De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT
Gezin
Medische Ethiek

Spreken met God Deel 9
Meditaties voor iedere dag van het jaar. Deel 9 Feesten en Heiligen januari - juni. Meer ...

Home >  Heiligenverering

Negende zondag door het jaar (C)

12. HEILIGENVERERING

-Zij zijn onze voorsprekers bij God en onze bondgenoten in moeilijkheden. -Eredienst voor de heiligen. De 'dies natalis'.-Verering en achting voor de relieken. Heiligenbeelden. De heilige Maagd Maria, een bijzondere voorspreekster in nood.

12.1 Het evangelie van de mis1 laat ons een Romeinse militair, een honderdman, zien, een toonbeeld van veel deugden: geloof, nederigheid, vertrouwen op de Heer. De liturgie heeft zijn woorden behouden in de heilige mis: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt ... Jezus was vol bewondering voor de houding van deze man, en nadat Hij hem begunstigd had met wat hij vroeg -de genezing van een van zijn dienstknechten- keerde Hij zich om en zei tot het volk dat Hem volgde: Ik zeg u: zelfs in Israël heb Ik zo'n groot geloof niet gevonden.

Deze centurio is ook voor ons een voorbeeld van iemand die weet te vragen. Eerst stuurde hij enige oude mannen om zijn zaak te bepleiten. Toen dezen bij Jezus gekomen waren, riepen zij met aandrang zijn hulp in. Ze zeiden: 'Hij verdient, dat Gij hem deze gunst bewijst, want hij houdt van ons volk en heeft op eigen kosten de synagoge voor ons gebouwd.' Vervolgens stuurde hij, toen de Heer zijn huis naderde, opnieuw een paar vrienden om Jezus te zeggen, dat Hij geen moeite moest doen om te komen; Hij hoefde alleen maar de genezing van de dienaar te verlangen, dat was al voldoende. Jezus had met genoegen geluisterd naar de joden die ten gunste van deze heiden spraken: hij verdient, dat Gij hem deze gunst bewijst...

In de Heilige Schrift vinden wij talloze voorbeelden van doeltreffende voorspraak. Als Jahwe op het punt staat Sodoma en Gomorra te verdelgen, smeekt Abraham Hem: 'Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij die dan verdelgen? Zult Gij de stad geen vergiffenis schenken omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen?' En de Heer zei: 'Als Ik in Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind, zal Ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken.' Toen er echter geen vijftig rechtvaardigen waren, begon Abraham het aantal te verlagen: 'Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf; zult Gij dan toch om die vijf de hele stad verwoesten?'... En als het er maar veertig zijn?... Dertig?... Twintig?... Tien?...2 De Heer luistert telkens welwillend naar de bemiddeling van Abraham, want hij was de vriend van God.3

De heiligen die al de eeuwige zaligheid genieten, zijn op bijzondere wijze de vrienden van God, want zij hebben Hem boven alles bemind, en zij hebben Hem gediend met een heldhaftig leven. Zij zijn onze grote bondgenoten en voorsprekers. Zij zijn altijd bedacht op onze smeekbeden en brengen deze, ondersteund door de verdiensten die zij hier op aarde verwierven en door hun vereniging met de Allerheiligste Drieëenheid, voor het aanschijn van God. God eert en verheerlijkt hen door middel van de wonderen die zij doen, en door de gunsten die zij voor ons verkrijgen in onze materiële en geestelijke noden, «zij hebben immers als levenden bij God verdiend, dat hun gebeden verhoord zullen worden na hun dood».4

De heiligenverering is een deel van het katholieke geloof, en is vanaf het begin in de Kerk onderhouden. Het Tweede Vaticaans Concilie zegt ons: «Het betaamt ten zeerste dat wij deze vrienden en mede-erfgenamen van Jezus Christus ook als onze broeders en rijke weldoeners beminnen, aan God voor hen de verschuldigde dank zouden betuigen, hen smekend zouden aanroepen en tot hun gebed, bijstand en hulp onze toevlucht zouden nemen, om van God, door zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer, die alleen onze Verlosser en Zaligmaker is, weldaden te verkrijgen.»5 Wij hebben vrienden in de hemel. Laten wij vandaag -en alle dagen- onze toevlucht nemen tot hun voorspraak. Zij bieden ons grote steun om onze bezigheden integer te verrichten, om te overwinnen in wat ons de meeste moeite kost, in het apostolaat...

