Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Twintigste zondag door het jaar (A)

46. HET BELANG VAN GEBED

-Hoe we moeten vragen. De Heer let vooral op de gebeden van kinderen. -Volharding, geloof en nederigheid. Gebed van anderen. -Boven elke andere bede: vragen om wat onze ziel nodig heeft.

46.1 In het evangelie van vandaag1 vertelt sint Matteüs ons dat Jezus en zijn leerlingen zich terugtrokken naar de streek van Tyrus en Sidon. Hij ging van de oevers van het Meer van Galilea naar de kust van de Middellandse Zee. Daar kwam een heidense vrouw naar Hem toe. Zij was Kananese, een afstammeling van de oorspronkelijke volkeren van Palestina, het land dat God aan de joden beloofd had. Zij riep uit met luide stem: Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld.

De evangelist vertelt dat Jezus, ondanks het roepen van de vrouw, haar in het geheel geen antwoord gaf. Volgens sint Marcus had deze eerste ontmoeting plaats in een huis, en daar wierp de vrouw zich aan zijn voeten.2 Het leek alsof de Heer geen enkele aandacht aan haar besteedde.

Wat later, toen Jezus en zijn metgezellen zich gereed maakten om het huis te verlaten, schrijft Matteüs dat de leerlingen zich bij Jezus beklaagden en zeiden: Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen. De vrouw bleef roepen, maar het antwoord van Jezus lijkt merkwaardig koel: Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden. De vrouw weigert op te geven: Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei: Heer, help mij! Wat een geloof! Wat een nederigheid. Wat een standvastigheid is er in haar bede!

Jezus gebruikt het beeld van het Koninkrijk om uit te leggen hoe Hij eerst het evangelie moet prediken aan zijn joodse broeders, het uitverkoren volk: Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven, zegt Hij. Maar de vrouw, gewapend met een onwankelbaar geloof, laat het niet zitten bij 'nee' als antwoord: Wel waar, Heer, [...] want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen. Ze gaat mee met de parabel en verovert het hart van Christus. Ze lokt een van de grootste complimenten uit die door de Heer gegeven zijn en verkrijgt het wonder waarom ze gevraagd had: Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd. En van dat ogenblik af was haar dochter genezen. Dit was de beloning voor haar volharding.

De edelmoedige moeders die in de evangeliën verschijnen, vragen altijd het beste voor hun kinderen. Ze weten hoe ze een beroep moeten doen op Jezus om bijstand en gunsten. Bij een bepaalde gelegenheid was het de moeder van Jakobus en Johannes die tot de Heer kwam om voordeel voor hen te vragen. Een andere keer was het de weduwe van Naïm die weende om de jongeman die haar enige kind was geweest. Misschien was het alleen maar een gekwelde en smekende blik naar de ogen van Christus die Hem ertoe bracht het lichaam weer tot leven te brengen... De vrouw in het evangelie van vandaag is een volmaakt voorbeeld van standvastigheid in het gebed, een voorbeeld, bedoeld voor allen die het bidden tot God vlug moe worden.

De heilige Augustinus verhaalt in zijn Belijdenissen hoe zijn moeder, de heilige Monica, nooit ophield God te smeken om de bekering van haar zoon. Evenmin werd zij het moe goede en wijze mensen te vragen om met haar zoon te spreken, om hem van zijn verkeerde levenswijze af te brengen. Op een dag zei een heilig bisschop haar bij wijze van troost deze woorden: «Ga heen; zo zeker als u bestaat, het is onmogelijk dat de zoon van deze tranen verloren gaat.»3 Veel later schreef de heilige Augustinus zelf: «Dat ik niet omgekomen ben in mijn dwaling is te danken aan de dagelijkse tranen van mijn moeder, die zo vol geloof was.»4

God luistert bijzonder naar de gebeden van hen die weten hoe je moet liefhebben, zelfs op tijden wanneer het zou lijken dat Hij doof is voor de smeekbede. Hij wil dat ons geloof sterker wordt, onze hoop dieper, onze liefde met meer vertrouwen. Hij wil dat iedereen het verlangen en de nederigheid heeft die eigen is aan een goede moeder.

