Tweede zondag door het jaar (C)
9. Het eerste wonder van Jezus
-Het wonder van Kana. Onze Lieve Vrouw wordt
de Machtige Maagd genoemd. -Water veranderen in wijn. Onze taken kunnen ook tot genade
worden: ons werk goed afmaken. -Jezus' edelmoedigheid. Hij geeft ons altijd
meer dan we Hem vragen.
9.1 Er wordt een bruiloft gehouden in Kana, een stadje op korte afstand
van Nazareth, waar de maagd Maria woont. Vanwege vriendschaps- of
familierelaties is zij aanwezig op dit eenvoudige feest, en ook Jezus is met
zijn eerste leerlingen uitgenodigd.
Het was gebruikelijk, dat de vrouwen die met de
familie bevriend waren, de noodzakelijke voorbereidingen troffen. Het
bruiloftsfeest begon en, door een verkeerde berekening of de komst van een
onverwacht groot aantal gasten, raakte de wijn op. Onze lieve Vrouw, die aan
het helpen is, merkt dat de wijn bijna op is. Ook Jezus is er, haar Zoon en
haar God; Hij is juist begonnen met zijn openbare prediking en zending als
Messias. Zij weet dit beter dan wie ook. Het evangelie van de mis van vandaag
laat ons deze eenvoudige en liefdevolle dialoog horen tussen Moeder en Zoon1: De Moeder van Jezus zei tot Hem: 'Ze hebben geen
wijn meer'. Zonder iets te vragen, legt zij Hem de
moeilijke situatie voor: ze hebben
geen wijn. Zij leert ons bidden.
Jezus antwoordt haar: Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet
gekomen. Het lijkt alsof Jezus gaat weigeren Maria
te geven wat zij vraagt: Mijn uur is
nog niet gekomen, zegt Hij tegen haar. Maar Maria,
die haar Zoon zeer goed kent, handelt alsof Hij haar verzoek onmiddellijk had
ingewilligd: Doet maar wat Hij u
zeggen zal, zegt ze tegen de dienaren.
Maria is een Moeder met de grootst mogelijke
aandacht voor al onze noden, méér dan iedere andere moeder die op aarde geleefd
heeft of zal leven. Het wonder vindt plaats, omdat Onze Lieve Vrouw tussenbeide
is gekomen; uitsluitend vanwege haar verzoek.
«Waarom hebben de gebeden van Maria zo'n
uitwerking op God? De gebeden van heiligen zijn de gebeden van dienaars,
terwijl die van Maria de gebeden zijn van een Moeder, waardoor ze hun krachtig
en gezaghebbend karakter krijgen. Omdat Jezus' liefde voor zijn Moeder
grenzeloos is, kan Hij haar niets weigeren [...]. Niemand vraagt de heilige Maagd
bij haar Zoon ten beste te spreken voor het bruidspaar, dat in opperste
verwarring verkeerde. Maar Maria's hart, dat niet anders kan dan medelijden
hebben met ongelukkigen [...], dreef haar tot de taak van middelares en tot de
bede aan haar Zoon om een wonder, hoewel niemand haar daarom gevraagd had [...]. Als
Onze Lieve Vrouw zo handelde zonder dat men haar erom gevraagd had, hoe zou
het dan wel niet geweest zijn als ze er wèl om was gevraagd?»2 Wat zal zij niet
doen, als wij -zo dikwijls per dag!- tot haar «bid voor ons» zeggen? Wat zullen
wij niet verkrijgen, als we volhardend keer op keer onze toevlucht tot haar
nemen?
Machtige Maagd. Dit is de naam die de christelijke godsvrucht aan onze moeder Maria
gegeven heeft, omdat haar Zoon God is en Hij haar niets kan weigeren.3 Zij is altijd
bekommerd om onze geestelijke en materiële noden; ze verlangt, zelfs meer dan
wij zelf, dat wij haar onophoudelijk smeken, bij God ten gunste van ons te
bemiddelen. En wat hebben wij dit smeken hard nodig, maar wat zijn we traag!
Wat tonen we weinig vertrouwen, weinig geduld als hetgeen we vragen een tijdje
op zich laat wachten!
