Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Achtste week door het jaar. Donderdag

7. HET GELOOF VAN BARTIMEÜS

-Het gebed van Bartimeüs overwint alle hinderpalen. Moeilijkheden voor hen die dichter bij Christus willen zijn, die langs komt in hun leven. -Geloof en onthechting om de Heer te volgen. Ons gebed dient ook persoonlijk, rechtstreeks, niet anoniem te zijn, maar zoals dat van Bartimeüs. -Christus volgen op de weg, ook in momenten van duisternis. Uitwendige geloofsbelijdenis.

7.1 De heilige Marcus verhaalt in het evangelie van de mis van vandaag1, dat Jezus bij zijn vertrek uit Jericho op weg naar Jeruzalem langs een blinde kwam, Bartimeüs, de zoon van Timeüs, die langs de weg zat te bedelen.

Bartimeüs was een man die in het donker leefde. Hij kon niet als andere zieken naar Jezus toegaan om genezen te worden. Hij had het nieuws gehoord, dat er een profeet was uit Nazaret die blinden weer deed zien. Ook wij, zegt de heilige Augustinus in zijn commentaar, «hebben de ogen van ons hart gesloten en Jezus komt langs, opdat wij Hem zullen roepen».2

Bij het horen van die troep mensen vroeg de blinde om wie het ging. Hij was stellig gewend geluiden te onderscheiden: geluiden van mensen die naar hun bezigheden op het veld gingen, het gedruis van karavanen die naar verre landen reisden. Op een dag echter kwam Jezus van Nazaret voorbij. Het rumoer kwam voor Bartimeüs misschien op een ongebruikelijk uur en hij vroeg -want het waren geen geluiden die hem bekend voorkwamen, het was het gedruis van een ander soort menigte- wie het was. En zij zeiden hem: Het is Jezus van Nazaret.

Bij het horen van die naam werd zijn hart vervuld van geloof. Jezus was de kans van zijn leven. En hij begon uit alle macht te roepen: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij! Zijn geloof werd in zijn ziel tot een gebed. «Dat gebeurde u ook, toen u Jezus heel dicht langs u voelde gaan: uw hart begon sneller te kloppen en u begon luidkeels te roepen, ten prooi aan een onrust diep in uw binnenste.»3

Onmiddellijk braken de moeilijkheden los voor de man die in zijn duisternis Christus zocht, die langs kwam in zijn leven. Velen snauwden hem toe te zwijgen. De heilige Augustinus becommentarieert deze passage uit het evangelie door erop te wijzen dat, wanneer een ziel besluit de Heer te roepen of Hem te volgen, zij vaak hindernissen zal ontmoeten bij de mensen uit haar omgeving. Velen snauwden hem toe te zwijgen. «Toen ik deze dingen begon te doen, begonnen mijn ouders, buren en vrienden te zieden van ongenoegen. Zij die terughoudendheid op prijs stelden, riepen mij ter verantwoording. Ben je gek geworden? Je overdrijft wel heel erg! Zijn de anderen soms geen christenen? Wat een aanstellerij en dwaasheid. Dergelijke dingen schreeuwt de menigte, opdat wij, blinden, het niet op een roepen zetten.»4 «Toen kwamen je vrienden, je gewoonten, comfort en omgeving met de raad te zwijgen en niet te roepen. Waarom moet je Jezus roepen? Val Hem niet lastig!»5

Bartimeüs schenkt er niet de minste aandacht aan. Op Jezus heeft hij al zijn hoop gesteld, en hij weet niet of Hij nog een andere keer in zijn leven zal langs komen. In plaats van zijn mond te houden roept hij nog luider: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij! «Waarom zou je gehoor geven aan de verwijten uit de menigte en niet in de voetsporen treden van Jezus die langs komt? Zij zullen jullie beledigen, zij zullen jullie belasteren, zij zullen jullie wegduwen, maar jij schreeuwt, totdat je geroep de oren van Jezus bereikt. Wie immers steeds deed wat Jezus verlangde, zonder zich te bekommeren om wat de menigte vond en zonder al te veel aandacht te schenken aan hen die Christus schijnbaar volgden, die geeft bovenal de voorkeur aan de blik die Christus zal wenden naar het rumoer van hen die Hem roepen, niets zal hem kunnen tegenhouden en Jezus zal blijven staan en hem genezen.»6

En, inderdaad, «wanneer wij in ons gebed heftig aandringen, houden wij Jezus staande die voorbijgaat».7 Het gebed van de blinde wordt verhoord. Zijn plan is gelukt, ondanks de uitwendige moeilijkheden, de druk van de omgeving en zijn eigen blindheid die het hem onmogelijk maakte precies te weten, waar Jezus zich bevond, terwijl Christus bleef zwijgen, ogenschijnlijk zonder aandacht voor zijn verzoek.

«En u die nu hier langs de kant van de weg staat, deze levensweg die zo kort is, krijgt u ook geen zin om dat te roepen? U die te weinig licht hebt, u die nieuwe genade nodig hebt om te besluiten op weg te gaan naar de heiligheid, voelt u ook niet de onweerstaanbare behoefte te roepen: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij. Wat een prachtig schietgebed, om telkens en telkens te herhalen!»8

7.2 «De Heer die hem van het begin af gehoord had, liet hem volharden in zijn gebed. Dat doet Hij met u ook. Jezus verneemt de roep van onze ziel onmiddellijk, maar Hij wacht. Hij wil dat we Hem smeken, halsstarrig, zoals die blinde langs de kant van de weg bij de poort van Jericho.»9

De menigte blijft staan. Jezus laat Bartimeüs roepen: Heb goede moed! Sta op, Hij roept u. Hij wierp zijn mantel af, sprong overeind en kwam naar Jezus toe. «Hij werpt zijn mantel af! Ik weet niet of u de oorlog gekend hebt. Heel wat jaren geleden liep ik over een slagveld, een paar uur na afloop van het gevecht. De bodem lag bezaaid met dekens, veldflessen, ransels gevuld met familiesouvenirs -brieven, foto's van geliefde personen. Die waren niet van de overwonnen partij, maar van de overwinnaars! Al die voorwerpen waren overtollig. Ze waren een belemmering om harder te lopen en hinderden bij het nemen van de vijandelijke verschansing. Net zoals bij Bartimeüs, toen hij naar Christus rende. Vergeet niet: wie Christus wil bereiken, moet offers brengen. Weg met alles wat in de weg zit: deken, ransel, veldfles.»10

Dan staat Bartimeüs voor Jezus. De menigte omringt hem en bekijkt het tafereel. De Heer vraagt hem: Wat wilt ge dat Ik voor u doe? Hij die het gezichtsvermogen zou kunnen herstellen, zou Hij soms niet weten, wat de blinde verlangt? Jezus wil dat wij Hem de dingen vragen. Hij kent vooraf onze behoeften en wil daarin voorzien.

«De blinde antwoordde: Heer, dat ik zie. Hij vraagt de Heer geen geld, maar het gezicht. Buiten het zien telt het voor hem allemaal niet zo, omdat een blinde, ook al kan hij een heleboel bezitten, zonder gezichtsvermogen niet kan zien wat hij heeft. Laten wij navolgen, wat wij zojuist gehoord hebben.»11 Laten wij hem navolgen in zijn groot geloof, in zijn volhardend gebed, in zijn sterkte om niet te wijken voor de tegenwerking van zijn omgeving bij zijn eerste passen naar Jezus. «Mogen wij, ons bewust van onze blindheid, neerzitten langs de weg van de Heilige Schrift, en horen, dat Jezus voorbijgaat, en Hem dan bij ons laten stilstaan door de kracht van ons gebed»12, dat moet zijn als dat van Bartimeüs: persoonlijk, rechtstreeks, niet anoniem. Wij roepen Jezus bij zijn naam en gaan rechtstreeks en concreet met Hem om.

7.3 De geschiedenis van Bartimeüs is onze eigen geschiedenis, ook wij zijn blind voor veel dingen en Jezus komt vlak langs in ons leven. Misschien is het moment al aangebroken om de kant van de weg te verlaten en Jezus te vergezellen.

De woorden van Bartimeüs Heer, dat ik zie kunnen wij gebruiken als een simpel schietgebed om vaak te herhalen, en in het bijzonder wanneer wij gebrek aan licht hebben in het apostolaat en bij problemen die wij niet kunnen oplossen; maar vooral als het gaat om geloof of roeping. «Als we in duisternis verkeren, onze ziel blind en in onrust is, moeten we zoals Bartimeüs naar het Licht gaan. Herhaal, roep, dring steeds harder aan: Domine, ut videam!, Heer, dat ik zie! En voor je ogen zal het weer dag beginnen te worden, je zult weer kunnen genieten van het heldere licht dat Hij je zal schenken.»13

In deze momenten van donkerte, waarin misschien de voelbare bezieling van de eerste tijden waarin wij Jezus volgden, ons al verlaten heeft; waarin het gebed moeizaam wordt en het geloof lijkt te verzwakken; wanneer wij niet in alle duidelijkheid de zin zien van een kleine versterving en de vruchten van onze inspanning voor het apostolaat in het duister blijven, dan juist hebben wij het meest behoefte aan het gebed. In plaats van de omgang met God te verminderen of te verwaarlozen, omdat het ons zoveel moeite kost, is dan het moment aangebroken onze trouw te tonen, en ons dubbel in te spannen om Hem te behagen.

Jezus zei hem: Ga, uw geloof heeft u genezen. Terstond kon hij zien. Het eerste wat Bartimeüs in deze wereld ziet, is het gelaat van Christus. Hij zal het nooit vergeten. En hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht.

Het is het enige wat wij weten van Bartimeüs, dat hij zich bij Hem aansloot op zijn tocht. De heilige Lucas deelt ons mee dat hij God verheerlijkte. Toen heel het volk dat zag, bracht het eer aan God.14 Zijn hele leven zou Bartimeüs zich de barmhartigheid van Jezus herinneren. Velen namen het geloof aan door zijn getuigenis.

Wij hebben ook veel genade ontvangen. Even groot of groter dan die van de blinde van Jericho. En de Heer verwacht ook, dat ons gedrag en ons leven zullen dienen om velen in contact te brengen met Jezus, die in onze tijd aanwezig is.

En hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht. En hij verheerlijkte God. Dat is in het kort wat ons eigen leven uiteindelijk zal kunnen zijn, als wij ons geloof levend en werkzaam houden, zoals Bartimeüs.

Laten wij ons gebed besluiten met de lofzang van de heilige Thomas van Aquino, het 'Adoro te devote': Iesu, quem velatum nunc aspicio, / oro, fiat illud quod tam sitio / ut te relevata cernens facie, / visu sim beatus tuae gloriae - Jezus, die ik hier nu gesluierd aanschouw, ik bid U, laat geschieden waar ik zo naar dorst, dat ik, uw ontsluierd gelaat ziende, de zaligheid verwerve uw heerlijkheid te zien. Amen.

-1. Mc 10,46-52. -2. H. Augustinus, Sermo 88, 9. -3. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 195. -4. H. Augustinus, o,13. -5. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 195. -6. H. Augustinus, Sermo 88, 13. -7. H. Gregorius de Grote, Homilieën over de evangeliën, 2,5. -8. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 195. -9. Ibidem. -10. Ibidem, 196. -11. H. Gregorius de Grote, Homilie over de evangeliën, 2,7. -12. Origenes, Commentaar op het evangelie van Matteüs, 12,20. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 862. -14. Lc 18,43.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 18 mei 2012