46.2 Het gebed als smeekbede speelt een belangrijke rol in het leven van mannen en vrouwen. Ofschoon de Heer talloze zegeningen geeft zonder dat wij er ooit om vragen, heeft Hij vele gunsten gereserveerd, waarvan de toewijzing afhangt van ons persoonlijk gebed of van de gebeden van anderen die dicht bij Hem zijn. De heilige Thomas leert dat onze smeekbeden de goddelijke wil niet veranderen, maar dat ze daarentegen voor ons verkrijgen wat al bewaard was voor als we erom zouden vragen.5 Daarom zouden we de Heer zonder ophouden moeten smeken. Wie weet hoeveel zegeningen ons te wachten staan, als we er maar om vragen? We zouden anderen moeten vragen om te bidden voor de vurige intenties die in ons hart zijn, om te bidden om alle zegeningen die we nodig hebben en van de Heer kunnen verkrijgen. De heilige Thomas zegt ook dat dit één van de redenen is waarom Jezus niet meteen antwoordde aan de Kananese vrouw. Hij wilde dat de leerlingen voor haar kwamen voorspreken. Op deze wijze toont Hij ons het belang van de voorspraak van de heiligen.6 De heidense vrouw wilde een buitengewoon wonder. Dat vereiste een buitengewoon soort gebed met een geweldig geloof en diepe nederigheid. Volharding is een eerste vereiste voor elk verzoek. Steeds bidden en daarin niet versagen7, dit onderwees Christus. «Volhard in het gebed. Volhard, zelfs wanneer je inspanningen onvruchtbaar lijken. Gebed is altijd vruchtbaar.»8 Het gebed van de Kananese vrouw was vanaf het eerste moment succesvol. Jezus wachtte alleen om haar in de gelegenheid te stellen haar hart gereed te maken om de grote genade te ontvangen waar ze om vroeg.

We moeten vragen met geloof. Geloof «voedt het gebed en gebed leidt, wanneer het groeit, tot standvastigheid in het geloof.»9 Beide zijn zeer nauw verenigd. Deze vrouw had een groot geloof: «Zij toont haar geloof in de goddelijkheid van Christus wanneer ze Hem Heer noemt. Zij toont haar geloof in zijn mensheid wanneer ze Hem Zoon van David noemt. De vrouw vraagt niet om iets wat op haar verdiensten berust. Ze doet alleen een beroep op de genade van God door te zeggen: 'Heb medelijden met mij'. En ze vraagt niet om medelijden voor haar dochter, maar medelijden voor haarzelf, want de pijn van haar dochter is werkelijk haar pijn. Om Christus' medelijden uit te lokken geeft zij een volledige beschrijving van het lijden, wanneer ze zegt: Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld. Uit deze woorden leert de goddelijke Dokter over haar kwaal, de ernst ervan en haar oorsprong -de ernst wanneer ze zegt verschrikkelijk gekweld; de oorsprong uit de woorden van een duivel10

Volharding in het gebed komt vanuit een leven van geloof, van vertrouwen dat Jezus altijd naar ons luistert. Dit geloof brengt ons ertoe ons volledig in Gods handen te leggen. «Zeg Hem: Heer, ik zal niets anders willen, dan wat Gij wilt. Geef mij zelfs dat waarom ik U de laatste dagen vroeg, niet, als het me maar een millimeter zou verwijderen van uw Wil.»11 Ik wil alleen wat Gij wilt, omdat Gij het wilt.

46.3 De Kananese vrouw leert ons, naast volharding, nog een eigenschap van het goed bidden: de nederigheid. Gebed kan slechts uitgaan van een nederig en berouwvol hart: Een vernederd en berouwvol hart wijst Gij niet af, o God.12 God weerstaat de hoogmoedigen en schenkt genade aan de nederigen13, aan hem die zich behoeftig weet.