Zouden we ons niet wat vaker tot Onze Lieve
Vrouw moeten wenden? Zouden we niet meer vertrouwen moeten hebben bij onze
smeekbeden, wetend dat zij voor ons zal verkrijgen wat we het hardst nodig
hebben? Als ze van haar Zoon wijn weet te krijgen, wat niet absoluut
noodzakelijk was, zal ze dan geen middel vinden voor al onze dringende noden?
«Ik wil, Heer, de zorg voor al het mijne in uw edelmoedige handen leggen. Onze
Moeder -uw Moeder!- heeft op dit moment, net zoals te Kana, in uw oren
gefluisterd: ze hebben geen wijn! Ik geloof in U, ik hoop op U, ik bemin U,
Jezus: voor mijzelf, niets; maar voor hen.»4
9.2 De heilige Johannes noemt Onze Lieve Vrouw twee keer de Moeder van Jezus. De
volgende maal zal op Calvarië zijn.5 Tussen deze twee gebeurtenissen -Kana en
Calvarië- zijn er verschillende overeenkomsten. De ene gebeurtenis speelt zich
af aan het begin en de andere aan het einde van het openbare leven van Jezus,
als het ware om aan te duiden, dat heel het werk van onze Heer vergezeld wordt
door de aanwezigheid van Maria. Beide episoden tonen Maria's speciale
bezorgdheid voor de mensen; in Kana bemiddelt zij, ofschoon het uur nog niet gekomen was6; op Calvarië
biedt zij de Vader de verlossingsdood van haar Zoon aan, en aanvaardt zij de
zending die Jezus haar verleent om de Moeder van alle gelovigen te worden.7
«Te Kana in Galilea toont zich slechts een
concreet, schijnbaar klein en onbeduidend aspect van de menselijke
behoeftigheid ('Zij hebben geen wijn meer'). Maar het heeft symbolische waarde.
Dat tegemoetkomen aan de noden van de mensen betekent tegelijk dat zij hen
binnenleidt in de straal van de messiaanse zending en van de heilbrengende
macht van Christus. Er is dus een bemiddeling: Maria plaatst zich tussen haar
Zoon en de mensen in de werkelijkheid van hun ontberingen, armoede en lijden. Zij plaatst zich 'midden tussen', dat wil zeggen
zij wordt middelares, niet als een vreemdelinge maar in haar positie van moeder, zich ervan bewust dat zij als zodanig in staat is -zelfs 'het recht
heeft'- om de noden van de mensen aan de Zoon voor te leggen.»8
Zijn Moeder zei tegen de
dienaars: Doet maar wat Hij u zeggen zal. De
dienaren gehoorzaamden aanstonds en doeltreffend: ze vulden zes stenen kruiken die daar stonden om gereinigd te
worden, zoals de Heer hun opgedragen had. De
heilige Johannes wijst er op dat ze deze
vulden tot bovenaan toe.
Schep er nu wat uit, zei onze Heer tegen hen, en
breng dat aan de tafelmeester. En die wijn is de
beste die men ooit gedronken heeft.
Ons leven is net als water. Het was smakeloos
en zinloos, tot Jezus naar ons toe kwam. Hij verandert ons werk, onze vreugde
en ons verdriet; zelfs de dood is anders, aan de zijde van Christus. De Heer
wil alleen dat we onze plicht doen usque
ad summum, tot bovenaan toe, volmaakt, opdat Hij
het wonder kan verrichten. Als allen die aan de universiteit, in de
ziekenhuizen, in het huishouden, in de financiële wereld en in de fabrieken
werken..., hun arbeid met menselijke volmaaktheid en in een christelijke geest
zouden verrichten, dan zouden we morgen wakker worden in een heel andere wereld.
De Heer verandert ons werk, dat anders -bovennatuurlijk gezien- onvruchtbaar
zou blijven, in de kostelijkste wijn. De wereld zou dan een bruiloftsfeest
zijn, een meer leefbare en menswaardige woning, waarin de aanwezigheid van
Jezus en Maria een speciale vreugde brengen.
