Derde week. Zaterdag
21. HET BIJZONDER GEWETENSONDERZOEK
-Wij moeten elke dag strijden om trouw te zijn aan onze
Heer. -Het doel en de inhoud van het bijzonder gewetensonderzoek.
-Standvastigheid in de strijd. Aandacht voor kleine zaken.
21.1 Velen van de volgelingen van onze Heer gingen
redetwisten of namen er aanstoot aan toen Hij, in de synagoge van Kafarnaüm, de
eucharistie beloofde. Bij de aankondiging van zoiets wonderbaarlijks verliet
een groot aantal van zijn volgelingen Hem: De heilige Johannes zegt in het
evangelie van vandaag: Ten gevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen
zich terug en verlieten zijn gezelschap.1
Toen zij zijn bewonderenswaardige zelfgave aan de mensen in
de eucharistische communie vernamen, was hun antwoord Hem de rug toe te keren.
Het was niet de menigte als zodanig, maar het waren zijn eigen leerlingen die
Hem in de steek lieten. De twaalf bleven hun Meester en Heer trouw. Zij hadden
misschien niet veel begrepen van de belofte van onze Heer; zij bleven echter
bij Hem. Waarom bleven zij? Waarom waren zij loyaal op dit ogenblik van
ontrouw? Het was omdat zij zijn vrienden waren, omdat zij waren gaan begrijpen,
door dag in dag uit met Hem te leven, dat Hij woorden van eeuwig leven
had, omdat zij intens van Hem hielden. Heer, naar wie zouden wij gaan? is
het antwoord van Petrus op Jezus' vraag of ook zij weggingen: Heer, naar wie
zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en
weten dat Gij de Heilige Gods zijt.2
Wij leven in bevoorrechte tijden om getuigenis te geven van
trouw, een deugd die soms onderschat wordt. Wij kunnen vaak ontrouw in het
huwelijk meemaken, geschonden beloften, verraad van de leer en van de persoon
van Christus. De apostelen laten ons zien dat de deugd van trouw gebouwd is op
liefde. Zij zijn trouw omdat zij Christus liefhebben. Het is de liefde die hen
aanzet te blijven te midden van de afvalligheid. Slechts één van hen zal Hem later
verraden, want hij hield op met lief te hebben. Daarom geeft paus Johannes
Paulus ii aan iedereen deze
raad: «Doe een bijzondere inspanning om Jezus te zoeken en een diepgaand
persoonlijk geloof te verkrijgen dat je hele leven beïnvloedt en richting geeft.
Maar boven alles mogen je verplichtingen en plannen erin bestaan Jezus lief te
hebben met een oprechte, ware en persoonlijke liefde. Hij moet je vriend en je
toeverlaat zijn op de weg door het leven. Alleen Hij heeft woorden van eeuwig
leven.»3 Niemand
anders dan Hij.
Zolang wij in deze wereld leven, is ons leven een
voortdurende strijd tussen liefde voor Christus of toegeven aan lauwheid, aan
onze hartstochten, of ons zoeken naar gemak, die de liefde vernietigt. Trouw
aan Christus wordt elke dag gesmeed door te strijden tegen alles wat ons van
Hem scheidt, en door ons in te spannen vooruit te gaan in de deugd.
Om vastberaden trouw te blijven aan onze Heer moeten wij
altijd opgewekt strijden, zelfs als het kleine schermutselingen betreft. Het
bijzonder gewetensonderzoek is één van de manieren die wij hebben om dichter
bij God te komen, om Hem op een nog edelmoediger wijze lief te hebben. Het
helpt ons om doeltreffend tegen gebreken en hindernissen te strijden, die ons
van God en onze naasten scheiden. En het maakt het gemakkelijker voor ons om
deugden en gewoonten te verkrijgen die elke oneffenheid in onze relatie met
Jezus zullen gladstrijken.
