Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede week. Woensdag

12. Het beleven van het geloof in het dagelijkse leven

-Het geloof moet beleefd worden en de kleine dagelijkse gebeurtenissen bezielen. -Geloof en bovennatuurlijke visie. -Geloof en menselijke deugden.

12.1 Jezus ging een synagoge binnen en ontmoette daar een man met een verschrompelde hand. Deze was verlamd. Sint Marcus verhaalt ons dat allen Hem bespiedden om te zien of Hij hem op de sabbat zou genezen.1 De Heer veinst niet en verschuilt zich niet; integendeel, Hij vroeg de man in het midden te komen staan, zodat iedereen hem kon zien. Vervolgens sprak Hij tot hen: Mag men op de sabbat goed doen of kwaad, iemand redden of doden? Maar zij zwegen. Verontwaardigd over hun huichelachtige houding, keek Jezus hen toornig aan, tegelijkertijd bedroefd om de verstoktheid van hun hart. De verontwaardiging in Jezus' blik over de verstoktheid van hun ziel was overduidelijk. Hij zei tegen de man: Steek uw hand uit. Hij stak zijn hand uit en deze was weer gezond.

Deze zieke, die in het middelpunt van allen stond, werd vervuld van vertrouwen in Jezus. Zijn geloof uit zich in het gehoorzamen aan de Heer, en door iets te doen waarvan hij uit lange ervaring weet dat hij daartoe tot op dit moment niet in staat is: zijn hand uitsteken. Zijn vertrouwen in de Heer, waardoor hij zijn ervaring terzijde schuift, voltrekt het wonder. Alles is mogelijk met Jezus. Geloof stelt ons in staat doelen te bereiken die we altijd voor onmogelijk hadden gehouden, oude persoonlijke problemen of schijnbaar onoverwinnelijke problemen bij het vervullen van een apostolische opdracht, toch op te lossen, diep gewortelde gebreken uit de weg te ruimen.

Het leven van deze man zou een nieuwe koers nemen na deze kleine inspanning die Christus van hem eiste; dit vraagt Hij ook van ons bij de meest normale dingen in ons dagelijkse leven. Vandaag moeten we in overweging nemen «hoe de christen het geloof, de hoop en de liefde beoefent in zijn gewone bestaan, in allerlei kleinigheden, in de normale omstandigheden van zijn dagelijks leven. Immers, dáár juist blijkt werkelijk hoe iemand zich gedraagt die rekent op de goddelijke bijstand.»2 We hebben deze hulp van de Heer nodig om ons onvermogen te boven te komen.

Het geloof dient beleefd te worden, en bepalend te zijn voor onze -grote of kleine- beslissingen. Tegelijkertijd zal het zich gewoonlijk openbaren in de manier waarop we ons opstellen tegenover de verplichtingen van elke dag. Het is niet voldoende in te stemmen met de grote waarheden van het Credo, wellicht een goede godsdienstige vorming te bezitten; naast dit alles is het nodig het geloof te beleven, het in praktijk te brengen, het te beoefenen; het moet een leven van geloof voortbrengen, dat tegelijkertijd vrucht en uiting moet zijn van hetgeen men gelooft. God verlangt van ons, dat wij Hem dienen met ons leven, met onze daden, met alle krachten van lichaam en ziel. Het geloof hangt samen met het leven, met het normale dagelijkse leven, en het christelijk bestaan is als een ontplooiing van het geloof, als een leven in overeenstemming met wat we geloven3, met wat men als Gods wil voor het eigen leven kent. Leiden wij «een leven van geloof»? Is het geloof van invloed op ons gedrag, op de beslissingen die we nemen...?