12.2 In de begintijd van de Kerk ontstond de verering van de allerheiligste Maagd, moeder van God en onze moeder, van de engelbewaarders, de apostelen en de martelaren. Er zijn ons talloze getuigenissen van deze devoties van de eerste christenen overgeleverd. Al in het verslag van het martelaarschap van de heilige Polycarpus, een leerling van de apostel Johannes, wordt gezegd, dat de christenen de stoffelijke resten van de martelaren op vrome wijze begroeven, om op die plaats, elk jaar, de dag van hun marteldood als 'dies natalis', als de dag van hun geboorte tot het eeuwig leven te vieren. De heilige Cyprianus adviseerde de geestelijkheid van Carthago een aantekening te maken van de dag waarop de martelaren stierven, om het jaargetijde te vieren. Die viering had plaats bij de graftombe. Elke kerk hield de herinnering aan haar martelaren levend. Deze verzamelde histories vormden de oorsprong van de eerste heiligenkalenders. Velen betwistten elkaar het voorrecht naast een martelaar begraven te worden. Hun graven vormden de locale trots, zij waren een symbool van bescherming en daar werd veel bijzondere genade verkregen. Het werden al snel pelgrimsoorden. Later, vooral toen het martelaarschap minder vaak voorkwam, «liet men dezelfde eer te beurt vallen aan hen die op de meest intense manier de maagdelijkheid en armoede van Jezus navolgden, en ten slotte aan allen in wier vrome verering en navolging de gelovigen vertrouwen hadden vanwege de klaarblijkelijke beoefening van de deugden en de goddelijke charisma's.»6 Zij zijn de schat van de Kerk en een grote steun in onze dagelijkse strijd, in het werk, bij onze inspanningen om de voornemens tot persoonlijke verbetering uit te voeren, en om het verlangen de zielen dichter naar Christus te brengen, te verwerkelijken.

De heiligen zijn onze voorsprekers in de hemel, zij verwerven voor ons genade en gunsten, want -zo luidt het commentaar van de heilige Hiëronymus- zoals zij, toen zij op aarde waren, «en alle reden hadden voor zichzelf te zorgen, reeds voor de anderen baden, zo zullen zij dat des te meer doen na de kroon, de overwinning en de triomf.»7 Wij vereren hun gedachtenis en wij doen ons best hen op aarde te eren. En wij moeten niet tevreden zijn met hen alleen maar als voorsprekers aan te roepen: de Kerk wil dat wij hun de eredienst brengen waar zij aanspraak op mogen maken, op grond van hun heiligheid, als uitverkoren leden van het mystiek lichaam van Christus, als bezitters van de eeuwige gelukzaligheid. In hen loven wij God: «laten wij de dienaars eren, want hun eer komt de Heer ten goede»8; de omgang met de gelukzaligen «doet op geen enkele wijze afbreuk aan de eredienst de Vader gebracht door middel van Christus in de Heilige Geest, maar verrijkt deze juist overvloedig».9