Het bijzonder gewetensonderzoek bepaalt de doelstellingen
voor ons inwendig leven en helpt ons, met de hulp van Gods genade, naar een
welomschreven en bepaalde hoogte te klimmen op de berg van de heiligheid, of om
de vijand terug te dringen die, ofschoon misschien klein, goed gewapend is en
wijdverbreide schade en tegenslagen veroorzaakt. «Het algemeen
gewetensonderzoek is als een verdediging: het bijzonder gewetensonderzoek als
een aanval. Het eerste is het pantser; het tweede het zwaard.»4
Vandaag, als wij tegen onze Heer zeggen dat wij Hem trouw
willen zijn, behoren wij ons in zijn tegenwoordigheid af te vragen: zijn mijn
verlangens om in liefde te groeien werkelijk wel zo erg groot? Gebruik ik die
verlangens om tegen iets te strijden zodat het een kernpunt kan zijn voor mijn
bijzonder gewetensonderzoek? Ben ik volgzaam wat betreft de aanwijzingen die ik
in de geestelijke leiding krijg?
21.2 Wij worden ons bewust van onze fundamentele
beweegredenen door het algemeen gewetensonderzoek; met het bijzonder
gewetensonderzoek proberen we doeltreffende hulpmiddelen te gebruiken om
bepaalde gebreken te bestrijden of in deugd toe te nemen. Dit herhaalde en korte
onderzoek op vastgestelde tijden in de loop van de dag heeft een welomschreven
doel: «Het bijzonder gewetensonderzoek moet erop gericht zijn om een bepaalde
deugd te verwerven of om een gebrek, dat je overheerst, uit te roeien.»5 Soms heeft dit
onderzoek tot doel «het verslaan van de Goliath van de overheersende
hartstocht»6,
het meest uitgesproken gebrek van ons, dat de meeste schade toebrengt aan onze
verhouding met onze Heer en aan de liefde tot degenen rondom ons. «Als iemand
door een gebrek bijzonder gehinderd wordt, moet hij de wapens opnemen tegen
alleen díe vijand en proberen die te bestrijden vóór al het andere... omdat,
zolang wij daarover geen overwinning hebben behaald, wij de vruchten van de
overwinning op al het andere zullen verliezen.»7 Daarom is zelfkennis zo belangrijk en
daarom moeten wij jegens de geestelijke leiding, waarbij we gewoonlijk het
onderwerp van ons bijzonder gewetensonderzoek bepalen, openhartig zijn.
Daar wij niet allemaal dezelfde gebreken hebben «moet een
ieder noodzakelijkerwijze zijn strijd voeren met het oog op de specifieke aard
van zijn vijand.»8 Het
volgende zou onderwerp kunnen zijn van het bijzonder gewetensonderzoek:
tegenwoordigheid van God bij het werk, in het gezin, op straat lopend; meer
oplettend zijn in het ontdekken van de aanwezigheid van een tabernakel en dan
onze Heer met een schietgebed groeten, ofschoon wij misschien Hem op dat
ogenblik niet kunnen bezoeken; zorg voor stiptheid al vanaf het moment van
opstaan in de morgen, voor het aanvangen van het gebed, de heilige Mis; geduld
hebben met onszelf, met de gebreken van onze medewerkers of in het gezin; het
uitroeien van elke neiging tot roddelen en proberen ervoor te waken dat niemand
in ons gezelschap roddelt; ruwheid in het omgaan met anderen; onverschilligheid
voor de noden van onze buren; het ontwikkelen van de deugd dankbaar te zijn, zó
dat wij uitdrukking geven aan onze dank, zelfs voor kleine gunsten en diensten
in ons dagelijks leven; meer orde hebben in onze tijdsbesteding, met onze
boeken en gereedschap; onze verhouding met onze Engelbewaarder. Een onderwerp
voor bijzonder gewetensonderzoek dat een diepgaande invloed op onze ziel zal
hebben, is het bijwonen van de Mis en het ontvangen van de communie met een
grotere liefde.
Zelfs wanneer het doel van het bijzonder onderzoek 'negatief'
zou schijnen, verweer tegen een bepaald kwaad is de beste manier om te pogen de
deugd te beoefenen tegenovergesteld aan het gebrek dat we proberen uit te
roeien. Het beoefenen van de nederigheid bijvoorbeeld door het overwinnen van
de neiging om van alles het middelpunt te zijn of om te wensen altijd lof en
erkenning te verkrijgen; nog eens, we kunnen de kalmte beoefenen om gejaagdheid
te vermijden. Op deze manier wordt de inwendige strijd meer doeltreffend en aantrekkelijk.