12.2 De beoefening van de deugd van het geloof in het dagelijkse leven vertaalt zich in wat gewoonlijk bekend staat als «bovennatuurlijke visie». Deze bestaat erin de dingen, ook de meest gewone, in relatie te zien tot Gods plan voor elk schepsel met betrekking tot het eigen heil en dat van vele anderen; ze bestaat in het eraan te wennen «in onze dagelijkse bezigheden zó te werk te gaan alsof we de Heer door de ooghoek aanschouwen om te zien of dàt werkelijk zijn wil is, of dàt de wijze is waarop Hij wenst dat wij de dingen doen; we moeten ons gewoon maken God te ontdekken in de schepselen, Hem te vermoeden achter datgene wat de wereld toeval noemt, om zijn spoor overal te bemerken.»4

Het christelijk leven, de heiligheid, is niet een soort uiterlijk gewaad dat de christenen omhult, en het eigen menselijke niet beroert. Vandaar dat de bovennatuurlijke deugden de menselijke deugden beïnvloeden, en van de christen een eerlijk mens maken, voorbeeldig in zijn werk en in zijn gezin, vervuld van eer- en rechtvaardigheidsgevoel, iemand die zich van anderen onderscheidt door een levensstijl waarin loyaliteit, waarheidszin, kracht en vreugde opvallen... Houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en al wat deugd heet en lof verdient5, zo bracht sint Paulus de eerste christenen van Filippi in herinnering.

Het geloofsleven van de christen maakt hem aldus tot iemand met menselijke deugden, omdat hij zijn geloof verwezenlijkt in zijn dagelijks handelen. Hij zal zich niet alleen gedrongen voelen een geloofsdaad te stellen als hij de muren van een kerk ziet, maar hij zal zich tot de Heer wenden en Hem om licht en hulp bidden, als hij geconfronteerd wordt met een probleem op het werk of thuis; op het moment dat hij een tegenslag te verwerken krijgt; bij lijden en ziekte; als hij zijn vreugde opdraagt; als hij uit liefde zijn werk voortzet dat hij uit vermoeidheid net wilde opgeven; in het apostolaat, om het licht van de genade te vragen voor die mensen die hij tot het sacrament van de biecht wil brengen. Hij zal bovennatuurlijke visie tonen als de apostolische vruchten niet te zien zijn, misschien omdat hij nog maar net bezig is met het 'grondwerk' in een bepaalde ziel, en «de ploegschaar die de akker openbreekt en er voren in trekt, het zaad niet ziet, noch de vrucht»...6 Geloof moet steeds beoefend worden, evenals hoop en liefde... Bij -wellicht al lang bestaande- problemen en hindernissen zegt de Heer tot ons: strek uw hand uit... Geloof is geen deugd die alleen maar af en toe gepraktizeerd moet worden, tijdens godsdienstoefeningen, maar ze moet ook beleefd worden bij het sporten, op kantoor, midden in het verkeer. Nog minder moeten we zoals sommige christenen doen, die het geloof lijken te reserveren voor 's zondags, op het moment van de vervulling van de zondagsplicht.

Laten we vandaag eens onderzoeken hoe vaak we het christelijk ideaal verwezenlijken, dat bezieling en een nieuwe betekenis geeft aan al het menselijke wat we doen, en het in bovennatuurlijke zin vruchtbaar maakt. Laten we ook nagaan hoe het met onze 'bovennatuurlijke visie' staat bij de dagelijkse gebeurtenissen.

12.3 Het christelijk geloof leidt tot de herziening van ons eigen leven, het eist van ons een voortdurende correctie van ons gedrag, een verbetering van onze manier van zijn en handelen. Naast andere consequenties zal het geloof ons brengen tot het navolgen van Christus, die «volmaakt God en volmaakt mens»7 was. Het geloof zal ons maken tot doortastende mannen en vrouwen, zonder complexen, zonder menselijk opzicht, betrouwbaar, eerlijk en rechtvaardig in hun oordelen, in hun zaken, in hun spreken... De menselijke deugden zijn die welke de mens als mens eigen zijn; daarom heeft Jezus Christus, volmaakt mens, ze ten volle beleefd. Zelfs zijn vijanden waren verbaasd over de menselijke kracht van zijn persoonlijkheid: Meester -zeggen ze tot Hem op een gegeven ogenblik-, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert; en Gij stoort U aan niemand.8 «Het eerste wat onze aandacht trekt als we de menselijke gestalte van Jezus bestuderen, is de mannelijke vooruitziende blik in zijn optreden, zijn indrukwekkende loyaliteit, zijn onopgesmukte oprechtheid, kortom, het heldhaftig karakter van zijn persoonlijkheid. Dit was het dat de leerlingen in eerste instantie aantrok.»9 Hij gaf ons het voorbeeld van een hele reeks van nauw met elkaar verweven menselijke kwaliteiten, die elke christen zou moeten bezitten.