Doet die kruiken vol water, zegt de Heer tegen ons. We mogen niet toelaten, dat routine, ongeduld
of luiheid ons de verplichtingen van elke dag maar voor een deel doen
vervullen. Ons aandeel is slechts gering, maar de Heer wil erover beschikken.
Jezus had net zo goed het wonder kunnen doen met lege kruiken, maar Hij wilde
dat de mensen meewerkten met hun eigen inspanning en met de middelen waarover
ze beschikten. Daarna verrichtte Hij het wonder, op verzoek van zijn Moeder.
Hoe groot was de vreugde van die gehoorzame en
daadkrachtige dienaren, toen ze zagen dat het water was veranderd in wijn! Zij
zijn de stille getuigen van het wonder, net zoals de leerlingen van de Meester,
die in hun geloof werden bevestigd. Wat zal onze vreugde groot zijn, als wij
door Gods barmhartigheid, eens in de hemel al onze daden, in heerlijkheid
veranderd, zullen aanschouwen!
9.3 Jezus weigert ons niets. In het bijzonder verleent Hij ons wat we Hem
via zijn moeder vragen. Zij belast zich met het rechtzetten van onze gebeden,
als ze een beetje mank zouden lopen, zoals moeders doen. Hij verleent ons
altijd meer, veel meer dan we vragen, zoals Hij bij de bruiloft in Kana in
Galilea deed. Gewone wijn zou al voldoende geweest zijn, zelfs slechtere wijn
dan die reeds opgediend was, en zeer waarschijnlijk zou een veel kleinere
hoeveelheid reeds voldoende zijn geweest.
De heilige Johannes stelt er bijzonder belang
in te benadrukken, dat het ging om zes
stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten. Hij wil hiermee aantonen hoe overvloedig de gave was, net zoals Hij
zal doen in het verhaal van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging.9 Want overvloed
was een van de tekenen van de komst van de Messias.
Commentatoren op de Schrift berekenen, dat de
Heer een hoeveelheid water in wijn veranderde tussen de 480 en 720 liter,
uitgaand van de capaciteit van deze grote joodse kruiken.10 En het was de
beste wijn! Zo gaat het ook in ons leven! De Heer geeft ons méér dan we
verdienen, en nog béter ook!
Ook treffen we hier twee fundamentele beelden
aan die gebruikt werden om de tijd van de Messias te beschrijven: het
bruiloftsmaal en de huwelijksceremonie. Gij zult een luisterrijke kroon zijn in Jahwe's hand, een koninklijke
diadeem in de hand van uw God, zoals de profeet
Jesaja ons met een allerschoonst beeld in de eerste lezing van de mis vertelt. Men noemt u niet langer Verstotene, en uw land niet
langer Verlatene, maar gij zult heten: Mijn Welbehagen en uw land: Gehuwde;
want Jahwe heeft welbehagen in u en uw land wordt gehuwd. Zoals een jongeman
een meisje huwt, zo zal Hij, die u opbouwt, u huwen. En zoals de bruidegom blij
is met zijn bruid, zo zal uw God zich verblijden om u.11 Deze vreugde en intimiteit wil God met ieder van ons hebben.
Die eerste leerlingen, onder wie de heilige
Johannes, staan verbaasd. Het wonder hielp hen een stap vooruit te zetten in
hun prille geloof. Jezus bevestigde hen in het geloof, zoals Hij dat doet voor
iedereen die Hem gevolgd heeft.
Doet maar wat Hij u zeggen
zal. Dit zijn de laatste woorden die we van Onze
Lieve Vrouw in het evangelie aantreffen. Betere woorden hadden het niet kunnen
zijn.
-1. Joh 2-12. -2. H. Alfonsus Maria van Liguori, Preek 48. -3. Vgl. Johannes Paulus ii, Homilie, Pompei, 21
oktober 1979, 4-6. -4. H. Jozefmaria
Escrivá, De Smidse, 807. -5. Vgl. Joh 19,25. -6. Joh 2,4. -7. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 58. -8. Johannes
Paulus ii, Enc. Redemptoris Mater, 21. -9. Vgl. Joh 6,12-12. -10. The Navarre Bible, noot bij Joh 2,6. -11. Jes 62,3-5.
|