigde.15 Petrus stierf korte tijd daarna. Een vroegere geschiedschrijver vermeldt, dat hij verzocht om met het hoofd naar beneden gekruisigd te worden, omdat hij zich onwaardig achtte om net zoals zijn Meester met het hoofd naar boven te sterven. Dit martelaarschap wordt in herin­nering gebracht door de heilige Clemens, de opvolger van Petrus in de leiding over de Kerk van Rome.16 Minstens reeds vanaf de derde eeuw herdenkt de Kerk op deze dag, 29 juni, het martelaarschap van Petrus en Paulus17, de 'dies natalis', de dag waarop zij opnieuw het aangezicht van hun Heer en Meester mochten aanschouwen.

Ondanks zijn zwakheden bleef Petrus Christus trouw en gaf zelfs zijn leven voor Hem. Dàt vragen ook wij hem aan het einde van deze overweging: trouw, ondanks de tegenslagen en alles wat ons ongunstig gezind is vanwege het feit dat wij christenen zijn. Wij bidden hem om fortes in fide18, sterk in het geloof te worden, zoals Petrus zelf aan de eerste christenen van zijn generatie vroeg. «Wat zouden wij Petrus kunnen vragen tot ons eigen heil, wat zouden wij tot zijn eer kunnen aanbieden behalve dit geloof, dat ten oorsprong ligt aan ons geestelijk heil en onze belofte, door hemzelf geëist, om trouw in het geloof te zijn?»19

Om deze sterkte bidden wij ook tot onze Moeder, de hei­lige Maria, om ons geloof ondubbelzinnig te bewaren, met serene kracht, in welke omgeving we ook moeten leven.

-1. H. Johannes Chrysostomus, in Catena Aurea, vol. VII, bl. 113. -2. Paulus vi, Toespraak 24-XI-1965. -3. H. Leo de Grote, Homilie op het feest van de Apostel Petrus, 83,3. -4. Mt 7,25. -5. Vgl. Gn 17,5. -6. Vgl. Gn 32,28. -7. Vgl. Mt 16,16-18. -8. Vgl. Lc 5,11. -9. Mt 16,15-16. -10. Mt 16,18-19. -11. Vgl. Mt 16,23. -12. Mt 14,31. -13. Joh 21,15 vv. -14. Joh 21,18-19. -15. Vgl. O. Hophan, Die Apostel. -16. Vgl. Paulus vi, Apost. exhort. Petrum et Paulum, 22-II-1976. -17. Johannes Paulus ii, Engel des Heren 29-VI-1987. -18. 1 Pe 5,9. -19. Paulus vi, Apost. exhort. Petrum et Paulum, cit.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012