Hij vindt de vervolmaking van de menselijke deugden zo belangrijk, dat Hij zijn leerlingen vermaant: Wanneer ge zelfs niet gelooft als Ik u spreek over aardse dingen, hoe zult gij dan geloven, als Ik u spreek over hemelse dingen?10 Als we geen menselijke veerkracht hebben in moeilijkheden, bij hitte of kou, of een kleine ziekte, waarop moet dan de kardinale deugd van sterkte gebaseerd worden? Hoe kan iemand sterk zijn die zich steeds beklaagt? Hoe kan een student die zijn studie verwaarloost, verantwoordelijkheidsgevoel krijgen en echt voorzichtig worden? Of hoe kan iemand de naastenliefde beoefenen als hij hartelijkheid, minzaamheid of het minimum aan goede manieren veronachtzaamt? Hoewel Gods genade iemand totaal kan veranderen -daarvan vinden we voorbeelden in de Heilige Schrift en in het leven van de Kerk-, rekent God gewoonlijk op de medewerking van de menselijke deugden.

Het christelijk leven uit zich in het menselijke handelen; het verleent dit een grotere waardigheid en verheft het tot het bovennatuurlijk vlak. Aan de andere kant ondersteunt het menselijke de bovennatuurlijke deugden en maakt deze mogelijk. Misschien hebben we tijdens ons leven zoveel mensen ontmoet «die zich christen noemen -want ze zijn gedoopt en ontvangen de andere sacramenten- maar die blijk geven van ontrouw, leugenachtigheid, onoprechtheid, hoogmoed... En plotseling vallen ze. Zij zijn net sterren die een ogenblik stralen aan de hemel en dan, plotseling, onherroepelijk naar beneden storten.»11 De menselijke basis ontbrak bij hen en ze konden zich niet staande houden. De beoefening van geloof, hoop en liefde en van de morele deugden zullen de christen ertoe brengen, dát levende voorbeeld te zijn dat de wereld verwacht. God zoekt sterke huismoeders, die getuigenis afleggen door hun moederschap en hun vreugde, die vriendschap met hun kinderen weten te sluiten; Hij zoekt eerlijke zakenmensen; artsen die hun beroepsvorming niet verwaarlozen, maar enkele uren voor studie weten te reserveren, die begripvol met hun patiënten omgaan, zoals ze zelf in soortgelijke omstandigheden behandeld zouden willen worden: doeltreffend en vriendelijk; God zoekt studenten die prestige hebben en die zich bekommeren om hun medestudenten; landbouwers, ambachtslieden, fabrieksarbeiders, bouwvakkers... God wil integere mannen en vrouwen, die het grote ideaal dat ze ontdekt hebben in de kleine werkelijkheid van hun leven tot uitdrukking brengen.

In de heilige Jozef vinden we een schitterend toonbeeld van een rechtschapen man, vir iustus12, die onder alle omstandigheden van zijn leven vanuit zijn geloof leefde. Bidden wij hem, dat wij mogen leren worden wat Christus van ieder van ons verwacht in onze eigen omgeving en omstandigheden.

1 Mc 3,1-6. -2. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 169. -3. Vgl. P. Rodríguez, Fe y vida de fe, Pamplona 1974, bl. 172. -4. F. Suárez, On being a Priest. -5. Fil 4,8. -6. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 215. -7. Symbolum Quicumque. -8. Mt 22,16. -9. K. Adam, Jesus Christus. -10. Joh 3,12. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 75. -12. Mt 1,19.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012