Achtste week door het jaar. Donderdag
7. HET GELOOF VAN BARTIMEÜS
-Het gebed van Bartimeüs overwint alle hinderpalen.
Moeilijkheden voor hen die dichter bij Christus willen zijn, die langs komt in
hun leven. -Geloof en onthechting om de Heer te volgen. Ons gebed dient ook
persoonlijk, rechtstreeks, niet anoniem te zijn, maar zoals dat van Bartimeüs.
-Christus volgen op de weg, ook in momenten van duisternis. Uitwendige
geloofsbelijdenis.
7.1 De heilige Marcus verhaalt in
het evangelie van de mis van vandaag1, dat Jezus
bij zijn vertrek uit Jericho op weg naar Jeruzalem langs een blinde kwam,
Bartimeüs, de zoon van Timeüs, die langs de weg zat te bedelen.
Bartimeüs was een man die in het donker leefde. Hij kon niet
als andere zieken naar Jezus toegaan om genezen te worden. Hij had het nieuws
gehoord, dat er een profeet was uit Nazaret die blinden weer deed zien. Ook
wij, zegt de heilige Augustinus in zijn commentaar, «hebben de ogen van ons
hart gesloten en Jezus komt langs, opdat wij Hem zullen roepen».2
Bij het horen van die troep mensen vroeg de blinde om wie het
ging. Hij was stellig gewend geluiden te onderscheiden: geluiden van mensen die
naar hun bezigheden op het veld gingen, het gedruis van karavanen die naar
verre landen reisden. Op een dag echter kwam Jezus van Nazaret voorbij. Het
rumoer kwam voor Bartimeüs misschien op een ongebruikelijk uur en hij vroeg
-want het waren geen geluiden die hem bekend voorkwamen, het was het gedruis
van een ander soort menigte- wie het was. En zij zeiden hem: Het is Jezus van
Nazaret.
Bij het horen van die naam werd zijn hart vervuld van geloof.
Jezus was de kans van zijn leven. En hij begon uit alle macht te roepen: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij! Zijn geloof
werd in zijn ziel tot een gebed. «Dat gebeurde u ook, toen u Jezus heel dicht
langs u voelde gaan: uw hart begon sneller te kloppen en u begon luidkeels te
roepen, ten prooi aan een onrust diep in uw binnenste.»3
Onmiddellijk braken de moeilijkheden los voor de man die in
zijn duisternis Christus zocht, die langs kwam in zijn leven. Velen snauwden hem toe te zwijgen. De heilige Augustinus
becommentarieert deze passage uit het evangelie door erop te wijzen dat,
wanneer een ziel besluit de Heer te roepen of Hem te volgen, zij vaak
hindernissen zal ontmoeten bij de mensen uit haar omgeving. Velen snauwden hem toe te zwijgen. «Toen ik deze dingen
begon te doen, begonnen mijn ouders, buren en vrienden te zieden van
ongenoegen. Zij die terughoudendheid op prijs stelden, riepen mij ter
verantwoording. Ben je gek geworden? Je overdrijft wel heel erg! Zijn de
anderen soms geen christenen? Wat een aanstellerij en dwaasheid. Dergelijke
dingen schreeuwt de menigte, opdat wij, blinden, het niet op een roepen
zetten.»4 «Toen kwamen je vrienden, je
gewoonten, comfort en omgeving met de raad te zwijgen en niet te roepen. Waarom
moet je Jezus roepen? Val Hem niet lastig!»5
Bartimeüs schenkt er niet de minste aandacht aan. Op Jezus
heeft hij al zijn hoop gesteld, en hij weet niet of Hij nog een andere keer in
zijn leven zal langs komen. In plaats van zijn mond te houden roept hij nog luider:
Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!
«Waarom zou je gehoor geven aan de verwijten uit de menigte en niet in de
voetsporen treden van Jezus die langs komt? Zij zullen jullie beledigen, zij
zullen jullie belasteren, zij zullen jullie wegduwen, maar jij schreeuwt,
totdat je geroep de oren van Jezus bereikt. Wie immers steeds deed wat Jezus verlangde,
zonder zich te bekommeren om wat de menigte vond en zonder al te veel aandacht
te schenken aan hen die Christus schijnbaar volgden, die geeft bovenal de
voorkeur aan de blik die Christus zal wenden naar het rumoer van hen die Hem
roepen, niets zal hem kunnen tegenhouden en Jezus zal blijven staan en hem
genezen.»6
En, inderdaad, «wanneer wij in ons gebed heftig aandringen,
houden wij Jezus staande die voorbijgaat».7 Het
gebed van de blinde wordt verhoord. Zijn plan is gelukt, ondanks de uitwendige
moeilijkheden, de druk van de omgeving en zijn eigen blindheid die het hem
onmogelijk maakte precies te weten, waar Jezus zich bevond, terwijl Christus
bleef zwijgen, ogenschijnlijk zonder aandacht voor zijn verzoek.
«En u die nu hier langs de kant van de weg staat, deze levensweg
die zo kort is, krijgt u ook geen zin om dat te roepen? U die te weinig licht
hebt, u die nieuwe genade nodig hebt om te besluiten op weg te gaan naar de
heiligheid, voelt u ook niet de onweerstaanbare behoefte te roepen: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij. Wat een
prachtig schietgebed, om telkens en telkens te herhalen!»8
7.2 «De Heer die hem van het
begin af gehoord had, liet hem volharden in zijn gebed. Dat doet Hij met u ook.
Jezus verneemt de roep van onze ziel onmiddellijk, maar Hij wacht. Hij wil dat
we Hem smeken, halsstarrig, zoals die blinde langs de kant van de weg bij de
poort van Jericho.»9
De menigte blijft staan. Jezus laat Bartimeüs roepen: Heb goede moed! Sta op, Hij roept u. Hij wierp zijn mantel
af, sprong overeind en kwam naar Jezus toe. «Hij werpt zijn mantel af! Ik weet
niet of u de oorlog gekend hebt. Heel wat jaren geleden liep ik over een
slagveld, een paar uur na afloop van het gevecht. De bodem lag bezaaid met
dekens, veldflessen, ransels gevuld met familiesouvenirs -brieven, foto's van
geliefde personen. Die waren niet van de overwonnen partij, maar van de
overwinnaars! Al die voorwerpen waren overtollig. Ze waren een belemmering om
harder te lopen en hinderden bij het nemen van de vijandelijke verschansing.
Net zoals bij Bartimeüs, toen hij naar Christus rende. Vergeet niet: wie
Christus wil bereiken, moet offers brengen. Weg met alles wat in de weg zit:
deken, ransel, veldfles.»10
Dan staat Bartimeüs voor Jezus. De menigte omringt hem en
bekijkt het tafereel. De Heer vraagt hem: Wat wilt ge dat
Ik voor u doe? Hij die het gezichtsvermogen zou kunnen herstellen, zou
Hij soms niet weten, wat de blinde verlangt? Jezus wil dat wij Hem de dingen
vragen. Hij kent vooraf onze behoeften en wil daarin voorzien.
«De blinde antwoordde: Heer, dat ik zie.
Hij vraagt de Heer geen geld, maar het gezicht. Buiten het zien telt het voor
hem allemaal niet zo, omdat een blinde, ook al kan hij een heleboel bezitten,
zonder gezichtsvermogen niet kan zien wat hij heeft. Laten wij navolgen, wat
wij zojuist gehoord hebben.»11 Laten wij hem
navolgen in zijn groot geloof, in zijn volhardend gebed, in zijn sterkte om
niet te wijken voor de tegenwerking van zijn omgeving bij zijn eerste passen
naar Jezus. «Mogen wij, ons bewust van onze blindheid, neerzitten langs de weg
van de Heilige Schrift, en horen, dat Jezus voorbijgaat, en Hem dan bij ons
laten stilstaan door de kracht van ons gebed»12,
dat moet zijn als dat van Bartimeüs: persoonlijk, rechtstreeks, niet anoniem.
Wij roepen Jezus bij zijn naam en gaan rechtstreeks en concreet met Hem om.
7.3 De geschiedenis van Bartimeüs
is onze eigen geschiedenis, ook wij zijn blind voor veel dingen en Jezus komt
vlak langs in ons leven. Misschien is het moment al aangebroken om de kant van
de weg te verlaten en Jezus te vergezellen.
De woorden van Bartimeüs Heer, dat ik zie
kunnen wij gebruiken als een simpel schietgebed om vaak te herhalen, en in het
bijzonder wanneer wij gebrek aan licht hebben in het apostolaat en bij
problemen die wij niet kunnen oplossen; maar vooral als het gaat om geloof of
roeping. «Als we in duisternis verkeren, onze ziel blind en in onrust is,
moeten we zoals Bartimeüs naar het Licht gaan. Herhaal, roep, dring steeds
harder aan: Domine, ut videam!, Heer, dat ik zie! En
voor je ogen zal het weer dag beginnen te worden, je zult weer kunnen genieten
van het heldere licht dat Hij je zal schenken.»13
In deze momenten van donkerte, waarin misschien de voelbare
bezieling van de eerste tijden waarin wij Jezus volgden, ons al verlaten heeft;
waarin het gebed moeizaam wordt en het geloof lijkt te verzwakken; wanneer wij
niet in alle duidelijkheid de zin zien van een kleine versterving en de
vruchten van onze inspanning voor het apostolaat in het duister blijven, dan
juist hebben wij het meest behoefte aan het gebed. In plaats van de omgang met
God te verminderen of te verwaarlozen, omdat het ons zoveel moeite kost, is dan
het moment aangebroken onze trouw te tonen, en ons dubbel in te spannen om Hem
te behagen.
Jezus zei hem: Ga, uw geloof heeft u
genezen. Terstond kon hij zien. Het eerste wat Bartimeüs in deze wereld
ziet, is het gelaat van Christus. Hij zal het nooit vergeten. En hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht.
Het is het enige wat wij weten van Bartimeüs, dat hij zich
bij Hem aansloot op zijn tocht. De heilige Lucas deelt ons mee dat hij God verheerlijkte. Toen heel het volk dat zag, bracht het eer
aan God.14 Zijn hele leven zou Bartimeüs
zich de barmhartigheid van Jezus herinneren. Velen namen het geloof aan door
zijn getuigenis.
Wij hebben ook veel genade ontvangen. Even groot of groter
dan die van de blinde van Jericho. En de Heer verwacht ook, dat ons gedrag en
ons leven zullen dienen om velen in contact te brengen met Jezus, die in onze
tijd aanwezig is.
En hij sloot zich bij Hem aan op zijn
tocht. En hij verheerlijkte God. Dat is in het kort wat ons eigen leven
uiteindelijk zal kunnen zijn, als wij ons geloof levend en werkzaam houden,
zoals Bartimeüs.
Laten wij ons gebed besluiten met de lofzang van de heilige
Thomas van Aquino, het 'Adoro te devote': Iesu, quem
velatum nunc aspicio, / oro, fiat illud quod tam sitio / ut te relevata cernens
facie, / visu sim beatus tuae gloriae - Jezus, die ik hier nu gesluierd
aanschouw, ik bid U, laat geschieden waar ik zo naar dorst, dat ik, uw
ontsluierd gelaat ziende, de zaligheid verwerve uw heerlijkheid te zien. Amen.
-1. Mc 10,46-52. -2. H. Augustinus, Sermo 88, 9.
-3. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 195. -4. H. Augustinus,
o,13. -5. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 195. -6. H. Augustinus,
Sermo 88, 13. -7. H. Gregorius
de Grote, Homilieën over de evangeliën,
2,5. -8. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 195. -9. Ibidem. -10. Ibidem, 196. -11. H. Gregorius de
Grote, Homilie over de evangeliën,
2,7. -12. Origenes,
Commentaar op het evangelie van Matteüs, 12,20. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 862. -14. Lc 18,43.
|