De Heer wil dat wij veel aan Hem vragen. Allereerst moeten we vragen om wat betrekking heeft op onze ziel, aangezien «de ziekten die zij kan oplopen ernstig zijn. Het is onze ziel, die de Heer voornamelijk van deze kwalen wil genezen. En als Hij ons lichaam wil genezen, dan doet Hij dat omwille van onze ziel.»14 Het kan gebeuren dat «wij, zodra we een lichamelijke ziekte oplopen, alles maar dan ook alles doen om daarvan bevrijd te worden. Maar als de ziekte daarentegen de ziel aantast, dan weifelen en talmen we... Het secundaire stellen we in de eerste plaats en het primaire in de tweede. Wij behandelen de symptomen, maar niet de ziekte zelf.»15 Wat onze ziel werkelijk kan gebruiken is de genade om tegen onze fouten te vechten, meer zuiverheid in onze bedoelingen, meer volharding in onze voornemens, licht om meer vrucht van de heilige communie te verkrijgen, meer naastenliefde, meer volgzaamheid in de geestelijke leiding en meer apostolisch vuur... De Heer wil ook dat wij vragen om andere dingen die we nodig hebben, zoals hulp om te herstellen na een kleine nederlaag; werk, als we een baan nodig hebben; goede gezondheid... En dit alles vragen we in zoverre het ons zal helpen meer van God te houden. We willen niets wat ons verwijdert van het enige wat werkelijk belangrijk is: voor altijd verenigd te zijn met Christus.

Het doet Jezus groot plezier als wij bidden voor anderen. De heilige Johannes Chrysostomus leert: «Behoefte noodzaakt ons voor onszelf te bidden. Broederlijke naastenliefde verplicht ons te bidden voor anderen. God vindt gebed uit naastenliefde verdienstelijker dan gebed uit behoefte.»16

We moeten bidden voor iedereen in ons gezin en voor iedereen die God aan onze zijde geplaatst heeft. Ouders hebben een bijzondere verplichting om te bidden voor hun kinderen: des te meer als dezen afgevallen zijn van het geloof. Zij moeten ook bidden als God hen heeft geroepen tot een leven in zijn dienst. Opdat God ons gebed sneller moge verhoren, moeten we onze gebeden met daden vergezellen en bekrachtigen: uren van werk of studie opdragen voor een bepaalde intentie, Gods wil aanvaarden in tegenslagen, bij elke gelegenheid naastenliefde en barmhartigheid uitoefenen.

In alle tijden hebben de christenen zich bewogen gevoeld om hun smeekbeden aan te bieden door tussenkomst van heiligen, door ieders beschermengel en door de bijzondere bemiddeling van onze gezegende Moeder, de heilige Maria. De heilige Bernardus zegt: «onze Advocate steeg op ten hemel, waar ze voor onze verlossing kon werken als Moeder van de Rechter en Moeder van Barmhartigheid.»17 We moeten nooit nalaten elke dag naar Onze Lieve Vrouw te gaan, want er hangt zoveel van af.

-1. Mt 15,21-28. -2. Mc 7,24-25. -3. H. Augustinus, Belijdenissen, 3,12,21. -4. Idem, Verhandeling over de gave van de volharding, 20,53. -5. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q83, a2. -6. Idem, Catena Aurea, vol. ii, bl. 338. -7. Lc 18,1. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 101. -9. H. Augustinus, Sermo 115. -10. H. Thomas van Aquino, Catena Aurea, vol. ii, bl. 336-337. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 512. -12. Ps 50,19. -13. Vgl. 1 Pe 5,5; Jak 4,6. -14. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 14,3. -15. Ibidem. -16. Idem, in Catena Aurea, vol. I, bl. 354. -17. H. Bernardus, Preek op Maria Tenhemelopneming 1,1.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012