Vierde week. Vrijdag
27. HET EVANGELIE LEZEN EN OVERWEGEN
-Lezing van het evangelie. -Het allerheiligst Menszijn van
Christus overwegen. -Het woord van God is altijd actueel.
27.1 Jezus Christus is voor iedere mens de
Weg, de Waarheid en het Leven1, is de boodschap in het evangelie van de Mis van vandaag.
Wie Hem kent, weet waarom Hij mens werd en waarom de wereld geschapen werd. Ons
bestaan is een voortdurend op weg zijn naar Hem. Door het evangelie kunnen we
ons de alles overtreffende kennis2 omtrent Jezus, de manier om Hem na te
volgen en in zijn voetsporen te treden, eigen maken. «Om van Hem te leren, moet
men zijn leven kennen, het heilig evangelie lezen, zich verplaatsen in het
gebeuren van het Nieuwe Testament om de goddelijke betekenis van Jezus' leven
op aarde te vatten. Het leven van Jezus moet zich in ons eigen leven herhalen,
doordat wij Jezus leren kennen door lezen en altijd weer lezen, door het steeds
weer overwegen van de Heilige Schrift, door altijd weer te bidden.»3
Wij willen ons
vereenzelvigen met de Heer, wij willen dat ons leven te midden van onze
bezigheden een weerspiegeling is van het zijne. «Maar om ipse Christus
te zijn, moeten wij 'onszelf in Hem bekijken'. Het is niet voldoende een
algemeen beeld van Christus te hebben, integendeel, wij moeten van Hem leren
hoe ons gedrag moet zijn, zowel in het algemeen als in concrete
gevallen. Vooral moeten wij zijn levenshouding op aarde beschouwen om daaruit
kracht, licht, gemoedsrust en vrede te scheppen. Als men een mens bemint, wil
men alles tot in de kleinste bijzonderheden over zijn bestaan en zijn karakter
weten om zich met hem te kunnen identificeren. Daarom is het van belang de
levensgeschiedenis van Christus te beschouwen vanaf de geboorte in een kribbe
tot aan zijn dood en zijn verrijzenis.»4
We moeten het evangelie lezen met het grote verlangen het te
kennen en lief te hebben. We kunnen de bladzijden van het evangelie niet
doornemen als welk boek dan ook. «In de heilige boeken treedt de Vader, die in
de hemel is, liefdevol zijn kinderen tegemoet en spreekt met hen.»5 Laat het lezen
vergezeld gaan van gebed, want wij weten dat God de belangrijkste auteur van
deze heilige geschriften is. In deze geschriften en meer in het bijzonder in
het evangelie vinden we «de spijs voor de ziel en de zuivere en bestendige bron
voor het geestelijk leven.»6 Wij moeten -schrijft de heilige Augustinus- naar het
evangelie luisteren alsof de Heer aanwezig is en met ons spreekt. We moeten
niet zeggen 'gelukkig zij die Hem konden zien'. Heel veel mensen immers, die
Hem gezien hebben, hebben Hem gekruisigd, en veel mensen die Hem niet gezien
hebben, geloofden in Hem. Dezelfde woorden die uit de mond van de Heer
ontsproten, werden toen opgeschreven en zijn bewaard gebleven. Zij zijn
onaangetast tot in onze dagen.»7
Als we het evangelie met vrucht willen lezen en overwegen,
moeten we het met geloof doen en weten dat het de verlossende waarheid bevat,
zonder enige dwaling. We moeten het dan lezen met godsvrucht en heiligheid van
leven. De Kerk heeft, met hulp van de Heilige Geest, de onbetaalbare schat van
leven en leer van de Heer geheel en onaangetast ondanks dwalingen bewaard,
opdat wij bij het overwegen van die schat makkelijk tot Hem naderen en ons
inspannen om heilig te worden. Alleen in de mate waarin wij trachten heilig te
worden, zullen we kunnen doordringen in de intieme waarheid die deze heilige
boeken bevatten; alleen dan zullen we de goddelijke vrucht smaken die erin
besloten is. Zijn wij die enorme schat, die we zo makkelijk in de hand kunnen
houden, waard? Zoeken wij daarin elke dag meer de kennis en de liefde van het
heilig Menszijn van de Heer? Vragen we de Heilige Geest, elke keer als we de
Heilige Schrift gaan lezen, om hulp?
27.2 Men kan niet beminnen wat men niet goed
kent. Daarom is het nodig het leven van Christus «goed te kennen, het helemaal
in hoofd en hart te dragen, zodat wij het ieder ogenblik zonder hulp van een
boek met de ogen dicht, als een film voor ons geestesoog kunnen laten
voorbijgaan, zodat de woorden en de daden van de Heer ons voor ogen staan in de
verschillende situaties van het leven.
»Zo zullen we zijn leven meeleven. Want het gaat er niet
alleen om aan Jezus te denken, ons één of ander beeld voor de geest te roepen:
we moeten er als het ware inkruipen, actief eraan deelnemen. Dan zullen wij
Christus zo dicht volgen als Maria, zijn Moeder, als de eerste twaalf, als de
vrome vrouwen en de menigte die Hem omringde. Als wij zo handelen en Christus
geen hindernissen in de weg leggen, zullen zijn woorden doordringen tot in het
diepste van onze ziel, en ons veranderen.
»Als wij anderen tot de Heer
willen brengen, moeten we het evangelie lezen en de liefde van Christus
beschouwen.»8 Lees het evangelie met een groot verlangen de Heer
te leren zien zoals zijn leerlingen Hem zagen. Let op zijn reacties, de
wijze waarop Hij zich gedraagt, zijn woorden en zinswendingen... Wees er getuige
van hoe vol medelijden Hij is voor zoveel mensen in nood; hoe vermoeid Hij is
na een lange hete dag onderweg over stoffige paden; hoe Hij het geloof
bewondert van een moeder of een honderdman; hoe geduldig Hij is tegenover de
gebreken van zelfs zijn meest gelovige volgelingen... Laten we Hem ook beschouwen
in zijn gedurige omgang met zijn Vader; in de vertrouwvolle wijze waarop Hij
zich tot Hem wendt; in zijn nachten van gebed... in zijn onophoudelijke liefde
voor allen...
Om meer naar Hem te verlangen, om zijn allerheiligst Menszijn
beter te kennen, om Hem van nabij te kennen moeten we eerst lezen en daarna met
liefde en godsvrucht overwegen. Het Tweede Vaticaans Concilie «spoort met
nadruk alle christengelovigen [...] aan om door veelvuldige lezing van de
goddelijke geschriften de alles overtreffende kennis van Christus
Jezus (Fil 3,8) te verwerven. 'Want wie de Schrift niet kent, kent Christus
niet' (heilige Hiëronymus). Zij moeten dus graag tot de heilige tekst zelf
gaan, of door de heilige liturgie, of door vrome lezing...»9
Laat allen leven door U, vragen we de Heer in de Mis
van vandaag.10 En
inderdaad, het voedsel voor onze ziel, dat we ons dagelijks zouden moeten
gunnen, is makkelijk te krijgen. Het vergt nauwelijks drie of vier minuten per
dag, mits je je liefde erin legt. «Ik raadde je aan dagelijks enkele minuten in
het Nieuwe Testament te lezen en je hierbij in elke scène te verplaatsen en
eraan deel te nemen alsof je één van de figuren was die erin optreden. Zo zul
je het evangelie gaan 'belichamen', gaan uitvoeren in je eigen leven... en
anderen helpen om het 'gestalte te geven'.»11
27.3 Hoe zoet voor mijn gehemelte zijn uw
woorden, meer dan honing voor mijn mond.12
De heilige Paulus leert de eerste christenen dat het woord van God levend en krachtig13 is. Het is altijd actueel, voor elk mens
opnieuw, elke dag opnieuw. Het is bovendien een persoonlijk woord, omdat het
uitdrukkelijk tot ieder van ons apart gericht wordt. Bij het lezen van het
evangelie zullen we onszelf makkelijk herkennen in een persoon uit een parabel,
of ervaren dat sommige woorden in het bijzonder tot ons gericht worden. Nadat
God eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze vaderen gesproken had
door de profeten, heeft Hij nu op het einde dezer dagen tot ons gesproken door
de Zoon.14 Deze
dagen zijn ook ònze dagen. Jezus Christus spreekt nog steeds. Zijn woorden
zijn, omdat ze goddelijk en eeuwig zijn, altijd actueel. In zekere zin gebeurt
wat er in het evangelie verteld wordt, nu, in onze dagen, tijdens ons leven.
Het weglopen en terugkeren van de verloren zoon is actueel; zo ook het schaap
dat verloren liep en de Herder die opsprong om het te zoeken; de gist die nodig
is om het deeg te laten rijzen; en het licht om de duisternis van de zonde te
verdrijven...
Het evangelie openbaart ons wat het leven is en wat het waard
is. Het tekent de weg die we moeten volgen. Het Verbum, het Woord, is het
ware licht, dat iedere mens verlicht.15 Er is geen mens tot wie het Woord zich
niet richt. Daarom moet het evangelie een bron van schietgebeden zijn, als
voedsel voor de beleving van Gods tegenwoordigheid gedurende de dag. Het zal
ook heel vaak een bron van gebed zijn. Als we het evangelie overwegen, zullen
we vrede ervaren, want er ging van Hem een kracht uit die allen genas.16 Deze kracht
blijft nog steeds uit Christus stromen, zo vaak als we met Hem in contact
treden en naar zijn woorden luisteren die eeuwig blijven.
Het evangelie moet het voornaamste boek van de christen zijn,
omdat het onontbeerlijk is voor het kennen van Christus. Kijk naar Hem en
beschouw Hem, totdat je al zijn trekken in je hebt opgenomen. Het heilig evangelie
biedt ons de mogelijkheid ons helemaal te storten in het geheim van Jezus.
Vooral nu er zoveel verwarde en verwarrende opvattingen circuleren over dit
meest bovennatuurlijke onderwerp van de laatste twintig eeuwen onder de mensen:
Jezus Christus, Zoon van God is hoeksteen en fundament van iedere mens. «Dwaal
in de mist niet van de kudde af, luister goed naar de stem van de herder. Trek
u terug in de bergen van de Heilige Schrift, daar zult u de verrukkingen van uw
hart vinden, die u verblijden, want grazig zijn de weiden die gij daar zult
aantreffen.»17
In veel gevallen is het gemakkelijker het evangelie in het
eerste uur van de dag te lezen. Weet dan van dit lezen een concreet en
eenvoudig onderricht te maken, dat je in Gods aanwezigheid in de loop van de
dag helpt, de Meester in een of ander aspect van je gedrag na te volgen: meer
verheugd zijn, de anderen beter behandelen, meer aandacht hebben voor de mensen
die lijden, vermoeidheid opofferen... Zo kan, bijna zonder dat we het merken, een
groot verlangen in ons vervuld worden: «Ik zou willen dat je gedrag en je
gesprekken zodanig waren, dat allen die je zien of horen spreken, zouden kunnen
zeggen: die overweegt het leven van Jezus Christus.»18 En dat zou een groot goed zijn,
niet alleen voor jezelf, maar ook voor hen met wie wij leven of werken of die
we ontmoeten.
-1. Vgl. Joh 14,6. -2. Fil 3,8. -3. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus
nu langs komt, 14. -4. Ibidem, 107. -5. Vaticanum ii, Dogm. const. Dei Verbum, 21. -6. Ibidem,
21. -7. H. Augustinus, In
Ioannis Evangelium, 30. -8. H.
Jozefmaria Escrivá, o.c., 107. -9. Vaticanum ii, o.c., 25. -10. Gebed. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor,
672. -12. Ps 119(118), 103. -13. Heb 4,12.-14. Heb 1,1-2a.
-15. Vgl. Joh 1,9. -16. Lc 6,19. -17 H. Augustinus, Sermo 46 over de herders. -18. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg,
2.
|