«De neiging van de ziel tot het goede is groter dan die tot het vermijden van
het kwaad.»9
Voor wij over het onderwerp van ons bijzonder
gewetensonderzoek beslissen, moeten wij de Heer om licht vragen om te beseffen
waarop wij ons moeten toeleggen. We kunnen tegen Hem zeggen, zoals de blinde
man van Jericho, Domine, ut videam... Heer, maak dat ik kan zien10, en hulp
vragen in de geestelijke leiding.
21.3 Iedereen moet de bijzonderheden van zijn of
haar eigen onderzoek bepalen. Sommige mensen -wegens hun karakter of
temperament- moeten goed analyseren en met grote zorg op hun vorderingen
letten, omwille van hun neiging tot vaagheid en algemeenheden. Voor anderen kan
dit soms problemen scheppen die er niet zijn. Wij kunnen door geestelijke
leiding worden geholpen, als we onszelf laten kennen.
Het moet ons niet verbazen als het tijd kost om het
vooropgestelde doel van onze strijd te bereiken, wanneer ons doel goed gekozen
is. Gewoonlijk zal het een tamelijk diep geworteld gebrek zijn dat een
geduldige strijd vereist, en een telkens weer opnieuw beginnen zonder
ontmoedigd te geraken. Door opnieuw met Gods hulp te beginnen, versterken we de
grondslagen van onze nederigheid. Sterkte, standvastigheid en nederigheid zijn
nodig om het bijzonder gewetensonderzoek levend te houden. Liefde, altijd
vindingrijk, zal een manier vinden om onze dagelijkse strijd nieuw te doen
schijnen, omdat wij daardoor, meer dan door zelfbeheersing, de liefde van God
zoeken. Zo nemen we elke hindernis weg, die het moeilijk maakt om te groeien in
vriendschap met Hem en daardoor ons van anderen scheidt. Liefde geeft ons een
kans om veel akten van eerherstel te verrichten voor onze nederlagen, en
gebeden van dank voor de successen die wij weten te behalen.
Een dagelijkse strijd in een doelgericht bijzonder
gewetensonderzoek is het beste hulpmiddel tegen lauwheid en slapheid. Wat een
fantastische zaak zou het zijn als onze Engelbewaarder aan het einde van ons
leven zou kunnen getuigen dat we elke dag vochten, zelf als we niet altijd zegevierden!
«Laten wij niet vergeten dat noch het houweel, noch de bijl, noch de slagen van
om 't even welk ander werktuig, hoe scherp 't ook mag zijn, de gevaarlijkste
vijanden van het gesteente zijn, maar het water dat druppelsgewijze tussen de
spleten van de rots sijpelt, tot het de rotspartij doet springen. Hier ligt
voor de christen het grote gevaar! Hij is geneigd de dagelijkse
schermutselingen te minimaliseren, die... hem langzamerhand slap en bros kunnen
maken.»11
Als wij ons gebed eindigen, zeggen we tegen onze Heer, zoals
Petrus: Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig
leven. Zonder U hebben wij geen Weg, geen Waarheid en geen Leven. Het is
een wondermooi schietgebed om dikwijls te herhalen, maar in het bijzonder op
het ogenblik van de strijd. We vragen aan Onze Lieve Vrouw, Virgo fidelis,
getrouwe Maagd, om ons te helpen trouw te zijn, te trachten elke dag de diep
gewortelde hindernissen weg te nemen, die ons van haar Zoon scheiden.
-1. Joh 6,66. -2. Joh 6,69. -3. Johannes Paulus ii, Toespraak,
30 januari 1979. -4. H. Jozefmaria
Escrivá, De Weg, 238. -5. Idem,
241. -6. J. Tissot, La vie
intérieure. -7. H. Johannes
Climacus, Paradijsladder, 15. -8. Johannes Cassianus, Gesprekken 5,27. -9. H. Thomas van Aquino, Summa
Theologiae, I-II, q29, a3. -10. Mc 10,48. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus
nu langs komt, 77.
|