Naast de uitwendige eredienst moeten wij met hen spreken vanuit de intimiteit van ons hart, zonder woorden, met de genegenheid van vriendschap en vertrouwen, als met een vriend die altijd helpt, met name wanneer wij voor een of ander probleem geplaatst worden. Laten wij vaak onze toevlucht nemen tot de heilige of de martelaar die de Kerk die dag viert, meestal is dat de sterfdag, die werd gevierd als de 'dies natalis' (of geboortedag), de dag waarop zij die lieflijke woorden van de Heer hoorden: kom, gezegende van mijn Vader...10 zie wat Ik voor u bereid heb. Het is de verjaardag van die dag waarop zij voor het eerst de onuitsprekelijke glorie van God aanschouwden, de dag die nimmer voor ze verloren zal gaan. Deze bijzondere devoties voor de heiligen die ons door bepaalde omstandigheden van ons leven meer nabij zijn, brengen ons veel baat. Wij ervaren zo, hoe «onze band met de heiligen ons met Christus verbindt, van wie alle genade en het leven van het volk van God zelf als uit hun bron en oorsprong voortvloeien.»11

12.3 Het is een blijk van vroomheid, grote achting en verering te hebben voor de lichamen van heiligen en voor de voorwerpen die zij op aarde gebruikten. Het zijn kostbare herinneringen die wij met grote eerbied bewaren, zoals voorwerpen die behoorden aan mensen die ons zeer nabij en zeer geliefd waren. De eerste christenen bewaarden de relieken van de martelaren als onschatbare kostbaarheden.12 «Wij moeten, tot hun gedachtenis, alles wat zij ons nagelaten hebben op waardige wijze verheerlijken, en vooral hun lichamen, die tempels waren van de Heilige Geest en werktuigen waarin de Heilige Geest woonde en werkte, en die na hun glorierijke verrijzenis gelijkvormig zullen zijn aan het Lichaam van Christus.»13

Ook eren wij hun afbeeldingen, want daarin vereren wij de heiligen zelf van wie de beelden een voorstelling zijn. Deze afbeeldingen brengen ons ertoe hen zelf te beminnen en na te volgen. God heeft verscheidene malen deze afbeeldingen en ook de relieken verheerlijkt door middel van wonderen. Vaak verleent Hij bijzondere gunsten en genade aan hen die deze beelden vroom vereren. De heilige Theresia van Ávila heeft geschreven, dat zij zeer veel hield van de beelden. «Wee de ongelukkigen, die een dergelijk goed door hun schuld verliezen», zei zij, misschien verwijzend naar hen die zich, onder invloed van de protestantse leer, tegen heiligenbeelden keerden.

Heel bijzonder dienen wij de tussenkomst te zoeken van onze moeder de heilige Maria -middelares van alle genade- in wie «de heiligen blijdschap, de rechtvaardigen genade en de zondaars vergiffenis voor altijd vinden.»14 Zij beschermt ons altijd, helpt ons op elk moment. Nimmer liet zij na zelfs onze geringste smeekbede onder de aandacht te brengen van haar Zoon. Haar beelden herinneren ons er voortdurend aan trouw te zijn in onze dagelijkse bezigheden.

Laten wij onze meditatie met dit gebed beëindigen: Almachtige en eeuwige God, Gij die ons een uiterst bewijs van uw liefde hebt willen geven door de verheerlijking van de heiligen; verleen ons nu, dat hun tussenkomst ons helpt en hun voorbeeld ons aanspoort uw Zoon Jezus Christus getrouw na te volgen.15

-1. Lc 7,1-10. -2. Vgl. Gn 18,24-32. -3. Vgl. Ex 33,11; 2 Kron 20,7. -4. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, Suppl. q72, a3, ad 4. -5. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 50. -6. Johannes Paulus ii, Apost. const. Divinus perfectionis magister, 25 januari 1983. -7. H. Hiëronymus, Contra Vigilantium, 1,6. -8. H. Hiëronymus, Brief 109. -9. Vaticanum ii, o.c., 51. -10. Vgl. Mt 25,34. -11. Vaticanum ii, o.c., 50. -12. Vgl. Martyrium sancti Ignatii, 6,5. -13. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, Suppl. 3, q25, a6. -14. H. Bernardus, Homilie op Pinksterzondag, 2. -15. Getijdenboek, Gemeenschappelijke van heilige mannen, Gebed voor verschillende heiligen.






Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. 020 416 00 99

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur