Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

21 januari. Vierde dag van de Bidweek

7. HET FUNDAMENT VAN DE EENHEID

-Het primaatschap van Petrus wordt in de Kerk voortgezet door de eeuwen heen in de persoon van de paus van Rome. -De plaatsbekleder van Christus. -Het primaatschap, waarborg voor de eenheid van de christenen en bedding van het ware oecumenisme. Liefde en eerbied voor de paus.

7.1 Johannes begint het verhaal van Jezus' openbare leven met de episode waarin de eerste apostelen Hem ontmoeten en Andreas Hem zijn broer Petrus voorstelt. De Heer heette hem welkom met deze begroeting: Gij zijt Simon, de zoon van Johannes; gij zult Kefas -dat betekent: Rots- genoemd worden.1 'Kefas' is de Griekse transcriptie van een Aramees woord, dat 'steen, rots' betekent. Daarom verklaart het evangelie, dat in het Grieks geschreven is, de betekenis van het door Jezus gebruikte woord. 'Kefas' was geen eigennaam, maar de Heer noemt de apostel aldus om daarmee de zending aan te duiden die Jezus zelf hem later zal openbaren. Een naam geven stond gelijk aan het in bezit nemen van wat door die naam werd uitge­drukt. Zo maakt God bij voorbeeld Adam tot heerser over de schepping en draagt hem op alle dingen een naam te geven2; daarmee gaf de mens aan, dat hij over al deze dingen heerste. De naam 'Noach' wordt verleend als teken van nieuwe hoop na de zondvloed.3 God veranderde de naam 'Abram' in 'Abraham' om daarmee aan te geven, dat deze vader van een menigte volkeren4 zou worden.

De eerste christenen vonden de naam Kefas zo veelbetekenend, dat zij hem gebruikten zonder hem te vertalen5; later werd de vertaling -Steenrots, Petrus- gebruikelijk; deze deed zijn eerste naam, Simon, grotendeels in verge­telheid raken. De Heer zal hem heel vaak Simon Petrus noemen; daarmee duidt Hij zowel de eigennaam aan als de zending en het ambt die Hij hem zal verlenen. Deze woorden van Jezus winnen nog meer aan betekenis als men bedenkt dat 'Petrus' -Kefas- geen eigennaam was in die tijd.

Vanaf het begin nam Petrus een bijzondere plaats in onder de leerlingen van Jezus en later in de Kerk. In de vier lijsten van het Nieuwe Testament waarin de twaalf apostelen worden opgenoemd, bezet Simon Petrus de eerste plaats. Jezus onderscheidt hem van de anderen, ofschoon Johannes zijn geliefde leerling lijkt te zijn: Hij treedt zijn huis binnen6, betaalt de schatting voor hen bei­den7 en waarschijnlijk verschijnt Hij hem als eerste.8 Zo ook de uitdrukkingen: Petrus en zijn metgezellen9, Petrus en zij die hem vergezelden...10 De engel zegt tot de vrouwen: Gaat aan zijn leerlingen en aan Petrus zeggen...11 Vele andere malen is Petrus de woordvoerder van de Twaalf; hij ook is degene die de Heer vraagt hun de betekenis van de gelijkenissen te verklaren12, enz.

Allen weten van deze bevoorrechte positie van Simon. Zo richten bij voorbeeld degenen die verantwoordelijk zijn voor de inning van de belastingen zich tot hem om de drachmen van de Meester te innen...13 Dit overwicht heeft hij niet te danken aan zijn persoonlijkheid, maar aan het feit dat Jezus hem heeft onderscheiden door hem op plech­tige wijze deze macht te verlenen, die het fundament is van de eenheid van de Kerk en die in zijn opvolgers wordt voort­gezet tot het einde der tijden: «De paus van Rome -zo leert het Tweede Vaticaans Concilie- is het blijvend en zicht­baar beginsel en fundament van de eenheid zowel van de bisschoppen als van de menigte van de gelovigen.»14

In deze dagen van gebed voor de eenheid van alle christenen, zullen wij heel bijzonder bidden voor de paus, in wie deze eenheid verankerd ligt. We moeten bidden voor zijn intenties, voor zijn persoon: Dominus conservet eum et vivificet eum... Moge de Heer hem behoeden en hem nieuwe kracht verlenen en hem gelukkig op aarde maken..., zo bidden we God, en we kunnen dat in de loop van de dag herhalen; we mogen er zeker van zijn, dat dit gebed de Heer zeer welgevallig zal zijn.

7.2 Toen Jezus in Caesarea van Filippus was, vroeg Hij op hun tocht aan zijn leerlingen wat de mensen over Hem dachten. En zij vertelden Hem in alle eenvoud wat de men­sen van Hem zeiden. Toen vroeg Jezus om hún mening, na die jaren waarin zij Hem gevolgd hadden: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? Petrus trad naar voren en zei: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Toen ant­woordde de Heer hem met de volgende woorden die van zulk een bovennatuurlijke betekenis zijn voor de geschie­denis van Kerk en wereld: Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.15

Deze tekst bevindt zich in alle oude codices en wordt reeds door de eerste christelijke schrijvers aangehaald.16 De Heer sticht de Kerk op de persoon Simon zelf: Gij zijt Petrus en op deze steenrots... Jezus' woorden zijn tot hem persoonlijk gericht: Gij... en vormen een duidelijke zinspe­ling op de eerste ontmoeting.17 De leerling is het stevige fundament waarop het gebouw in oprichting -de Kerk- wordt gegrondvest. Het eigen voorrecht van Christus de enige hoeksteen18 te zijn wordt op Petrus overgedragen. Vandaar de latere naam die aan de opvolger van Petrus wordt gegeven: 'Plaatsbekleder van Christus', degene die Hem vervangt en zijn dienst vervult. Vandaar ook die innige naam die sint Catharina van Siëna aan de paus gaf: de 'zoete Christus op aarde'.19 De Heer zal tot Petrus zeggen: «Ofschoon Ik het fundament ben en er buiten Mij geen ander kan zijn, bent ook gij, Petrus, steenrots, omdat Ik zelf u tot fundament maak en de voorrechten die Mij toebehoren aan u overdraag en die wij aldus beiden gemeen hebben.»20

In die tijd, waarin de steden ommuurd waren, was het overhandigen van de sleutels het symbool van de machtsoverdracht en het toevertrouwen van de zorg voor de stad. Christus legt Petrus de verantwoordelijkheid op om de Kerk te behoeden en voor haar te zorgen, dat wil zeggen, Hij verleent hem het hoogste gezag over de Kerk. 'Binden en ontbinden' betekent in de Semitische taal van die tijd 'verbieden en toestaan'. Petrus en zijn opvolgers zullen naast fundament tegelijkertijd ook degenen zijn die belast zijn met richting geven, gebieden, verbieden, leiden... En deze macht zal als zodanig in de hemel worden bekrachtigd. Bovendien zal de plaatsbekleder van Christus, ondanks zijn persoonlijke zwakheid, belast worden met het ondersteunen van de overige apostelen en van alle christenen. Tijdens het Laatste Avondmaal zal Jezus tot hem zeggen: Simon, Simon, weet dat de satan heeft geëist u allen te ziften als tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken. Wanneer ge eenmaal tot inkeer gekomen zijt, versterk dan op uw beurt uw broeders.21 Nu, op het ogenblik waarop Hij de hoogste waarheden in herinnering brengt, wanneer Hij de eucharistie heeft ingesteld en zijn dood nabij is, hernieuwt Jezus de belofte van het primaat: het geloof van Petrus kan niet bezwijken, omdat het steunt op de daadkracht van Christus' gebed.

Door het gebed van Jezus, is het geloof van Petrus niet bezweken, ook al is hij gevallen. Hij stond weer op, beves­tigde zijn broeders en werd de hoeksteen van de Kerk: «Waar Petrus is, daar is de Kerk; waar de Kerk is, daar is geen dood, maar leven»22, zo legt de heilige Ambrosius uit. Dat gebed van Jezus, waarmee wij vandaag ons gebed verenigen, behoudt zijn doeltreffendheid door de eeuwen heen.23

7.3 De belofte die Jezus aan Petrus deed in Caesarea van Filippus komt tot vervulling na zijn verrijzenis, bij het meer van Genesaret, na een wonderbare visvangst die lijkt op die eerste visvangst, waarbij Simon de boten en netten in de steek liet om Jezus voorgoed te volgen.24

Petrus werd door Christus uitgeroepen tot zijn opvolger, zijn plaatsbekleder, met die herderlijke zending die Jezus zelf aanduidde als zijn meest karakteristieke en geliefde zending: Ik ben de goede herder. «Het charisma van sint Petrus ging over op zijn opvolgers.»25 Hij zou ja­ren later sterven, maar het was van belang dat zijn taak als opperherder eeuwig zou duren, want de Kerk -ge­bouwd op een stevige rots- zal voortduren tot de volein­ding der tijden.26

Het primaatschap is een waarborg voor de eenheid van de christenen en de bedding waarin zich het ware oecume­nisme dient te ontplooien. De paus vervult de taak van Christus op aarde; wij moeten hem beminnen, naar hem luisteren, want in zijn stem ligt de waarheid. En wij moe­ten met alle middelen trachten te bereiken, dat deze waar­heid de verste en moeilijkste uithoeken van de aarde bereikt, onvervormd, opdat velen die de richting kwijt zijn, het licht zien en velen die terneergeslagen zijn, de hoop herkrijgen. Ons bewust van de gemeenschap van de heili­gen zullen we dagelijks voor hem bidden; dit is een van de dankbaarste plichten van een geordende naastenliefde.

De eerbied en liefde voor de paus vormt voor de katholieken een uniek onderscheidingsteken, dat het getuigenis meedraagt van een geloof dat tot in zijn uiterste consequenties wordt beleefd. De paus is voor ons de tastbare aanwezigheid van Jezus, 'de zoete Christus op aarde'; dit spoort ons aan hem lief te hebben en in ons binnenste die stem van de Meester te vernemen die in ons spreekt en tot ons zegt: Dit is mijn welbeminde, luistert naar Hem, want de paus «vervult de rol van Christus zelf, als leraar, herder en hogepriester, en treedt in zijn persoon op.»27

-1. Joh 1,42. -2. Gn 2,20. -3. Gn 5,20. -4. Gn 17,5. -5. Vgl. Gal 2,9.11.14. -6. Lc 4,38-41. -7. Mt 17,27. -8. Lc 24,34. -9. Lc 9,32.
-10. Lc 8,45. -11.
Mc 16,7. -12. Lc 12,41. -13. Mt 17,24. -14. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 23. -15. Mt 16,16-20.
-16. Vgl. J. Auer, J. Ratzinger, Curso de Teología dogmática, Barcelona 1986, vol. VIII, La Iglesia, bl. 267 vv. -17. Joh 1,42. -18. Vgl. 1 Pe 2,6-8. -19. H. Catharina van Siëna, Brief 207. -20. H. Leo de Grote, Preek 4. -21. Lc 22,31-32. -22. H. Ambrosius, Commentaar op psalm 12. -23. Vgl. Vaticanum i, Const. Pastor aeternus, 3. -24. Joh 21,15-17. -25. Johannes Paulus ii, Toespraak 30-XII-1980. -26. Vaticanum i, loc. cit., 2. -27. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 21.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012